Grote en kleine jihad... - Pagina 5
+ Plaats Nieuw Onderwerp
Pagina 5/7 EersteEerste ... 456 ... LaatsteLaatste
Resultaten 41 tot 50 van de 63
  1. #41
    Prikker Mohammed Amin's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2001
    Locatie
    Amsterdam
    Berichten
    301
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    18

    Standaard

    as salaam aleikoem wa raghmatoellahi wa barakatoehoe oem oewees,

    U stelde mij 2 vragen :
    1. okeeeeeeeeeeee nu eve in het kort!

    wat kun je me vertellen over de jihadoe nafs en wat jij er van vind?
    en met welke zou jij beginnen jihadoe nafs of jihad?

    2. en kun je mij uitleggen wat je hier mee bedoelt!!!
    Het woord ‘Jihad’ in de Islamitische terminologie is een heel
    ruim woord met vele betekenissen.
    De betekenissen ervan zijn onder andere

    steeds blijven volharden om een verheven doel te bereiken;

    financiële offers brengen;

    Gewapende strijd tegen hen die jou aanvallen;

    verkondigen van de boodschap van vrede en harmonie ingevolge de richtlijnen van de Heilige Quran,
    en de praktische voorbeelden van de Heilige profeet Mohammed (saws) :
    ingevolge de heilige voorbeelden van de Heilige profeet
    Mohammed (saws) plannen beramen om de ziel te louteren daarvolgens te handelen, hetzij persoonlijk hetzij algemeen;

    voor zelfbescherming en zelfverdediging hetzelfde soort wapen gebruiken welke de tegenstander voor de eliminatie van de Islam gebruikt.

    Het inperken van deze ruime betekenissen tot de jihad met het zwaard is een grove onrechtvaardigheid, tevens een belediging aan het adres van de Heilige profeet (saws). de status van Jihad die in de ogen van de Heilige Profeet (saws) was, zou U kunnen voorstellen aan de hand van vers 53 van hoofdstuk 25 Al-Furqan) van de Heilige Quran: “Dus volg de ongelovigen niet, en voer met (de Quran) een grote strijd tegen hen”.

    Alhoewel dit vers in Mekka is nedergedaald, heeft de Heilige profeet(saws) gedurende zijn leven in Mekka – ondanks dit duidelijk bevel – nooit het zwaard opgenomen tegen wie dan ook.
    Integendeel heeft hij de gelovigen altijd tot geduld, gebed en ingeval van onrechtvaardigheid tot vergeving aangespoord.
    En in het Hof van Allah(swt) ter aarde nederwerpende smeekte hij huilend tot Allah(swt) en bleef voortdurend de harten middels zijn goede moraal veroveren.
    En daardoor werd hem aan het eind de klaarblijkelijke overwinning verleend (Heilige Quran 48. Overwinning (Al-Fat'h) aya 1,2 : ) “Voorwaar, Wij hebben u een klaarblijkelijke overwinning verleend.
    “Zodat Allah u tegen uw voorafgaande en toekomstige (aan u toegeschrevene) zonden moge behoeden en dat Hij Zijn gunst aan u moge vervolmaken en u op het juiste pad moge leiden”


    Eens zei onze Heilige Profeet (saws) na terugkeer van een strijd: “Ra dja ‘naa minal jihaadil asghare elal jihaadil akbar” (bron: Raddul Mukhtaar alad Durril Mukhtaar vol.3 pag.235)
    Hetgeen betekent: “wij keren van de kleine jihad naar de grote jihad terug”.
    Zulk een oorlog waarin de Heilige profeet (saws) zelf deel heeft genomen en waarin zijn metgezellen bereid waren hun levens op te offeren, wat ook heeft plaatsgevonden, wordt door de Heilige Profeet Mohammed(saws) betiteld als een kleine oorlog t.o.v. de jihad (strijd) die door de Islam wordt bevolen, namelijk het zuiveren van de ziel en de educatie en training van het komende nageslacht.
    Deze laatste is een zodanige jihad die nimmer en nooit zal eindigen en is zulk een offer dat door de mens elk ogenblik en bij elke adem kan worden verricht.
    Daarom wordt deze daad nl. Het zuiveren van de ziel, Jihad-e-Akbar (de grote jihad) genoemd.
    De jihad van onze Heilige Profeet (saws) begon in de kinderjaren en bleef tot zijn ouderdom voortduren.
    In de grot Hira (waarin hij zijn eerste openbaring kreeg) was hij met deze jihad bezig toen hij vanwege Allah(swt) de status van profeetschap kreeg.
    Deze jihad werd ook toen gevoerd, toen hij in de Kaaba alleen de gebeden verrichte.

