PDA

Bekijk Volledige Versie : Een Verhaal......................



arfa_zine
03-07-04, 14:46
EEN VERHAAL...................................

' Je kan ook niets, dombo, lhmar! God, waarom heeft u mij zo'n dom kind gegeven?' M'n moeder gilde deze woorden recht in mijn gezicht. Ik wilde iets terugschreeuwen, maar ik hield me op het laatste moment in. Met de herinnering aan de vorige keer, toen ik er een blauw oog aan overgehouden had, leek me dat nu niet echt een goed idee. M'n moeder keek me vol afschuw aan, met de koekepan opgeheven in haar hand, die dreigend mijn kant op stak. ' Jij, misselijkmakend schepsel, waarom heeft God jou al de domheid van de wereld meegegeven?' Ik voelde de tranen achter mijn ogen prikken maar, nooit zal ik voor haar ogen huilen. Nooit zal ik laten zien dat haar woorden mij raken, nooit! Sterk zijn, Samira, sterk zijn, sprak ik mezelf streng toe. M'n moeder ging door met over mij jammeren en schreeuwde alles bij elkaar. Ik draaide me om en rende de trap op. Op zolder aangekomen sloeg ik met een knal de deur dicht, draaide de deur op slot en liet me snikkend op mijn bed vallen.

Vier uur later werd ik wakker, ik was in slaap gevallen. Ik keek op mijn wekkerradio, 23.03 uur gaven de rode cijfers aan. Heb ik zo lang geslapen? Ik knipte m'n nachtlampje aan en bekeek mezelf in de spiegel. O, wat zag ik er uit! M'n mascara was helemaal uitgelopen en m'n ogen waren opgezwollen. Ik kon zo auditie doen voor een horrorfilm dacht ik bij mezelf. Bovendien waren m'n kleren gekreukt en plakte mijn T-shirt aan mijn buik. Snel pakte ik een wattenschijfje, deed er wat lotion op en wreef er mee over mijn gezicht om de vlekken weg te halen. Daarna deed ik de deur van het slot en checkte of er iemand beneden was. Ik voelde mijn maag knorren, want ik had de hele dag nog niet gegeten. Gelukkig was alles donker beneden, wat betekende dat er niemand was. Op m'n tenen ging ik de trap af, en hield iedere keer wanneer er een traptrede kraakte m'n adem in. Ik hoorde m'n vader snurken toen ik langs de slaapkamer van mijn ouders liep. Eenmaal beneden aangekomen deed ik de deur van de keuken achter me dicht en drukte op de lichtknop. Ik snuffelde wat in de keuken. Zal ik wat eten opwarmen of toch maar een boterham smeren? Ik besloot het laatste te nemen en ging stilletjes weer naar mijn kamer. Ik at, poetste m'n tanden, kleedde me om en kroop onder de dekens. Ik piekerde zoals gewoonlijk nog eventjes. Morgen sportdag, morgen zag ik hem weer. Ik voelde weer het fijne gevoel dat ik altijd voelde als ik aan hem dacht. Ik fluisterde zacht zijn naam, Rachid. Twee minuten later viel ik in een diepe slaap.


De volgende dag beloofde een prachtige dag te worden, de hemel was helderblauw en een zacht zomerbriesje waaide m'n kamer in. Vrolijk stapte ik mijn bed uit, maar m'n vrolijke humeur verdween toen ik weer aan de vorige dag dacht. Ik wist door ervaring dat de boze bui van mijn moeder nog lang niet overgewaaid zou zijn. Ik had echt geen zin om het gescheld van mijn moeder aan te horen, dus ik wilde al de deur uit zijn voordat zij wakker was. Snel stapte ik onder de douche, deed mijn haar en deed wat mascara op. Voor mijn kast begon ik te treuzelen. Wat zal ik aandoen? Uiteindelijk koos ik voor een spijkerrok en een rood truitje. Snel m'n gymspullen in mijn tas stoppen en de deur uit. Oef, ik heb het gered, eenmaal buiten voelde ik me opgelucht. Maar wat moest ik nu eigenlijk doen? Het duurde nog zeker twee uur voordat de sportdag zou beginnen. Ik besloot naar het park te gaan en op een bankje te gaan zitten. Daar kon ik lekker op mijn gemak zitten en nadenken. Zo gedacht, zo gedaan. Ik liet me op een bankje vallen en keek uit over het park. Rechts van mij zag ik een vrouw van middelbare leeftijd, die haar hond aan het uitlaten was. Een paar meter daarachter een bejaarde vrouw, die waarschijnlijk een gezonde ochtendwandeling aan het maken was. Ik was wel gek dat ik hier ging zitten. Maar ik wist wel dat dit de enige plek was waar ik op dit moment van de dag terecht kon, dus besloot ik mijn tijd maar ' uit te zitten'.

