Dit jaar vieren we het zestigjarig bestaan van IsraŽl. Maar valt er wel wat te vieren? Al die jaren heeft het land oorlog gevoerd, onder druk gestaan en moord en doodslag ervaren. Het einde is nog lang niet in zicht. Is het stichten van ĎIsraŽl een onherstelbare vergissingí? Deze conclusie, of beter gezegd: stelling, is de titel van Chris van der Heijden's nieuwste werk. In dit essay focust hij zich op de geschiedenis vůůr de stichting van IsraŽl. Wat ligt er nu precies ten grondslag aan het huidige Palestijns-IsraŽlisch conflict?

De onverwoestbare mythe over IsraŽl als beloofde land voor de joden stamt nog uit de tijd van Exodus, om precies te zijn uit psalm 137. Al tweeduizend jaar zouden joden geobsedeerd zijn geweest door dat ene zinnetje: ĎVolgend jaar Jeruzalemí. Dit verlangen naar een daadwerkelijke terugkeer naar IsraŽl is tweeduizend jaar lang de kern geweest van de joodse geschiedenis. Volgens Van der Heijden hebben verreweg de meeste joden nooit serieus overwogen om voor langere tijd naar het Heilige Land te trekken. De uitdrukking ĎVolgend jaar Jeruzalemí had voor hen eerder een religieuze of rituele betekenis.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw kwam hier verandering in en ontstond het zionisme. Het gevoel heerste dat zolang de joden tussen andere volkeren leefden, ze niet in staat zouden zijn zich te verdedigen. Er was maar ťťn middel dat daar verandering in zou kunnen brengen en dat was: een eigen staat.

De Rus Chaim Weizmann is verreweg de belangrijkste persoon geweest bij het ontstaan van de staat IsraŽl. Hij behoorde tot de eerste generatie joden die in de ban raakte van het politieke verlangen naar Zion. Deze diplomaat kreeg werk in Groot-BrittanniŽ als wetenschapper en was in staat door te dringen tot de hoogste politieke regionen. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Balfour, beloofde vlak voordat de Britten Palestina veroverden, dat zijn regering haar uiterste best zou doen om hier een joods thuis van te maken. De Balfour-declaratie werd opgenomen in het vredesverdrag en maakte deel uit van het mandaat in 1923. De eerste stap naar de realisatie van de staat IsraŽl was gezet. Chaim Weizmann werd uiteindelijk de langstzittende voorzitter van de Wereld Zionistische Organisatie en de eerste president van IsraŽl.

In de Balfour-verklaring werd ook expliciet ťťn voorbehoud gemaakt. ĎBurgelijke en religieuze rechten van de niet-joodse gemeenschap mochten niet onder de stichting van IsraŽl te lijden hebben.Ē Kleine lettertjes die uiteindelijk de kern zouden vormen van het Palestijns-IsraŽlitisch conflict.

Volgens van der Heijden werd het feit dat er al mensen in Palestina woonden van volstrekt ondergeschikt belang geacht. Hij schrijft dat westerlingen de oorspronkelijke bewoners van Palestina niet zagen staan en niet in hun waarde lieten. De joden zouden die Ďarme sloebers op dat zanderig stukje aardeí, wel even beschaving bij brengen. In een brief naar zijn zoon schreef Weizmann in 1918 zelfs: ďDe Arabieren zijn als stenen op een hobbelig pad.Ē Alles was ondergeschikt aan de droom van een vrij en onafhankelijk Zion.

Toen de Britten in 1923 het mandaat over Palestina kregen, was hun imperium op zijn grootst. Ze overheersten een vijfde van de wereld. Eerder in de twintigste eeuw had Balfour, op dat moment premier van Groot-BrittanniŽ, de zionisten Oeganda aangeboden. Toen zij dat afwezen, raakte Balfour nog meer doordrongen van het eeuwenoude christelijk besef dat joden en Palestina bij elkaar hoorden Ďals vingers bij een handí. Palestina was niet zomaar een land en elke christen had tegenover het heilige land een plicht. Palestina moest net zo joods worden als Amerika Amerikaans en Engeland Engels.

De bemoeienis van de Britten met Palestina kwam niet louter uit idealen voort. Palestina gaf toegang tot het Suezkanaal. Dit kanaal was voor de Britten van levensbelang omdat het een veel kortere verbinding met Engeland's belangrijkste kolonie India verschafte. Maar het verzet van de Palestijnen om van hun land een joods nationaal tehuis maken bleef groot en iedere oplossing die werd aangedragen leek de situatie alleen ingewikkelder te maken. Na twintig jaar mandaat te hebben gevoerd over Palestina werd het de Britten duidelijk dat ze niet alleen een onmogelijke, maar ook een verloren strijd streden. Het advies was: wegwezen. Ze gaven hun Ďopdrachtí terug aan de VN. Vanaf dat moment hebben de Amerikanen de rol van de Britten definitief overgenomen. De band tussen IsraŽl en Amerika is sindsdien zelfs zo sterk dat IsraŽl ook wel eens de 51e staat wordt genoemd.

