PDA

Bekijk Volledige Versie : verricht je 5 gebeden op tijd!!!!!!!!!



girl d'anvers
06-11-06, 16:25
Ya fulan bin fulan.

Hij herinnerde dat zijn grootmoeder hem waarschuwde om het gebed op tijd te verrichten, "Lieverd je moet je gebeden niet uitstellen". Zijn grootmoeder was 70 jaar oud maar wanneer ze de adaan hoorde, stond ze meteen op en verrichte het gebed. Terwijl hij zelf niet van zijn ego kon winnen om meteen op te staan en de salaat te verrichten.

Wat hij ook deed, zijn gebed werd altijd uitgesteld en als laatste gedaan en dan ging hij zo snel mogelijk bidden om het binnen de tijden te voltooien. Denkend aan dit, stond hij op en kwam erachter dat hij nog 15 minuten over had voordat salaat-ul-isha zou ingaan. Hij ging snel wudu doen en verrichte salaat-ul-maghrib. Tijdens de tasbeeh, herinnerde hij zich zijn grootmoeder en schaamde zich voor zijn gebed. Zijn grootmoeder deed het gebed zo rustig en met kalmte. Hij begon dua te doen en ging een extra sujuud neerknieling doen en bleef neergeknield voor een tijdje met zijn voorhoofd op de grond. Hij was de gehele dag op school en was zo moe.

Hij schrok wakker en hoorde een harde geluid en zoveel geluid van geschreeuw, hij zweette hevig. Hij keek om zich heen, het was druk overal waar hij keek waren er mensen. Sommige stonden bevroren vooruit te staren, sommige waren aan het rennen naar links en rechts, sommige waren knielend aan het wachten. Massale angst en verbazing had hij, toen hij zich realiseerde waar hij was, zijn hart wilde bijna breken. Het was de Dag des Oordeels. Toen hij nog leefde, hoorde hij veel dingen over de Dag des Oordeels en de vragen die gesteld zouden worden, maar het leek zo lang geleden. "Ben ik nu aan het hallucineren, nee, dit is echt. Mijn angst heeft een hoogte bereikt dat dit waar moet zijn."

De namen werden genoemd om naar voren te komen, ". (O zoon/dochter van die en die)." Hij ging naar mensen toe om te vragen of zijn naam al is genoemd. Maar niemand had tijd of kon antwoorden, iedereen was verstijfd van de angst. Opeens hoorde hij zijn naam, de menigte ging opzij, twee mensen grepen hem vast en leidde hem naar voren. Hij liep naar voren met zijn hoofd naar beneden gezakt en zijn hele leven speelde in zijn hoofd zoals een snelle film. Hij opende zijn ogen maar zag een hele andere wereld. De mensen hielpen elkaar, hij zag zijn vader rennen van de ene lezing naar de andere en gaf zijn geld uit omwille van Allah. Zijn moeder nodigde mensen uit en was goed voor de gasten en was goed voor het gezin. De jongen begon aan zichzelf te denken. Ik vastte altijd de ramadan en hielp altijd mijn medemens, ik deed mijn best om kennis over te brengen, wat Allah aan mij verplicht stelde, deed ik en wat hij ons verboden heeft daar gehoorzaamde ik Allah in.

Hij begon te huilen en dacht eraan hoeveel hij houdt van Allah. Hij wist dat wat hij ook had gedaan in zijn leven aan goeds nooit kon zijn wat Allah eigenlijk verdiende en zijn enigste bescherming is Allah. Hij begon hevig te zweten zoals nooit tevoren, zijn ogen waren gericht op de weegschaal, wachtend op zijn uiteindelijke oordeel. En de oordeel werd geveld. Twee engelen met vellen van papier in hun handen keerden zich naar de menigte. Zijn benen hielden hem bijna niet meer. De engelen noemden de namen op wie de jahanem, de hel zouden ingaan, en zijn naam werd als eerst opgenoemd.