Ik zag verschillende mensen voorbij komen. Sommigen keken me verbaasd aan, ze vonden het waarschijnlijk raar dat een meisje van mijn leeftijd in haar eentje zo vroeg in het park zat. Anderen glimlachten naar me of gaven me een knikje en ik lachte terug. Opeens zag ik in de verte iemand joggen. Ik kon hem niet goed zien, maar aan zijn lichaamsbouw te zien moest het een jong persoon zien. Ik bleef naar hem kijken en langzaam aan zag ik hem duidelijker. Het was een jongen van een jaar of twintig met een goed gebouwd lichaam en een knap gezicht. Hij was nog maar een paar meter van mij verwijderd en ik zag dat hij ook naar mij keek. Ik schaamde me een beetje omdat ik hem de hele tijd aan had zitten staren en keek snel de andere kant op. Tot mijn verbazing passeerde hij mij niet, maar bleef hij bij mijn bankje staan. ' Mag ik even naast je op adem komen,' vroeg hij en glimlachte naar me. Totaal verbijsterd omdat ik deze vraag niet had verwacht staarde ik hem weer aan om uiteindelijk een ' ja, natuurlijk' te stamelen. ' Dank je,' zei hij en glimlachte weer naar me. ' Mag ik je wat vragen,' vroeg hij opnieuw. ' Ja, hoor.'
' Zit je hier vaak?'
'Nou nee, dit is eigenlijk de eerste keer.'
' Dat dacht ik al, ik kom hier iedere dag om dit tijdstip langs en heb je hier nog nooit zien zitten.'
' Ja klopt, ik moet zo naar school, maar ik ben een beetje vroeg, dus vandaar…'
' Het is wel lekker rustig hier he en het is trouwens heerlijk weer.'
' Ja, een beetje te rustig, ik heb tot nu toe alleen maar bejaarde mensen zien langskomen, totdat jij langskwam.'
Hij lachte en ik zag dat hij een kuiltje in zijn rechterwang had. Wauw! Hij was echt supermooi. Hij zag dat ik naar hem keek en gaf me een knipoog.
' Hoe heet je eigenlijk, als ik vragen mag?'
' Oh, ik heet Samira, sorry en jij?'
' Karim, aangenaam.' Hij stak zijn hand naar me uit en ik schudde deze. Een warm gevoel bekroop me en ik voelde een raar gevoel in mijn buik. Ik merkte dat ik nog steeds naar hem staarde en sloeg snel mijn ogen neer.
' Mooie naam heb je Samira. Een mooie naam voor een mooi meisje.' Ik voelde dat ik rood begon te worden en wist dat hij nu naar mij zat te kijken. Ik kon nog net een ' dank je' uitbrengen. Gelukkig zei hij niks over mijn rode gezicht, anders was ik helemaal door de grond gezakt. Ik zag op mijn horloge dat ik nog maar een half uur had om bij het sportveld aan te komen en me om te kleden. ' Eh, Karim, ik moet weer gaan, het was leuk met je gesproken te hebben,' zei ik en stond op. ' Ja zeker, misschien zien we elkaar nog wel een keer,' zei hij en glimlachte alweer naar me.
' Nou doei.'
' Dag Samira.'
Ik keek Karim nog één keer aan en liep vervolgens verder op weg naar het sportveld. Ik onderdrukte een neiging om nog een keer om te kijken. Opeens hoorde ik Karim mijn naam noemen. Snel keek ik om. ' He, ben je niet wat vergeten,' zei Karim met mijn tas in zijn hand omhooghoudend. Wat stom, ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Wie vergeet er nou zijn tas op een bankje? Ik dacht weer aan de woorden die ik nou al zo vaak van m'n moeder had gehoord. Sloom, dom kind. 'Oh, sorry, helemaal vergeten, dank je wel,' mompelde ik met een rood hoofd. Ik pakte m'n tas aan en liep snel verder. Ik durfde Karim niet eens meer aan te kijken. Hij zal wel denken, wat een achterlijk wijf is die Samira. Opeens haatte ik mezelf omdat ik nooit iets goeds leek te doen, omdat ik altijd weer nooit de goede woorden kon vinden en omdat ik om de kleinste dingen een tomatenhoofd kreeg. Maar ik haatte mezelf vooral omdat ik begon te geloven dat m'n moeder gelijk had, dat ik een dom, sloom en achterlijk kind was...

