PDA

Bekijk Volledige Versie : Alexis, de democratische ziener



sjaen
29-07-05, 09:48
Alexis, de democratische ziener
door Yoram Stein
2005-07-29

Hij was Fransman en verwonderde zich over de Amerikaanse democratie. Alexis de Tocqueville voorzag de opkomst van wereldmachten, en van de problemen met de islam. Precies tweehonderd jaar geleden werd de beroemde politiek filosoof die zijn tijd vooruit was, geboren.


Frankrijk beleefde de naschokken van de Revolutie van 1789 toen Alexis de Tocqueville werd geboren, op 29 juli 1805. Als kind hoorde hoorde hij van het oppakken van zijn vader, in 1793, door revolutionaire gardisten. Verscheidene familieleden – vooraanstaande adel – waren in datzelfde jaar onder de guillotine ter dood gebracht. De vader van Alexis werd opgesloten in de gevangenis. In één nacht was zijn haar helemaal grijs geworden.

Laat in zijn leven, zo valt te lezen in de korte studie van de historicus Marijn Kruk ’Het heden bedroeft mij en het verleden verontrust mij’, (Utrechtse Historische Cahiers, Jrg23/2002/4) beschreef De Tocqueville een familiebijeenkomst uit zijn jeugd. Zijn moeder hief een bekende ballade aan waarin het droevige lot van koning Lodewijk XVI – op het schavot – bezongen werd. Op de jonge De Tocqueville maakte de scène een onuitwisbare indruk: „Toen zij ophield, huilde iedereen. Niet zozeer vanwege de privé-ellende die men de afgelopen jaren had doorstaan en zelfs niet vanwege de herinneringen aan de verwanten die men tijdens de burgeroorlog en op het schavot verloren had, maar vanwege het lot van deze man die nu al meer dan vijftien jaar dood was en die de meesten van hen die nu tranen over hem uitstortten nooit hadden gezien. Maar deze man was de Koning geweest.”

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat zijn hele leven als politicus en filosoof in het teken stond van één vraag: hoe leid je een democratische samenleving in goede banen? Hoe voorkom je dat moderne samenlevingen ten prooi vallen aan tirannie en terreur? Het zijn dezelfde vragen die in de 20ste eeuw opnieuw opkwamen bij de vluchtelingen voor de nazi’s, nadat ze geconstateerd hadden dat de verlichte Republiek van Weimar langs democratische weg het monsterlijke regime van Hitler-Duitsland had gebaard. Hoe konden de mooie idealen van de Franse revolutie van vrijheid, gelijkheid en broederschap tegelijkertijd zoveel ellende voortbrengen?

De Tocqueville heeft een scherpe analyse van dit vraagstuk nagelaten. Om te begrijpen waarom hij vond dat de democratie niet moest worden overgelaten aan ’haar eigen ongetemde instincten’ is het belangrijk om in te zien wat hij precies onder democratie verstond.

De hedendaagse Franse filosoof Alain Finkielkraut betoogt dat De Tocqueville de democratie op twee manieren bezag. Ten eerste als een noodlot, een historisch proces dat onafwendbaar in de richting van steeds meer gelijkheid voerde, een proces dat De Tocqueville associeerde met de Voorzienigheid en de wil Gods, en dat hij met angst en beven tegemoet zag.

Ten tweede was de democratie idealiter ook een staatsvorm, waarin burgers gelijk waren, maar ook vrij in het besturen van zichzelf. God had een plan dat niet alleen tot huiver aanzette, maar tegelijkertijd ook tot de hoop dat de mensheid ooit volwassen zou worden, zodat zij voor zichzelf kon gaan zorgen. In plaats van dat koningen en tirannen over het welzijn van de massa’s moesten waken, zouden de mensen hun eigen bestuur moeten gaan vormen.

Het probleem was alleen – zoals al duidelijk wordt op het moment dat je de burgers met kinderen gaat vergelijken – dat de oude aristocratie niet geloofde dat de kinderen ooit volwassen beslissingen zouden kunnen nemen; burgers wílden niet opgevoed worden, maar gevoed, vermaakt, vertroeteld en beschermd.

