PDA

Bekijk Volledige Versie : De Jan-Mulderfactor in de Nederlandse politiek



Column van de week
11-06-05, 12:34
De Jan-Mulderfactor in de Nederlandse politiek

door onze redacteur Piet H. de Jong

Het evenwicht in de politiek is zoek. Hoogleraar bestuurskunde Jouke de Vries onderzocht samen met Sebastiaan van der Lubben de revolte in de vaderlandse politiek. ,,De omgekeerde democratie van de massa roept emoties op die nauwelijks worden gekanaliseerd.''

DEN HAAG - Jouke de Vries, hoogleraar bestuurskunde in Leiden en wetenschappelijk directeur van de Campus Den Haag van de Leidse Universiteit, maakte samen met Sebastiaan van der Lubben studie van de revolte in de vaderlandse politiek. Eerder beschreef De Vries de stijl van regeren van het paarse kabinet in de jaren 1994-1998. Onder premier Kok werd de managementstijl van Lubbers (CDA) voortgezet. ,,Paars zie ik als het hoogtepunt van de managementstaat.'' Onder paars werkten PvdA en VVD op een zakelijke manier samen. Thema's als de integratie van buitenlanders en bestrijding van criminaliteit kwamen niet op de politieke agenda. ,,Fortuyn is zeker ook een reactie op die technocratische managementstijl en de verwaterde paarse politiek. Pim Fortuyn sprak van de puinhopen van acht jaar paars. Dat klopt niet voor wat betreft het eerste paarse kabinet, maar voor paars II gaat die constatering grotendeels wel op. Onder paars was er geen behoorlijke oppositie. Het CDA was met zichzelf bezig. In de samenleving zijn er altijd wel onlustgevoelens. Die moeten in de politiek dan wel een ventiel hebben.''

De Vries stelt dat in Nederland de politiek altijd uitging van samenwerking door verschillende partijen, ook wel de pacificatiedemocratie genoemd. Dat evenwicht is met de komst van Pim Fortuyn als uitdager van het oude bestel onderbroken. ,,Hij zette de restanten van de pacificatiepolitiek op z'n kop. Herstel van het evenwicht is nog niet ingetreden.''

Jouke de Vries hoeft maar terug te grijpen op het referendum over de Europese grondwet van vorige week. Terwijl 85 procent van alle Kamerleden en de regering het 'ja' verdedigde, liet het Nederlandse volk met tweederde een luid en duidelijk 'nee' horen. De Vries spreekt met een dure term van een 'paradigmawisseling', een omwenteling in het denken over politiek bedrijven. ,,Wat in de politiek altijd redelijk was, werkt(e) niet langer. De agenda kreeg een draai van 180 graden. In het beroemde tv-debat van 6 maart 2002, na de raadsverkiezingen, zag je twee werelden botsen. De oude politieke agenda had verloren. Toch probeert de oude macht terug te vechten. Bij het referendum zag je dat oude kanonnen als Wim Kok en Wim Duisenberg weer van stal werden gehaald om het 'ja' aan de man te brengen. Dat werkt niet meer. De elite denkt internationaal en Europees, maar de bevolking heeft hen daarin niet gevolgd. Ze hadden Marco van Basten moeten vragen het volk te overtuigen, zoals Johan Cruyff dat met succes in Spanje heeft gedaan.''

Voor De Vries staat vast dat 6 maart 2002 het 'kantelmoment' was tussen de oude en de nieuwe politiek. ,,Natuurlijk is de zomer van 2001 van belang, het aangekondigde vertrek van Kok en kort daarop de terroristische aanslagen van al-Qaeda op de 'Twin Towers' en het Pentagon in de VS. ,,Op 6 maart 2002 begon de triomftocht van Fortuyn in het sociaal-democratische bolwerk Rotterdam. 's Avonds had je het historische tv-debat, waarbij de campagneleiding van de PvdA wanhopig probeerde via de sms in contact te komen met Melkert. Die had zijn mobieltje niet aanstaan en bleef onderuitgezakt in zijn stoel hangen.''

De Vries vroeg zich na Fortuyn af wat er aan de hand was in Nederland. ,,In eerste instantie dacht ik aan een revolutie. Maar een revolutie in Nederland is toch een vreemde gedachte. Ik ben me in de wetenschappelijke literatuur hierover gaan verdiepen. Er is sprake van een revolte in de Nederlandse politiek. Een revolutie gaat altijd gepaard met veel geweld. Daarvan is hier geen sprake, al is er natuurlijk wel een politieke moord gepleegd. Bij een revolte is er sprake van een vervanging van de politieke gezagsdragers Ún van het beleid binnen het raamwerk van de democratie. Dat was het geval bij de Fortuyn-revolte.''