arfa_zine
03-07-04, 14:49
Bij het sportveld zag ik allemaal fietsen en tieners in sportkleding. Ik was natuurlijk weer te laat. In de kleedkamer was het warm en benauwd en de grond was bezaaid met tassen, flesjes en kleding. Ik schoof wat spullen opzij en legde m'n sporttas op de bank en kleedde me snel om. Buiten aangekomen zocht ik de omgeving af naar m'n vrienden. Ik zag ze op een afstandje in het gras zitten. Ze waren er allemaal: Saskia, Peter, Jamila, Azul en Kamal. Toen ze me in de gaten kregen begonnen ze enthousiast naar me te zwaaien. Ik zwaaide vrolijk terug en rende naar ze toe. ' He Samira, hoe is het meid,' vroeg Saskia, één van mijn beste vriendinnen. Ze sloeg een arm om me heen en trok me mee naar een rustig plekje. ' Rachid is er ook,' fluisterde ze in mijn oor. Ik glimlachte even, ik was Rachid eigenlijk helemaal vergeten door Karim, maar nu ik weer zijn naam hoorde voelde ik weer dat warme gevoel. ' Waar is hij, waar,' vroeg ik Saskia en Saskia wees naar de plek waar Rachid en z'n vrienden stonden. Ik zag Rachid staan, hij leunde met zijn rug tegen de muur aan en hield in z'n hand een blikje sprite vast. Hij zag er erg sportief uit in z'n blauwe trainingsbroek en wit T-shirt. ' Je hebt wel smaak, Sammy,' zei Saskia met ondeugende oogjes. Ik lachte en keek weer naar Rachid, hij was inderdaad een knappe jongen. ' Hmmmm,' zei ik en trok Saskia mee, terug naar ons groepje.
' Zo meiden, uitgekletst,' vroeg Peter met rollende ogen. ' Laat me raden, jullie hebben elkaar lang niet gezien zeker, wel zeker een halve dag he. Nee, meiden ik begrijp het helemaal, wat moet het een gemis voor jullie zijn geweest. 12 uur, 720 minuten, 43200 seconden zonder elkaar.' Peter drukte beide handen tegen zijn borst en sloeg zijn ogen ten hemel. Het hele groepje barstte in lachen uit. Die gekke Peter toch, hij wist altijd iedereen aan het lachen te maken met zijn cabaretspel. ' He jongens, hebben jullie Soumia en Fadoua gezien?' De vraag kwam van een Iris, een meisje uit een klas lager. 'Nee, ik niet, jullie misschien,' vroeg Saskia aan ons. Ook wij schudden ons hoofd. 'Misschien zitten ze wel in de kantine,' zei ik, ' ik zou daar even gaan kijken.'
'Oke, ik zal wel effe kijken,' zei Iris en ging er weer vandoor.
'Nou, ik ben benieuwd of ze er vandaag zullen zijn, volgens mij zitten die twee op dit moment in de trein op weg naar een 'Big City', waar ze op zoek gaan naar een of andere uitdaging.' Jamila had echt een gruwelijke hekel aan die twee meisjes om redenen die ze liever niet wilde noemen. Maar ook wij wisten wel dat er wel een kern van waarheid zat in de uitspraak van Jamila. Die twee meisjes grepen iedere kans met beide handen aan om een andere stad met andere slachtoffers uit te zoeken en dit was een perfecte kans, aangezien ze hun ouders konden vertellen dat ze sportdag hadden en dus de hele dag weg konden zijn. M'n moeder zou zeggen dat die meisjes wat ' licht in hun hoofd' zijn als ze zou weten wat er werkelijk aan de hand zou zijn. Als…Op het eerste gezicht zou moeder ze als de perfecte dochters bestempelen en zou ze eindeloos klagen over de dochter die God haar gegeven had, ik dus. Ik was een dom en slecht kind vergeleken met alle andere meisjes, ik verdiende het niet te leven.
Niet aan denken, sprak ik mezelf streng toe. Ik zou deze dag niet laten verpesten door m'n moeders woorden. Nee, nu zou ik lol hebben. Als ik thuis ben kan ik nog eindeloos piekeren en denken en gebombardeerd worden met die woorden met een lading van staal.
De sportleraar liet zijn fluitje horene en riep met een echte 'sportleraarstem' dat de wedstrijden konden beginnen. We hadden ons opgegeven voor softbal en liepen naar het veld waar de andere helft van de groep ons op stond te wachten. Wij zouden als eerst aan slag zijn en ploften alweer neer op de grond, wat waarschijnlijk een zeer actieve indruk zou geven, maar dat kon ons toch niet schelen. We waren hier niet voor de lol of omdat we wilden laten zien hoe geweldig we konden knuppelen. Nee, we zaten hier voor de uren die we nog vol moesten maken voor aanvang van de zomervakantie. En nu we hier toch waren, konden we er het beste een gezellige dag van maken, wat echter niet betekende dat we net moesten doen alsof softbal ons lust en leven was. Nee, wij vermaakten ons wel; er was altijd wel iemand die wat te vertellen had. Bovendien was het heerlijk liggen in het zonnetje én had ik een goed uitzicht op Rachid.

Ondertussen.....

arfa_zine
03-07-04, 14:50
Hoofdstuk 2: Een beetje verliefd?

'Aaah, heerlijk, ' zuchtte Karim terwijl het water langs zijn lichaam omlaag gleed. Hij bracht zijn handen naar zijn zwarte haar om de rest van de shampoo uit zijn haar te spoelen. Hij voelde zich altijd heerlijk loom, maar tegelijkertijd ook vol energie na het joggen. En onder de heerlijke waterstraal kon hij zich lekker ontspannen en tegelijkertijd zijn dag plannen. Nergens kon hij zo goed nadenken als onder de douche. Dat er mensen waren die onder de douche hun zangkunsten lieten horen, daar kon hij echt niet bij. Dat zal wel een rare Hollandse gewoonte zijn dacht hij bij zichzelf en hij voelde het Marokkaans bloed door zijn aderen stromen. Zo, nu nog een paar seconden alleen de koude kraan opendraaien. Ieks, dat is k-k-koud. Karim hapte naar adem, maar bleef toch onder de ijskoude douchestraal staan. Hij liet elke dag de koude kraan een paar seconden openstaan, maar hij kon er nog steeds niet aan wennen. Maar het was goed voor de doorbloeding van je lichaam en je werd er lekker wakker van. Hij draaide de kraan dicht en stapte de douchekabine uit. Voorzichtig haalde hij een punt van de handdoek over de beslagen spiegel en keek naar zijn wazige spiegelbeeld. Ze zouden eens spiegels moeten maken van een materiaal dat niet beslaat of spiegels met ruitenwissers, die automatisch aangingen zodra het oppervlak vochtig begon te worden. Karim streek met een hand over zijn gladgeschoren kaak. Hij voelde zich net die man in de reclame voor die nieuwe soort scheermesjes. Hij oefende een zelfverzekerd lachje in de spiegel, haalde zijn hand door zijn haar, sloeg een handdoek om zijn middel en ontdeed de badkamerdeur van het slot.
Karim liep door de gang naar zijn kamer, die hij met zijn broer moest delen. Hij sloot de deur achter zich dicht en trok de handdoek van zijn middel. Tevreden bekeek hij zichzelf in de kastdeurspiegel. De sportschool en het dagelijks joggen hadden hun vruchten afgeworpen. Behendig trok hij de kastdeur open en bedacht wat hij deze dag aan zou trekken. In zijn hoofd neuriede hij een liedje van afgelopen zomer; Samira, Samira…
Zijn gedachten dwaalden weer af naar de vorige ochtend. Hij zag weer hoe Samira hem vanonder haar lange wimpers, als waaiers van palmtakken, aankeek. Hij zag haar ogen beeldscherp voor zich, maar hij was er nog steeds niet over uit welke kleur ze nou waren. Lichtbruin, groen? Nee, het was meer een mengsel van bruin en groen. Hij hoorde weer haar mooie stem en zag haar mooi gevormde lippen naar hem lachen. Hij zag weer hoe haar wangen een beetje rood kleurden toen hij zei dat ze een mooi meisje was. Hij hield er wel van om meisjes in verlegenheid te brengen, om ze helemaal het hoofd op hol te doen slaan. Hij wist zelf wel wat voor uitwerking zijn verschijning had op het gemiddelde meisje en zijn telefoon stond dan ook vol van nummers van schoonheden over de hele wereld afkomstig. Ach, een pleziertje kan toch nooit kwaad, lachte hij zichzelf toe. Samira, Samira…
Raar maar waar was hij nog nooit echt verliefd geweest op een meisje. Er waren zat meisjes die hij wel leuk vond of waarvan hij een avondje had ' genoten' , maar nog nooit was zijn hart werkelijk gestolen door iemand. En dat zou ook nooit gebeuren beloofde hij zichzelf. Verliefd worden is voor mietjes, verliefdheid is een zwakte. Nee, hij werd liever zelf bemind en bewonderd. Samira, Samira…Hij trok zijn gebleekte spijkerbroek uit de kast en een wit bloesje. Dat zou vast fantastisch staan bij zijn door het buitenlicht gebruinde huid. Ach, wat deed hij nou moeilijk, alles stond hem fantastisch! Samira, Samira…Weer bekeek hij zichzelf in de spiegel. Hmmm…het resultaat mocht er wel wezen. Zo, nu nog een beetje gel door zijn haar en hij kon weer de deur uit. Misschien dat hij Samira nog ergens tegenkwam. Opeens betrapte hij zichzelf erop dat hij alsmaar aan Samira dacht, hij kon haar maar niet uit zijn hoofd zetten. Ach, onzin, hield hij zichzelf voor, het komt vast door dat liedje dat hij maar niet uit zijn hoofd kon krijgen of…was hij misschien toch een

