• + Plaats Nieuw Onderwerp
    Resultaten 1 tot 2 van de 2

    Onderwerp: Sla ze de kop af, daar in Atjeh.

    1. #1
      Important Prikker
      Ingeschreven
      Jul 2002
      Locatie
      Eindhoven
      Berichten
      1.031
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      17

      Standaard Sla ze de kop af, daar in Atjeh.

      Door; Joeri Blom..

      «Dat hadden jullie in de oorlog moeten zingen!» scandeerde het «langharig werkschuwtuig» dat zich op 3 februari 1968 had opgesteld nabij het Van Heutsz-monument aan het Amsterdamse Olympiaplein. Mik punt van hun spot was een groepje mannen van middelbare leeftijd dat zich «voor volk en vaderland» rond het monument had geschaard en uit volle borst het Wilhelmus zong in een zinloze poging de spreekkoren van de tegendemonstranten te overstemmen. Met zijn vijfendertigen konden ze weinig uitrichten tegen hun tegenstanders die met meer dan een honderdtal aanwezig waren, maar veel gevaar liepen de extreem-rechtse heren niet tijdens deze eerste naoorlogse fascistische demonstratie in Neder land. De politie was uitgerukt met groot materieel: zes overvalwagens van de mobiele eenheid, politiehonden en geüniformeerde ruiters. In die dagen was het, zoals Vrij Nederland naar aanleiding van de gebeurtenis schreef, goed gebruik dat «linkse provocateurs» door het Gezag in elkaar werden geslagen, «terwijl rechtse provocateurs recht kunnen laten gelden op hoge bescherming van de overheid». Het waren woelige tijden.
      De keuze voor het Van Heutsz-monument als plaats van handeling lag voor de hand. Luitenant-generaal J.B. van Heutsz (1851-1924) was immers een van die schaarse krijgsheren waar Nederland «trots» op kon zijn. Natuurlijk, de rechtse heren hadden net zo goed hun banier kunnen planten bij de sokkels van andere militaire helden, zoals de Oranjeprinsen Maurits en Frederik Hendrik alias «de stedendwinger», of admiraal Michiel de Ruyter. Maar Van Heutsz deed het eind jaren zestig in de strijd tussen links en rechts ontegenzeglijk beter dan zijn verflenste zeventiende-eeuwse voorgangers. Van Heutsz was een generaal van vlees en bloed, een krijger die nog niet tot mythe was verworden, symbool van het Nederlandse imperialisme.
      Na Van Heutsz' dood werd met groot ent housiasme geld voor het monument bij elkaar gecollecteerd. Sinds de jaren zestig is de waardering voor Nederlands koloniale verleden echter tot het nulpunt gedaald. Demonstraties van Van Heutsz-adepten zijn na 1968 niet meer waargenomen aan het Olympiaplein, anti-imperialistische acties des te meer. In 1967 en 1984 werden mislukte bomaanslagen op de kolos gepleegd; eerder al was het grote medaillon met de beeltenis van Van Heutsz van het monument gesloopt, evenals zijn naam. Door de jaren heen werd er flink gedemonstreerd als er weer iets met Indonesië loos was. Ook het monument in Van Heutsz' geboortestad Coevorden moest het ontgelden. Dat werd besmeurd door de tweeëntwintigjarige Relus ter Beek en zijn maat. Ondanks zijn strafblad (vijftig gulden boete of tien dagen hechtenis) schopte hij het tot minister van Defensie. Tegenwoordig is hij commissaris van de koningin in Drenthe, in welke hoedanigheid hij het Coevordense beeld zou kunnen onttakelen. Maar waarom zou hij? Waar is het beter protesteren dan bij een imperialistisch monument?
      De deelraad van Amsterdam-Zuid heeft echter besloten actie te ondernemen. Het monument moet dringend opgeknapt worden, en dat gaat geld kosten. Buurtbewoners en deelraadspartij De Groenen hebben laten weten dat dan maar meteen de status van het gevaarte moet veranderen, aangezien het «niet meer van deze tijd» is om een monument te wijden aan een hardvochtig imperialist die duizenden doden op zijn geweten heeft. Het dagelijks bestuur van de deelraad heeft het advies overgenomen van het ingehuurde Instituut Clingendael, dat tegenwoordig ook al verstand van monumenten lijkt te hebben. Na restauratie zal het monument herinneren aan de Indische koloniale periode. Waarschijnlijk komt er «1596 Nederland Indië 1949» op de sokkel te staan. Tenminste, als de buurtbewoners tijdens de obligate inspraakronden niet met een beter idee komen.