De Tocqueville dacht dat beide mogelijk was, zowel vrijheid als verantwoordelijkheid, maar tot zijn ontzetting merkte hij dat veel van zijn tijdgenoten de vrijheid zonder verantwoordelijkheid nastreefden, of een verantwoordelijkheid verlangden zonder vrijheid.

De Tocqueville is wel een profeet genoemd. Hij voorspelde in de 19de eeuw dat Amerika en Rusland de twee nieuwe grootmachten zouden worden. Vele, vaak prachtig geschreven pagina’s, besteedde hij aan de zo actuele kloof tussen de burgers en de politiek. Hij voorzag dat mensen zich in een democratie meer en meer zouden terugtrekken in het privé-domein, ’nadenkend over een erg klein voorwerp, namelijk henzelf’.

’Democratie: wezen en oorsprong’ van uitgeverij Agora-Kampen bevat het grootste deel van de twee belangrijkste werken van De Tocqueville: ’Democratie in Amerika’ en ’Het Ancien Régime en de Revolutie’; in een Nederlandse vertaling. Vooral het verslag van zijn reis naar Amerika is wereldberoemd geworden en nog steeds de moeite waard om te lezen. In de Nieuwe Wereld zag De Tocqueville een verantwoordelijke vrijheid. In tegenstelling tot de Europeaan die zich ’als een huurder’ gedraagt en die zich niet interesseert voor het bestuur van zijn eigen straat, dorp of kerk, maar alles verwacht van de centrale overheid, neemt de Amerikaan zijn eigen lot in handen.

In de Verenigde Staten trof De Tocqueville twee remedies aan tegen het democratische euvel van het individualisme: het verenigingsleven en het geloof. Het eerste voorkomt dat mensen enkel met hun eigen kleine leventjes bezig zijn. Het tweede dat men alleen nog denkt in termen van genot en pijn in plaats van goed en kwaad.

De Tocqueville zou ons vandaag de dag aanraden om de gedachte van een verzorgingsstaat af te schaffen. Want een staat die mensen van de wieg tot het graf zegt te willen verzorgen zou in de woorden van De Tocqueville ,,lijken op de vaderlijke macht die als doel had de mensen voor te bereiden op de volwassenheid; maar ze wil hen, integendeel, slechts onherroepelijk vasthouden in de kinderlijke leeftijd’’.

De decentralisatie van een dergelijke verstikkende staatsmacht zou hij noodzakelijk achten om burgers weer eigen initiatieven te laten ontplooien. „Het doeltreffendste middel’’, schrijft hij, ,,om mensen te interesseren voor het lot van hun vaderland is hen te laten deelnemen aan het bestuur daarvan.’’

Over religie zegt De Tocqueville dat deze onontbeerlijk is als tegenwicht voor enkel materiële begeertes. Zelfs de ongelovige erkent volgens hem dat religieuze overtuigingen ’heersen over de moraal en van invloed zijn op de wetten, en begrijpt hoe deze overtuigingen mensen in vrede kunnen doen leven en hen op zachte wijze voorbereiden op de dood’.

De grote vergissing die religies kunnen maken, is volgens De Tocqueville wanneer ze zich te zeer vereenzelvigen met de staatsmacht. Het goede van het christendom is dat Jezus stelt dat zijn koninkrijk niet van deze wereld is. Hierdoor kan het christendom prima samengaan met democratie. De islam is, vanwege het feit dat Mohammed ook ’politieke maximes en wetten uit de hemel heeft doen neerdalen’ volgens De Tocqueville juist heel moeilijk met de democratie te combineren.

Wie zich afvraagt hoe een 200-jarige nog steeds zo actueel kan zijn, moet nogmaals naar zijn stem luisteren. „Geen enkele groepering heb ik door het schrijven van dit boek willen steunen of bestrijden. Mijn gezichtspunt ligt niet zozeer anders als wel verder dan enigerlei partij. Zij houden zich bezig met de dag van morgen, ik met de toekomst.’’

Bron: Trouw


Hear, hear

:wijs: