PDA

Bekijk Volledige Versie : Al-Fadjr (De Dageraad)



30-10-06, 10:12
89.

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1.Bij de dageraad

2.En de tien nachten

3.En het even en het oneven

4.En de nacht als deze vervaagt

5.Daarin is zeker genoeg bewijs voor een man van begrip

6.Weet gij niet hoe uw Heer met de Aad handelde?

7.Het volk van Iram dat verheven gebouwen bezat,

8.Wier gelijken nog in geen enkele stad zijn voortgebracht,

9.En met de Samoed die de rotsen in het dal uithieuwen?

10.En met Pharao, de heer der grote scharen?

11.Die zich in de steden aan overtreding overgaven

12.En veel verderf daarin aanrichtten.

13.Daarom, deed uw Heer een roede der kastijding over hen nederdalen.

14.Voorwaar, uw Heer is waakzaam.

15.Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem beproeft door hem te roemen en door hem gunsten te bewijzen, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij geëerd."

16.Maar wanneer Hij hem beproeft door hem in zijn levensonderhoud te beperken, zegt hij: "Mijn Heer heeft mij onteerd."

17.Neen, maar gij ontziet de wees niet.

18.Noch spoort elkander aan, de armen te voeden,

19.En gij verslindt het erfdeel in zijn geheel

20.En gij houdt te veel van weelde.

21.Neen, wanneer de aarde aan stukken wordt geschud,

22.En uw Heer komt en de engelen in rijen gerangschikt zijn,

23.Op die Dag zal de hel (hem) worden getoond; op die Dag zal de mens de vermaning willen volgen, maar hoe zal de vermaning hem kunnen baten?

24.Hij zal zeggen: "o had ik (vroeger), voor dit leven iets verricht."

25.Niemand straft zoals Hij op die Dag zal straffen.

26.Noch boeit iemand zoals Hij zal boeien.

27.Maar gij, o ziel in vrede!

28.Keer tot uw Heer terug, verblijd in Allah's welbehagen.

29.Ga daarom in onder Mijn dienaren,

30.En ga Mijn paradijs binnen.

Uitleg

Allah zweert bij de dageraad, wat het laatste deel van de nacht is en het begin van de dag inluidt. Dit omdat de afwisseling tussen dag en nacht blijk geeft van de Macht van Allah, de Verhevene, dat Hij Degene is Die alles bestuurt en Alleenrecht heeft op aanbidding. Ook vindt er bij het aanbreken van de dageraad het ochtendgebed plaats, dit is een achtenswaardig gebed dat het meer dan waard is om bij te zweren.

Vervolgens zweert Allah, de Verhevene, bij de tien nachten: dit zijn ofwel de laatste tien nachten van Ramadan of de eerste tien dagen van Dhoel Hiddjah. Dit zijn allen eerbiedwaardige tijden waarin de daden van aanbidding en toenadering tot Allah toenemen. In de laatste tien nachten van Ramadan bevindt zich ook ‘Laylat-ul Qadr’ die beter is dan duizend maanden. En overdag vindt er tijdens deze laatste tien dagen het vasten plaats dat behoort tot de vijf zuilen van de Islam.

In de eerste tien dagen van Dhoel Hiddjah voltrekt zich het staan op de vlakte van cArafah. Op deze dag vergeeft Allah de dienaren op zo een wijze dat de shaytaan tot droefheid stemt en je zult hem op deze dag het meest vernederd en honend treffen vanwege de aanhoudende neerdalende Genade en Gunsten van Allah. Daarnaast vinden tijdens deze dagen de overige ceremoniële handelingen van de Hadj plaats. Dit zijn natuurlijk allemaal achtbare zaken om erbij te zweren.

‘Bij de nacht wanneer hij omhult.’ Oftewel wanneer hij zich verspreidt over de aardoppervlak en de mensen uitrusten en bijkomen. Dit is een Genade van Allah richting Zijn schepselen.

‘Is daarin geen eed voor degene met verstand?’ Slechts een aantal van de hiervoor genoemde gunsten zou moeten volstaan als vermaning voor de verstandige mensen.

‘Heb je dan niet gezien’ oftewel heb je niet vernomen ‘hoe jouw Heer heeft gehandeld met’ de tirannieke volken? Met Iram, een bekend volk dat woonachtig was in Jemen en bekend stond om hun kracht, arrogantie en wreedheid. Zij kenden hun gelijke niet in het land. De Profeet Hoed die naar hen was gestuurd zei (interpretatie van de betekenis):

“En gedenkt toen Hij jullie tot opvolgers had aangesteld na (de ondergang van) het volk Noeh en Hij jullie groter maakte dan hen qua lichaamsbouw. Gedenkt daarom de gunsten van Allah, opdat jullie zullen welslagen.” (Soerat al-Acraaf: 69)

‘En met Thamoed die rotsen uithieuwen in het vallei?’ Zij hadden de vaardigheid en kracht om de rotsen uit te houwen en deze vervolgens te bewonen.

‘En met Firauwn, de bezitter van pinnen?’ oftewel de bezitter van een machtig leger om daarmee zijn koninkrijk te vestigen zoals een tent met pinnen wordt vastgemaakt.

‘Die zich (allen) tiranniek opstelden in het land.’ Dit slaat op 'Aad, Thamoed, Fircauwn en hun volgelingen. Zij stelden zich tiranniek op in het land van Allah en brachten schade toe aan de dienaren van Allah, zowel in hun wereldse als religieuze leven.

Daarom zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “En daarin veelvoudig verderf zaaiden.” Met verderf wordt hier bedoeld Koefr en alle soorten zonden. Ook spanden zij zich in om de Boodschappers van Allah te bestrijden en de mensen van het Rechte Pad af te houden.

Toen hun arrogantie een zodanig niveau had bereikt dat zij het waard waren vernietigd te worden, ‘goot jouw Heer de gesel der bestraffing op hen.’

‘Waarlijk, jouw Heer is zeker op de uitkijk’ naar degenen die tegenover Hem zondigen. Hij geeft hen uitstel van executie, maar als Hij eenmaal overgaat tot het straffen dan is Zijn Bestraffing genadeloos.

Wat betreft de mens, wanneer zijn Heer hem op de proef stelt en hem eert en gunsten schenkt, dan zegt hij: “Mijn Heer heeft mij geëerd.” Allah vertelt ons hier over de aard van de mens, dat hij namelijk onwetend, onrechtvaardig en geen benul heeft van wat er komen gaat. Hij denkt dat zijn huidige toestand onveranderd zal blijven en dat het feit dat Allah hem heeft begunstigd een teken is van Zijn ingenomenheid met hem.

‘Maar als Hij hem beproefd en zijn onderhoud inperkt’ dan beschouwt hij dit als een vernedering die hem wordt aangedaan door Allah. Als antwoord hierop zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “Welnee!” Niet eenieder die door Allah in dit wereldse leven begunstigd wordt geniet daadwerkelijk ook een verheven positie bij Allah. Zo is het ook niet zo dat wanneer iemands het niet ruim heeft hij door Allah vernederd wordt.

Rijkdom en armoede en het ruim of krap hebben zijn zaken die behoren tot de beproeving van Allah, zodat duidelijk wordt gemaakt wie dankbaar en geduldig is en hierdoor in aanmerking komt voor een grote beloning en wie in aanmerking komt voor Zijn eeuwigdurende bestraffing.

Het is vaak zo dat iemand slechts aan zichzelf denkt en geen aandacht heeft voor zijn medemens. Dit neemt Allah, de Verhevene, hem kwalijk. Daarom zegt Hij (interpretatie van de betekenis): “Jullie eren de wees niet.” Die zijn vader is kwijtgeraakt en behoefte heeft aan iemand die zijn leed verzacht en hem met goedertierenheid behandelt. Niet alleen eren jullie de wees niet, maar jullie beledigen hem zelfs. Dit getuigt van een gebrek aan genade in jullie harten en de afwezigheid van de wil om goede daden te verrichten.

‘En jullie sporen elkaar niet aan tot het voeden van de arme’ en de behoeftige dit vanwege jullie gierigheid en overdreven liefde voor dit wereldse leven die jullie in haar macht houdt. Vandaar dat Allah zegt (interpretatie van de betekenis): “En jullie verteren het erfdeel (van de wees) hebzuchtig. En jullie houden in overdreven mate van het bezit.” Dit is tevens te vergelijken met de volgende woorden van Allah (interpretatie van de betekenis):

“Jullie geven immers voorrang aan het wereldse leven terwijl het Hiernamaals beter en blijvender is.” (Soerat al-Aclaa: 16-17)

“Neen, jullie houden van het spoedige en laten het Hiernamaals voor wat het is.” (Soerat al-Qiyaamah: 20-21)

‘Welnee, als de aarde keer op keer tot pulver ingestampt wordt.’ Oftewel jullie dienen te weten dat datgene waarin jullie wedijveren aan bezit en lusten vergankelijk is. En dat er een afschuwelijke Dag zit aan te komen waarop de aarde en de bergen tot pulver ingestampt worden.

Allah komt dan op die Dag om te oordelen tussen zijn dienaren, en alle edele Engelen die de hemelen bewonen zullen zich rij na rij opstellen om zo de overige schepselen aan alle kanten te omgeven. Deze rijen worden gekenmerkt door nederigheid ten opzichte van de Oppermachtige.

‘En op die Dag wordt met de Hel aangekomen.’ De Engelen zullen op die Dag de Hel aan kettingen voorttrekken. Wanneer dit zal plaatsvinden zal de mens zich beseffen wat hij aan goede en slechte daden heeft voorgeschoten. ‘Maar wat zal het besef hem dan nog baten?’ Aangezien de tijd reeds is verstreken.

‘Hij zegt dan vol spijt: ,,O wee mijzelf, had ik mijn leven maar (goede daden) voorgeschoten.” Zoals Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Had ik maar de weg van de Boodschapper ingeslagen. O wee mijzelf, had ik maar die en die niet als boezemvriend genomen. Waarlijk, hij heeft mij doen afdwalen van de vermaning nadat die tot mij gekomen was.” (Soerat Foerqaan: 28-29)

Hieruit valt te concluderen dat het leven waarnaar men werkelijk moet streven in feite het eeuwige leven in het Hiernamaals is.

‘Maar op die Dag zal niemand straffen zoals Hij straft.’ Deze bestraffing staat te wachten op degenen die het Hiernamaals hebben verwaarloosd en hier niet naartoe hebben gewerkt.

‘En niemand zal ketenen zoals Hij ketent.’ Dit valt ten dele aan degenen die ongehoorzaam waren. Zij zullen vastgeketend worden met kettingen van vuur en met hun gezichten over de grond geslepen worden. Vervolgens zullen zij in het Hellevuur gesmeten worden. Dit is de beloning die de onrechtplegers te wachten staat.

Wie echter zijn vertrouwen heeft gesteld in Allah, in Hem gelooft en in Zijn Boodschappers tegen hem zal er gezegd worden: “O gerustgestelde ziel.” Gerustgesteld vanwege het veelvuldig gedenken van Allah en het houden van Hem. ‘Keer terug tot jouw Heer.” Die jou met Zijn Gunsten heeft opgevoed en Zijn Goedertierenheid over jou heeft doen stromen. In zoverre dat jij daardoor tot zijn rechtgeleide dienaren mag behoren.

‘Tevreden’ met Allah en de beloning die haar (ziel) gegeven is en Zijn goedkeuring zij met haar.

‘Treedt binnen onder Mijn dienaren. En treedt binnen in Mijn Paradijs.’ Met deze woorden wordt de ziel aangesproken op de Dag des Oordeels en tijdens het sterven.

30-10-06, 10:13
90. Al-Balad (De Stad)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1.Ik zweer bij deze stad (Makka),

2.En gij zijt vogelvrij in deze stad.

