.
Oorspronkelijk gepost in Oorzaak coups: In Zuid-Amerika worden presidenten die ingaan tegen westerse beleid afgezet
door Revisor op 23 oktober 2021, post # 145



Foto: USAID

Opinie - Manuel Zelaya, Lois Pérez Leira, DeWereldMorgen vertaaldesk

Meerdere ngo’s onderdeel VS-pogingen tot regime change in Latijns-Amerika

Linkse krachten zijn verdeeld over Nicaragua, enerzijds veroordelen zij de interne corruptie en het machtsmisbruik, anderzijds klagen zij de pogingen aan van de VS om terug een extreem-rechts post-Somoza-regime te installeren. Manuel Zelaya, zelf als democratisch verkozen president van Honduras afgezet in 2009 met een door de VS gesteunde staatsgreep, kiest de kant van de Nicaraguaanse regering. Hij ziet een breder probleem voor heel Latijns-Amerika.

donderdag 21 oktober 2021 13:45

Het budget dat de VS-regering via het ministerie van Buitenlandse Zaken en USAID (de overheidsorganisatie voor internationale ontwikkeling) voorziet voor ‘democratiseringsprogramma’s’ in Cuba zal in 2022 20 miljoen dollar bedragen, evenveel als in 2021. Lokale ngo’s zullen verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van deze interventionistische actie op het terrein.

Hoewel zij geacht worden ‘het middenveld’ te vertegenwoordigen mogen niet alle ngo’s over één kam worden geschoren of op hetzelfde niveau worden geplaatst. De afgelopen jaren werd een aantal van deze organisaties en hun financiering ter discussie gesteld door de regeringen van Hugo Chávez en Nicolás Maduro (Venezuela), Rafael Correa (Ecuador), Evo Morales (Bolivia) en Andrés Manuel López Obrador (Mexico), om er maar een paar te noemen.

Momenteel staan ze in het middelpunt van een hevige controverse tussen de VS, de EU en de westerse mainstream media enerzijds en de Nicaraguaanse regering van Daniel Ortega anderzijds.

Namens de Internacional Antiimperialista de los Pueblos (Anti-imperialistische Internationale van de Volkeren1) heeft Manuel Zelaya, de centrumlinkse ex-president van Honduras, die in 2009 met een (door de VS ondersteunde) staatsgreep ten val werd gebracht, zich onlangs over deze kwestie uitgesproken:

Manuel Zelaya

Vanaf de jaren 1980 verschenen ter plaatse, met de opkomst van het op uitbuiting gebaseerde neoliberalisme, organisaties waarvan, althans in theorie, werd verwacht dat ze de ontstane kloof tussen de publieke en de privé-sfeer zouden dichten.

Deze niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), die aanvankelijk onpartijdig leken, hebben zich ontpopt tot zelfverklaarde politieke gangmakers van het maatschappelijk middenveld. Ze legitimeren een ongebreidelde opmars van de mondialisering en de ‘vrije’ markt.

Manuel Zelaya (l), in 2009 nog president van Honduras, met president van Brazilië Luis ‘Lula’ Inacio da Silva. Foto: Agência Brasil/CC BY-SA 3:0

Toen in Latijns-Amerika progressieve krachten door verkiezingen aan de macht kwamen, zoals in Nicaragua het geval was met Daniel Ortega die met zijn Sandinistisch Bevrijdingsfront uiteindelijk meer dan 70 procent van de stemmen haalde (op 6 november 2016), hebben deze organisaties zich gericht op het strategisch en politiek onder controle houden van de samenleving, met als doelstelling dat wat in de VS eufemistisch ‘regime change‘ heet.

De structuren aan de top, de VS of de EU, installeerden een aantal luxueuze stichtingen die deze hele ngo-machinerie moeten voeden. De grootste van deze stichtingen verstrekken ongeveer 80 procent van alle fondsen die wereldwijd door ngo’s worden beheerd.

Meestal hebben deze stichtingen geen directe band met de begunstigde organisaties, die ter plaatse fungeren als beheerder van de ontvangen middelen. Op die manier bestaat er een netwerk van internationale ontwikkelingsorganisaties zoals USAID, NDI2, IRI, NED en andere westerse overheidsinstellingen die interventies financieren waarvan de voornaamste doelstellingen kennelijk zouden zijn: ‘armoedebestrijding, versterking van democratische waarden, bevordering van goed bestuur, mensenrechten, transparantie, rechtvaardigheid en goed beheer van de overheidsfinanciën.

Uit bovengenoemde netwerken zijn honderden ngo’s voortgekomen, die het politieke leven die de lokale gemeenschappen overspoelen en een soort parallel overheidsapparaat creëren, aangestuurd door grote communicatiemedia en netwerken.

Deze ngo’s worden op een kunstmatige manier hoofdrolspelers in het politieke leven, pogen enerzijds het optreden van progressieve regeringen te ondermijnen en anderzijds te verhinderen dat linkse projecten kunnen ontstaan die aanspraak maken op deelname aan het staatsgezag en zich verzetten tegen het bedrog van de ‘vrije’ markt.

Dit enorme tentakel van nepmachten bevordert een specifiek verborgen agenda die de richting bepaalt die de publieke opinie volgens hen hoort te nemen. Het is dan ook niet verrassend dat zij in 2009 in Honduras de staatsgreep actief en openlijk hebben gesteund, zoals steeds met behulp van een anticommunistisch discours ter verdediging van de democratie.