Hoofdstuk 3: Verdwaald?

Met een zucht probeerde ik de sleutel nog eens in het sleutelgat te wrikken. Dit was al de derde poging, maar de sleutel weigerde het gat in te gaan. Ik was veel vroeger dan verwacht thuisgekomen en ik baalde als een stekker. Ik dacht aan de sportdag, het was erg gezellig geweest, totdat ik aan de beurt was om te slaan. Ik wilde indruk maken op Rachid, die een eindje verderop stond met één van zijn vrienden, dus ik wilde de bal volop raken. Ik stond al klaar, de knuppel met beide handen vasthoudend, klaar om de bal een geweldige oplawaai te geven. Ik zag de bal aankomen, haalde uit en…miste, maar de knuppel glipte uit mijn hand en boordde zich in Jamila' s maag, die schuin achter mij stond. ' Stomme trut,' gilde Jamila, ' vuile schele teef. Liefde maakt blind, maar ik had nooit gedacht dat je dat letterlijk op moest vatten. Je deed het expres he, alleen omdat Rachid vorige week met me stond te praten.'
Ik voelde me ellendig, het was helemaal niet mijn bedoeling geweest om Jamila expres met de knuppel te raken en ik wist niet eens dat Rachid met haar heeft staan praten. Maar op dat moment kon ik niets uitbrengen, mijn mond weigerde opeens dienst en mijn ogen konden alleen maar staren. Uiteindelijk ben ik keihard weggerend, heb mijn spullen uit de kleedkamer gegrist en ben naar huis gerend in mijn gymkleding. Het ergste is nog dat iedereen denkt dat ik Jamila expres wilde verwonden doordat ik wegrende en niets zei. Nu voor de voordeur kon ik nauwelijks m'n tranen inhouden, mijn keel voelde dik en opgezwollen aan. Eigenlijk wilde ik helemaal niet naar huis, ik wilde rennen, helemaal alleen. Ik wilde mijn gedachten op een rijtje zetten. Ik wilde ongegeneerd huilen, de tranen over mijn gezicht laten stromen en mijn zoute tranen met het puntje van mijn tong weer oplikken. Ik wilde het uitschreeuwen, ik wilde keihard gillen dat ik ze allemaal haat stuk voor stuk. Ik wilde weglopen, naar een plaats waar ik alleen kon zijn met de wind. Maar ik deed niets van dat alles. Opeens werd de deur opengedaan, ik tuimelde bijna naar voren, aangezien ik met m'n volle gewicht op de deur leunde. M'n moeder keek me vol haat en afschuw aan. ' Goh, je overtreft jezelf telkens weer. Ik dacht dat je alle domme dingen die een mens kon doen nu wel zo'n beetje had gehad. Maar nee, Samira, lhmar, kan zelfs geen sleutel in het slot steken. Vervloekt zijn alle dochters als ze net als jij zijn!' M'n moeder spuugde deze woorden in mijn gezicht. Haar ogen schoten vuur en haar handen zouden straks wel kogels op mij afvuren. Opeens had ik het niet meer. Nooit kon ik wat goeds doen, nooit werd mijn bijdrage gewaardeerd. Ik voelde de tranen tegen mijn ogen drukken en ik wist dat ik deze keer mijn tranen nooit tegen zou kunnen houden. Ik gooide mijn tas op de grond en draaide me om. M'n moeder pakte m'n mouw beet en probeerde me naar binnen te sleuren, maar ik rukte me los en zette het op een lopen, terwijl ik mijn tranen de vrije loop liet. Ik rende de straat uit, de nieuwsgierige blikken van de mensen negerend. Ik rende en rende straat in, straat uit. Ik lette niet op stoplichten of op ander verkeer. Alles wat ik zag wazig door mijn tranen, waarvan mijn ogen overstroomden. Het kon me allemaal niet meer schelen, iedereen kon de pot op!