3.En bij de vader en wat hij verwekte.

4.Voorwaar, Wij hebben de mens geschapen om moeilijkheden (te overwinnen).

5.Denkt hij dat niemand macht over hem heeft?

6.Hij zegt: "Ik heb veel rijkdommen verkwist."

7.Denkt hij dat niemand hem ziet?

8.Hebben Wij hem niet twee ogen gegeven?

9.En een tong en twee lippen?

10.Hebben Wij hem dan niet de twee hoofdwegen getoond?

11.Maar hij besteeg de heuvel niet.

12.En wat weet gij (er van) wat de heuvel is?

13.Een slaaf te bevrijden

14.Of, op de dag van honger iemand te voeden.

15.Of een wees die u verwant is.

16.Of een arme die in het stof rolt.

17.Bovendien behoort hij (die dit doet) tot hen, die geloven en elkander aansporen tot geduld en die elkander aansporen tot barmhartigheid.

18.Dezen zullen aan de rechter hand zijn.

19.Maar zij, die niet in Onze tekenen geloven zullen aan de linker hand zijn.

20.Een gesloten Vuur zal hen omringen.

Uitleg

Allah, de Verhevene, zweert hier bij dit oord dat staat voor het edele Mekka: de beste plaats op aarde. In het bijzonder toen de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) daar woonachtig was.

“En bij de vader en wat hij heeft verwekt.” Oftewel bij Adam (vrede zij met hem) en zijn nageslacht.

Allah zweert bij al deze zaken dat Hij de mens heeft geschapen “om ontberingen te doorstaan.” Dit slaat op alle moeilijkheden die hij moet doorstaan in dit wereldse leven, in al-Barzagh (de tijd tussen de dood en de wederopstanding) en op de dag dat iedereen rekenschap moet afleggen. Daarom dient men ernaar te streven aanspraak te kunnen maken op eeuwigdurende geluk en blijdschap. Doet men dit niet dan zullen deze ontberingen van eeuwigdurende aard zijn.

“Rekent hij erop dat niemand hem aankan?” Hij is tiranniek en schept op over het feit dat hij zijn bezit uitgeeft zoals zijn begeerten hem ingeven en bovendien “hij zegt: ,,Ik heb veel bezit verspild.”

Allah noemt het uitgeven van geld aan begeerten verspilling omdat dit de persoon niet baat. Het enige wat hij overhoudt aan dit alles is slechts spijt, verlies, vermoeidheid en afname van zijn vermogen. Dit in tegenstelling tot degene die zijn bezit uitgeeft op de Weg van Allah. Hij doet zaken met niemand minder dan Allah en zal dan ook zijn bezit vele malen verdubbeld zien worden.

“Rekent hij erop dat niemand hem ziet?” Oftewel: dat Allah hem niet ziet en hem niet voor al zijn daden ter verantwoording zal roepen. Zeker niet, Allah ziet hem en noteert al zijn handelingen. Voor deze taak heeft Hij namelijk edele engelen aangesteld die hem geen seconde uit het oog verliezen.

Daarna herinnert Allah hem aan een aantal van zijn Gunsten en zegt (interpretatie van de betekenis): “Hebben Wij hem niet voorzien van twee ogen? En een tong en twee lippen?” Die als functie hebben het uiterlijk van de mens te verfraaien en hem in staat stellen om te praten en te kijken enz.

Ook zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “En hebben Wij hem niet de beide wegen getoond?” Oftewel de weg naar het goede en het slechte. Wij hebben duidelijk het verschil aangegeven tussen de Leiding en de dwaling. Al deze gunsten zouden de dienaar er juist toe moeten brengen de rechten van Allah in acht te nemen en Hem dankbaar te zijn. Deze gunsten zouden dus niet gebruikt moeten worden in het zondigen tegenover Allah. Maar het tegenovergestelde is waar.

“Had hij maar de barrière doorbroken.” In plaats van zijn eigen begeerten te volgen. Ook is deze barrière sowieso moeilijk voor hem te doorbreken.

Dan legt Allah uit wat er met de barrière wordt bedoeld, Hij zegt (interpretatie van de betekenis): “En wat doet jou weten wat de barrière is? Het in vrijheid stellen van een slaaf. Door middel van hem vrij te kopen of hem financieel te helpen zichzelf vrij te kopen. Het in vrijheid stellen van gelovige slaven die eigendom zijn van ongelovigen verdient de hoogste prioriteit. “Of het voeden op een dag van hongersnood. Van een verwante wees. Of van een arme die laag aan de grond zit.”

“En dat hij vervolgens behoort tot degenen die geloven.” Oftewel geloven met hun harten en goede daden verrichten met hun ledematen ongeacht of het nu gaat om verplichte of aanbevolen uitspraken of daden.

“En elkaar aansporen tot geduld.” Dit wil zeggen: het hebben van volharding in het gehoorzamen van Allah, het uit de buurt blijven van zonden en het hebben van geduld wanneer men getroffen wordt door de Voorbeschikking van Allah. Met dit alles gaan zij moeiteloos om.

“En elkaar aansporen tot barmhartigheid” tegenover de schepselen. Hiermee wordt bedoeld: het uitgeven aan de behoeftigen, het onderwijzen van de onwetenden, het bijstaan van anderen in het bereiken van hun wereldse en religieuze doeleinden, het wensen voor een ander wat men voor zichzelf wenst en hem niets gunnen wat hij zichzelf niet gunt.

Degenen die dit hebben weten te verwezenlijken zijn erin geslaagd de barrière te doorbreken en “zij zijn de mensen van de rechterzijde.” Omdat zij de rechten van Allah en Zijn dienaren in acht hebben genomen en hun vingers niet brandden aan Zijn verboden zaken. Dit is dan ook het kenmerk van geluk.

“En degenen die niet geloven in Onze Tekenen” door deze links te laten liggen en niet in Allah te geloven, geen goede daden verrichten en zich niet barmhartig hebben opgesteld tegenover de dienaren van Allah: “zij zijn de mensen van de linkerzijde. Om hen heen is een omklemmend Vuur.” Daarachter bevinden zich nog eens lange pilaren zodat de Poorten niet open kunnen en het voor hen onmogelijk wordt te ontsnappen. Zo verkeren zij in nauw, kommer en kwel.

30-10-06, 10:15
91. As-Shams (De Zon)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1.Bij de zon en haar licht

2.En bij de maan als zij deze volgt

3.En bij de dag wanneer hij deze onthult

4.En bij de nacht, wanneer hij haar bedekt

5.En bij de hemel en de schepping er van

6.En bij de aarde en haar uitgestrektheid

7.En bij de ziel en haar volmaaktheid

8.Hij openbaarde haar wat slecht en wat goed (voor haar) is

9.Voorwaar, geslaagd is hij die haar loutert

10.En voorzeker hij gaat te gronde die haar te gronde richt

11.De Samoed verloochenden de boodschap in hun opstandigheid

12.Toen de ongelukkigste onder hen opstond

13.Zeide de boodschapper van Allah: "Laat de kamelin van Allah vrij in haar drinken."

14.Maar zij verloochenden hem en verlamden haar, daarom vernietigde hun Heer hen volkomen om hun zonden en maakte het land met de grond gelijk

15.En Hij vreest de gevolgen hiervan niet.

Uitleg

Het zweren bij deze geweldige tekenen in dit hoofdstuk door Allah betreft de zegevierende Nafs en de bedorven Nafs. Allah zegt (interpretatie van de betekenis): “Bij de zon en haar ochtendlicht.” Hiermee refererende naar haar vele voordelen.

“En bij de maan wanneer zij haar (de zon) opvolgt.” Met andere woorden: zij vervangt de plaats van de zon aan de hemel om vervolgens als lichtpunt te dienen.

“En bij de dag wanneer hij het (duister) verdrijft.” En alles op aarde weer zichtbaar maakt.

“En bij de nacht wanneer hij haar (de aarde) bedekt.” Om weer alles in duisternis te laten opgaan. En zo volgen duisternis en het licht, de zon en de maan elkaar in zekere orde op om daarmee in dienst te staan van de schepping. Dit is het grootste bewijs voor het feit dat Allah van alles op de hoogte is, overal toe in staat is en dat Hij het Alleenrecht heeft op aanbidding. Alles wat naast Hem aanbeden wordt is vals.

“En bij de hemel en Wie haar gebouwd heeft.” Een andere mogelijke interpretatie hiervoor is: “En bij de hemel en haar bouwwerk.” Wat het hoogtepunt is van volmaaktheid, vernuft en voortreffelijkheid.

“En bij de aarde en Wie haar uitgespreid heeft.” En wijd heeft gemaakt zodat het gemakkelijk zou zijn voor de schepping om optimaal gebruik van haar te maken.

“En bij de Nafs en Wie haar gevormd heeft.” De Nafs is één van de meest bijzondere tekenen en is het zeker waardig voor Allah om er bij te zweren. Zij is lichtzinnig, zachtmoedig, wisselvallig, zo verkeert zij de ene keer in verdriet, dan weer in boosheid en dan weer in genegenheid. Zonder de Nafs zou het lichaam niet meer dan een lege waardeloze huls zijn.

“Waarlijk, geslaagd is degene die haar loutert.” En zichzelf reinigt van de zonden, ontdoet van alle mankementen, zichzelf verheft door Allah te aanbidden en haar naar een hogere rang brengt door de juiste kennis te vergaren en goede daden te verrichten.

“En verloren is degene die haar bederft.” Oftewel: hij heeft zijn Nafs tot een niveau verlaagt die zij niet waardig is en heeft haar schande aangedaan door zonden te plegen. Hij is niet in staat geweest haar te ontplooien en te vervolmaken.

“Thamoed verloochende als gevolg van hun tirannie,” en gedroegen zich hoogmoedig toen de waarheid tot hen kwam en zij pleegden onrecht tegenover de boodschappers.

“Toen de meest ellendige onder hen opstond.” Dit was Qaddaar ibnoe Saalif, hij nam het op zich om de vrouwtjeskameel te doden toen daarover onder het volk van Thamoed overeenstemming werd bereikt.

“Daarop zei de Boodschapper van Allah (Saalih, vrede zij met hem) tegen hen (waarschuwend): “(Laat de) Vrouwtjeskameel van Allah (met rust) en haar drinkbeurt.” Deze vrouwtjeskameel was namelijk een teken van Allah aan het volk van Thamoed. Saalih (vrede zij met hem) waarschuwde hen ervoor haar niet te doden, zouden zij dit doen dan zou dit een blijk van ondankbaarheid van hun kant zijn voor deze gunst die afkomstig was van Allah. Zij dronken namelijk allemaal van haar melk. “Maar zij loochenden hem en doodden haar. Toen verdelgde hun Heer hen volledig vanwege hun zonden.” Deze bestraffing trof heel Thamoed. Zij werden van boven overweldigd door een luide schreeuw en van onder door een aardbeving. Zij bleven vastgenageld aan de grond achter, niemand die meer een teken van leven gaf.

“En Hij vreesde de gevolgen daarvan niet.” En waarom zou Hij, Allah, vrezen terwijl Hij de Overweldiger is. Niemand valt buiten Zijn Heerschappij en tevens is Hij de Allerwijze in alles wat Hij doet en voorbeschikt.