    Deze jihad werd ook in de stad Taif gevoerd toen de Heilige Profeet (saws) ondraaglijke pijnen en slagen incasseerde en van kop tot teen bloedde terwijl hij tot Allah(swt) bad: “Allahumma ahde kaumi fa innahoem laa ja ‘lamoen”, hetgeen betekent: O Allah, leidt mijn volk omdat zij het niet weet.
    In de grot Saur werd deze jihad ook gevoerd.
    Deze jihad werd ook gevoerd toen de voeten van de Heilige profeet Mohammed (saws) door het langdurig staan in het gebed opzwollen.
    En deze jihad bereikte zij climax en zij uiteindelijke resultaat toen de Heilige Profeet (saws) alle ogen vol tranen achterliet en “Fir rafiekul a ‘laa, fir rafiekul a’laa’ ( Ik keer nu naar mijn verheven Vriend, ik keer nu naar mij verheven Vriend) zeggende tot zijn Heer terugkeerde.


    Dit was het antwoord op vraag 1.
    Dan nu mijn antwoord op vraag 2 (en ik zal trachten dit ook zo kort mogelijk te houden)

    Vaak kom ik teksten tegen van broeders en zusters die "aansporen" tot de Jihad in de vorm van een gewapende strijd.
    Wanneer we hier dieper op ingaan dan wordt het vaak duidelijk dat zij slechts weten dat jihad gewapende strijd is, en dat ze geen flauw benul hebben van de strijden die de profeten leverden (in de vorm van de wijze waarop ze behandeld werden door hun volk terwijl ze standvastig bleven), en hoe Allah(swt) in Quran spreekt over oorlog.

    Zij die slechts roepen "jihad" en menen dat het een Darwanistische strijd is "het recht van de sterkste oftewel "survival of the fittest" terwijl ze geen weet hebben van de beperkingen die ons gesteld zijn inzake de gewapende strijd noem ik "millitant".
    Het woord "millitant" moet u zien in de vorm van een militair die door zijn superieure een wapen in de handen gedrukt krijgt, waarop het bevel "schiet" volgt, en hij zonder na te denken de trekker overhaalt.

    Zo ook met hen die oproepen of opgeroepen worden tot Jihad, en zonder een seconde na te denken over de bevelen van Allah(swt) en onze geliefde profeet Mohammed(saws) roepen "STRIJD".

    Volgens de Quran vertegenwoordigt "oorlog" een "ongewenste verplichting", dat onder strikte naleving van bepaalde humanitaire en morele voorschriften uitgevoerd moeten worden en er geen oorlog gevoerd mag worden, tenzij het absoluut onvermijdelijk is.

    In een vers wordt uitgelegd dat het de ongelovigen zijn die beginnen met oorlog en dat Allah(swt) oorlogen niet goedkeurt:

    Telkens wanneer zij het oorlogsvuur ontsteken, dooft Allah het en zij pogen wanorde te scheppen op aarde en Allah heeft de onruststokers niet lief. (Quran 5: 64)

    Ingeval van een conflict moeten de gelovigen wachten met strijden totdat het noodzakelijk wordt. Het is de gelovigen alleen dan toegestaan om te vechten, wanneer de andere partij aanvalt en er geen andere alternatief dan oorlog overblijft:

    Maar als zij ophouden, dan is Allah zeker Vergevensgezind, Genadevol. (Quran 2: 192)

    Een nadere beschouwing van het leven van de Profeet Mohammed (saws) laat zien dat oorlog een middel was dat gebruikt werd voor defensieve doeleinden in onvermijdbare situaties.

    De Koran werd door God aan de Profeet Mohammed (saws) geopenbaard gedurende een tijdsbestek van 23 jaar. Gedurende de eerste 13 jaar van deze periode, leefden moslims als een minderheid in een heidense maatschappelijke orde in Mekka en werden vaak onderdrukt.
    Veel moslims werden lastig gevallen, mishandelt, gefolterd, en zelfs vermoord en hun huizen en bezittingen geplunderd.
    Ondanks dit leidden de moslims hun leven zonder enige vorm van geweld aan te grijpen en riepen de heidenen op tot vrede.