Het begon al wat te schemeren en ik voelde zachte regendruppels op m'n huid vallen. Hoe lang was ik al niet aan het rennen? Waar was ik eigenlijk? Waar was ik nu in hemelsnaam beland. Deze straat kwam me helemaal niet bekend voor, deze huizen had ik nog nooit gezien. Shit! Ik was gewoon verdwaald, verdwaald in eigen stad…hoe dom kon je zijn? Ik keek om me heen. Geen hond op straat te bekennen, geen winkel te zien. Zal ik bij een huisje aanbellen? Ik zag het al voor me: meneer kunt u me misschien vertellen waar ik nu eigenlijk ben? De man zou me totaal voor gek verklaren, hij zou met zijn vinger tegen zijn voorhoofd tikken en de deur voor mijn neus dicht knallen. Nee, ik deed het niet. Nee, natuurlijk deed ik het niet. Ik deed het zeker niet! Ik deed het. Ik speurde de huizen af en koos het huis uit waarvan ik dacht dat het wel veilig zou zijn. Ik hield m'n adem in en drukte op de bel…


Na een paar seconden deed een man van gemiddelde leeftijd de deur open. Hij was aan de zijkanten van zijn hoofd een beetje kaal en hij had een peuk in zijn bek. De man had een te kort wit hemd waardoor je een stukje van zijn bierbuik zag, die over zijn afgezakte broek hing. Uit het huis steeg een geur op, die nog het meest weg had van de geur van zweetsokken en rotte eieren. Ik deed onbewust een stapje naar achteren. Dit was nou niet bepaald het type man, dat ik in zo'n gezellig huisje had verwacht en zeker niet het type man waarbij je naar binnen uitgenodigd zou worden. ' Ja, jongedame, wat mot je,' vroeg de man. ' Nou, kijk, het zit zo. Ik was op bezoek bij een vriendin hier in de buurt en ik ben nu op weg naar huis, maar ik weet niet zeker of ik de goede kant uit ben gegaan. Dus ik dacht misschien kunt u me vertellen hoe deze wijk heet, zodat ik weet hoe ik weer naar huis kan lopen, verzon ik en keek de bierbuik vragend aan. ' Misschien kun je even naar binnen komen, dan zal ik het wel even voor je uitzoeken,' antwoordde de bierbuik. Ik schrok, ik ging voor geen goud bij deze vent naar binnen! Nooit! ' Ik wacht wel hier,' zei ik snel en deed voor de zekerheid nog een stapje naar achteren. ' Ik eet je heus niet op,' snauwde de bierbuik en deed een stapje naar voren. ' Kom bij me naar binnen.' Ik keek angstig om mij heen, nog steeds geen mens te bekennen. Ik was bang en voelde m'n hart in m'n keel kloppen. Waar moest ik heen? De man keek me met een vreemde blik in zijn ogen aan. ' Kom maar binnen, schatje, ik zal niets doen wat je niet fijn vind.' Ik walgde van hem en van de geur die uit het huis kwam. Wat was deze man met mij van plan? Ik draaide me om en rende voor de tweede keer deze dag alsof m'n leven er vanaf hing. Pas na vijf minuten durfde ik achterom te kijken, gelukkig de man was me niet gevolgd.
Opeens voelde ik me zo eenzaam, zo hulpeloos en zo kwetsbaar. Waar was ik in Godsnaam beland? Waar was ik? Misschien was ik wel een half uur van huis verwijderd, misschien wel twee uur. Ik had geen idee waar ik was en m'n gevoel voor tijd was ik ook al verloren. Het werd steeds donkerder en ik voelde me hoe langer hoe angstiger. M'n lichaam trilde nog na van de angst. Ik kon het niet meer aan, waarom moest mij dit overkomen? Niemand, maar dan ook niemand kon mij helpen. Er was niemand die een arm om mij heen sloeg, niemand die mijn tranen wegveegde. Niemand bij wie ik een beetje troost kon vinden. Ik liet me op de stoeptegels vallen, leunde tegen een muur en drukte mijn gezicht tussen mijn knieën.

Een felle lichtflits scheen in mijn ogen. ' Daar is ze,' hoorde ik een stem roepen, ' ja, dat is Samira.' Waar was ik? Wie riep mijn naam? Ik voelde hoe twee armen mij hardhandig vastpakten en mij in een auto sleurden. Ik voelde hoe ik een klap op mijn gezicht kreeg, een pijnscheut schoot door mijn wang. Wat gebeurde er met me, wie waren deze mensen?