30-10-06, 10:16
92. Al-Lail (De Nacht)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1. Bij de nacht als hij bedekt

2.En bij de dag wanneer hij schittert

3.En bij de schepping van man en vrouw

4.Voorzeker, uw streven is verschillend

5. Wat hem betreft die geeft en God vreest,

6.En het goede aanvaardt

7. Wij zullen zijn weg effenen tot welslagen

8. Maar hij, die vrekkig en onverschillig is,

9. En het beste verwerpt

10.Wij zullen hem naar moeilijkheden leiden

11.Wanneer hij te gronde gaat zullen zijn rijkdommen hem niet baten

12.Voorwaar, het is aan Ons om te leiden

13.En aan Ons is het Hiernamaals en ook deze wereld

14.Daarom waarschuw Ik u voor het laaiend Vuur

15.Niemand zal er binnengaan dan de rampzaligste

16. Die loochent en zich afwendt

17.Maar de rechtvaardige zal ver daarvan verwijderd worden

18.Die zijn rijkdommen weggeeft om zich te louteren

19. En niemand heeft Hem een gunst bewezen waarvoor hij moet worden beloond

20. Maar hij die het welbehagen zoekt van zijn Heer, de Verhevene

21. Weldra zal hij tevreden zijn

Uitleg

Dit is een eed van Allah bij de tijd, waarin de verschillende daden van de dienaren plaatsvinden. Hij zegt (interpretatie van de betekenis): “Bij de nacht wanneer hij bedekt.” Met andere woorden wanneer de nacht alles in duisternis omhult en iedereen zichzelf richting huis begeeft om vervolgens bij te komen van de dagelijkse vermoeidheid.

“En bij de dag wanneer hij tevoorschijn komt” om alles te belichten en de mensen in staat stelt om hun voordeel te behalen.

“En bij Wie het mannelijke en het vrouwelijke heeft geschapen.” Dit vers illustreert de Wijsheid van Allah, de Verhevene, doordat Hij van alles een mannelijke en vrouwelijke wederhelft heeft geschapen, zodat dit blijft voortbestaan. En Hij zorgt ervoor dat de ene wederhelft zich tot de andere voelt aangetrokken en dat zij beiden geschikt zijn voor elkaar. Dus, Verheven is Allah, de Beste Schepper van allemaal.

En Zijn Uitspraak (interpretatie van de betekenis): “Waarlijk, jullie streven is verschillend” is de reden waarom Allah een eed aflegt. Het streven van de mensen verschilt enorm van elkaar. Afhankelijk van het aantal goede daden, ijver en boogde doel, wenst men daarmee namelijk het Aangezicht van Allah, dan zal hij er baat bij hebben. Is het daarentegen slechts zijn bedoeling om een wereldse zaak gedaan te krijgen, dan zal hem dit in zijn geheel niet baten

En daarom worden de mensen door Allah, de Verhevene, in twee groepen onderverdeeld. Zo zegt Hij (interpretatie van de betekenis): “Wat betreft degene die geeft” van wat hem is opgedragen aan financiële daden van aanbidding, zoals zakaah (armenbelasting), boetedoening, liefdadigheid en het vrijwillig uitgeven. En fysieke daden van aanbidding, zoals het gebed, het vasten enz. En niet te vergeten daden die zowel een financiële als een fysieke kant hebben, zoals de grote en kleine bedevaart. “En godsvruchtig is” als het gaat om de verboden zaken en de zonden

“En in het goede gelooft.” Oftewel hij gelooft in ‘Laa ilaaha ill-Allah’ en alles waar het voor staat en wat er uit voortvloeit aan beloningen in het Hiernamaals

“Wij zullen hem dan vergemakkelijken naar het gemakkelijke.” Met andere woorden: Wij zullen zijn zaak vergemakkelijken en hem leiden naar het goede en afhouden van het slechte, omdat hij er alles aan heeft gedaan om dit te verdienen.

“En wat betreft degene die gierig is.” Als het gaat om wat van hem wordt verwacht aan financiële daden van aanbidding, “en denkt het zonder (Allah) te kunnen stellen” en het aanbidden van zijn Heer naast zich neer heeft gelegd en zichzelf behoefteloos waant, hij zal niet slagen. Omdat de redding, overwinning en geluk allemaal samenhangen met de mate waarin iemand van Allah houdt. “En het goede verloochent.” Met het goede wordt hier bedoeld: alle geloofskwesties waarin wij dienen te geloven. “Wij zullen hem dan vergemakkelijken naar het moeilijke.” Met andere woorden: Wij zullen het voor hem gemakkelijk maken om zich de slechte eigenschappen eigen te maken en het slechte te begaan. Moge Allah ons hiervoor behoeden

“En wat zal zijn bezit hem baten.” Het bezit dat hem ertoe dreef zich tiranniek en gierig op te stellen. Maar “wanneer hij ten onder gaat” zullen de goede daden die hij niet heeft hem dan ook niet vergezellen. “Waarlijk, het is aan Ons om te leiden.” De Leiding is de Enige Weg naar Allah en naar Zijn Welbehagen, terwijl de afdwaling een weg is die nooit naar Allah leidt maar juist naar Zijn strenge Bestraffing.

“En waarlijk, aan Ons (Allah) behoort het Hiernamaals en het wereldse toe.” Als het gaat om Wie het voor het zeggen heeft en de Koningschap, want hierin kent Hij geen deelgenoten. Laat daarom degenen die op iets hopen zich verlangend tot Hem wenden en laat zij hun hoop op de mensen opgeven.

“Daarom waarschuw Ik jullie voor een Laaiend Vuur. Niemand gaat het binnen, behalve de ergste ellendeling. Degene die (berichtgevingen van Allah) verloochent en zich afwendt” van Zijn Bevel.

“En degene die Allah vreest zal daar ver van gehouden worden. Degene die zijn bezit uitgeeft om zich te reinigen” van de zonden en de tekortkomingen, daarmee slechts het Aangezicht van Allah wensende.

“En niet omdat iemand bij hem in de gunst staat.” Sterker nog, het kan zelfs zo zijn dat mensen juist bij hem in het krijt staan, dit kwalificeert hem een ware dienaar van Allah alleen te zijn. Dit in tegenstelling tot degene die in het krijt staat bij anderen, want in zijn doen en laten zal hij rekening moeten houden met de mensen en dit gaat natuurlijk te kosten van zijn toewijding.

Dit vers is geopenbaard naar aanleiding van Aboe Bakr (moge Allah tevreden met hem zijn). Niemand stond bij hem in de gunst, zelfs niet de Boodschapper van Allah, afgezien van zijn Boodschap, Leiding en oproep tot de waarheid, waarvoor men niet voldoende dankbaarheid kan tonen. Want iedereen staat in het krijt bij Allah en Zijn Boodschapper. Omdat niemand bij Aboe Bakr in de gunst stond, waren zijn daden in volle toewijding aan Allah gericht. Daarom zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “Maar hij wenst (hiermee) slechts het Aangezicht van zijn Heer, de Meest Verhevene. En hij zal zeker tevreden zijn” met datgene wat Allah, de Verhevene, hem zal schenken aan giften en beloningen

30-10-06, 10:17
93. Ad-Dhuha (De Glorieuze Ochtend)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1.Bij de glorie van de dag

2.En bij de nacht als het donker is

3.Uw Heer heeft u niet verlaten, noch is Hij mishaagd over u

4.Voorwaar, het komende uur zal beter zijn voor u dan het vorige

5.En voorwaar uw Heer zal u geven, en gij zult tevreden zijn

6.Vond Hij u niet als wees, en beschermde u?

7.En vond Hij u niet zoekende en leidde Hij u?

8.En vond Hij u niet in armoede en verrijkte u?

9.Daarom verdruk de wees niet,

10.En snauw de bedelaar niet af

11.Maar maak de gunst van uw Heer bekend

Uitleg

Allah, de Verhevene, zweert bij de dag wanneer het licht zich verspreid in de ochtend en bij de nacht wanneer het geheel donker wordt, dat Hij zorgzaam is geweest voor Zijn Profeet (vrede zij met hem). Hij zegt (interpretatie van betekenis): “Jouw Heer heeft jou niet verlaten.” Met andere woorden: sinds Hij over jou heeft gewaakt, heeft Hij jou niet in de steek gelaten, noch heeft Hij jou verwaarloosd sinds Hij jou aan het opvoeden is. Sterker nog, Hij is nog steeds bezig om jouw opvoeding te vervolmaken en jou in rang te doen stijgen.

“Noch is hij kwaad op jou.” Oftewel, Hij heeft jou niet gehaat sinds Hij van jou houdt. Dit wijst op de vroegere en huidige toestand van de Boodschapper van Allah, namelijk de beste en meest volmaakte toestand die denkbaar is, de voortdurende Liefde van Allah, het steeds innemen van een hogere rang door de Profeet (vrede zij met hem) en de zorgzaamheid van Allah voor hem.

Wat betreft zijn toekomstige toestand, hierover zegt Allah (interpretatie van betekenis): “En zeker, het Hiernamaals is beter voor jou dan het wereldse leven.” Met andere woorden: alles wat hierna gaat komen is beter voor jou (O Mohammed) dan het vorige. Zo bleef Mohammed (vrede zij met hem) steeds in rang stijgen en Allah stond hem steeds terzijde in het vestigen van de godsdienst waarmee hij is gestuurd, Hij hielp hem in het overwinnen van zijn vijanden en Hij bleef hem steeds naar het goede leiden tot aan zijn dood. We hebben dan ook kunnen zien hoe Mohammed (vrede zij met hem) een positie heeft bereikt, die geen ander, voor hem of na hem, ooit heeft of zal weten te bereiken. Hiermee doelend op zijn verheven positie, gunsten waarmee Allah hem heeft begunstigd en bekoringen en blijde tijdingen die hem ten dele vielen. Dit alles is niets vergeleken met wat hem te wachten staat in het Hiernamaals. Daarom zegt Allah, de Verhevene, tegen hem (interpretatie van de betekenis): “En jouw Heer zal jou weldra zeker geven zodat jij tevreden zult zijn.”

Vervolgens haalt Allah, de Verhevene, een aantal specifieke zaken aan waarmee Hij hem heeft begunstigd. Zo zegt Hij (interpretatie van de betekenis): “Heeft Hij jou niet als een wees gevonden, waarna Hij jou heeft opgevangen?” Met andere woorden: Hij trof jou aan terwijl jij geen vader en moeder meer had en niet in staat was om voor jezelf te zorgen, waarna Allah ervoor zorgde dat jij opgevangen werd door jouw opa cAbd ul-Moettalib en na diens dood door jouw oom Aboe Taalib totdat Allah jou versterkte met Zijn overwinning en de gelovigen.



“En heeft Hij jou niet als een onwetende gevonden, waarna Hij jou heeft geleid?” Oftewel: jij had geen kennis van het Boek of van het geloof, waarna Allah jou datgene leerde wat jij niet kende en jou heeft geleid naar de beste daden en gedragscode.

“En heeft Hij jou niet als een behoeftige gevonden, waarna Hij jou rijk heeft gemaakt?” Door de overwinningen en veroveringen van land die Allah jou schonk. Degene Die deze tekortkomingen heeft weggenomen is zeker ook in staat om alle andere tekortkomingen weg te nemen. En Degene Die jou naar het rijkdom, overwinning en leiding heeft gebracht, verdient jouw dankbaarheid. Daarom zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “Dus wat betreft de wees, onderdruk hem niet.” Met andere woorden: behandel de wees niet slecht, wees niet van weinig geduld in jouw omgang met hem en scheld hem niet uit. Echter, wees goed voor hem en schenk hem voorzover jij hiertoe in staat bent en behandel hem op dezelfde wijze waarop jij wilt dat anderen met jouw kind omgaan na jouw dood.



“En wat betreft de bedelaar, snauw hem niet af.” Poeier hem niet af op laaghartige wijze en schenk hem voorzover jij hiertoe in staat bent of stuur hem beleefd weg. Dit geldt zowel voor degene die naar geld vraagt als degene die naar kennis vraagt. Daarom wordt de leraar geacht om een goede omgang te betrachten met zijn leerlingen. Hij dient zich zachtmoedig en barmhartig op te stellen. Dit zal hem helpen in het bereiken van zijn doel, en dit zal steun bieden aan degene die erop uit is om in dienst te staan van de dienaren.