    Toen de onderdrukking van de heidenen ondragelijk werd voor de moslims, emigreerden de moslims naar de stad Yathrib, dat later Medina genoemd zou worden, waar ze hun eigen maatschappelijke orde in een meer vrijere en vriendelijke omgeving konden vestigen.
    Zelfs nadat ze hun eigen politieke systeem hadden gevestigd, liet men zich niet meeslepen om de wapens tegen de agressieve heidenen uit Mekka op te nemen. Alleen na de volgende openbaring gaf de Profeet (saws) het bevel zich voor te bereiden tot oorlog:

    Toestemming om te vechten is gegeven aan degenen tegen wie gevochten wordt, omdat hun onrecht is aangedaan, voorzeker Allah heeft de macht hen bij te staan. Degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven alleen omdat zij zeiden: "Onze Heer is Allah." … (Quran 22: 39-40)

    Kortom, het werd de moslims toegestaan om oorlog te voeren, omdat ze onderdrukt werden en bloot stonden aan gewelddadigheden. Allah(swt) stond oorlog dus alleen toe voor defensieve doeleinden. In andere verzen worden moslims gewaarschuwd voor onnodige provocatie of gewelddadigheden:

    En strijdt voor de zaak van Allah tegen degenen, die tegen u strijden, maar overschrijdt de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders niet lief. (Quran 2: 190)

    Na de openbaring van deze verzen, vonden verscheidene oorlogen tussen moslims en heidense Arabieren plaats. In geen van deze oorlogen waren de moslims de opstokende partij. Verder vestigde de Profeet Mohammed (saws) een veilige en vredesvolle sociale omgeving voor de moslims en heidenen door het vredespact van Hadaybija te aanvaarden, waarin aan de meeste eisen van de heidenen werd toegegeven. Wederom waren het de heidenen, die de afspraken van het pact schonden en zo ontstond er weer een nieuwe situatie voor een oorlog. Doordat het aantal van de moslims fors was gestegen, beschikten de moslims over een strijdmacht die te sterk zou zijn tegen de heidense Arabieren. Maar toch veroverde de Profeet Mohammed (saws) Mekka zonder bloedvergieten.
    Als hij het zou wensen kon Mohammed (saws) wraak kunnen nemen op de heidense leiders in de stad, maar in plaats daarvan pijnigde hij géén van hen, vergaf hen en behandelde hij ze met uiterste tolerantie.
    John Esposito, die in het Westen als een expert op het gebied van de Islam geldt, gaf bericht van de situatie in de volgende woorden: " De Profeet (saws) vermeed wraak en plundering na zijn zege en accepteerde een akkoord, dat aan zijn vroegere vijanden amnestie verleende, in plaats van het zwaard tegen ze te verheffen."

    Heidenen, die zich later uit vrije wil tot de Islam bekeerden, konden er niet omheen, het edele karakter van de Profeet (saws) te bewonderen.

    Niet alleen tijdens de verovering van Mekka, maar ook in het verloop van alle veldslagen en veroveringen, die plaatsvonden in de tijd van de Profeet Mohammed (saws), werden de rechten van onschuldige en weerloze mensen zorgvuldig beschermd. De Profeet Mohammed (saws) herinnerde de gelovigen vele malen aan deze verplichting en door zijn eigen gedrag werd hij een goed voorbeeld voor anderen. Hij zei de volgende woorden aan de gelovigen die naar het front gingen: "Wanneer men op oorlogspad gaat, ga dan met de religie van Allah(swt). Tast de ouderen, vrouwen en kinderen niet aan. Verlicht altijd hun toestand en wees vriendelijk voor hen. Allah(swt) heeft hen lief die oprecht zijn." De boodschapper van Allah(swt) legde ook de gedragsregels vast die de moslims moeten volgen, zelfs wanneer ze zich midden in het gevecht bevinden:

    Doodt geen kinderen. Vermijdt het, om mensen in de kerken aan te tasten die zich hebben toegewijd aan bidden! Doodt nooit vrouwen en ouderen. Steek de bomen niet in de brand en hak ze ook niet om. Verwoest nooit huizen!