Hoofdstuk 4: alsjeblieft niet


' Karim,' wat ben je stil vandaag, is er iets? Karim keek verstrooid op. Hij was zo diep in gedachten verzonken dat hij Lamia niet eens had gehoord. Hij kende Lamia al van jongsaf aan en ze hebben lang bij elkaar in de klas gezeten. Lamia en Karim hebben het altijd goed met elkaar kunnen vinden en waren nu goede vrienden. Hoewel ze al een paar jaar niet meer bij
elkaar op school zaten, zagen ze elkaar nog regelmatig. Ook vandaag hadden ze weer met elkaar afgesproken om ergens wat te gaan drinken en bij te kletsen. Karim kon echter zijn gedachten er niet bij houden. Z'n gedachten dwaalden telkens weg en hij wist zelf niet eens waar hij aan dacht. Z'n ogen konden minutenlang op één plek rusten, zonder dat hij het opmerkte. ' Sorry, er is niets Lamia, ik denk dat ik alleen een beetje moe ben.'
' Moe, jij zeker,' zei Lamia lachend, die wist hoeveel Karim aan zijn conditie deed. ' Jij hebt een stalen lichaam, Karim, jij kan echt niet moe raken!'
' Niet overdrijven he,' zei Karim een beetje verlegen.
' Nee, echt, volgens mij is dit de eerste keer dat jij zegt dat je moe bent, dus moet er wel wat anders aan de hand zijn.' Lamia keek Karim vragend aan. Karim voelde zich een beetje in het nauw gedreven. Hij en Lamia vertelden elkaar alles, maar dit kon hij echt niet uitleggen. Hij wist zelf niet eens wat er met hem aan de hand was, hoe kon hij het dan in hemelsnaam aan Lamia uitleggen?
' Nee, echt niet, Lam, er is echt niets.'
' Oke, als je het niet wil vertellen, dan hoeft het niet hoor, maar ik dacht dat we elkaar alles zouden vertellen.'
' Lamia, er is echt niets aan de hand, geloof me nou maar.' Karim voelde zich een beetje ongelukkig, hij wilde niet dat Lamia het gevoel kreeg dat hij geheimen voor haar had.
Lamia keek Karim nog eens vragend aan, zich afvragend of hij de waarheid sprak. Karim wist dat Lamia zo aan z'n ogen kon zien of hij loog of niet, maar deze keer leek het niet duidelijk. Hij heeft aan zichzelf ook wel gemerkt dat hij zich anders gedroeg, maar hij wist niet waardoor het kwam. Hij lachte om de raarste dingen en hij kon van het een op het andere moment van humeur van anderen. Dit had hij nog nooit gehad…En hij wilde Lamia ook niet kwetsen. Het was z'n beste vriendin, iemand aan wie hij alles kon vertellen zonder zich te schamen. Bij z'n vrienden deed hij stoer, maar bij Lamia liet hij zien wie hij werkelijk was. Bij Lamia kon hij helemaal zichzelf zijn. Maar hij kon haar nu niet vertellen hoe hij zich nu voelde.
'Oke, het is al goed hoor Karim,' zei Lamia en nam een slokje van haar cappuccino. Karim glimlachte naar haar. Hij was blij dat hij Lamia kende en dat ze zo goed met elkaar bevriend waren. Lamia bleef Karim aankijken en glimlachte terug naar hem. Karim bracht net zijn glas aan zijn lippen toen hij iets tegen zijn voet voelde. Lamia zat hem nog steeds aan te kijken met een glimlachje op haar lippen. Nee, dacht Karim….nee, alsjeblieft niet. Opeens legde Lamia haar hand op zijn hand. Hij voelde haar warme vingers op de zijne.
'Karim…'
' Nee, Lamia, nee,' fluisterde Karim. Dit kan niet, ik ben je beste vriend.'
Lamia staarde Karim ongelooflijk aan.
' Maar ik dacht…' Ze maakte haar zin niet af.
'Nee, Lamia, ik…'
Lamia schoof haar stoel naar achteren, pakte haar tas en rende naar buiten.
'Lamia,' probeerde Karim nog, maar tevergeefs.
Shit! Karim bonkte met zijn vuist op tafel. Een scheut cappuccino vloog over het tafeltje heen. Shit, shit, shit! Waarom moest uitgerekend Lamia verliefd op hem worden? Nu was hij z'n beste vriendin kwijt…

arfa_zine
03-07-04, 14:54
Hoofdstuk 5: Hoe kon mijn vader mij dit aandoen?

