Rudi Visker: ‘Multiculturaliteit is een ongewilde heiligschennis’
INTERVIEW

Door: Leon Heuts

'Wat voor mij betekenisvol is, hoeft de ander niets te zeggen'. Rudi Visker over het probleem van de multiculturele samenleving, en hoe we er mee om moeten gaan: vormgeven aan een publieke ruimte waar onverenigbare verschillen niet worden weg gemoraliseerd door gezamenlijke waarden en normen.




'Ach, het lukt niet goed...'. Halverwege het gesprek blijft Rudi Visker even hangen. Middenin een zin, die handelt over de grenzen van de taal, raakt hij verstrikt in de materie. Heel even - in zijn monoloog van vijf uur - weet hij niet het juiste woord te vinden. Misschien dat een voorbeeld kan helpen? De Leuvense hoogleraar pakt een boek van de Duitse schrijver Bernhard Schlink, de korte novelle De besnijdenis. 'Het gaat over een jonge Duitser die in New York hopeloos verliefd wordt op een joods meisje. Hij wordt bij haar familie geïntroduceerd. Een joodse familie met een concentratiekampverleden. Meteen blijkt dat alle gesprekken, hoe onschuldig ze ook lijken, voor zowel de jongen als de familie beladen zijn. Ieder woord wordt gewogen. Als de jongen met het meisje alleen is, overspoelt hij haar met dwangmatige paranoïde angsten: "Waarom vroegen ze mij dit. Wat had dat te betekenen?" Hij wordt met zijn neus gedrukt op het feit dat hij anders is - "Duits", iets waar hij eigenlijk nooit bij had stilgestaan en zeker niet prat op ging. Vreemd genoeg betrapt hij er zich op dat hij tegenover haar de Duitse cultuur en taal begint te verdedigen. Waarom doet hij dat? Waarom verdedigt hij iets waarmee hij zich niet identificeert en zich niet in herkent?'

'Maar aangezien dat iets - die "Duitsheid" - een wig tussen hen drijft, besluit hij tot een daad: om hun liefde te redden is hij bereid iets van zichzelf op te geven, hij besluit zich te laten besnijden. Niet in de synagoge, omringd door volwassenen, maar in het geheim in de kliniek van een bevriende Duitse chirurg. Hij keert terug bij het meisje en slaapt met haar. Terloops vraagt hij haar of ze heeft gemerkt dat hij besneden is. "Ze greep naar zijn geslacht. 'Was je… nee, je was niet… of… Zeg, je maakt me helemaal in de war! Waarom vertel je me dat je besneden bent?' 'Zo maar.' 'Ik dacht altijd dat je niet besneden was. Maar als je het toch bent…' Ze schudde haar hoofd. 'Het is bij jullie niet zo gebruikelijk als bij ons, toch?'" In het holst van de nacht verlaat hij het appartement van het meisje, en keert niet meer terug.'

Visker: 'Het offer van zijn voorhuid heeft voor haar niet de betekenis die hij eraan toekent. Het wrange is dat hij, die zich niet wenste te identificeren met het Duitserschap, zijn voorhuid niet op een meer "Duitse" manier had kunnen laten verwijderen; clean, operatief, zonder ceremonie.'

Dit verhaal illustreert een van de hoofdthesen van Viskers recente boek Vreemd gaan en vreemd blijven. Filosofie van de multiculturaliteit: iedereen is geworteld - geworteld in een cultuur, in gewoontes, ervaringen, geschiedenis. Maar verworteling betekent niet dat we met die wortels samenvallen, er de betekenis van kennen. We kunnen graven naar die wortels, maar we komen er nooit echt bij. 'Eigenheid' is niet iets wat we bezitten. Het is eerder iets wat ons bezet. Visker: 'We zitten eraan vast, maar we hebben er geen toegang toe. Eigenlijk zouden we beter kunnen spreken van de eigen andersheid: het verschil dat ons onverwisselbaar maakt met anderen is niet iets waarvan de betekenis voor ons duidelijk is. Zelfs als we denken dat dat wel het geval is, blijkt uit de confrontatie met anderen dat we daar veel minder greep op hebben dan we dachten.'