Jorwerd en Allah

Het kantelmoment mag dan exact zijn aan te geven, voor een revolte in de politiek is meer nodig. Er zijn, volgens de wetenschapper, aanjaagmechanismen, structurele ontwikkelingen Ún een uitdager van het bestel nodig om een revolte te doen slagen. Een van de dieperliggende oorzaken heeft De Vries gesymboliseerd in een aanpassing van de titel van Geert Maks bestseller over Jorwerd. 'Hoe God verdween uit Jorwerd en Allah zich vestigde in Rotterdam'. ,,Mak beschrijft uitstekend de veranderingen op het platteland, maar de stadscultuur veranderde in die periode minstens zo ingrijpend. Nederland kan niet meer een blanke, christelijk gestempelde natie genoemd worden. Dat heeft gevolgen voor de samenleving en geeft ook spanningen.''

Bij hun studie naar de politieke revolte kwamen De Vries en Van der Lubben erachter dat de verdedigingslinie van Kok, Melkert (PvdA) en Dijkstal (VVD) opgesteld tegenover Fortuyn niet klopte. ,,Zij beriepen zich op de drastisch gewijzigde situatie na de aanslagen van 11/9/2001. Daarvˇˇr was er al sprake van een crisis in het bestuur. De vuurwerkrampen in Enschede en Volendam stelden het bestuurlijke gedoogbeleid onder hevige kritiek. Oud-ombudsman Oosting concludeerde dat er een 'culturele revolutie' in het bestuur nodig was. De overheid functioneerde niet goed. Er was zeker een gezagscrisis in het eerste en laatste jaar van paars II. Fortuyn speelde daar met zijn puinhoop-theorie gretig op in.''

Fortuyn is, zeker aanvankelijk, door de politiek maar ook door de media onderschat, concludeert De Vries. ,,Links dacht dat Fortuyn een rechtse agenda had, maar hij had ook een linkse agenda. In de politieke theorie spreekt men van het hoefijzermodel waarbij de uitersten elkaar raken. Je zag het ook weer bij het referendum over de grondwet waarbij Van Bommel (SP) en Wilders gezamenlijk optrokken. In zijn kritiek op het functioneren van de overheid had Fortuyn dezelfde kritiek als de PvdA.''

De uitdager van het bestaande politieke bestel en het hem toegekende charisma speelt een belangrijke rol in het al of niet slagen van een revolte. De Vries geeft aan dat charisma van belang is, al is dat een lastig te hanteren begrip. ,,Den Uyl werd door de PvdA vereerd, terwijl CDA' ers hem een drammer vonden. Lubbers en Kok waren premier van alle Nederlanders omdat ze boven hun eigen partij uitstegen. Balkenende daarentegen heeft moeite om zich te positioneren als premier van alle Nederlanders omdat hij een ideologisch verhaal heeft. Fortuyn had eerst het charisma niet, gaandeweg werd hem dat als uitdager van het politieke bestel door zijn almaar groeiende aanhang toegedicht.''

Instabiliteit

Het evenwicht in de Nederlandse politiek is sinds het kantelmoment van 2002 nog niet hersteld. Er zijn daarover twee theorieŰn in politicologenland. De ene is dat het huidige systeem de electorale aardverschuivingen wel opvangt. Zo is de LPF in het kabinet-Balkenende I opgenomen en heeft die beweging zichzelf kort nadien vakkundig de das omgedaan. Overigens toont De Vries aan dat de 'stekker-eruit-trekken' ten onrechte aan Zalm is toegeschreven. Weliswaar heeft Zalm die uitdrukking gebezigd, maar iets eerder al besloten de CDA'ers Verhagen en Balkenende een eind te maken aan dat kabinet met de LPF erin.

De tweede theorie, verdedigd door de uit Ierland afkomstige Leidse politicoloog Peter Mair, stelt dat vanwege het grillige electoraat er sprake is van blijvende instabiliteit. In de crisisbeheersing die in die politiek nodig is, wordt de rol van de personen steeds belangrijker evenals de rol van de media. Vooralsnog is er voor dat laatste meer te zeggen, vindt De Vries.

,,We zitten midden in dat debat. Hoeveel instabiliteit kan ons systeem aan? Daarvoor is het ook nodig te kijken naar de rol van de massa, en dus naar de massapsychologie. Het sociaal kapitaal, waaronder het vertrouwen, is weg. Hoe krijg je dat terug? De voorwaarden daarvoor zie ik vooralsnog niet. De ideologie in de politiek is verdwenen. Er zijn geen politici meer die moreel gezag kunnen laten gelden. Verkiezingen worden steeds heftiger en dat verlamt de politici.''