      Van Heutsz is een van de meest omstreden figuren der moderne Nederlandse geschiedenis. Hij staat bekend als de «pacificator van Atjeh». Aan het begin van de twintigste eeuw wist hij door ongekend hard militair optreden de Atjeese jihad tegen de Nederlandse kaphees (christenhonden) tijdelijk te breken . De achtendertigjarige strijd op Atjeh kostte naar schatting 100.000 Atjeeërs en 30.000 Nederlanders het leven. Vijfenveertig jaar later deed Westerling, de beruchte kapitein der Speciale Troepen, dat op Celebes nog eens dunnetjes over. Behalve wellicht enkele heetgebakerde ijzervreters van het Oud-strijders Legioen haalde geen mens het in zijn hoofd voor Westerling een monument op te richten. Maar in 1928 lag dat heel anders: Van Heutsz, die veel meer slachtoffers op zijn geweten heeft dan Westerling, was een Ware Held.
      Toen Van Heutsz trots vanuit de Oost meldde dat het laatste verzet van de moslimstrijders gebroken was, steeg in het vaderland een luid gejuich op. In 1904 werd hij met alle egards in Nederland onthaald. Met een speciale trein deed hij vele steden aan waar hij zonder uitzondering werd bejubeld. Hij mocht zelfs de gereserveerde koningin Wilhelmina tot zijn bewonderaars rekenen.


      Het enthousiasme was voorstelbaar. Bitter lang had Nederland moeten wachten op enig krijgssucces in het noordelijkste deel van Sumatra. De nauwe Straat van Malakka, tussen Sumatra en het eiland Weh, was een van de belangrijkste vaarroutes van Azië. Atjeh was onmisbaar voor wie deze waterweg wilde beheersen. En dat moest en zou Nederland, eind negentiende eeuw, op het hoogtepunt van het imperialisme. Atjeh werd een obsessie. Het gebied moest onder controle komen voordat andere koloniserende machten de Straat van Malakka zouden inpikken.


      In 1873 werd een eerste landingsleger naar Atjeh gestuurd. De trotse sultan van Atjeh was echter niet van zins zich te laten ringeloren door de christenhonden. Zijn mujahedin waren uitermate bedreven in het gevecht met de klewang. Met één welgemikte houw werd menige Nederlandse soldaat doorkliefd. Al na zeventien dagen eindigde de expeditie in een totale mislukking. Atjeeërs noemen de expeditie de «eerste Nederlandse agressie». Er zouden er nog vele volgen. Bij de tweede, nog hetzelfde jaar, zon Nederland op wraak. De sultan werd verjaagd en zijn paleis ingenomen. Het feest duurde slechts kort, want vanaf die tijd stonden de Nederlandse troepen dag en nacht bloot aan hardnekkige guerrilla-aanvallen. Na vijfentwintig jaar vechten had het Nederlands-Indische Leger (nil) slechts vijftig vierkante kilometer grondgebied in handen, en zat het opgesloten in de «geconcentreerde linie» — een reeks zwaargepantserde stellingen. Wie niet aan een klewang werd geregen, liep kans gegrepen te worden door de beriberi — een negentiende-eeuwse scheurbuikvariant die afgrijselijk huishield onder de troepen. Atjeh was een manschappen en geld verslindende hel die de Indische baten in gevaar bracht. De concurrerende imperialistische mogendheden lachten in hun vuistje.
      Een kolfje naar de hand van de houwdegen Johannes Benedictus van Heutsz. Hij stamde uit een geslacht van lagere militairen, was uiterst grof in de mond en wilde vechten tot het bittere einde. «Wat moet ik daar nou godverdomme op antwoorden!» riep hij uit toen een moslimleider hem zijn onderwerping aanbood. Van Heutsz was er de man niet naar om genoegen te nemen met de paar streepjes (tweede luitenant) die hij na zijn militaire opleiding op zijn uniform mocht naaien. Al in 1873 werd hij op eigen verzoek naar Atjeh gezonden. Daar trad hij zo onverschrokken op dat hij prompt werd onderscheiden en bevorderd. Na aan enkele expedities te hebben meegedaan schopte hij het tot stafchef in Atjeh. Daar had hij een flinke vinger in de pap bij de oprichting van het «Korps Marechaussee te voet», een legeronderdeel dat hij uiterst succesvol zou blijken te gebruiken.

      Het nieuwe korps was in het leven geroepen om de Atjeese mudjahedin te bestrijden met hun eigen wapen: onverschrokkenheid, uithoudingsvermogen, wendbaarheid en bovenal wreedheid. Marechausseecompagnieën werden geleid door Nederlandse officieren en bestonden verder meestal uit Ambonezen en Javanen — nietsontziende krijgers die al even nietsontziend werden geleid.

