Mohammed Benzakour draait er niet om heen. In Stinkende Heelmeesters, confrontaties en bespiegelingen, geeft hij zijn visie op de actualiteiten van de afgelopen jaren. Scherp, humoristisch, pittig en eigenzinnig doet hij zijn woord in columns en reportages.

Benzakour gaf in december nog een flinke portie kritiek op het bestaan van de Adviesraad voor de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland. Het is volgens hem geen platform voor de Europese emigranten, maar een nieuw instrument in de tentakels van Marokko.

Met Benzakour ben je het eens of oneens, je houdt van zijn visies of je kan het totaal niet uitstaan. In Stinkende Heelmeesters vind je een overzicht van de columns en reportages die hij van 2001 tot 2008 in verschillende media publiceerde. Hij neemt je mee van de opmars van de allochtoon, via 9/11, naar Hirsi Ali, Mohammed B., zijn brief aan Rita Verdonk, Israel, Abou Jahjah, de Partij voor de Dieren, en van minister Plasterk tot aan Geert Wilders toe. Natuurlijk ontbreken ook de 'multiculti' verhalen niet, over de Berbers, over Allah, over liefde en huwelijk, en een thuisrepo over de Marokkaanse stad Nador.

Ooit begon Benzakour als student Sociologie, daarna studeerde hij nog Politicologie. Hij was een tijd werkzaam als ambtenaar, maar al snel besloot hij dat daar niet zijn droombaan lag. In 1999 waagt hij de carrièrestap, hij stort zich op het schrijverschap, zeggen waar het op slaat en niet terugdeinzen, zowel het mooie als het minder mooie niet onbelicht laten. In '99 levert hem dat zijn eerste prijs op, de Mediaprijs Gemeente Amsterdam en in '05 ontvangt hij de prijs voor de Journalist voor de Vrede.

Maar wat maakt Benzakour zo geliefd of gehaat? In Stinkende Heelmeesters kun je over een paar factoren oordelen. In het boek staan prachtige zinnen, Benzakour heeft een grappige woordkeuze en hij schrijft de juist column op het juiste moment. Dat hij Marokkaan is – en van Berberorigine – laat hij ook niet onbekend. In 'Kom niet aan onze moeders' (Trouw, 14 juli 2006)laat hij dat bijvoorbeeld merken. Het opinieartikel gaat over de kopstoot die Zidande uitdeelde op het WK tegen de Italiaan Materazzi. Die had iets gezegd over de moeder van 'Zizou'.
“Wie zich minimaal heeft verdiept in de moslimcultuur weet welke verheven zo niet heilige status de moeder inneemt. Bij Kayblische Berbermoslims – van wie Zidane afstamt, alsmede ondergetekende – bevindt hij zich nog een graadje hoger. Kom je aan een (Berberse) moslimmoeder, dan kom je aan de islam. Kom je aan de islam, dan kom je aan de ziel en het wezen van een muzelman- ongeacht zijn mate van belijdenis. Zo verklaart de islam dat 'de hemel zich bevindt onder de voeten van je moeder', hetgeen in de moslimwereld nogal letterlijk wordt opgevat.”

Over zijn rol als lijstduwer voor de Partij van de Dieren schreef hij een opiniestuk. Hij beschrijft erin dat het misschien wat raar is om als 'muzelman' op zo'n lijst te staan, maar zijn keuze was simpel. “Met alle dieren kan ik het goed vinden, wat ik niet van alle mensen kan zeggen.” Zijn eigen religie moet het ontgelden: het slachten van schapen hoeft helemaal niet als religieuze plicht, het is iets dat teruggaat naar de pre-islamitische, cultische traditie. Hij eet dan ook net zo lief geen schaap tijdens het Offerfeest. “Ik zie toch liever een bord spaghetti quattro formaggio opgediend. Net zo lekker, maar minder bloederig.”

Hij is niet bang om zijn landgenoten een keer flink te bespiegelen en confronteren. Dat doet hij o.a. In zijn essay 'De Marokkaan als Don Quichot' (De Groene Amsterdammer, 9 maart 2007). “Hoe beziet de Nederlander de Marokkaan? Welk genre Marokkaan brengen de media graag in beeld? Welgeteld kwam ik op zes gezichten uit. 1. Mohammed B. 2 Abelkader B. 3. Samir A. 4. Ahmed A. 5. Najib A. 6. Ali B.”

Het huwelijk wordt in de schijnwerpers gezet door Benzakour (in de Humanist 5, 2006). Trouwen is hier steeds minder de orde van de dag, maar in Marokko is het 'noodzaak'. Of de ultieme poging om te ontsnappen aan het ouderlijk huis. Weet daarbij dat het huwelijk in Marokko maar drie leuke dagen kent, drie ceremoniedagen. “Goed vreten, lachen, vliesjes doorprikken, beschonken danspartijen en veel geloei. Daarna begint het echte leven en dat is stukken onfeestelijker. Ruzies, bedrog, ontrouw en een onstuitbare stroom babypoep en kroostkakafonie. Maar doordat deze noden lang van te voren waren ingecalculeerd, kan het huwelijk alleen nog maar meevallen.”

Stinkende Heelmeesters is scherp en eigenzinnig, soms een tikkeltje te eigenzinnig. Een leesbaar boek door de bundeling van de korte stukken. De multiculturele samenleving moet het ontgelden in dit boek, Benzakour laat niets onbelicht en is kritisch waar hij dat maar kan zijn.

Stinkende Heelmeesters, confrontaties en bespiegelingen, Uitgeverij de Geus.

 


Tekst: Simone Driessen