Volgens Visker is dat nu juist het probleem van de multiculturele, pluralistische samenleving: wat wij als betekenisvol ervaren is niet noodzakelijk betekenisvol voor de 'ander'. Visker: 'En het ergerlijke is dat ik die ander al evenmin kan uitleggen waarom het zo betekenisvol is. Betekenisvolheid laat zich niet uitzeggen in de orde van betekenis. Ze veronderstelt een geraakt-zijn en de ander is juist een ander omdat hij iemand is die niet op die manier geraakt is. Wat op mij een diepe "in-druk" heeft gemaakt, was voor hem een gewone ervaring, iets met betekenis, maar niet iets van betekenis. En dat is onverdraaglijk omdat het mij confronteert met het gewicht waarmee mijn eigenheid op mij weegt, op mij "in-drukt". Vandaar dat multiculturaliteit een soort profanatie met zich meebrengt - een heiligschennis die "onverteerbaar" is. Dat bedoel ik niet in de betekenis van het gewild met profane handen ontheiligen. De profanatie is juist ongewild. In mijn omgang met anderen merk ik dat wat voor mij betekenisvol is, de ander niets hoeft te zeggen. Mijn absolute waarden zijn voor een ander niet absoluut.'

Volgens Visker is de grondervaring in een pluralistische samenleving dat het anders kan. Maar hoe kan ik me mijn absolute waarden voorstellen als iets dat louter contingent is? Visker: 'En dat is slechts één aspect van het probleem. Het echt vervelende is dat ondanks het feit dat het anders kan, het voor mij toch niet anders kan. Vanwaar die absoluutheid? Wat houdt mij daar in de greep? Het echte probleem van het postmodernisme ligt in die greep, en dus niet - zoals vaak wordt beweerd - in het zogenaamde postmoderne relativisme, nihilisme, in de onverschilligheid. Het ligt in het omgekeerde: in wat ik noem de "niet-onverschilligheid". Ondanks het feit dat mijn absolute slechts een "contingent" absolute is, laat het mij niet onverschillig. Het kan voor mij niet anders zijn. Maar daardoor verandert wel de manier waarop ik mijn "zelf-zijn" beleef. Eigenheid is, zoals ik al zei, niet zozeer iets wat we hebben, maar iets wat ons heeft. En, zoals ik in mijn boek uitleg, iets wat beklemt, bevreemdt. Vandaar dat ik die eigenheid soms vergelijk met een indigestie: ik stoot erop wanneer ik iets niet verteer.'

Ellende
Men gaat er vaak vanuit dat de redelijke manier om de verschillen in een multiculturele samenleving te overbruggen, eruit bestaat te proberen te 'begrijpen' wat de andere cultuur zo anders maakt. Visker: 'Denk aan de voorlichting van de Nederlandse regering over andere culturen. Daarbij ligt altijd de nadruk op begrijpen: we gaan de autochtone Nederlander vertellen over de culturele achtergronden van de zogenaamde allochtonen en dan ziet die autochtoon vanzelf wel in dat zij ook mensen zijn. En als hij het niet begrijpt, dan is er sprake van een irrationele onwil. Maar er is een verschil tussen begrijpen en er begrip voor hebben. Zoals er een verschil is tussen inzicht hebben in iets, en er daadwerkelijk iets in zien. Het een volgt niet noodzakelijk uit het ander. En het hiaat daartussen is niet noodzakelijk een tekortkoming. Integendeel: het is de kern van het probleem, een kern die men niet moet wegmoraliseren. Wat men onwil noemt, is niet iets waarover ik naar willekeur kan beschikken. Het feit dat ik niet opensta voor de ander is niet noodzakelijk een niet open willen staan, een zich afsluiten. Dat lijkt pessimistisch, maar het volgt uit het gegeven dat eigenheid niet iets is wat ik bezit.'

Visker verschilt hier van mening met de joods-Franse denker Emmanuel Levinas. Visker: 'Eigenheid is niet, in tegenstelling tot wat Levinas denkt, iets wat ik kan opgeven, maar iets wat me kwelt en waartegen ik beschermd moet worden. De bron van iemands waardigheid is tegelijkertijd de bron van zijn ellende. Neem het man- of vrouw-zijn. Dat is een eigenschap waartoe men niet herleid wil worden. Wie een vrouw een wijfje noemt, behandelt haar als een exemplaar van een soort, ontneemt haar haar uniciteit. Dat is seksisme. Maar tegelijkertijd wil ze ook niet dat men voorbijgaat aan haar vrouw-zijn. Ze wil niet alleen als mens, maar ook als vrouw erkend worden. Maar betekent dit dat ze feilloos kan zeggen wat het betekent om vrouw te zijn? Neen, het is juist omdat ze die betekenis niet kent, dat ze dat vrouw-zijn erkend wil zien.'