      In 1892 (Van Heutsz was inmiddels majoor) was hij het twintig jaar lange falen in Atjeh meer dan zat. Hij schreef in een brochure, getiteld De onderwerping van Atjeh, dat «de Atjehers zich nooit anders dan gedwongen zullen onderwerpen en dat slechts hij, die toont de macht te bezitten om zijn wil te doen eerbiedigen, de meester zal zijn, aan wiens bevelen zij zich zullen onderwerpen».
      Eindelijk een officier die vond dat de beuk erin moest, zal men in Den Haag gedacht hebben. De planters in Indië juichten Van Heutsz' krijgslustige woorden toe, en binnen de kortste keren stond hij aan het hoofd van de troepen op Atjeh en werd hij tot gouverneur van het gebied benoemd.

      Ook dr. Christiaan Snouck Hurgronje, vermaard arabist, «strategisch bekeerd» moslim en deskundige op het gebied van het geloof der vijand, voelde veel voor Van Heutsz' straffe aanpak. «Je moet de Atjeeër zeer gevoelig slaan», meende hij. Ter nuancering voegde hij aan Van Heutsz' program het element van economische verheffing toe: eerst murw beuken en dan het levenspeil van de inlander verhogen, zodat-ie geen reden meer heeft om in opstand te komen. Snouck Hurgronje en Van Heutsz werden onafscheidelijk. Maar de Atjeeërs hadden gezworen dat ze niet zouden rusten voordat ze de wil van Allah in de praktijk hadden gebracht: de kaphees moesten uit hun gebied verdwijnen of sterven. De ene na de andere campagne volgde en hele kampongs werden uitgemoord. «Voorwaarts, marechaussees, snijdt ze de koppen af», was Van Heutsz' strijdleus. Hoe beter het echter ging met het verloop van de contraguerrilla, des te ellendiger werd de verstandhouding tussen Van Heutsz en Snouck Hurgronje. Van Heutsz behandelde de beroemde wetenschapper steeds meer als een eenmans-inlichtingendienst.


      Vlak voor zijn huldiging in Nederland dreigde Van Heutsz in de problemen te komen. Snouck Hurgronje liet hem vallen en stelde een ellenlange lijst op van fouten die Van Heutsz had gemaakt bij het «economisch verheffen» van de bevolking. Bovendien deed een terzijde geschoven officier een boekje open over Van Heutsz' expedities: er zouden op grote schaal vrouwen en kinderen worden vermoord, en marteling zou een gangbare praktijk zijn. Tot overmaat van ramp laaide het verzet weer op. Van Heutsz stuurde zijn meest meedogenloze commandant, kolonel Van Daalen, erop uit. Die presteerde het om tijdens zijn vijf maanden durende «lange mars» vijfendertighonderd Atjeeërs af te slachten, onder wie bijna achthonderd vrouwen en kinderen, keurig aangetekend in zijn logboek, naast het aantal verschoten patronen.


      In Nederland aangekomen verspeelde Van Heutsz bijna de door hem zo felbegeerde gouverneur-generaalspost. Niet wegens de moordpartijen, op zijn bevel ondernomen, maar omdat de minister ter ore was gekomen dat hij er een minnares op nahield. En dat paste de hoogste ambtenaar in Indië niet, die immers het goede voorbeeld moest geven aan de inlanders. Toen hij uiteindelijk toch werd benoemd, keerde hij spoorslags terug.


      In 1907 ging het echter weer mis. Van Daalen was gouverneur geworden van Atjeh en zette Van Heutsz' harde lijn voort. Opnieuw echter trok een vernederde offi cier aan de bel. Onder het pseudoniem Wekker verspreidde hij een minutieus verslag onder de Nederlandse pers over de wandaden die het nil op zijn kerfstok had. Van het gebruik van dumdumkogels tot het executeren van vrouwen en kinderen die in handen van de marechaussee waren gevallen — ze zouden de colonnes maar ophouden. Ditmaal doken Tweede-Kamerleden op de zaak die Van Heutsz en Van Daalen noodlottig dreigde te worden. Het was Hendrikus Colijn, Van Heutsz' trouwe adjudant, die zijn baas redde door zich zeer welsprekend tot de minister te wenden. Ook bij de eerste crisis, in 1904, had Colijn Van Heutsz geholpen door de aantijgingen over excessen schriftelijk te weerleggen. Maar een van de uit de school klappende officieren schreef «dat niemand Colijns beweerd Christelijk geloof in overeenstemming kon brengen met zijn daden. Hij wordt als een der ergste Atjehers-afmakers benoemd.» Jaren eerder had hij op Lombok vrouwen en kinderen laten doden, een daad die breed werd uitgemeten naar aanleiding van de vorig jaar verschenen Colijn-biografie van Herman Langeveld.

