Populisme
Streeck stelt dat het ‘tijd kost’ om ‘een volksdemocratie in een consolidatiestaat’ te veranderen omdat ‘er het ontkrachten van democratisch–egalitaire politiek ten gunste van solide klantenschap op de financiŽle markten voor nodig is’. Het punt van AlbaniŽ is dat er nooit een ‘volksdemocratie’ is geweest die zou moeten worden ‘ontkracht’. In 1991, toen het kapitalisme hier halsoverkop geÔntroduceerd werd, waren er helemaal geen solide democratische instituties die de schok voor de samenleving hadden kunnen opvangen. De totale afwezigheid van tegenbewegingen zoals een brede coalitie van vakbonden en sociaal-democratische partijen verklaart dus de relatieve eenvoud waarmee Edi Rama in staat is geweest het model van consolidatiestaat binnen een enkele regeringsperiode in te voeren. Hij maakte er zelfs reclame mee: ‘Investeer in AlbaniŽ, we hebben geen vakbonden!’, hield hij een groep Italiaanse investeerders voor.

Een bijkomend aspect binnen de Albanese context is de afwezigheid van een sterk nationalistische or religieuze traditie die een basis zou kunnen bieden aan een populistische volkspartij, waarin nationalistische en ethnocentrische sentimenten gecombineerd zouden kunnen worden met de bescherming van de welvaartsstaat, pensioenen, and arbeidsrechten. Partijen zoals de Partij voor de Vrijheid in Nederland en de Front National in Frankrijk combineren hun xenofobe, nationalistische retoriek met ‘links’ economisch beleid dat al tijden geleden door sociaal-democraten is opgegeven. Een dergelijk nationalistisch populisme kan echter alleen overleven in een sociaal klimaat waarin er een duidelijke ‘ander’ is (immigrant, vluchteling, ethnische minderheid) en waarin een sterke combinatie van nationaliteit, etniciteit, geloof en/of taal voor de hand ligt.

In AlbaniŽ is echter vrijwel geheel mono-etnisch, met een marginale immigratie en een breed uitgedragen traditie van gastvrijheid, terwijl achtereenvolgende bezettingen en ditto religies, alsmede het tot staatsideologie verheven atheÔsme gedurende de communistische dictatuur van Enver Hoxha, voor een vrij lakse houding tegenover religie hebben gezorgd, in aanmerkelijk contrast met AlbaniŽs buurlanden. Met andere woorden, er lijkt geen enkele voedingsbodem voor een populistisch-nationalistisch politiek alternatief. Het falen van de enige partij die zich recentelijk een dergelijk identitair discours probeerde toe te eigenen, Aleanca Kuq e Zi, heeft zoveel wel duidelijk gemaakt.

Tenslotte is er dan nog de rol van de EU (en in mindere mate het IMF, de Wereldbank, en de OVSE) in AlbaniŽ. Het toetredingsproces tot de EU en de harmonisatie tussen de Albanese wetgeving en het acquis communautaire van de EU wordt grotendeels, zo niet volledig, uitonderhandeld tussen de overheid en onverkozen EU bureaucraten. Dit leidt uiteraard tot een verzwakking van de rol van het parlement en de burgermaatschappij, zeker omdat het grootste deel van de wetshervormingsvoorstellen vanuit de richting van EU komt.

Hier opnieuw is AlbaniŽ een extreem voorbeeld in vergelijking met EU lidstaten. Alhoewel toch zeker een meerderheid van het wetgevingskader van EU lidstaten in Brussel en Straatsburg wordt besloten, lijken nationale parlementaire tradities nog steeds (maar steeds moeizamer) in staat om de schijnvertoning van democratisch debat op te houden en daarmee hun volksvertegenwoordigende functie. Maar voorbeelden zoals de economische crisis in Griekenland tonen op heldere wijze dat wanneer het erop aankomt zelfs de soevereiniteit van EU lidstaten makkelijk op zij kan worden geschoven door een ‘troÔka’ van onverkozen bestuurders, zonder welke vorm van volksmandaat dan ook.

Eunuch

Het resultaat is dat EU een toneel van een indirecte oorlog wordt, tegen gecastreerde nationale politiek krachten. Dit is nergens duidelijker dan in de manier waarop zowel de Albanese overheid als de oppositie EU-bureaucraten en -vertegenwoordigers hebben gemobiliseerd in hun eigen politieke machtsstrijd, eens te meer het politieke strijdtoneel verplaatsend van het Albanese parlement naar goedbetaalde lobbybedrijven en onverkozen functionarissen, met als gevolg dat inmiddels een groot deel van EU vertegenwoordiging in AlbaniŽ, inclusief de ambassadeur, volledig politiek gecompromitteerd is geraakt.

Dus waarom noemde ik AlbaniŽ de toekomst van Europa?

Omdat, beste vrienden binnen de EU – ja, tegen jullie heb ik het – hier jullie naar onderweg zijn.

De alsmaar dalende belastingniveaus, de steeds groter wordende moeite om geld te lenen op de internationale kapitaalmarkt, de steeds verderreikende uitbesteding van politieke macht naar onverkozen ambtenaren in instituties die buiten ieder vorm van democratisch controle staan – alle EU landen zullen vroeger of later het hierboven beschreven ‘Albanese model’ gaan volgen. Het model van een ontmande staat, overgeleverd aan de macht van onverkozen internationale bureaucraten en multinationals, wetten invoerend die zij niet begrijpt en weggevend wat zij niet bezit. Natuurlijk zullen er verschillen zijn, gebaseerd op lokale condities and specifieke politieke en economische configuraties. Maar door de bocht genomen, de toekomst van ons politieke en economische systeem bestaat al. Het heet AlbaniŽ. Kijk en huiver.


Vincent W.J. van Gerven Oei is filoloog, uitgever en journalist. Hij woont sinds 2010 in AlbaniŽ.



https://joop.vara.nl/opinies/albanie...mst-van-europa