    De islamitische grondbeginselen, die God in de Koran heeft beschreven, verklaren deze vredesvolle en gematigde politiek van de Profeet Mohammed (saws). God beveelt de gelovigen in de Quran, om de mensen die geen moslim zijn vriendelijk en rechtvaardig te behandelen:

    Allah verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief. Maar Allah verbiedt u vriendschap te betonen aan degenen, die tegen u gevochten hebben om de godsdienst, en die u uit uw huizen hebben verdreven of geholpen hebben u te verdrijven…(Quran 60: 8-9)

    De bovenstaande verzen omvat de houding die moslims tegenover niet-moslims zouden moeten aannemen: een moslim zou iedere niet-moslim vriendelijk moeten behandelen. Men zou alleen moeten vermeiden om vriendschap te sluiten met degenen die de Islam vijandig zijn gesteld. In een toestand waar deze vijandigheid tot uiting komt met gewelddadige aanvallen tegen moslims, en deze de oorzaak zijn tot een oorlog, dan zouden de moslims toch weer op een rechtvaardige wijze moeten reageren door rekening te houden met de menselijke dimensies van de situatie. Alle vormen van barbaarsheid, onnodige gewelddadigheden en onrechtmatige agressie zijn verboden in de Islam. In een ander vers waarschuwt God de moslims hiervoor en spoort hen aan om niet onrechtmatig te handelen indien men een volk haat (vijandig is gesteld):

    O, gij die gelooft, weest oprecht voor Allah en getuigt met rechtvaardigheid. En laat de vijandschap van een volk u niet aansporen, om onrechtvaardig te handelen. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij de vroomheid en vreest Allah, voorzeker, Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet. (Quran 5: 8)


    salaam,
    Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij de gehele mensheid had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…(Koran 5: 32)

  2. #42
    Prikker
    Ingeschreven
    Jun 2004
    Berichten
    113
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    16

    Standaard

    [QUOTE]Geplaatst door Mohammed Amin
    [B]

    Volgens de Quran vertegenwoordigt "oorlog" een "ongewenste verplichting", dat onder strikte naleving van bepaalde humanitaire en morele voorschriften uitgevoerd moeten worden en er geen oorlog gevoerd mag worden, tenzij het absoluut onvermijdelijk is.

    In een vers wordt uitgelegd dat het de ongelovigen zijn die beginnen met oorlog en dat Allah(swt) oorlogen niet goedkeurt:

    Telkens wanneer zij het oorlogsvuur ontsteken, dooft Allah het en zij pogen wanorde te scheppen op aarde en Allah heeft de onruststokers niet lief. (Quran 5: 64)

    Ingeval van een conflict moeten de gelovigen wachten met strijden totdat het noodzakelijk wordt. Het is de gelovigen alleen dan toegestaan om te vechten, wanneer de andere partij aanvalt en er geen andere alternatief dan oorlog overblijft:



    waleka sallam warahmetoe lah

    baraka lahoe viek

    agie, wanneer mag je dit in praktijk brengen? en in welk omgeving? en onderwiens opdracht?

    mischien dat je dat ook heel mooi kunt uitleggen voor de lezers!





    Alhoewel dit vers in Mekka is nedergedaald, heeft de Heilige profeet(saws) gedurende zijn leven in Mekka – ondanks dit duidelijk bevel – nooit het zwaard opgenomen tegen wie dan ook.
    Integendeel heeft hij de gelovigen altijd tot geduld, gebed en ingeval van onrechtvaardigheid tot vergeving aangespoord.
    En in het Hof van Allah(swt) ter aarde nederwerpende smeekte hij huilend tot Allah(swt) en bleef voortdurend de harten middels zijn goede moraal veroveren.
    En daardoor werd hem aan het eind de klaarblijkelijke overwinning verleend.



    kun je mij ook de rede hier van vertellen? waarom de profeet niets deed.


    en zou je ons ook kunnen vertelen hoe zo`n gazwa..... (gandaq) (badr) (taboek) er uit zag en wat de regels van zo`n oorlog waren...............!


    wat is de beste vorm van jihaad die wij vandaag in praktijk moeten brengen (in een ongelovige land)............



    en kun je nog iets vertellen over angst wat een moslim moet hebben voor zijn schepper waar hij ook is........!

    en als laatst dank ik je hartelijk want wallahie ik wist dat je dit zou antwoorden en daarom koos ik jou voor deze vragen!

    eseloe laha alhaziem en jaziedka hilmen waen jarhema men helemeka!

    allahoema amin
    vrees allah o dienaren van de gene die de hemelen en aarde heeft geschapen. en` zech niet ik weet over dat gene wat je niet weet maar zeg allahoe allem (allah weet het best)
    wella tavtaroe hala ****ie alkazieb (en verzin geen leugen over allah)

  3. #43
    Prikker Mohammed Amin's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2001
    Locatie
    Amsterdam
    Berichten
    301
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    18

    Standaard

    as salaam aleikoem wa raghmatoellahi wa barakatoehoe zuster oem oewees,

    Een hele lijst met vragen zuster.........