Hij viel op zijn knien en begon te schreeuwen, "Hoe kan ik naar jahanem gaan terwijl ik mijn best heb gedaan." Zijn ogen stroomdeN vol en twee engelen pakte hem beet en sleepte hem mee door de menigte richting de vonkende? bulderende vuur van jahanem. Hij begon nog harder te schreeuwen en hoopte op iemand die hem zou gaan helpen en begon zijn goede daden schreeuwend op te noemen, "Ik ben goed geweest voor mijn moeder en vader, ik heb mensen geholpen? ik heb vaak de koran gelezen." Maar niemand wilde hem helpen en de engelen droegen hem nog steeds. Ze kwamen steeds dichterbij het helle vuur. De jongen keek om en dacht aan de woorden van de profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) "Als er een rivier was bij de deur (van het huis) van n van jullie; en hij baadde daar elke dag vijf maal in; zou je dan nog zeggen dat er vuil bij hem was achtergebleven?" Ze zeiden, "Geen vuil zou dan op hem kunnen achterblijven." De profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Dat is het voorbeeld van de vijf gebeden waardoor Allah de zonden weg wast."

Hij begon te schreeuwen "Mijn gebeden, mijn gebeden, mijn gebeden." De twee engelen stopten niet en gingen door, ze kwamen bij de rand van het helle vuur. De vlammen van het helle vuur brandden in zijn gezicht, en hij keek voor de laatste keer achterom, hij hoorde een persoon reciteren, "NazzaAAatan lilshshawaa." (Het zal zijn huid afschroeien.) (Surah Al-Ma'aaridj: 16)

Zijn tranen waren opgedroogd van de hitte, en hij had geen hoop meer en de engelen duwden hem erin, en hij begon te vallen in de ongelofelijke diepte en toen opeens tijdens het vallen werd hij vastgepakt bij zijn arm. Hij keek om en zag dat het een oude man was met een lange witte baard. De jongen veegde wat stof van zijn gezicht weg en vroeg verbaasd aan hem, "Wie ben jij?" De oude man antwoordde glimlachend, "Ik ben je gebeden." Boos zei de jongen, "Waarom ben je zo laat, ik was bijna in het helle vuur gevallen." De oude man glimlachte en schudde zijn hoofd en zei, "Je heb mij ook altijd op het nippertje verricht, ben je dat alweer vergeten?" Op dat moment kwam deze jongen weer bij en kwam hij uit de sujuud, neerknieling, met zweet op zijn voorhoofd, hij hoorde de adaan van buiten voor salaat-ul-isha en deed meteen wudu en ging rennen naar de moskee.

p te staan en de salaat te verrichten.

Wat hij ook deed, zijn gebed werd altijd uitgesteld en als laatste gedaan en dan ging hij zo snel mogelijk bidden om het binnen de tijden te voltooien. Denkend aan dit, stond hij op en kwam erachter dat hij nog 15 minuten over had voordat salaat-ul-isha zou ingaan. Hij ging snel wudu doen en verrichte salaat-ul-maghrib. Tijdens de tasbeeh, herinnerde hij zich zijn grootmoeder en schaamde zich voor zijn gebed. Zijn grootmoeder deed het gebed zo rustig en met kalmte. Hij begon dua te doen en ging een extra sujuud neerknieling doen en bleef neergeknield voor een tijdje met zijn voorhoofd op de grond. Hij was de gehele dag op school en was zo moe.

Hij schrok wakker en hoorde een harde geluid en zoveel geluid van geschreeuw, hij zweette hevig. Hij keek om zich heen, het was druk overal waar hij keek waren er mensen. Sommige stonden bevroren vooruit te staren, sommige waren aan het rennen naar links en rechts, sommige waren knielend aan het wachten. Massale angst en verbazing had hij, toen hij zich realiseerde waar hij was, zijn hart wilde bijna breken. Het was de Dag des Oordeels. Toen hij nog leefde, hoorde hij veel dingen over de Dag des Oordeels en de vragen die gesteld zouden worden, maar het leek zo lang geleden. "Ben ik nu aan het hallucineren, nee, dit is echt. Mijn angst heeft een hoogte bereikt dat dit waar moet zijn."