De VN moest met een oplossing komen voor het Palestijnse probleem. De Arabieren waren en bleven ervan overtuigd dat de joden niets te zoeken hadden in het gebied . Hun norse houding en het feit dat ze weigerden om mee te werken aan een oplossing, verslechterde hun politieke positie. Van der Heijden schrijft dat hij het pijnlijk vindt om te zien dat deze groep altijd aan de zijlijn heeft gestaan en zich gedwongen voelde om steeds vreemdere sprongen te maken.

Het United Nations Special Comitť On Palestine (UNSCOP) stortte zich op het probleem en kwam in 1947 met een rapport. Hierin werd een einde gemaakt aan het Britse mandaat en het land zou verdeeld worden in drie stukken, ťťn voor de joden, ťťn voor de Palestijnen en een onafhankelijk Jeruzalem dat onder internationaal gezag zou vallen. ďHet had eventueel een oplossing kunnen zijn, als men zich aan het plan had gehouden. Maar zelfs dat gebeurde niet. Niets liep zoals het had kunnen en moeten lopen. IsraŽl trok zich niks aan van resoluties en de wereldgemeenschap liet het erbijí, schrijft Van der Heijden in zijn boek.

In 1948 werd de staat IsraŽl officieel gesticht. Een veelgehoord verhaal is dat de stichting van IsraŽl het resultaat is van een westers schuldgevoel over wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog met de joden gebeurd is. Van der Heijden is van mening dat dit verhaal onjuist is: de belofte van een joodse staat dateert immers van ver voor de Shoah.

Vergelding op vergelding volgde. Van het oorspronkelijke plan om Palestina te verdelen kwam niks terecht. De traditionele verklaring hiervoor is dat de Arabieren het er zelf naar gemaakt hebben, omdat ze het verdelingsplan van de Verenigde Natie niet aanvaardden. Maar een Arabische regering is ook nooit door Londen erkend, verdedigt Van der Heijden. Hij omschrijft de Palestijnse bevolking als een pechvogel die opgeofferd is.

In zijn boek vertelt Van der Heijden uitgebreid over het onrecht dat de Palestijnen is aangedaan vlak voor de stichting van IsraŽl. Een van de meest schokkende verhalen is dat van het Arabische meisje uit de Negevwoestijn. Zij werd door IsraŽlische soldaten herhaaldelijk verkracht en vervolgens op gruwelijke wijze afgemaakt.

Dit aangrijpende verhaal wil Van der Heijden als symbool nemen voor al het onrecht dat de Palestijnen is aangedaan, zoals Anne Frank symbool werd voor het onrecht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het lot van het meisje uit de Negevwoestijn staat voor de politiek die destijds gevoerd is en ontmaskert het systeem, vindt Van der Heijden.

Het voortslepende IsraŽl-Palestina conflict vormt een wereldwijd dilemma. Van der Heijden komt na zestig jaar IsraŽl tot de conclusie dat strijd enkel tot meer strijd leidt en dat aangedragen oplossingen de zaak alleen maar ingewikkelder maken. Vanuit humanistisch uitgangspunt is de vergissing ĎIsraŽlí onherstelbaar. Zelfs al zouden de zes miljoen joden in IsraŽl daar onrechtmatig verblijven, het feit dat ze er al zestig jaar wonen geeft hen rechten. Net zoals dat gold voor de Palestijnen die er voor 1948 verbleven, vindt Van der Heijden.

IsraŽl is niet alleen het probleem van de joden. Als internationale brandhaard is het een probleem van ons allen. Als er ooit een oplossing voor Palestijns-IsraŽlisch conflict komt, begint die volgens van der Heijden bij de erkenning van de vergissing van de stichting van IsraŽl. Zolang die erkenning er niet komt, zal het van kwaad tot erger gaan.

Chris van der Heijden (1954) is historicus en docent aan de School voor Journalistiek te Utrecht. Hij is journalist voor diverse media, is politiek-historisch commentator bij de Humanistische Omroep en huisauteur van Uitgeverij Contact. Zijn leven lang heeft hij al veel geschreven en gelezen over oorlogen. Zijn fascinatie voor de problematiek in IsraŽl hangt sterk samen met zijn eigen afkomst. Van der Heijden is kind van ouders die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de naziís stonden. Hierdoor krijgt hij makkelijk het stempel antisemiet opgedrukt. Onterecht vindt hij, men zou hem hooguit kunnen aanrekenen dat hij sterk emotioneel betrokken is. Met zijn laatste boek hoopt hij de discussie los te maken en de mythe over IsraŽl te doorbreken.

Tekst: Maartje Hagar Treep