PDA

Bekijk Volledige Versie : Bengaalse hindoes lijden



echnaton
21-01-05, 15:28
Bangladesh / Bengaalse hindoes lijden
door Ton Crijnen

In Bangladesh, een van de armste landen ter wereld, speelt godsdienst een belangrijke rol. De bevolking bestaat grotendeels uit moslims, maar er wonen ook hindoes, christenen, ahmadi's en andere religieuze minderheden. Hoe leven die naast en met elkaar in dit overbevolkte land, en tegen de achtergrond van toenemende religieuze spanningen? Aflevering 4: 'Ik mag hindoes niet.'

'Dit land kent geen liefde voor zijn religieuze minderheden'', zegt Rabindra Ghosh. Hij is hindoe en voorzitter van het Human Rights Congress for Bangladesh Minorities, een grote naam voor een kleine organisatie. Ze trekt zich vooral, maar niet uitsluitend, het lot van de hindoeminderheid aan. Ghosh' oordeel over de toekomst van zijn land is duidelijk: ,,Men streeft met alle middelen, ook gewelddadige, naar een monocultuur: de islamitische.''

Bij de deling van India in 1947, toen het huidige Bangladesh aan Pakistan toeviel, maakten de hindoes 36 procent van de bevolking uit. In 1971, nadat de Bengalen zich met geweld hadden losgemaakt van de Pakistani, was dat al teruggelopen naar zeventien procent. En nu ligt het percentage tussen de negen en elf. Overigens gaat het nog altijd om minstens dertien miljoen mannen en vrouwen.

Ghosh: ,,Wij hebben in de onafhankelijkheidsoorlog tegen Pakistan ook ons bloed vergoten voor het vaderland, maar als dank krijgen we daar vervolging, discriminatie en vernederingen voor terug.''

Dan somt hij een droeve lijst op van moordaanslagen, afpersingen, ontvoeringen, gedwongen bekeringen, groepsverkrachtingen en intimidatie.

De regering, zegt Ghosh, is een 'monsterverbond' tussen de conservatieve Bangladesh National Party (BNP) en twee fundamentalistisch-islamitische partijtjes (de Jamaat-e-Islami en de Islami Oikyo Jote). ,,Die steekt geen vinger uit. Onder de daders zijn regelmatig leden van de regeringspartijen.'' En zo verslechtert de situatie met de dag. ,,Met name op het platteland gebeuren vreselijke dingen.''

Advocaat en mensenrechtenactivist Ghosh ('Ik ben al diverse malen met de dood bedreigd') neemt ons mee naar Gopalpur, een armoedig dorp op zo'n zestig kilometer van Dhaka, hoofdstad van Bangladesh. Gopalpur telt 1200 straatarme inwoners, allemaal hindoes. Ze wonen temidden van een zee van moslims, vertelt Ghosh. Onlangs is hier een overval gepleegd door plaatselijke islamieten; daarbij zijn hindoemeisjes verkracht en oudere mannen en vrouwen ernstig mishandeld. De dorpsvijver werd compleet leeggevist en het beeld van Shiva in de kleine hindoetempel vernield.

Ghosh vindt het 'pure intimidatie', bedoeld om hindoes te verjagen. ,,De moslims, onder wie rijke ondernemers en lokale politici, willen zich meester maken van het laatste stukje grond dat de mensen van Gopalpur nog bezitten. Zoiets gebeurt in Bangladesh honderden keren per jaar.''

Als we, na een pittige voettocht over stoffige paadjes en wankele bruggetjes, het dorp naderen is er niemand te zien. Er scharrelen alleen wat kippen rond en er loopt een scharminkelige koe. De dorpelingen houden zich verborgen. Pas als ze Ghosh en diens secretaresse herkennen, komen ze te voorschijn. Behalve de meisjes. ,,Die schamen zich omdat ze van hun eer zijn beroofd'', legt een van de dorpsoudsten uit. Duli Rani, een vrouw van 66, getuigt: ,,Ze sloegen er genadeloos op in. Ik heb nog nooit zo'n brute aanval meegemaakt.'' Dat wil wat zeggen, want Gopalpur is al vaker overvallen.