Vertrouwen

Zijn vormen van directe democratie, zoals het referendum, daarop een goed antwoord of versterken die eerder het populisme?

,,Op zich ben ik een verdediger van het bestaande stelsel van vertegenwoordigende democratie, het representatieve stelsel. In die zin vertrouw ik 'de' bevolking niet zo. Toch zie ik het probleem wel. Veel van wat er leeft onder de bevolking komt niet door bij de leidende politici en de ambtenaren. Er is iets grondig mis met de signalering en agendering van problemen. Er zijn twee belangrijke scheidslijnen: de ene is die langs etniciteit en taal die veel spanning geeft, de andere is dat de elite los van het electoraat koerst op de internationale en Europese lijn, terwijl de meerderheid van het volk daarin niet meegaat.''

Is dat de veelbesproken kloof tussen de politieke elite en burgers ˇf is er eerder sprake van wantrouwen ten opzichte van 'de' politiek in het algemeen?

,,Een kloof tussen politiek en bevolking is er altijd, maar die is groter geworden door het breed levende wantrouwen en cynisme dat er bij velen heerst. In het oude politieke bestel was vertrouwen meer ingebakken, dat staat onder druk. Dat geldt ook voor de waarde van solidariteit in de samenleving.''

Dat pleit dan toch niet voor een referendum? Dat geeft populisten een middel in handen het wantrouwen juist te voeden.

,,Ik erken dat het merkwaardig lijkt dat ook conservatieven als Wilders en Spruyt van de Edmund Burkestichting en heel recent de VVD gekozen hebben voor de directe democratie. Er is echter sprake van een gesloten politiek systeem. Het referendum geeft hun een middel in handen om in het politieke systeem door te dringen. Voor een aantal politieke partijen is dat gunstig.''

Zou de politiek er niet verstandig aan doen een gedegen debat te voeren over de voors en tegens van de vertegenwoordigende democratie Ún van de directe democratie?

,,In het algemeen moeten politici minder snel reageren, laten ze er de tijd voor nemen. Nadat nu al een paar keer de politiek door de bevolking fors is afgestraft, omdat men niet wist wat er leefde, is het de hoogste tijd voor bezinning. Misschien moeten ambtenaren hun werk beter doen en wellicht een andere krant lezen opdat ze weten wat de bevolking bezighoudt. Ik pleit voor grondig nadenken over ons bestel. We peilen ons in Nederland suf over van alles en nog wat en toch weten we niet wat er leeft. Dat geeft te denken. Nu komt er weer een Breed Maatschappelijk Debat over Europa.''

Folderen

,,In het denken over het politiek en bestuurlijk stelsel heb je politici nodig die begrijpen wat er aan de hand is. Daarvoor heb je gezag nodig. En dat is het probleem, in de politieke keuken is het net zo'n rotzooi als thuis. In arren moede gaan ministers dan de straat op om te folderen. Dat is dezelfde paniek als in de verkiezingscampagne van 2002 toen politici optraden bij Henny Huisman in de Soundmixshow van RTL.''

De Vries spreekt van een omgekeerde democratie. Traditioneel was het zo dat de top van de piramide, de top van de politiek, leiding gaf aan het volk. In de omgekeerde democratie willen of kunnen die politieke elites geen leiding meer geven en het volk laat zich niet meer leiden. Het probleem is verder dat de tussenliggende organisaties in de politieke malaise delen. De FNV en VNO-NCW waren ook voor het referendum. Het bestel heeft inmiddels licht anarchistische trekjes. Heel interessant natuurlijk voor wetenschappers en journalisten, vindt De Vries, ,,maar bestuurlijk levert het de nodige problemen op.''

,,In de omgekeerde democratie zet de massa de toon. Ik noem dat de Jan-Mulderfactor in de emotiepolitiek. Je schmiert een beetje en je roept morgen weer wat anders. Je hoeft geen verantwoording af te leggen en consistentie is niet nodig. Dat heeft zeker effect op de publieke opinie. Het jaagt emoties op die nauwelijks worden gekanaliseerd. Destijds stopten Van Kooten en De Bie met hun ludiek bedoelde 'Tegenpartij'. Er waren te veel mensen die daadwerkelijk geloofden in de leus: 'geen gezeik, iedereen rijk'. Een nadere studie naar de effecten van de commerciŰle omroep op de Nederlandse politiek is alleen om die reden al gewenst.''

Mede n.a.v. 'Een onderbroken evenwicht in de Nederlandse politiek. Paars II (1998-2002) en de revolte van Fortuyn'

Jouke de Vries en Sebastiaan van der Lubben. Uitg. Van Gennep Amsterdam, 2005; 191 blz., E 17.90

Bron: Nederlands Dagblad