“En wat betreft de gunsten van jouw Heer, verkondig dit!” Hieronder vallen zowel de gunsten van het wereldse leven als van het Hiernamaals. De Profeet (vrede zij met hem) wordt hier opgedragen om zijn dank hiervoor te tonen en deze gunsten kenbaar te maken als daarin enig voordeel zit. En natuurlijk, vertel in het algemeen over de gunsten van Allah, daar dit getuigt van dankbaarheid en een aanleiding is om de harten met liefde voor Allah te vervullen. Want de harten zijn zodanig van aard dat zij degenen die goed voor hen zijn geweest beminnen.

30-10-06, 10:18
94. Ash-Sharh (De Expansie)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1.Hebben Wij uw borst niet voor u verruimd?

2.En uw last niet van u weggenomen?

3.Die uw rug bezwaarde?

4.En uw roem niet verheven?

5.Voorwaar, zo komt gemak naast ongemak

6.Voorwaar, gemak komt naast ongemak

7.Wanneer gij verlicht zijt, streef dan verder

8.En wend u tot uw Heer

Uitleg

Allah herinnert Zijn Profeet (vrede zij met hem) aan al de gunsten die Hij hem heeft geschonken. Hij zegt: “Hebben Wij jouw borst niet verruimd.” Zo werd de Profeet (vrede zij met hem) voorbereid om de Voorschriften van Allah aan te nemen, Zijn Boodschap te verkondigen, zich de nobele gedragscode eigen te maken, zich toe te wijden aan het Hiernamaals en het goede te verrichten.

“En hebben Wij de last van jou niet afgenomen?” Hiermee wordt bedoeld de last van de zonden, die zwaar drukte op jouw rug (O Mohammed). Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Zodat Allah (al) jouw voorgaande en nog te komen zonden zal vergeven.” (Soerat al-Fath: 2)

“En Wij hebben jouw vermaardheid vergroot.” Met andere woorden: Wij hebben jou bekendheid gegeven en Wij hebben jou een verheven status geschonken die geen andere schepsel ooit heeft ingenomen. Zo wordt Allah niet genoemd, of dit gebeurt in één adem met de naam van de Boodschapper, zoals bijvoorbeeld bij het binnentreden van de Islam, de Adhaan (oproep tot het gebed), de Iqaamah, preken enz. Deze Oemmah (gemeenschap) draagt hem, na Allah, in haar hart zoals geen ander. Hem komt liefde, respect en verheerlijking toe, moge Allah hem namens de Islamitische gemeenschap overvloedig belonen.

Wat betreft Zijn Uitspraak: “Waarlijk, met het ongemak komt zeker gemak”, dit is een blijde tijding voor eenieder die getroffen wordt door ongemak, dat gemak in aantocht is, ook al lijkt dit ongemak in eerste instantie onoverkoombaar, uiteindelijk zal het gemak jou bereiken. Zoals de Profeet (vrede zij met hem) zei dat de verlichting met tegenslag (samengaat) en gemak met tegenspoed. (at-Tirmidhi)

Het vers heeft het over één ongemak en twee gemakken en één ongemak kan het nooit winnen van twee gemakken. Ook spreekt dit vers van alle soorten ongemak, zonder enige uitzondering. Uiteindelijk kan het niet anders dan dat gemak overwint, ongeacht hoe groot het ongemak ook is waarmee men te kampen heeft.

Vervolgens draagt Allah de Boodschapper en de gelovigen op om dankbaarheid te tonen voor Zijn Gunsten, Hij zegt: “Als jij dan klaar bent, span je dan in.” Met andere woorden: als jij dan klaar bent met jouw taken en er rest jou niets meer te doen, span je dan in met het verrichten van daden van aanbidding en smeekbeden. “En wend je tot jouw Heer in verlangen”, hopend dat Hij deze daden van aanbidding accepteert en jouw smeekbeden verhoort. Wees niet als degenen die, nadat zij klaar zijn, aan het spelen slaan en zich afwenden van het gedenken van Allah, anders zul jij tot de verliezers behoren. Een andere uitleg die hieraan is gegeven, is: wanneer jij klaar bent met het verrichten van het gebed en dit hebt vervolmaakt span je dan in, in het verrichten van smeekbeden. “En wend je tot jouw Heer in verlangen” als het gaat om jouw benodigdheden. Degene die deze interpretatie aanhangen leveren dit als bewijs voor het toestaan van lofuitingen en smeekbeden na het beëindigen van de verplichte gebeden. En Allah weet het beter.

30-10-06, 10:20
95. At-Tin (De Vijg)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1. Bij de vijg en de olijf

2.Bij de berg Sinaï

3.En bij deze stad van Vrede (Mekka)

4.Voorzeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen

5. Daarna laten Wij hem vervallen tot het allerlaagste

6.Behalve degenen die geloven en goede werken doen; hunner is een oneindige beloning.

7.Wat is de oorzaak die u het Gericht doet loochenen?

8.Is Allah niet de Rechter aller rechters?

Uitleg

Allah zweert bij de olijven- en vijgenboom vanwege de vele gunsten van deze bomen en hun vruchten en omdat zij in veelvoud voorkomen in ash-Shaam, de plaats van de Profeetschap van cIesaa de zoon van Mariam (vrede zij met hem). Tevens zweert Hij bij de berg Sinaï, de plaats van de Profeetschap van Moesa (vrede zij met hem) en tot slot zweert Hij bij deze veilige stad, namelijk de edele (stad) Mekka, de plaats van de Profeetschap van Mohammed (vrede zij met hem). Er wordt bij deze heilige uitverkoren plaatsen gezworen, waarvandaan de beste profeetschappen zijn voortgebracht, dat Allah de mens in de beste en meest complete vorm heeft geschapen, van passende ledematen en rectale bouw heeft voorzien.

Ondanks al deze gunsten waarvoor men dankbaar dient te zijn, zien we toch dat de meeste van hen dit niet zijn en zich slechts bezig houden met spel en ijdel tijdverdrijf. Zij hebben genoegen genomen met het laagste der laagste en zij hebben de meest verdorven karaktereigenschappen aangenomen. Hierdoor deed Allah hen ‘terugkeren tot het laagste der laagste’. Met andere woorden tot de onderste laag van de Hel. De plaats die bestemd is voor degenen die buitensporig zijn geweest tegenover hun Heer. Dit lot valt echter niet ten dele aan hen die in Allah geloven, goede daden verrichten en over een goede gedragscode beschikken. Zij nemen een verheven positie in bij hun Heer. ‘Voor hun is er een beloning die niet wordt onderbroken’, overvloedige genietingen en vele blijde tijdingen en gunsten, voor eeuwig en onophoudelijk. Hun verblijfplaats zijn schaduwrijke Tuinen waarin voedsel niet opraakt.

‘Wat doet jou dan nog de (Dag der) Verrekening loochenen?’ Terwijl jij vele Tekenen hebt gezien van jouw Heer die jou zuiver onwrikbaar geloof zouden moeten geven. Ook heb jij voldoende gunsten mogen aanschouwen, die jou ertoe zouden moeten brengen om alles wat Allah ons heeft verteld niet te loochenen.

‘Is Allah dan niet de Meest Rechtvaardige Rechter?’ En uit Zijn Wijsheid vloeit voort dat Hij Zijn schepselen niet zonder Leiding achterlaat, zonder geboden en verboden, zonder beloning en zonder bestraffing. Want Degene Die de mens in fasen heeft geschapen en hen heeft voorzien van ontelbare gunsten, goedheden en vrijgevigheden en hen op de beste wijze heeft opgevoed, zal hen ongetwijfeld weer doen terugkeren naar hun eindbestemming waar niemand aan zal ontkomen.






96. Al-Alaq (Het Geronnen Bloed)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1. Verkondig de naam van uw Heer,

2. de Schepper Die de mens uit geronnen bloed schiep

3. Verkondig, want uw Heer is de meest Eerbiedwaardige

4. Die (de mens) door middel van de pen onderwees

5. Hij leerde aan de mens datgene wat deze niet kende

6. In het geheel niet. Voorwaar, de mens wordt opstandig

7. Omdat hij zich onafhankeleijk denkt.

8. Voorwaar uw terugkeer is tot uw Heer

9. Hebt gij degelle gezien die verbiedt

10. Wanneer onze dienaar bidt?

11. Zeg mij, als hij de leiding volgt

12. Of tot rechtvaardigheid maant

13. Zeg mij, indien hij (de Waarheid) verloochent en zich afwendt

14. Weet hij niet dat Allah alles ziet?

15. Neen, wanneer hij niet ophoudt, zullen Wij hem zeker bij de haren van zijn voorhoofd grijpen

16.Van dat leugenachtige en schuldige voorhoofd

17. Laat hij dan zijn raadgevers bij elkaar roepen

18. Wij zullen ook Onze wachters bijeen brengen

19. Neen, gehoorzaam hem niet, maar werp u neder en zoek Zijn nabijheid

Uitleg

Dit is het allereerste hoofdstuk van de Koran dat geopenbaard is aan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en het is aan hem geopenbaard in het begin van zijn Profeetschap, toen hij noch niet op de hoogte was van het Boek en het Geloof. Djibriel (vrede zij met hem) kwam toen naar hem toe met de Boodschap en droeg hem op om te reciteren, waarop hij antwoordde: “Ik ben niet in staat om te reciteren!” Djibriel (vrede zij met hem) bleef dit herhalen totdat de Profeet (vrede zij met hem) reciteerde. Hierop openbaarde Allah dit vers: ‘Lees in de Naam van jouw Heer Die heeft geschapen’, oftewel Hij Die alle schepselen geschapen heeft.

Daarna noemde Hij in het bijzonder het ontstaan van de mens uit een bloedklonter. Naast het scheppen van de mens heeft Hij ook zorg gedragen voor het besturen van de mens, dit aan de hand van geboden en verboden waarmee de Profeten zijn gekomen en die vermeld staan in de geopenbaarde Goddelijke Boeken.

Vervolgens zei Hij (interpretatie van de betekenis): ‘Lees, en jouw Heer is de Meest Edele.’ Dit betekent dat Allah vele Eigenschappen, Edelheid en Goedertierenheid bezit. Tot Zijn Goedertierenheid behoort het onderwijzen met de pen. Allah deed de mens uit de buik van zijn moeder voortkomen in een onwetende staat en heeft hem het gehoor, zicht en verstand gegeven en heeft het voor hem gemakkelijk gemaakt om kennis te vergaren. Hij heeft hem in de Koran en de verschillende wetenschappen onderricht, dit allemaal middels de pen waarmee alles vastgelegd wordt, zodat anderen weer hiervan kennis kunnen nemen.

Alle lof zij Allah, de Verhevene, Die Zijn dienaren heeft begunstigd met al deze gunsten, waarvoor men niet voldoende dankbaarheid kan tonen. Vervolgens heeft Hij hem ook nog eens begiftigd met rijkdom en voldoende onderhoud. Echter vanuit zijn onwetendheid en onrechtvaardigheid is de mens hooghartig wanneer de Leiding tot Hem komt. Hij vergeet dat er een dag zal komen waarop hij terugkeert naar zijn Heer en hij vreest zijn verrekening niet. Hij kan zelfs zo ver gaan dat hij niet alleen de Leiding in zijn geheel verlaat, maar ook anderen aanspoort tot het verlaten hiervan, zo verbiedt hij anderen om de meest verheven daad van aanbidding, namelijk het gebed, te verrichten.

Allah zegt tegen deze overtreder (interpretatie van de betekenis): ‘Wat denk je als hij (op het Pad der) Leiding is? Of opdraagt tot godsvrucht?’ Is het dan verstandig om deze persoon te verbieden om het gebed te verrichten? Is het verbieden in dit geval geen duidelijke vorm van weerspannigheid jegens Allah en het bestrijden van de Waarheid? Dit advies kan namelijk beter gericht worden aan iemand die niet het Pad der Leiding bewandelt of anderen uitnodigt tot datgene wat haaks staat op godsvrucht.