De namen werden genoemd om naar voren te komen, ". (O zoon/dochter van die en die)." Hij ging naar mensen toe om te vragen of zijn naam al is genoemd. Maar niemand had tijd of kon antwoorden, iedereen was verstijfd van de angst. Opeens hoorde hij zijn naam, de menigte ging opzij, twee mensen grepen hem vast en leidde hem naar voren. Hij liep naar voren met zijn hoofd naar beneden gezakt en zijn hele leven speelde in zijn hoofd zoals een snelle film. Hij opende zijn ogen maar zag een hele andere wereld. De mensen hielpen elkaar, hij zag zijn vader rennen van de ene lezing naar de andere en gaf zijn geld uit omwille van Allah. Zijn moeder nodigde mensen uit en was goed voor de gasten en was goed voor het gezin. De jongen begon aan zichzelf te denken. Ik vastte altijd de ramadan en hielp altijd mijn medemens, ik deed mijn best om kennis over te brengen, wat Allah aan mij verplicht stelde, deed ik en wat hij ons verboden heeft daar gehoorzaamde ik Allah in.

Hij begon te huilen en dacht eraan hoeveel hij houdt van Allah. Hij wist dat wat hij ook had gedaan in zijn leven aan goeds nooit kon zijn wat Allah eigenlijk verdiende en zijn enigste bescherming is Allah. Hij begon hevig te zweten zoals nooit tevoren, zijn ogen waren gericht op de weegschaal, wachtend op zijn uiteindelijke oordeel. En de oordeel werd geveld. Twee engelen met vellen van papier in hun handen keerden zich naar de menigte. Zijn benen hielden hem bijna niet meer. De engelen noemden de namen op wie de jahanem, de hel zouden ingaan, en zijn naam werd als eerst opgenoemd.

Hij viel op zijn knien en begon te schreeuwen, "Hoe kan ik naar jahanem gaan terwijl ik mijn best heb gedaan." Zijn ogen stroomdeN vol en twee engelen pakte hem beet en sleepte hem mee door de menigte richting de vonkende? bulderende vuur van jahanem. Hij begon nog harder te schreeuwen en hoopte op iemand die hem zou gaan helpen en begon zijn goede daden schreeuwend op te noemen, "Ik ben goed geweest voor mijn moeder en vader, ik heb mensen geholpen? ik heb vaak de koran gelezen." Maar niemand wilde hem helpen en de engelen droegen hem nog steeds. Ze kwamen steeds dichterbij het helle vuur. De jongen keek om en dacht aan de woorden van de profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) "Als er een rivier was bij de deur (van het huis) van n van jullie; en hij baadde daar elke dag vijf maal in; zou je dan nog zeggen dat er vuil bij hem was achtergebleven?" Ze zeiden, "Geen vuil zou dan op hem kunnen achterblijven." De profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Dat is het voorbeeld van de vijf gebeden waardoor Allah de zonden weg wast."

Hij begon te schreeuwen "Mijn gebeden, mijn gebeden, mijn gebeden." De twee engelen stopten niet en gingen door, ze kwamen bij de rand van het helle vuur. De vlammen van het helle vuur brandden in zijn gezicht, en hij keek voor de laatste keer achterom, hij hoorde een persoon reciteren, "NazzaAAatan lilshshawaa." (Het zal zijn huid afschroeien.) (Surah Al-Ma'aaridj: 16)

Zijn tranen waren opgedroogd van de hitte, en hij had geen hoop meer en de engelen duwden hem erin, en hij begon te vallen in de ongelofelijke diepte en toen opeens tijdens het vallen werd hij vastgepakt bij zijn arm. Hij keek om en zag dat het een oude man was met een lange witte baard. De jongen veegde wat stof van zijn gezicht weg en vroeg verbaasd aan hem, "Wie ben jij?" De oude man antwoordde glimlachend, "Ik ben je gebeden." Boos zei de jongen, "Waarom ben je zo laat, ik was bijna in het helle vuur gevallen." De oude man glimlachte en schudde zijn hoofd en zei, "Je heb mij ook altijd op het nippertje verricht, ben je dat alweer vergeten?" Op dat moment kwam deze jongen weer bij en kwam hij uit de sujuud, neerknieling, met zweet op zijn voorhoofd, hij hoorde de adaan van buiten voor salaat-ul-isha en deed meteen wudu en ging rennen naar de moskee.