Langzaamaan werd ik wakker. Ik wou m'n ogen opendoen, maar m'n linkeroog werkte niet mee. Ik voelde weer een pijnscheut door m'n hoofd gaan. Wat was er met me gebeurd? Ik probeerde m'n handen naar mijn hoofd te brengen, maar m'n handen werkten niet mee. Er sneed iets tegen de huid van mijn polsen, een verschrikkelijke pijn. Waarom kon ik mijn handen niet meer bewegen? Wat was er aan de hand? Ik deed mijn rechteroog open. Een verschrikkelijke pijn schoot vanuit m'n oog naar mijn hoofd. Ik was duizelig en had een verschrikkelijke pijn. M'n polsen deden zeer. Ik had een verschrikkelijke pijn in mijn hoofd en m'n lippen voelden dik en opgezwollen aan. Ik wilde wat zeggen, maar er kwam geen geluid uit m'n mond. Ik zag zwarte vlekken voor mijn ogen, waar was ik? Op de achtergrond hoorde ik geroezemoes, stemmen praatten opgewonden maar zachtjes door elkaar. Ik probeerde het gesprek te volgen.
' Bebe, dit kun je niet ongestraft doen, als de politie erachter komt, zit je vast.' Die stem kwam me vaag bekend voor. Het was de stem van mijn broer! Wat deed m'n broer hier? Ik probeerde weer te luisteren.
'Bemoei je er niet mee, Hassan, dit zijn mijn zaken en daar heb jij niets over te zeggen. Ik heb liever de doodstraf dan dat mensen er achter komen dat mijn zogenaamde dochter de **** speelt. Waarom ik ya rabbi? Waarom mijn dochter, mìjn dochter? Dit word haar dood, safi.'
' Bebe, waarom geloof je blind wat iemand anders beweert? Je hebt toch geen bewijzen, je hebt haar nooit op iets betrapt! En het zijn ook mijn zaken, bebe, het is mijn zusje!'
'Wat deed ze daar dan alleen op straat in de avond? Mijn dochter een ****!'
Over wie hadden ze het? Ik probeerde met alle macht te verstaan waar m'n vader en broer het over hadden. De pijn bleef maar aanhouden, ik kon het nauwelijks uithouden. Ik wou het uitschreeuwen van de pijn, maar uit mijn mond kwam nog steeds geen woord.
' Bebe, waarom doe je dit? Samira is geen ****, daar ben ik zeker van. Bebe, luister…'
'Hassan, houd je mond en spreek me niet tegen. Ik ben je vader en ik weet wat er allemaal gebeurt met meisjes tegenwoordig. Maar nooit had ik gedacht dat mij dat ongeluk zou treffen. Ik heb haar altijd als een dochter beschouwd, maar nu is ze mijn dochter niet meer.'
Langzaam drong het tot me door. Ze hadden het over mij! Over mij! M'n vader had me een **** genoemd, m'n broer probeerde me te beschermen. Ik een ****? Ik had nog nooit een man aangeraakt! Ik wilde tegen m'n vader schreeuwen, ik wilde hem vertellen dat ik onschuldig was, maar mijn keel deed zo'n pijn. Een zacht, schor geluid kwam uit m'n mond. Ik probeerde nogmaals m'n handen naar mijn oog te brengen. Weer voelde ik iets hards tegen m'n polsen schuren, een verschrikkelijke pijn. In mijn hoofd hoorde ik telkens de woorden van mijn vader. ' Mijn dochter een ****, een ****, een ****, een ****….'
M'n polsen, wat was er met mijn polsen? Waarom deed alles zo'n pijn. Ik probeerde met rechteroog te zien waar ik was. Ik lag op de grond, een harde grond en mijn lichaam schokte. Ik lag op het voetengedeelte van de achterbank van m'n vaders busje! En toen wist ik waarom ik mijn handen niet kon gebruiken. M'n polsen waren aan elkaar gebonden! Ik herinnerde mij hoe ik in een auto werd gesleurd. Ik hoorde de stem van m'n broer weer; ' Dat is ze, daar is Samira.' God, waar had ik dit aan te danken? Waarom dacht mijn vader dat ik een **** was? Hoe kon m'n eigen vader mij dit aandoen? Opeens voelde ik steken door heel mijn lichaam, ik zag alles draaien, de stemmen waren een geruis geworden, ik begon over m'n hele lichaam te trillen en toen werd het zwart voor mijn ogen…


Ik werd wakker van opgewonden stemmen.
' Bebe, stel je voor dat de buren ons zien, die bellen gelijk de politie.'
' Hou je mond, Hassan, ik ben jouw commentaar zat. Wil je het soms weer opnemen voor dat onreine sletje, dat je als je zusje beschouwt? Wil je haar zuiveren van iets waarvan ze niet gezuiverd kan worden? Als je dat doet, dan ben je mijn zoon niet meer. Kies je partij voor een hoertje in plaats van je vader?'
Stilte.
'Bebe, gaan we haar naar binnen dragen of denk je dat ze zelf kan staan,' zei Hassan. ' Allereerst moeten we haar handen vrij maken, ze kan zo niet gezien worden.'
'Zied, tempo, snij het touw om haar polsen door en probeer haar te laten staan, zei m'n vader met een stem waar angst en haat in schuilde. Ondertussen speurde hij de omgeving af. Hassan pakte m'n polsen beet. Wat deed dat pijn, het touw was waarschijnlijk in mijn huid doorgedrongen. 'Hassan, Hassan,' stamelde ik. Hassan keek me niet aan, antwoordde niet op mijn gekreun. Hij ontweek mijn blik, bang om de pijn in mijn ogen te zien. Bang om te zien hoe ik onterecht gekweld werd. Zou Hassan ook geloven dat ik een **** ben? M'n vader geloofde het, m'n vader haatte mij om iets wat niet waar was, een leugen. 'Hassan,' probeerde ik weer. Eventjes kruisten zijn ogen de mijne. Ik las ongeloof en twijfel in zijn ogen. Maar boven alles zag ik de angst. Hij durfde mij niet aan te kijken. Hij wist niet wat hij geloven moest. Zou hij medelijden met mij hebben?
' Schiet op, wat ben je aan het doen.' De stem van mijn vader, die in de deuropening stond.
Eindelijk, m'n polsen waren bevrijd. Ik probeerde me af te zetten tegen de grond, maar de pijn die ik toen voelde maakte dat ik snel weer op de grond lag. M'n hoofd bonkte, m'n spieren deden pijn en mijn gedachten draaiden op volle toeren. Geloof niet blind wat anderen zeggen, had Hassan gezegd tegen vader. Wie heeft hen wijs gemaakt dat ik de **** speelde. Wie heeft me deze rotstreek geleverd? Ik was zo moe, te moe om na te denken, te moe om te beseffen wat voor ellende die persoon had aangericht. Ik was zo moe…
'Bebe, help me om haar te laten staan,' zei Hassan, mijn blik ontwijkend.
Ik voelde hoe armen me aan mijn voeten naar buiten sleurden, m'n voeten raakten de grond. Hassan hees me omhoog, zodat ik nu zat met mijn voeten naar buiten. Ik probeerde te staan, maar ik wankelde. Een hand greep mijn arm beet, was dat de hand van Hassan? Ik probeerde weer om iets te zien. Vader stond bij de deuropening, hij stak de sleutel in het slot en opende de voordeur. Stapje voor stapje liep ik naar de deur toe. Hassan dwong me bijna om door te lopen. 'Snel, Samira, snel, de buren mogen dit niet zien,' siste m'n broer. Ik was aan het eind van m'n krachten, ik was moe, zo moe. Maar boven alles was ik verschrikkelijk bang. Ik zag mijn moeder al in de deuropening staan…