Wat denk je van deze verbieder van de Waarheid, die loochent en zich afwendt van het Bevel. Vreest hij Allah en Zijn Bestraffing dan niet? Weet hij dan niet dat Allah al zijn doen en laten ziet. Vervolgens bedreigt Hij hem, als hij doorblijft gaan op deze manier en niet ophoudt, met het krachtig grijpen van zijn voorhoofd, dat het verdient om gegrepen te worden aangezien wij het hier hebben over een voorhoofd dat verantwoordelijk is voor leugenachtige uitspraken en incorrecte daden.

En laat degene die de Bestraffing van Allah heeft verdiend zijn bondgenoten en de mensen om hem heen dan roepen om hem te helpen tegen datgene wat hem zal overkomen op de Dag des Oordeels. ‘Dan zullen Wij az-Zabaaniyyah (de Bewakers van het Vuur) roepen’ om hem mee te nemen en te straffen. Dan kan men zien wie van de twee groepen sterker en machtiger is. Dit is wat de verbieder te wachten staat.

Wat betreft degene die wordt verboden (het goede te doen), Allah heeft hem opgedragen niet te luisteren naar deze verbieder, Hij zegt (interpretatie van de betekenis): ‘Welnee, gehoorzaam hem niet’ want hij nodigt slechts uit tot verlies in dit wereldse en het Hiernamaals. ‘En prosterneer en zoek toenadering (tot Allah)’ middels verschillende daden van aanbidding die een persoon nader brengen tot het Welbehagen van Allah.

Wat in dit hoofdstuk is genoemd met betrekking tot de verbieder en degene die door hem wordt verboden om het goede te verrichten, geldt voor eenieder, ook al is dit hoofdstuk geopenbaard in verband met Aboe Djahl die de Profeet (vrede zij met hem) verbood het gebed te verrichten, hem lastigviel en schaadde.





97. Al-Qadr (De Waardevolle Nacht)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1. Waarlijk, Wij hebben u (de Koran) nedergezonden, in de waardevolle nacht

2. Wat weet gij (er van) wat de waardevolle nacht is?

3. De waardevolle nacht is beter dan duizend maanden.

4. Daarin dalen engelen en de Geest door Gods gebod neder (zeggende)

5. "In alles Vrede," tot het rijzen van de dageraad

Uitleg:

Allah zegt, ter bevestiging van de achtenswaardigheid en de verhevenheid van de Koran: “Waarlijk, Wij hebben hem (de Koran) in de Nacht van de Qadr nedergezonden.” Zoals Hij ook in een andere vers zegt: “Waarlijk, Wij hebben hem (de Koran) in een gezegende Nacht nedergezonden.” (Soerat ad-Doehaan: 3

Dit omdat Allah is begonnen met het openbaren van de Koran in de maand Ramadan in de Nacht van de Qadr. Hiermee begenadigde Hij de dienaren met een genade die voor iedereen toegankelijk is. De mensen zijn niet werkelijk in staat om hun dank hiervoor te tonen. De Nacht van de Qadr heeft zijn naam te danken aan zijn verheven positie bij Allah, en omdat in deze Nacht de Voorbeschikking wordt bepaald voor het komende jaar, voor wat betreft de levensduur, het onderhoud, enz. Allah haalt de achtenswaardigheid van deze Nacht nogmaals aan door te zeggen: “En wat doet jou weten wat de Nacht van de Qadr is?”

Met de volgende Woorden: “De Nacht van de Qadr is beter dan duizend maanden” wordt bedoeld dat de gunst van deze Nacht beter is dan duizend maanden. De beloning voor de daden die in deze Nacht plaatsvinden is dan ook groter dan de beloning van de verrichte daden van duizend maanden. Het doet vele mensen versteld opkijken dat Allah, de Verhevene, deze zwakke gemeenschap heeft begunstigd met een Nacht waarvan de verrichte daden beter zijn dan die van duizend maanden, wat overeenkomt met de levensduur van een man die een hoge leeftijd heeft bereikt, namelijk ongeveer tachtig jaar.

In deze Nacht neemt het nederdalen van de engelen toe en door het overvloed aan het goede is deze Nacht vrij van iedere vorm van kwaad. Deze Nacht begint bij het ondergaan van de zon en eindigt met het aanbreken van de ochtendschemering. Er zijn vele overleveringen over de achtenswaardigheid van deze Nacht. Daarnaast is ons verteld dat deze nacht zich bevindt in de maand Ramadan, in het bijzonder in één van de oneven nachten van zijn laatste tien dagen. Dit zal zo blijven tot aan het Uur. Daarom trok de Profeet (vrede zij met hem) zich terug in de moskee en vermeerderde in deze laatste tien dagen van de maand Ramadan zijn daden van aanbidding, hopende de Nacht van de Qadr te treffen in deze staat.

30-10-06, 10:25
98. Al-Bayyinah (Het Uitsluitende Bewijs)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1. De ongelovigen onder de mensen van het Boek en onder de afgodendienaren konden niet worden bevrijd, vóórdat een duidelijk bewijs tot hen gekomen was,

2. Een boodschapper van Allah, die aan hen de zuivere bladzijden voordroeg.

3. Waarin alle geschriften verzameld zijn

4. En de mensen van het Boek werden eerst onenig, nadat het duidelijke teken tot hen gekomen was

5. En daarin werd hun slechts geboden Allah te aanbidden, oprecht zijnde in gehoorzaamheid jegens Hem, oprecht het gebed te onderhouden en de Zakaat te betalen. Dat is de ware godsdienst

6. Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodendienaren zullen in het Vuur der hel geworpen worden, daarin zullen zij verblijven. Zij zijn de slechtste der schepselen

7. Doch zij die geloven en goede werken doen, zij zijn de beste der schepselen

8. Hun beloning is bij hun Heer; tuinen der eeuwigheid waardoor rivieren stromen en waarin zij voor altijd zullen vertoeven. Allah zal welbehagen in hen hebben en zij zullen welbehagen in Hem hebben. Dit is voor hem, die zijn Heer vreest

Uitleg

Allah zegt dat de mensen van het Boek: de Joden en de Christenen, en de veelgodenaabidders die van alle windstreken afkomstig zijn geen afstand zullen doen van hun ongeloof en afdwaling waarin zijn verkeren. En het verstrekken van de tijd doet hen slechts verharden in hun ongeloof, totdat het duidelijke bewijs en de zonneklare tekenen tot hen zijn gekomen. Daarna legt Allah, de Verhevene, uit wat dit duidelijke bewijs is: namelijk een Boodschapper van Allah die de mensen uitnodigt naar de waarheid en gestuurd is met een Boek dat hij hen reciteert, opdat hij hen de wijsheid leert, hen reinigt en hen leidt uit de duisternis naar het licht. Dit is de reden waarom Hij zegt: “Een Boodschapper van Allah die reine bladen reciteert.” Met andere woorden bladen die beschermd zijn tegen de shayaatien. Slechts reine schepselen raken deze aan, want de woorden die daarin zijn vernoemd, verkeren in de hoogste staat van verhevenheid. Daarom wordt er gezegd: “Daarin zijn rechtschapen Boeken opgenomen.” Dit verwijst naar de waarachtige berichten en de rechtvaardige voorschriften die daarin zijn opgenomen en leiden naar de waarheid en het Rechte Pad.

Als dit duidelijke bewijs tot hen is gekomen, dan zal onderscheid gemaakt worden tussen degene die werkelijk op zoek is naar de waarheid en degene die niet zoekende is. Vernietigd zijn degenen die zich niet laat vermanen en een zaligmakend leven komt toe aan degenen die zich wel laten vermanen, dit allemaal nadat het duidelijke bewijs tot hen is gekomen.

Als de mensen van het Boek niet zullen geloven in deze Boodschapper (vrede zij met hem) en zich niet houden aan de wetten waarmee hij is gekomen, dan is dit niet het gevolg van hun afdwaling en hardnekkigheid, want zij raakten pas verdeeld, verspreid en vielen uiteen in groepen, “nadat het duidelijke bewijs tot hen was gekomen.” Terwijl dit juist zou moeten leiden tot eensgezindheid en samenkomst.

Vanwege hun verdorvenheid en laaghartigheid deed de leiding hen slechts nog meer afdwalen en deed de Basierah (inzicht) hen slechts nog meer verblinden. Dit terwijl alle Boeken met één en dezelfde boodschap en geloof zijn gekomen.

Hen werd net als in de voorgaande boeken slechts bevolen om Allah met oprechtheid te aanbidden. Dit wil zeggen dat zij met al hun innerlijke en uiterlijke daden niets anders wensen dan het Aangezicht van Allah.

“Hoenafaa” (met zuivere monotheïsme) betekent dat zij zich afwenden van alle geloofsovertuigingen die in strijd zijn met het geloof van de Tawhied (eenheid van Allah). Allah noemt in het bijzonder het gebed en de zakaah vanwege hun achtenswaardigheid en het feit dat het nakomen van deze twee vormen van aanbidding gelijk staat aan het nakomen van alle Islamitische regels.

“En dat is de rechtschapen godsdienst.” Hier wordt verwezen naar de Tawhied en Ikhlaas (toewijding) die staan voor de rechtschapen godsdienst en leiden tot het Paradijs. Wat betreft alle andere wegen, deze leiden allen naar het Hellevuur

Vervolgens noemt Allah de bestraffing die de ongelovigen te wachten staat nadat het duidelijke bewijs tot hen is gekomen. Allah zegt (interpretatie van betekenis): “Waarlijk, degenen die ongelovig zijn onder de mensen van het Boek en de veelgodenaanbidders zullen in het Vuur van de Hel eeuwig verblijven.” De bestraffing zal hen omringen, afschuwelijk zijn, niet ophouden en er zal voor hen geen hoop zijn.

“Zij zijn de meest slechte onder de schepselen,” omdat zij de waarheid kenden maar deze lieten voor wat het was, daarmee verloren zij het wereldse leven en het Hiernamaals.

“Waarlijk, degenen die geloven en goede daden verrichten, zij zijn de besten onder de schepselen,” omdat zij kennis opdeden over Allah en Hem aanbaden. Daarmee verdienden zij het om in aanmerking te komen voor de genietingen van het wereldse leven en het Hiernamaals.

“De beloning die hen te wachten staat bij hun Heer zijn de Tuinen van Adn,” Daarin zullen zij eeuwig verblijven. Zij hoeven niet weg te gaan, te vertrekken of te streven naar iets beters.

“Waaronder rivieren stromen. Zij zullen daarin eeuwig verblijven, voor altijd. Allah is tevreden met hen en zij zijn tevreden met Hem.” Allah is tevreden met hen vanwege alle daden die zij hebben verricht omwille van Zijn welbehagen. Zij zijn tevreden met Allah vanwege alles wat Hij voor hen heeft klaargemaakt aan zaligheden en beloningen.

“Dit is voor degene die zijn Heer vreest.” De goede beloning komt toe aan degene die zijn Heer vreest en als gevolg daarvan zichzelf onthoudt van het plegen van zonden en de verplichtingen van Allah nakomt.

30-10-06, 10:28
:( Beetje door elkaar geraakt, maar goed...



88. Al-Ghashiyah (Het Overweldigende Evenement)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1.Heeft het nieuws van de overweldigende (gebeurtenis) u bereikt?

2.Op die Dag zullen sommige aangezichten terneergeslagen zijn,

3.Zwoegend, zich afmattende,

4.Zij zullen in een vreselijk Vuur branden,

5.Hun zal uit een kokende bron te drinken worden gegeven,

6.Zij zullen geen voedsel krijgen, behalve van doornen,

7.Dat noch voedzaam zal zijn noch tegen de honger zal baten.