      Toen Van Heutsz aftrad, was het Neder landse gezag gevestigd tot in de verste uithoeken van de archipel. Na zijn Atjeh-campagnes had hij nog vele andere operaties geleid. Na het uitdienen van zijn Indische jaren eerde Wilhelmina Van Heutsz voor «den grootschen en veelomvattende arbeid» die hij voor Nederlands-Indië had verricht. Toch is vanaf de oprichting in 1935 het Van Heutsz-monument omstreden geweest. De gemeenteraad zat met de beslissing in zijn maag. Links Amsterdam stond op de achterste benen. De nsb, die natuurlijk wel achter het idee stond om Van Heutsz te eren, beschouwde het uiteindelijke monument als «ontaarde kunst».


      In 1943 schreef SS-Sturmbahnführer der Waffen-SS J.B van Heutsz jr. aan de burgemeester van Amsterdam dat wat hem betreft het monument van zijn vader mocht verdwijnen, aangezien het resultaat een aanfluiting was. En de communistische beeldhouwer Frits van Hall, die het monument samen met architect G. Friedhoff had ontworpen, antwoordde op de luide kritiek: «Verwijder met een koevoet dat portret. Vervang het door de woorden Vrijheid, Merdeka of Indonesia, en je hebt een vrijheidsbeeld.»
      Uiteindelijk bereikte Van Heutsz sr. niet wat hij beoogd had: in 1911 eindigde weliswaar officieel de Atjeh-oorlog, maar tot diep in de jaren twintig werden er aanslagen gepleegd op Nederlanders en in 1926 en 1933 kwam het nog tot plaatselijke opstanden. Bij het naderen van de Japanners, in februari 1942, was Atjeh het eerste deel van Indië dat het Nederlandse juk afwierp. Tot op de dag van vandaag woedt er een guerrilla in Atjeh. In 1996 vond nog een grote Indonesische operatie tegen de moslimrebellen plaats met luchtlandingstroepen en al. De methode die de Indonesiërs toepassen, is in beginsel die van Van Heutsz: achtervolgen en uitmoorden. De «Held van Atjeh» is nu eenmaal de grondlegger van het streven naar een centralistische staat in de archipel, en de Atjeeërs blijven zich daartegen verzetten. Of de houwdegen nu Van Heutsz, Soekarno of Wahid heet.
      Het Nederlandse aandeel in de bloedige pogingen de Atjeeërs te knechten is niet weg te denken uit de geschiedenis. Misschien komt tijdens de inspraakronde iemand op het idee om het monument aan de Apollolaan wat te verlevendigen met een vers. De dichtregels die een geschokt kamerlid in 1904 schreef op de wijs van het Wilhelmus, komen dan wellicht in aanmerking.

      Wilhelmus van Nassaue,
      Ziet gij dien heldenstoet?
      Zij schoten op de vrouwen
      En drenkten 't land met bloed.
      De kwasten der banieren
      zijn darmen van een kind.
      Licht dat ge aan hun rapieren,
      nog vrouwenharen vindt.


      C) De Groene Amsterdammer

    2. #2
      Lust for life! barfly's Avatar
      Ingeschreven
      Aug 2002
      Locatie
      EdgeCity
      Berichten
      8.410
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      35

      Standaard

      Leerzaam verhaal Rafiq, vergeet echter niet dat mensen in oorlog altijd beesten worden! Oorlog zou uitgebannen moeten worden! Maarja...
      Hang the DJ!

    + Plaats Nieuw Onderwerp

    Gelijkaardige Onderwerpen

    1. Atjeh beproeft de shari’a
      Door Seif in forum Het nieuws van de dag
      Reacties: 1
      Laatste Bericht: 16-09-06, 14:19
    2. Sharia in Atjeh
      Door Abdel Kasem in forum Het nieuws van de dag
      Reacties: 11
      Laatste Bericht: 25-06-05, 16:20
    3. 'Mogelijk 80.000 doden in Atjeh'
      Door Joesoef in forum Het nieuws van de dag
      Reacties: 67
      Laatste Bericht: 10-01-05, 13:18
    4. zie je de bergen daar in de verte daar achter woont Jokar
      Door SportFreak in forum Wie schrijft die blijft
      Reacties: 28
      Laatste Bericht: 09-01-05, 11:43
    5. Burgermilities jagen op separatisten Atjeh
      Door Blade20 in forum Het nieuws van de dag
      Reacties: 2
      Laatste Bericht: 19-01-04, 08:39

    Bladwijzers

    Bladwijzers

    Forum Rechten

    • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
    • Je mag geen reacties plaatsen
    • Je mag geen bijlagen toevoegen
    • Je mag jouw berichten niet wijzigen
    •