Strompelend liep ik naar de deur. Ik wilde niet, wilde helemaal niet meer. Hassan en m'n vader duwden me hardhandig richting deur. Ik smeekte m'n moeder in gedachten mij niets te doen, maar ik wist dat het tevergeefs zou zijn. Ik was nog niet binnen of m'n moeder trok me bij m'n haar naar binnen, ondertussen luid scheldend en jammerend. Ik hoorde een dof geluid en voelde een pijnscheut door mijn hoofd. Twee handen grepen naar mijn keel. Ik voelde de nagels in mijn huid. Help! Ik krijg geen lucht meer, krampachtig probeerde ik de greep om mijn keel te verslappen, maar zij was sterker, veel sterker. Bovendien waren mijn handen nog steeds aan elkaar gebonden. Opeens kon het mij allemaal niets schelen, liet alles over mij heen komen. En weer smeekte ik, ik smeekte Allah en wenste de dood. ' Nee mam, niet doen,' hoorde ik van ver de stem van Hassan. De handen lieten mijn keel los, net op tijd. Ik hoorde Hassan met haar ruziën. Toen werd alles zwart….

arfa_zine
03-07-04, 14:54
Karim: Waarom nou zij?

Karim liep kwaad het cafeetje uit. Waarom moest hem dit nou overkomen? Hij kende Lamia al van jongs af aan en beschouwde haar als het zusje, dat hij nooit had gekend. Hij dacht aan zijn zusje, Dunya, dat op driejarige leeftijd is gestorven. Aan de laatste keer dat hij haar kleine armpjes om zijn nek had gevoeld. Haar vrolijke lach en haar stralende oogjes, als ze hem opgewonden vertelde over haar nieuwe potloden. Hij zag Dunya weer voor zich, dansend op de maat van zijn muziek, haar rokje rondzwiepend. Haar armpjes krampachtig om zijn been als hij ergens heen wilde gaan en zij mee wilde. Hij voelde de tranen achter zijn ogen prikken, Dunya, zijn kleine prinsesje met de mooiste lach. Lamia, zijn beste vriendin, waarmee hij alles kon bespreken en die hem altijd zo'n veilig gevoel had gegeven. Hij dacht aan die dag dat Dunya, zijn oogappeltje, van het balkon was gevallen. Het omgevallen krukje op het balkon en Dunya, liggend in een plas bloed op de grond. Hij miste haar nog steeds…Hoe zou het zijn als zij nog had geleefd. Dan was ze nu 9 jaar geweest. Een brok in zijn keel. Niet aan denken, sprak hij zichzelf streng toe. Niet. Aan. Denken. Hij liep dwars door de menigte van mensen, die druk pratend en lachend over straat liepen. Hij lette niet op stoplichten of voorbijkomende mensen. Mensen wierpen hem boze blikken toe, omdat hij ze aanstootte, niet wetend waar hij liep. ' He kijk uit, ***marokkaan,' schreeuwde een vrouw hem toe, maar hij liep door, blind en doof voor wat er om hem heen gebeurde. Bij elke voetstap die hij zette, dreunde zijn hoofd. Dunya. Lamia. Dunya. Lamia. Dunya. Lamia. Samira. Het kwam plotseling in hem op. Even dacht hij weer aan dat meisje dat op dat bankje had gezeten, maar hij verbande haar gelijk weer uit zijn hoofd. Dit waren niet de omstandigheden om aan iemand te denken, die hij 5 minuten had gezien. Samira. Lamia. Waar was Lamia? Shit! Hij moest haar vinden, alles uitleggen. Misschien was het wel zijn schuld, was hij niet duidelijk genoeg geweest. Hoe kon zij nou verliefd op hem worden? Hij was haar maatje, niet haar vriendje. Wat moest hij nu?


Thuis aangekomen liep hij regelrecht door naar zijn kamer. Hij smeet de deur achter zich dicht en pakte zijn minidisc. Volume op maximaal. De rapmuziek stroomde zijn oren en lijf binnen. Hij wilde even alles vergeten. Er bestond geen Lamia, geen Dunya, geen Samira. Niets bestond er, alleen de muziek. Hij kon er niets aan doen, maar hij voelde tranen achter zijn ogen prikken. Hard beet hij op zijn lip, hij wilde niet huilen. Hij was een man en mannen huilden niet. Tenminste, niet om…Hij veegde kwaad zijn tranen weg, toen hij een hand op zijn schouder voelde. Hij zette het geluid zachter, zijn moeder stond achter hem. Of hij kwam eten. Karim durfde zich niet om te draaien, bang dat zijn moeder zou zien dat hij had gehuild. ' Ik kom zo,' stamelde hij met onvaste stem. Maar zijn moeder was ook niet gek, ze had zijn stem gehoord en wilde weten wat er aan de hand was. Ze verstevigde de greep op zijn schouder en probeerde hem om te draaien. Karim moest zich nu wel omdraaien en keek in haar bezorgde gezicht, met zijn betraande ogen. ' Karim, wat is er lieverd,' vroeg zijn moeder in het Arabisch. ' Niets, laat me met rust,' schreeuwde hij terug. ' Laat me met rust!' Verontwaardigd liep z'n moeder de kamer uit, zonder nog iets te zeggen.
Shit! Shit! Shit! Hij wilde helemaal niet tegen zijn moeder schreeuwen….Shit!

selma15
07-07-04, 14:32
je bent egt een geboren schrijfster ik vind het egt een moi verhaal
:engel: :engel: :engel: :love: :love: :tik:
-xxxxxxxxxxx- selma