8.Op die Dag zullen andere aangezichten verblijd zijn.

9.Weltevreden met hun streven.

10.In een verheven tuin

11.Waarin zij geen ijdele (taal) zullen horen,

12.Waarin een stromende bron is,

13.Waarin hoge rustbanken opgericht zijn,

14.En drinkschalen gereed gezet,

15.En kussens gerangschikt,

16.En tapijten uitgespreid.

17.Zien zij niet naar de wolken, hoe zij gevormd worden?

18.En naar de hemel, hoe deze hoog verheven werd?

19.En naar de bergen, hoe zij opgericht werden?

20.En naar de aarde, hoe zij uitgespreid werd?

21.Vermaant hen daarom want gij zijt slechts een vermaner;

22.Gij zijt geen waker over hen.

23.Maar hij die zich afwendt en niet gelooft,

24.Allah zal hem straffen met de strengste straf.

25.Voorwaar, hun terugkeer is tot Ons.

26Dan zullen Wij rekenschap van hen vragen.

Uitleg

‘Heeft het nieuws van de overweldiging jou bereikt?’ Allah, de Verhevene, beschrijft hier de toestand op de Dag der Opstanding en noemt zijn verschrikkingen. De moeilijkheden van die Dag zullen de schepselen overweldigen. Zij zullen beloond worden naar hun daden. Waarna zij in twee groepen zullen worden opgesplitst: een groep die voor het Paradijs bestemd is en een groep voor het Hellevuur. Allah vertelt ons hier over de toestand van beide groepen.

Over de groep van de Hel zegt Hij (interpretatie van de betekenis): “Gezichten zullen op die dag nederig zijn.” Vanwege de vernedering, blamage en eerverlies die zij zullen ondergaan. ‘Werkend, ploeterend.’ In het Hellevuur. Zo worden zij met hun gezichten over de grond gesleurd en worden deze gezichten overweldigd door het Vuur. Ook is er door een aantal gezegd dat ‘gezichten zullen op die dag nederig zijn. Werkend, ploeterend’ zou slaan op dit wereldse leven. Omdat zij zich in het wereldse leven afmatten in het verrichten van daden van aanbidding en andere werkzaamheden. Maar aangezien de voorwaarde van geloof niet aanwezig is zal Allah hun daden nietig verklaren. Dit laatste kan wel correct zijn qua strekking, maar het is niet wat hier daadwerkelijk bedoeld wordt. De eerste uitleg is het meest voor de hand liggende. Omdat hier over een specifiek tijdstip wordt gesproken: namelijk de Dag der Opstanding en er een beschrijving wordt gegeven van de bewoners van het Hellevuur in het algemeen en de laatste uitleg is slechts van toepassing op een klein deel van de bewoners van het Hellevuur. Ook wordt er hier gesproken over de Dag van de Overweldiging die los staat van het wereldse leven.

‘Die het hete Vuur zullen binnentreden.’ Een Vuur dat hen van alle kanten zal omgeven. ‘Hen wordt te drinken gegeven uit een kokendhete bron.’ In een andere vers zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“En als zij om hulp (tegen de dorst) vragen wordt hen als hulp water (zo heet als) gesmolten koper gegeven.” (Soerat al-Kahf: 29)

Wat betreft hun voedsel: hierover zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “Zij zullen geen ander voedsel krijgen dan Dhariec (Een doornige struik genaamd: Shibriq). Dat niet dik maakt noch hun honger stilt.” Dit omdat het doel van voedsel een van de volgende twee zaken is: ofwel om de honger van een persoon te stillen ofwel om vermagering van zijn lichaam tegen te gaan. Het voedsel dat de bewoners van het Hellevuur voorgeschoteld krijgen kan geen van deze twee functies vervullen. Het is zelfs zo dat dit voedsel uiterst bitter en verdorven is. Moge Allah ons hiervoor behoeden.

Daarentegen zullen de gezichten van de mensen die het goede verrichtten ‘op die dag vreugdevol zijn.’ Van hun lichamen kun je de uitwerking van Allah’s gunsten aflezen. Hun gezichten schitteren en hun blijdschap is niet te beschrijven.

‘Met hun streven’ oftewel: Vanwege hun goede daden die zij pleegden te verrichten in dit wereldse leven en hun goedertierenheid jegens de andere dienaren ‘zijn ze tevreden.’ Wanneer zij erachter komen wat voor een beloning hen dit heeft opgeleverd. En zij danken Allah voor het goede einde. Dit goede einde is namelijk dat zij eeuwigdurende plezier mogen beleven ‘in een hooggelegen Tuin.’ Alles wat zich hierin bevindt is verheven. Zo bevinden er zich op elkaar gestapelde kamers met een uitzicht op alles wat Allah aan bekoringen heeft klaargemaakt voor Zijn gelovige dienaren.

‘Je zult daarin (het Paradijs) geen nutteloos gepraat horen.’ Je zult er al helemaal geen verboden gepraat horen. Hun woorden zijn daarentegen deugdzaam en omvatten slechts het prijzen van Allah, de Verhevene, en Zijn overvloedige gunsten. Onder de bewoners heerst een innemende sfeer die de harten verwarmt en verblijdt.

‘Daarin is een stromende bron.’ Er zijn zelfs meerdere stromende bronnen die in het Paradijs ontspringen en vrij ter beschikking staan tot de bewoners ervan. ‘Daarin zijn opgehoogde rustbanken’ die bedekt zijn met aangename en zachte bekleding. ‘En gereedstaande bokalen.’ Gevuld met verschillende soorten zalige dranken. Die voor hen klaarstaan. Eeuwige jeugdigen gaan hen hiermee rond. ‘En in rijen opgestelde kussens’ gemaakt van zijde en brokaat en andere stoffen waar Allah alleen kennis van heeft en gereedgezet zijn voor gebruik. Zij hoeven niet zelf zorg te dragen voor het ordelijk houden van deze kussens. ‘En uitgespreide tapijten.’ Die op alle plaatsen waar zij zitten te bezichtigen zijn.

Vervolgens draagt Allah, de Verhevene, al degenen op die de Profeet (vrede zij met hem) verloochenen om na te denken over de schepselen van Allah die duiden op Zijn Eenheid ‘Kijken zij dan niet naar de kamelen hoe zij zijn geschapen?’ Naar hun indrukwekkende bouw en hoe Allah hen in dienst heeft gesteld van de dienaren ten behoeve van hun benodigdheden.

‘En naar de bergen hoe deze zijn opgesteld?’ Naar hun imposante structuur? Waarmee de aarde op haar plaats wordt gehouden. Daarnaast heeft Allah vele voordelen geplaatst in de bergen ten gunste van de dienaren.

‘En naar de aarde hoe zij is uitgespreid?’ Naar hoe gemakkelijk het is gemaakt om daarover voort te bewegen en zich daarop te vestigen? Ook wordt er aan de dienaren de mogelijkheid geboden om de aarde te verbouwen, erop te bouwen en wegen erop te begaan. Weet dat het feit dat de aarde uitgestrekt is niets afdoet aan de rondheid ervan. De aarde is zo groot dat de rondheid ervan bijna niet is op te merken.

Zou een rond voorwerp klein zijn dan zou je in tegenstelling tot het voorgaande wel de rondheid ervan kunnen opmerken. ‘Vermaan daarom, want waarlijk, jij (O Mohammed) bent slechts een vermaner.’ Oftewel vermaan hen, doet hen gedenken, waarschuw hen en brengt hen blijde tijdingen. Want waarlijk, jij bent gestuurd om de schepselen uit te nodigen tot Allah. Maar je kunt niemand dwingen om te geloven. Als jij jouw verplichting tegenover hen bent nagekomen, treft jou hierna geen enkele blaam. In het kader hiervan zegt Allah ook (interpretatie van de betekenis):

“Jij (O Mohammed) hebt niet de bovenhand over hen. Vermaan daarom aan de hand van de Koran (slechts) degene die de Waarschuwing vrezen.” (Soerat Qaaf: 45)

‘Maar degene die zich afwendt en ongelovig is.’ Met andere woorden: die zich afwendt van het gehoorzamen van Allah en niet in Hem gelooft ‘Allah straft hem dan met de grootste zwaarste en eeuwigdurende bestraffing.’

‘Waarlijk, tot Ons is hun terugkeer.’ De schepselen zullen allen tot hun Heer terugkeren en verzameld worden op de Dag der Opstanding. ‘Daarna is hun afrekening zeker aan Ons.’ Wij zullen hen beoordelen op hun goede en slechte daden.




87. Al-Ala (De Allerhoogste)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

1.Verheerlijk de Naam van uw Heer, de Allerhoogste.

2.Die schept en vervolmaakt,

3.En Die bepaalt en leidt,

4.En Die het gewas voortbrengt,

5.En het dan doet verdorren.

6.Wij zullen u weldra onderwijzen zodat gij het niet vergeet

7.Behalve wat Allah wil - Voorwaar, Hij kent het openlijke en het verborgene.

8.En Wij zullen uw weg effenen tot gemak.

9.Maak (anderen) daarom indachtig, voorzeker dit is nuttig.

10.Hij die vreest zal er lering uit trekken;

11.Maar de rampzalige zal zich ervan afwenden,

12.Die het grote Vuur zal binnengaan,

13.Waarin hij noch sterven noch leven zal.

14.Voorzeker, geslaagd is hij die zich loutert.

15.En die de naam van zijn Heer gedenkt en bidt.

16.Maar gij verkiest het leven dezer wereld,

17.Ofschoon het Hiernamaals beter en van langere duur is.

18.Voorzeker, dit is in vroegere geschriften vermeld,

19.De geschriften van Ibrahim en Moesa.

Uitleg

Allah draagt ons op om Hem te prijzen in de vorm van lofuiting, dan wel aanbidding, dan wel onderwerping aan Zijn Majesteit en Grootsheid. Het prijzen van Allah dient op een zodanige wijze te gebeuren dat dit Hem schikt. Dit kan bijvoorbeeld door het gedenken van Zijn Schone Verheven Namen en Zijn Daden, zoals het scheppen van de schepping en het vervolgens vorm geven eraan.

‘En Degene Die een vaste maat afmat en iedereen hiernaar leidde.’ Onder leiding verstaan wij hier een algemene vorm van leiding. Hiermee wordt bedoeld dat ieder schepsel geleid wordt naar datgene wat hem baat. Daarna noemt Allah een aantal van Zijn wereldse Gunsten, Hij zegt (interpretatie van de betekenis): “En Degene Die het gewas deed groeien.” Oftewel: Hij doet het water neerdalen uit de hemel waardoor vele planten en gewassen uit de grond ontspruiten waarvan dieren en mensen gebruik maken. Nadat deze gewassen hun tijd hebben gehad.

‘maakte Hij dit tot verdorde zwarte stro.’ Naast deze wereldse gunsten noemt Allah Zijn religieuze Gunsten, in het bijzonder de Koran, die de bron is van het geloof, Hij zegt (interpretatie van de betekenis): “Wij zullen jou doen reciteren waarna jij niet zult vergeten.” Oftewel: Wij zullen jou in staat stellen om datgene wat Wij aan jou openbaren te onthouden en te begrijpen. Dit is natuurlijk een ongekende blijde tijding aan het adres van de Profeet (vrede zij met hem): namelijk Allah zal hem kennis schenken die Hij hem niet zal laten vergeten.

‘Behalve wat Allah jou wil laten vergeten omdat hier een duidelijke wijsheid achter schuilt. Hij is op de hoogte van het openlijke en het verborgene.’ En als gevolg hiervan is Hij ook op de hoogte van wat Zijn dienaren baat. Daarom is Hij Degene Die voorschrijft wat Hij wilt en oordeelt zoals Hij wilt.