Buiten ons plaatsen
'Die erkenning probeer ik in verband te brengen met een geliefd thema van de politiek filosofe Hannah Arendt: de zichtbaarheid die kenmerkend is voor de publieke ruimte. In plaats van een neutrale, "publieke" ruimte waarbinnen alle verschillen verdwijnen, of waarin culturele verschillen stapje bij beetje worden opgelost door langzamerhand naar een welbegrepen consensus te groeien, denk ik dat de publieke ruimte de verschillen die ons kwellen moet opvangen door hen ergens te lokaliseren, te containen, te verruimtelijken - ik bedoel: buiten ons te plaatsen, een zichtbare tegenwoordigheid te geven. Zoals een graf mijn verdriet over de overledene buiten mij plaatst, en mij daardoor toelaat er mee om te gaan. Begrijp me goed: niet alles is verenigbaar. Maar door de nadrukkelijkheid waarmee men het debat wil centreren rond normen en waarden, verliest men misschien te gemakkelijk uit het oog dat de eigen werkzaamheid van een publieke ruimte er juist in bestaat de verschillen precies door die 'ver-ruimtelijking' uit elkaar te houden, er voor te zorgen dat ze elkaar niet verdringen.'

'Wat de mensen verenigt, volgens Arendt, is de ruimte tussen hen, en niet een of andere eigenschap in hen, bijvoorbeeld gemeenschappelijke waarden en overtuigingen. Met andere woorden: een publieke ruimte doet iets, ze maakt door haar ruimtelijkheid iets mogelijk. En wat ze mogelijk maakt moet men niet zomaar zien als een product, als waarden en normen. Het met elkaar spreken heeft niet alleen het doel een overeenkomst te "produceren". Men wordt juist door het gesprek binnen een bepaalde tijd en ruimte bijeengehouden. Er is een plaats waar men van mening kan verschillen en waar men dat verschil kan achterlaten, zodat men er niet voortdurend over struikelt. De ruimte ontlast, ze vangt, met andere woorden, iets op wat ons anders van binnenuit kwelt. Dat is de betekenis van zichtbaarheid. Zichtbaarheid betekent dat wat voor ons onzichtbaar was nu buiten ons een plaats krijgt.'

Visker geeft een voorbeeld: 'In plaats van publieke feestdagen te vermijden die aan een of andere particuliere verbondenheid herinneren, kunnen we net het tegendeel doen. In de hoop dat de verschillen zich laten vangen, zoals in de Oresteia van de Griekse tragediedichter Aischylos, waar de wraakgodinnen - de Erinyen - zich het eerbetoon van de Atheners laten welgevallen en in het licht van de dag van naam veranderen. In plaats van kwelgeesten werden zij eumeniden: welgezinden. Arendt schrijft ergens dat het Griekse woord voor geluk - eudaimonia - betekent dat het goed gaat met de daimon die bij elk van ons op de schouder zit en die we niet te zien krijgen. Die daimon staat natuurlijk voor onze eigenheid. Multiculturaliteit plaatst ons voor de opgave dat wat onzichtbaar is aan elk van ons in zichtbaarheid te vangen. En als de publieke ruimte dat niet meer doet, zal men privé-oplossingen moeten zoeken. Dat is de reden waarom de twee grote kwalen waar we vandaag mee geconfronteerd worden zo hardnekkig te bestrijden zijn: particularisme (fundamentalisme, racisme, seksisme, nationalisme) en individualisme (het beruchte postmoderne, narcistische individu) zijn niet alleen een kwaal, maar een genezingspoging. Bij gebrek aan een betere. En dat lijkt me, al bij al, nog niet zo'n pessimistische conclusie. Dat betekent dat we moeten werken aan een betere "publieke" therapie. Dat er dus iets moet en kan veranderen. Dat er nog hoop is.'

Vreemd gaan en vreemd blijven. Kleine filosofie van de multiculturaliteit, door Rudi Visker, uitg. Boom, Amsterdam 2005, 300 blz. € 29,90