Het dorp bestaat uit van riet opgetrokken en met leem bestreken huisjes, zoals er in dit land honderdduizenden zijn. Voor de woningen liggen vruchten te drogen in de zon. Verderop een brakke poel met snaterende eenden. En eindeloze rijstvelden.

Een politieagent loopt door het dorp; zijn uniform bestaat uit een blauw overhemd met epauletten met daaronder de onvermijdelijke lungi (wikkelrok). Hij heeft een paraplu tegen de zon in zijn rechterhand.

Waarom heeft hij na de aanval de politiecommissaris in het nabijgelegen stadje niet ingelicht?

,,Ik had geen fiets.''

Wat, als niet een hindoe, maar een moslimdorp zou zijn overvallen?

,,Dan had ik ingegrepen?''

Waarom nu niet?

,,Ik had geen fiets.'' Ter verdediging voert de agent aan dat zijn chef k niets deed. Later zouden, onder druk van Ghosh, twee daders gearresteerd worden, maar die lopen weer vrij rond. Iedereen kent ze.

De plaatselijke BNP-bons bemoeit zich met de discussie. Of er niets te ritselen valt? Wat sommige kranten schrijven is namelijk vervelend.

Ahore Toru, een medewerker van Ghosh, explodeert bijna: ,,Regelen? Inwoners vertellen ons net dat moslims hen vanmorgen hebben nageroepen: 'We zullen jullie allemaal afmaken!'. Doe daar eerst wat aan, daarna gaan we praten.''

Het tempelcomplex van Dhakeswari is het belangrijkste hindoeheiligdom in Dhaka. Schuin tegenover de oude, vervallen tempel ligt een nieuw, vierkant complex. Al mag het niet de hele dag open, er komen toch zo'n 20000 bezoekers per jaar, zegt priester Ram Katangehaka Borh. In een naburig gebouw zit hindoeleider Subrata Chowdhury. Hij werd twee jaar geleden door de politie opgepakt en gemarteld. ,,De moslims roepen: dit is een islamitisch land waar hindoes niets te zoeken hebben.'' Toch peinst hij er niet over om te vertrekken uit het land waar zijn familie al tientallen generaties woont. Steeds meer van zijn geloofsgenoten doen dat wel. Reisdoel: India. Waarom protesteert New Delhi niet? Chowdhury: ,,Men wil, na Pakistan, niet ook nog Bangladesh tegen zich in het harnas jagen''.

Volgens de advocaat worden hindoes systematisch gediscrimineerd. Bij een sollicitatie verliest een hindoe het van een moslim, ook al is de hindoe beter. ,,Op hoge posten in het leger, de politie en de rest van de ambtenarij kom je al helemaal geen hindoes tegen. Hoe men weet dat je hindoe bent? Door je naam.''

Chowdhury: ,,De acties tegen ons beginnen verdacht veel op een systematische etnische zuivering te lijken. De islamisten streven er naar van Bangladesh een land la Saoedi-Arabi te maken, waar de sjaria (moslimwet) heerst en er geen plaats is voor niet-islamitische minderheden.''

Dinesh Chandra Biswas (41) komt uit een gegoede hindoefamilie in de buurt van Lalpur, in het middenwesten. Hij ziet er guitig uit met zijn lange haren, volle baard, de blote voeten gestoken in sandalen. In zijn laatste jaar op de universiteit waagde hij het bewoners van zijn geboortedorp aan te sporen tot verzet tegen een groep moslims die de hindoes terroriseerde. Wie zich verzette, 'verdween'.

Biswas zelf werd naar eigen zeggen ontvoerd en twaalf keer gemarteld, de laatste keer zo erg dat men hem meer dood dan levend bij het politiebureau afleverde. De agenten lieten geen arts komen, maar gooiden hem 'op een valse beschuldiging' in de cel. Na twee dagen werd de zaak tegen hem geseponeerd en kwam hij vrij. Nu zit Biswas in Dhaka, zonder werk of fatsoenlijk onderkomen. Zijn vader is 'aan hartzeer overleden', zijn moeder durft hij niet te bezoeken uit angst om vermoord te worden. ,,En dat terwijl ik bij dezelfde heiligdommen bidt als de moslims.''