‘En Wij zullen het gemakkelijke voor jou vergemakkelijken.’ Ook dit is een blijde tijding voor de Profeet (vrede zij met hem): namelijk dat Allah Zijn Boodschapper in al zijn zaken zal leiden naar datgene wat gemakkelijk is. Tevens heeft Hij Zijn Voorschriften en godsdienst gemakkelijk gemaakt voor de dienaren.

‘Vermaan daarom, middels Zijn Wetten en Tekenen in het geval de vermaning baat.’ Met andere woorden: zolang de vermaning wordt geaccepteerd en er hiernaar geluisterd wordt, ongeacht of hier nu geheel of gedeeltelijk gehoor wordt gegeven aan de vermaning. Uit dit vers kunnen wij ook concluderen dat als wanneer de vermaning niet baat en juist tot meer slechtheid leidt of tot een vermindering van het goede, de vermaning dan niet verplicht is. Sterker nog dan is dit verboden. Als het gaat om de vermaning dan kunnen wij de mensen in twee groepen splitsen: een groep die er baat bij heeft en een groep die er geen baat bij heeft.

Wat betreft degenen die hier baat bij hebben, over hen zegt Allah (interpretatie van de betekenis): ‘Hij die Allah vreest zal zich laten vermanen.” Want het is namelijk de vrees voor Allah en de wetenschap dat Hij hem zal afrekenen voor Zijn daden dat hem ertoe zou moeten brengen om zonden te vermijden en het goede na te streven.

En wat betreft degenen die hier geen baat bij hebben, over hen zegt Allah (interpretatie van de betekenis): “En de ellendeling zal zich van haar afwenden. Die het Grote Vuur zal binnentreden.” Het Vuur dat aangestoken is en tot in de harten doordringt. ‘Vervolgens zal hij daarin niet sterven, noch leven.’ Hij zal daarin een zware bestraffing ondergaan die geen onderbreking kent. Zij zullen zelfs de dood wensen, maar dit zal hen niet gegeven worden.

“En degenen die niet geloofden, voor hen is er het Vuur van de Hel.” (Soerat Faatir: 36)

‘Geslaagd is hij die zichzelf loutert.’ Oftewel: geslaagd is degene die zichzelf reinigt van shirk, onrecht en een slechte gedragscode.

‘En de Naam van Zijn Heer gedenkt en het gebed verricht.’ Hij die zichzelf de eigenschap aanmeet Allah veelvuldig te gedenken en zijn hart hiermee gevuld heeft. Als gevolg hiervan streeft hij alleen daden te verrichten die leiden naar het Welbehagen van Allah, in het bijzonder het gebed die de maatstaf is van het geloof. Dit is de juiste uitleg van dit vers. Wat betreft degenen die ‘Geslaagd is hij die zichzelf loutert’ uitleggen als ‘Geslaagd is hij die de Zakaat ul-Fitr betaalt’ en menen dat het vers ‘En de Naam van Zijn Heer gedenkt en het gebed verricht’ specifiek slaat op het cIed-gebed hierover zeggen wij dat ondanks dat de verzen deze betekenis in zich kunnen dragen, dit een te beperkte uitleg is.

‘Echter, jullie verkiezen het wereldse leven.’ Met andere woorden jullie verkiezen dit boven het Hiernamaals en verkiezen haar nietsbetekenende en vergankelijke gunsten boven het eeuwige leven. ‘Terwijl het Hiernamaals beter is.’ In alle opzichten is het Hiernamaals vele malen beter dan dit vergankelijke leven ‘en blijvender’ omdat het Hiernamaals staat voor het eeuwige leven en puurheid. Terwijl dit wereldse leven van voorbijgaande aard is. De gelovige verstandige persoon verkiest daarom niet het inferieure boven het superieure. Een uur genot is een eeuwigheid aan verdriet niet waard. Het houden van dit wereldse leven en het voortrekken ervan op het Hiernamaals is de hoofdoorzaak van alle zonden.

‘Waarlijk, dit wat vermeld staat aan goede bevelen en berichtgevingen in dit hoofdstuk staat ook vermeld in de vroegere Geschriften. De Geschriften van Ibraahiem en Moesaa.’ Beiden zijn zij de beste profeten, op de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) na. Dit zijn wetten die van toepassing zijn op iedere tijd en plaats en zijn steeds terug te vinden in alle andere godsdiensten omdat zij te maken hebben met beide werelden: het wereldse leven en het Hiernamaals.

30-10-06, 10:30
Al-Buruj (De Tekens van de Zodiak)

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

1.Bij de hemel met zijn constellaties.

2.En bij de beloofde Dag.

3.En bij de getuige en hetgeen waarover hij getuigenis aflegt.

4.Vervloekt zijn degenen die groeven maakten

5.Daarin vuur stookten

6.Ziet! Zij zaten er bij,

7.En waren getuigen van wat zij de gelovigen aandeden.

8.En zij wreekten zich slechts op hen omdat zij in Allah geloofden, de Almachtige, de Geprezene

9.Aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort; en Allah is Getuige van alle dingen.

10.En zij, die de gelovige mannen en vrouwen vervolgen en dan geen berouw hebben, voor hen is de straf der hel, en hen wacht de straf van het branden.

11Voorzeker, de gelovigen die goede werken doen, zullen tuinen hebben waardoor rivieren stromen. Dat is de grote zegepraal.

12.Waarlijk, de greep van uw Heer is hard.

13.Hij is het Die schept en weder voortbrengt;

14.En Hij is de Vergevende, de Liefderijke;

15.De Heer van de Troon, de Roemrijke;

16.Uitvoerder van wat Hij wil.

17.Heeft het verhaal van de heerscharen u dan niet bereikt,

18.Van Pharao en de Samoed?

19.Ja, maar de ongelovigen loochenen het.

20.En Allah omsingelt hen van achteraf.

21.Voorwaar, het is een glorierijke Koran,

22.Op een beschermde tafel.

UITLEG:

‘Bij de hemel met zijn zonnecirkel.’ Oftewel, de hemel met zijn hemellichamen die allen welgeordend in vaste banen roteren. Dit duidt op de Volmaakte Kracht, Genade, Kennis en Wijsheid van Allah, de Verhevene.

‘Bij de Beloofde Dag.’ Dit is de Dag des Oordeels, de Dag die Allah Zijn schepselen heeft aangezegd, waarop hij de eersten en de laatsten van hen zal verzamelen, de machthebbers en de onderdanen. Allah zal zeker deze belofte waarmaken.

De reden waarom bij deze zaken gezworen wordt, zit hem in de grootsheid van deze zaken, die getuigen van Allah’s Overweldigende Wijsheid en Allesomvattende Genade. Ook is gezegd dat de reden waarom bij deze zaken wordt gezworen te vinden is in het daaropvolgende vers, namelijk ‘Vernietigd zijn de gravers van de kuilen.’ Dit is een smeekbede waarin gevraagd wordt om de vernietiging van de gravers van de kuilen. Zij waren een ongelovig volk en onder hen leefden gelovige mensen die door hen gedwongen werden tot ongeloof. Toen zij weigerden dit te doen, groeven de ongelovigen kuilen in de grond die zij vervolgens vulden met vuur. Hierop gingen zij rond deze kuilen zitten en beproefden zij de gelovigen. Wie hen gehoorzaamde, werd vrijgelaten en wie weigerde werd in het vuur geworpen. Dit is wel het toppunt als het gaat om het bestrijden van Allah en Zijn gelovige dienaren. Dit is dan ook de reden dat Allah hen hier vervloekt en hen een verschrikkelijke bestraffing in het vooruitzicht stelt, zeggende: ‘Vernietigd zijn de gravers van de kuilen.’

Vervolgens worden deze kuilen nader beschreven als zijnde kuilen ‘van vuur met zijn brandhout.’

‘Toen zij bij (het Vuur) zaten. En zij zijn getuige van wat zij de gelovigen aandoen.’ Kan een mens nog meer tiranniek en hardvochtiger worden dan dit. Zo hebben zij ongeloof en hardnekkigheid weten te combineren met het bestrijden en kwellen van de gelovigen op een hartverscheurende wijze.

In werkelijkheid hadden de gelovigen niets misdaan, behalve dat zij geloofden in Allah, de Almachtige, de Geprezene, wat natuurlijk prijzenswaardig is. Aan Allah behoort alle Macht waarmee Hij iedereen overweldigt. Hij is lofwaardig in al Zijn Woorden, Eigenschappen en Daden.

‘Degene aan Wie de Heerschappij van de hemelen en aarde toebehoort.’ Zowel vanuit het perspectief van de schepping als aanbidding. Hij bestuurt alles zoals Hij wil.

‘En Hij is over alles Getuige.’ Hij weet, ziet en hoort alles. Vrezen deze opstandige ongelovigen dan niet dat zij door Allah gegrepen zullen worden. Beseffen zij zich dan niet dat zij allen Zijn dienaren zijn. Of is het hen ontgaan dat Allah van al hun daden op de hoogte is en hen hiervoor zal belonen. Toch schijnen de onrechtplegers in blindheid te verkeren en de ongelovigen in hoogmoed.

Desondanks biedt Allah hen de mogelijkheid berouwvol tot Hem terug te keren, zeggende (interpretatie van de betekenis): “Waarlijk, degenen die de gelovige mannen en de gelovige vrouwen kwelden en daarna geen berouw toonden, voor hen is er dan de bestraffing van de Hel en voor hen is de bestraffing van het Brand.” Hasan al-Basriy zei over dit vers: “Kijk naar de gulheid en vrijgevigheid van Allah. Zij doodden Zijn Awliyaa’ (rechtschapen dienaren) en nog steeds nodigt Hij hen uit naar berouw.”

Na het noemen van de bestraffing die de ongelovigen te wachten staat, noemt Allah daarnaast de beloning die Hij eigenhandig heeft klaargemaakt voor Zijn dienaren, Hij zegt (interpretatie van de betekenis): “Waarlijk, degenen die geloofden en goede daden verrichtten, voor hen zijn er tuinen waar de rivieren onder door stromen. Dat is de grote zege.” Deze grote zege staat voor het verkrijgen van het Welbehagen van Allah en het bewonen van Zijn Paradijs.

‘Waarlijk, de Bestraffing van jouw Heer is zeker heftig.’ Oftewel, de Bestraffing die de misdadigers en de zondaars te wachten staat, is ondraaglijk. Laat dan ook iedereen onthouden dat Allah op de uitkijk is. Ook zegt Hij (interpretatie van de betekenis):

“En zo is de Bestraffing van jullie Heer, wanneer Hij de steden grijpt die onrechtvaardig zijn. Waarlijk, Zijn Bestraffing is pijnlijk, heftig.” (Soerat Hoed: 102)

‘Waarlijk, Hij is Degene die begint en herhaalt.’ Hij alleen is Degene Die de schepping tot stand heeft gebracht en deze weer zal herhalen.

‘En Hij is de Meest Vergevensgezinde, de Liefdevolle.’ Degene die alle zonden vergeeft van de berouwtonende dienaar. Hij is de Liefdevolle die het meest geliefd is. Zoals Hij geen gelijke heeft wat betreft Zijn Eigenschappen, Heerschappij en Daden, kent hij ook geen gelijke wat betreft de liefde die Zijn dienaren voor Hem in hun harten koesteren. Dit is dan ook de reden waarom liefde voor Allah de oorsprong is van alle aanbiddingen. Deze vorm van liefde steekt boven alle andere vormen van liefde. Het is zelfs zo dat wanneer andere vormen van liefde niet voortvloeien uit de liefde voor Allah, dit de ondergang van een persoon betekent. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Hij houdt van hen en zij houden van Hem.” (Soerat al-Maa’idah: 54)

Het feit dat Allah, de Verhevene, Zijn Naam ‘de Liefdevolle’ gelijk noemt met Zijn Naam ‘de Meest Vergevingsgezinde’ geeft aan dat wanneer de zondaren terugkeren tot hun Heer, Hij hen vergeeft en van hen zal gaan houden. Allah is meer verheugd met het berouw van Zijn dienaar, dan een man die zijn rijdier, met daarop zijn proviand, kwijtraakt in een dorre verlaten landstuk en nadat hij de hoop heeft opgegeven en onder een boom is gaan liggen in afwachting van de dood, daar plots uit het niets zijn rijdier ziet verschijnen. Men kan zich geen grotere vreugde dan dit bedenken. Toch is de blijdschap van Allah groter wanneer Zijn dienaar tot Hem terugkeert. Alle lof zij Allah.

