Ik ben het er niet mee eens dat de hond in de voerbak recht heeft op de voerbak, ook al heeft hij daar nog zo lang in gelegen. Ik erken dat recht niet. Ik geef bijvoorbeeld niet toe dat de Indianen van Amerika of de zwarten van Australië groot onrecht is aangedaan. Ik weiger te erkennen, dat deze mensen onrecht is aangedaan, omdat een sterker ras –een hogerstaand ras, een meer wereldwijs ras, om het zo maar eens te zeggen- op het toneel is verschenen en hun plaats heeft ingenomen.’

Zo vergelijkt de beroemde Winston Churchill (staatsman en premier van het Verenigd Koninkrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog) de Arabieren in Palestina met een hond die in een voerbak ligt. Het boek ‘De verwoesting van Palestina’ dat dit jaar onder redactie van Robert Soeterik verscheen bevat veel uitspraken van bekende figuren die betrokken waren bij de stichting van de staat Israël. Citaten die op schokkende wijze kenschetsen hoe er destijds, en wellicht nu nog, over de Palestijnen werd gedacht.

De bundel bestaat voor een groot deel uit artikelen uit buitenlandse kwaliteitskranten, die met deze publicatie voor het eerst in het Nederlands verschijnen. Centraal thema van het boek is wat ook wel ‘de moeder der conflicten’ wordt genoemd: de strijd tussen zionistische joden en Palestijnen. Volgens Soeterik is de term ‘Israëlisch-Palestijns conflict’ in deze context misleidend. De woorden lijken een symmetrie tussen de strijdende partijen te suggereren die helemaal niet bestaat. Lezing van dit lijvige, bijna vijfhonderd pagina’s tellende document laat inderdaad geen ruimte voor een andere conclusie. Zelden hield ik zo’n bittere nasmaak aan een boek over, vooral omdat het conflict in alle hevigheid voortduurt en het einde nog lang niet in zicht is.

Een aantal artikelen in de reader gaat dieper in op de historische wortels van het conflict. Verhelderend vond ik in die zin het artikel van Norman Finkelstein die de verovering van Palestina verklaart aan de hand van de Europese expansiedrift en haar veroveringsideologie. Veelzeggend is dat het voor kolonisatie bestemde gebied steevast als ‘leeg’ werd aangeduid. De zionistische slogan ‘a land without a people for people without a land’ is hier een goed voorbeeld van. Een ander veelgehoord argument vóór verovering was de hond-in-de-voerbak-metafoor van Churchil, waarmee hij aangaf dat de grondrechten van de mens niet voor de ‘minderwaardige rassen’ gelden. Onderaan het artikel van Finkelstein, die docent politieke theorie was, staat trouwens dat zijn contract aan DePaul University in Chicago in 2007 niet verlengd werd onder druk van de Israël-lobby.

Die lobby is het onderwerp van het stuk van John Mearsheimer en Stephan Walt. Zij stellen dat deze beweging een open debat over de steun van de Verenigde Staten aan Israël vrijwel onmogelijk maakt. Dat gaat niet alleen op voor de politiek en media, maar ook voor de Amerikaanse universiteiten. De steun van de Verenigde Staten is onvoorwaardelijk en vrijwel kritiekloos. Zo wordt de Israëlische politiek van judaïsering of verjoodsing van voormalig Palestina geen strobreed in de weg gelegd.

Ook het etnocratische beleid van Israël dat tot stelselmatige discriminatie van niet-Joden leidt, komt aan bod. Duidelijk wordt dat de 1,3 miljoen Palestijnen die in Israël wonen tweederangsburgers zijn. Het beleid in Oost-Jeruzalem is erop gericht een joodse meerderheid te creëren om zo de Palestijnse claims op het gebied te verzwakken en uiteindelijk teniet te doen. Voor wat betreft de bezette gebieden schetsen de teksten een even somber beeld. Veertig procent van de Westbank is verboden voor Palestijnen. Het verkeer tussen de Palestijnse enclaves wordt belemmerd door vierhonderdvijftig wegversperringen en zeventig checkpoints. De Verenigde Staten en de Europese Unie hebben niets tegen deze realiteit ondernomen en wijten de situatie aan Palestijns geweld. Diverse artikelen in het boek onderstrepen dat juist in perioden van relatieve rust (het Oslo-vredesproces, 1993-2000) méér dan minder grond is geannexeerd.

Met de ontruiming van Gaza in september 2005 heeft Israël de wereld zand in de ogen gestrooid; de Gazastrook is feitelijk onder Israëlische controle gebleven. Bovendien is wat in Gaza aan grond is verloren, ruimschoots gecompenseerd in de Westbank. Daar gaan de kolonisten onverminderd door met de bouw van nederzettingen. Om nog maar te zwijgen van de bouw van de Muur dwars door het gebied.

Het boek schetst op levendige wijze de omvang en diepte van het Palestijns drama. Het toont ook aan dat de lang gekoesterde droom van twee aparte staten een illusie is geworden. De annexatie van grote delen van de Westbank staan de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat in de weg. De één staat-oplossing lijkt tegelijkertijd een utopie. Een exclusief op joodse grondslag gebaseerde staat verhoudt zich moelijk tot het democratisch principe van gelijkheid van alle burgers, ongeacht etniciteit of religie. Toch plaatst Soeterik aan het eind van het boek een moedige Één Staat-Verklaring, getekend door Israeliërs èn Palestijnen. Het is een lichtpuntje aan het einde van de tunnel en de verklaring verdient de steun van iedereen die de mensenrechten een warm hart toedraagt.

Tekst: Selma Hamada