‘Bezitter van de Troon, de Geprezene.’ Oftewel, Allah is de Eigenaar van de Geweldige Troon die zowel de hemelen, aarde als de Zetel (al-Koersiy) omvat. Deze zaken staan in verhouding tot de Troon, zoals een ring in verhouding staat tot de gehele aarde. Allah noemt de Troon vanwege zijn grootsheid en het feit dat hij, van alle schepselen, het dichtste bij Allah, de Verhevene ligt.

‘Verrichter van wat Hij wil.’ Als Allah iets wil verrichten, dan zegt Hij slechts: “Wees!” en het is. De schepselen van Allah daarentegen zijn niet in staat om zelf iets te doen, behalve als hen hulp wordt geboden en obstakels van hun weg afgehouden worden en dit geldt niet voor de Wil van Allah.

Vervolgens noemt Hij een aantal van Zijn Daden die als bewijs gelden voor de waarheid waarmee Zijn Boodschappers zijn gestuurd (interpretatie van de betekenis): “Is het verhaal van het leger tot jou gekomen? Firauwn en Thamoed.” Die de Profeten loochenden, wat voor Allah aanleiding was om hen te vernietigen.

‘Welnee, degenen die niet geloofden verkeren voortdurend in ontkenning.’ Zij zullen voortgaan in hun verloochening en hardnekkigheid, zodanig dat zij zich door geen enkel teken zullen laten vermanen.

‘Terwijl Allah hen omsingelt.’ Met Zijn Kennis en Zijn Macht. Dit vers bevat een strenge waarschuwing van Allah aan het adres van de ongelovigen, die overigens nog altijd onder Zijn Gezag vallen.

‘Welnee, het is een Geprezen Koran.’ Oftewel, rijk van betekenis, groots, overvloedig in Zijn goedheid en kennis.

‘(Behouden) in een Bewaarde Tafel.’ Behouden van alteratie, toevoeging en weglating. Bewaard van de invloeden van de shayaatien (satans). In de Bewaarde Tafel (al-Lawh ul-Mahfoedh) heeft Allah alles vastgelegd. Dit wijst op de verhevenheid, achtenswaardigheid en rijkdom van de Koran.

30-10-06, 10:33
Surah Al-Anbiija 21:47


"En Wij zullen op de dag van het Laatste Oordeel rechtvaardige weegschalen opstellen en niemand zal in iets onrecht worden aangedaan. Al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje, Wij zullen de daden van iedereen brengen; Wij zijn als afrekenaar voldoende."



Uitleg:
Allah, de Rechtvaardige en de Barmhartige, zal naar de kleinste daad, woord, gedachte, actie of motief vragen, al is het zo klein als een mosterdzaadje.

Het is moeilijk om vast te stellen wat de exacte vorm en aard van de weegschaal zal zijn. Eén ding is echter zeker; dat het de goede en slechte daden zal wegen en daardoor precies de morele waarde van elke persoon aan zal geven.

Er wordt nagegaan hoe goed of slecht iemand was. Allah gebruikt daarom het vertrouwde woord – weegschaal – om dit doel te verklaren, aangezien de evaluatie zal lijken op het wegen m.b.v. een weegschaal.

Een andere passende interpretatie is als volgt. Zoals een weegschaal dingen heel precies weegt en het verschil in gewicht tussen twee dingen aangeeft, zo zal de rechtvaardige weegschaal van Allah de levensloop van de mens evalueren en uitspreken wat erin overheerst –rechtgeaardheid of kwaad.



Surah Al-Israa 17:54


"Jullie Heer kent jullie beter. Indien Hij wil, begenadigt Hij jullie; of, indien Hij wil, bestraft Hij jullie. En Wij hebben jou (O, Moehammad) niet als voogd tot hen gezonden"



Uitleg:
Het past niet bij gelovigen om op te scheppen en om te zeggen dat ze per definitie in het paradijs terecht zullen komen. Of om tegen andere personen of groep mensen te zeggen dat die tot het hellevuur zullen behoren. Want alleen Allah Ta'la heeft de bevoegdheid om te beslissen wie in paradijs komt of in het hellevuur komt. Hij is de enige die de mensen heel goed kent en de Enige die over zowel verborgen als onverborgen dingen weet, die nu en in de toekomst plaatsvinden. Hij is de enige die zal beslissen aan wie Hij Zijn Barmhartigheid toont en wie Hij bestraft.
Het enige dat een mens wel met zekerheid kan zeggen, om de leerstellingen van de Quraan te verkondigen, is aangeven welk type mensen de Barmhartigheid van Allan verdient en welk type mensen de bestraffing van Allah verdient. Niemand op deze aarde heeft het recht om te zeggen dat een bepaalde persoon gestraft of vergeven zal worden door Allah.

Vermoedelijk was deze uiting gedaan naar aanleiding van de voortdurende oppressie door de ongelovigen waaraan de Moslims onderworpen werden. Sommige Moslims zouden in de verleiding zijn gekomen om tegen hun meest wrede tegenstanders te zeggen dat ze tot het hellevuur gedoemd zouden zijn of dat Allah ta'la hen zou bestraffen voor hun gedrag.

De missie van een Boodschapper is slechts om mensen uit te nodigen tot het goede pad. Het lot van de mensen is niet in zijn handen, noch is hij geautoriseerd om een oordeel uit te spreken over de mensen of om te beslissen wie in het hellevuur zal komen of wie de Barmhartigheid van Allah Ta'la krijgt.

De hierbovengenoemde observatie kan absoluut niet impliceren dat de Profeet (s.a.w) zo een fout had en dat hij hierop werd aangesproken. Het belang van deze verklaring is, om als een waarschuwing te dienen voor moslims in het algemeen tegen het aannemen van zo een houding. Want zolang de Profeet (s.a.w) de autoriteit niet heeft om aan te geven wie het hellevuur verdient en wie de paradijs verdient, hoe is het dan mogelijk dat gewone moslims gerechtvaardigd zouden zijn om zulke beslissingen te maken.



Surah An-nisaa 4:105


"Wij hebben het Boek met de waarheid naar jou neergezonden, opdat jij tussen de mensen oordeelt met wat Allah jou heeft getoond. En wees geen voorvechter voor de verraders".



Uitleg:
-De zaak van de "oprechte" gelovigen versus de "oneerlijke" joden.-
Het incident betrof een moslim uit Medina, Tu'mah, ook wel Bashir ibn Ubayriq genaamd, die deel uitmaakte van de Ansaarstam. Deze man stal het schild van een andere Ansaari. Terwijl er een onderzoek liep, gooide Tu'mah het schild in het huis van een joodse inwoner van Medina. De bestolen man benaderde profeet Muhammed, vrede zij met hem, en liet hem weten dat hij Tu'mah verdacht van de diefstal van zijn schild. Maar Tu'mah, gesteund door zijn verwanten en veel van zijn stamgenoten zweerden met elkaar samen en beschuldigden de joodse man van de diefstal.
Toen men de desbetreffende jood over de zaak vroeg gaf hij te kennen onschuldig te zijn. Ondertussen deed de achterban van Tu'mah er van alles aan om Tu'mah's vege lijf te redden. Om zijn "onschuld" te bewijzen voerde men het argument aan: "Maak jij een volk zwart wiens Islam en oprechtheid buiten iedere verdenking staat?"
Ze vonden zelfs dat de "oneerlijke jood", die immers de Waarheid durfde te ontkennen en die niet in Allah en de Profeet geloofde, wel onbetrouwbaar moest zijn en dat dienovereenkomstig zijn verklaring als onaanvaardbaar moest worden beschouwd.
Dit is het moment waarop Allah tussenbeide kwam met Zijn openbaring en waarmee dus de oneerlijkheid van een moslim werd onthuld:
"En wees geen voorvechter voor de verraders!". In dit vers en de daarop volgende, worden moslims streng op de vingers getikt, opdat ze geen misdadigers verdedigen of corruptie ondersteunen, ook al gaat het om familie of verwanten, ook al zien deze mensen er uit als "oprechte moslims".
-De universele en oneindige rechtvaardigheid van de Islam-
Volgens de leringen van de Islam dient een moslim, vanaf het eerste moment dat hij/zij er voor kiest volgens de regels ervan te leven, een groot voorvechter te zijn van rechtvaardigheid, om op te komen voor de onderdrukten en degenen wie onrecht wordt aangedaan- of het nu om een moslim gaat of niet- en om tegen een onderdrukker in te gaan, of dit nu een moslim is of niet.

Het opkomen voor recht kan nimmer betrekking hebben op uitsluitend moslims.
Hiervan getuigt de islamitische manier van leven, de ihsaan (excellentie) het beste, waarbij absolute rechtvaardigheid voorrang heeft op de tekortkomingen en de zwakheden van afzonderlijke moslimgelovigen. Als we kijken naar de toestand van de moslims vandaag de dag dan kan men zich afvragen waar die oneindige en universele gelijkheid, rechtvaardigheid en vrede is gebleven in hun landen en gemeenschappen. Moslims hebben door de geschiedenis heen leiders gehad die regeerden met rechtvaardigheid en gelijkheid, met tientallen verschillende minderheden in hun midden en waarin men in pais en vree met elkaar leefde.

30-10-06, 10:35
Surah Baqarah (De koe) 2:187

“…..Zij zijn een gewaad voor u en jij bent haar een gewaad……”



Uitleg:
Dit vers in de Koran onthult het basisdoel en concept van het huwelijk in de islam.
Islam schrijft voor, dat een echtgenote en haar echtgenoot de meest intieme en liefdevolle relatie behoren te hebben. Ieder van hen zou de belangen van de ander moeten beschermen, bedekken en bewaken. Dit diepzinnige en revolutionaire vers heeft de volgende vijf praktische implicaties:
Het feit dat man en vrouw worden beschouwd als gewaden voor elkaar, suggereert, dat zij alle twee een gelijkwaardige status hebben in het delen van de verantwoordelijkheden in een huwelijk.
Zoals kleding het lichaam bedekt op een manier dat er zich niets tussen de kleding en het lichaam bevindt, zouden de echtgenoot en echtgenote zo dichtbij en intiem moeten zijn, dat er geen geheimen tussen hen staan.
Beiden nemen elkaar volledig in vertrouwen en delen in elkaars vreugde en verdriet zonder schroom.
De taak van kleding is om het lichaam te beschermen tegen gevaren van buitenaf. De echtgenoten beschermen elkander dienovereenkomstig tegen alle gevaren van buiten. Zij werken samen om een thuis op te bouwen en een veilige haven, ver weg van het hardvochtige dagelijkse leven.
Kleding beschermt niet alleen het lichaam, maar geeft het ook schoonheid en sier.
Vergelijkbaar, zouden de echtgenoten elkaar niet alleen moeten afschermen van zorgen, verleidingen en misbruik van buitenaf, maar dit ook nog moeten doen met waardigheid en gratie.
Niemand wil graag leven zonder kleding, vandaar dat mannen en vrouwen zouden moeten streven naar een huwelijk zodat zij als kleding voor elkaar kunnen dienen.