    Ik zal ze insha Allah stap voor stap behandelen .

    Vraag 1
    agie, wanneer mag je dit in praktijk brengen? en in welk omgeving? en onderwiens opdracht?
    Het antwoord op deze vraag stond al on de posting waarop u reageerde :

    "Ingeval van een conflict moeten de gelovigen wachten met strijden totdat het noodzakelijk wordt. Het is de gelovigen alleen dan toegestaan om te vechten, wanneer de andere partij aanvalt en er geen andere alternatief dan oorlog overblijft"

    Dit is het moment waarop Jihad(gewapende strijd) toepasbaar is, het is in iedere omgeving toepasbaar, in iedere tijd, en de opdracht wordt op dat moment gegeven door de religieuze leiding van dat land.

    U zei :
    kun je mij ook hier de reden van vertellen .... waarom de profeet niks deed
    Ongetwijfeld heeft u als oprecht moslima kennis opgedaan over het leven van onze nobele profeet(saws) en daarin ook over zijn unieke karakter gelezen.
    Zijn karakter en vertrouwen in Allah(swt) waren bepalend voor de beslissingen die hij nam.

    Ik zal nu een paar kenmerkende eigenschappen van onze profeet(saws) opnoemen :



    1.Vertrouwen op God
    Toen de vijandschap op zijn hoogste punt was, kwam het bevel van Allah(swt)om de boodschap kenbaar te maken en de Profeet(saws) nam direct maatregelen om dit te doen. Hij nodigde de stamhoofden bij zich uit en predikte het woord van Allah(swt). Toen de mensen dit niet wilden horen, ging hij naar andere steden om aldaar de Boodschap te verkondigen. Hij ontmoette heftige tegenstand, doch ging door met het bekendmaken van Allah`s woord. De stamhoofden van Mekka waren plannen aan het beramen om de profeet te doden, maar hij stuurde zijn volgelingen vooruit naar Madina en bleef zelf alleen met een paar van zijn vrienden achter. Hij had vertrouwen in het woord van Allah(swt), dat hem troostte: „Allah zal u tegen de mensen beschermen."
    Nadat de Profeet Mekka had verlaten en zich in een grot had verscholen, werd hij door de vijand achtervolgd. De vijand stond voor de ingang van de grot. Aboe Bakr werd angstig, waarop de Profeet zei:
    „Wees niet bang, Allah is met ons."
    Op een keer stond hij alleen voor de vijandelijke linie, terwijl zijn volgelingen met uitzondering van enkelen, wegens een onverwachte aanval van de vijand het veld hadden geruimd. Toen de Profeet(saws) zich in deze moeilijke situatie geplaatst zag, deed hij geen poging om te ontvluchten. Integendeel, hij riep uit:
    „Ongetwijfeld ben ik de profeet van Allah(swt) en ik ben de kleinzoon van Abdoel-Moettalib."
    Hiermede wilde de profeet zijn tegenpartij aantonen, dat hij standvastig bleef hoewel zijn volgelingen waren weggelopen. De verantwoording rustte op zijn schouders en niet op die van zijn volgelingen.

    2. Gebed
    Het gebed was de tweede natuur van de Profeet(saws) geworden. Het was voor hem geestelijk voedsel zonder welke de geest niet levend kan blijven. Het was voor hem een moment waarop hij zich geheel en al met Allah(swt)verenigd voelde. Het gebed wordt daarom Mi- raadj-oel-Moeninien genoemd. Miraadj betekent het middel, dat de mens omhoog brengt, omhoog naar Allah(swt) onder de moeilijkste omstandigheden heeft hij door zijn voorbeeld geleerd, hoe men dient te bidden. Hij leerde de gelovigen vijfmaal daags bidden, maar hij voegde er enkele voor zichzelf aan toe.
    Hij leerde ons vasten gedurende een maand, maar hij vastte om de dag, om zijn dank te betuigen aan zijn Schepper.

    3. Eerbied voor de mens
    Hij beschouwde alle mensen gelijk en maakte er geen onderscheid. Zijn dochter verzocht hem om een bediende, maar de Profeet zei: Het is beter, dat jij zelf werkt, dan dat je een ander in je plaats laat werken.

    4. Vredelievendheid
    De Heilige Profeet(saws) was buiten- gewoon vredelievend. Indien de tegenpartij vrede wilde sluiten, legde hij de wapenen direct neer, zelfs onder ongunstige voorwaarden. Het vredesverdrag van Hoedaibijja is een schitterend voor- beeld hiervan. Onder andere stond hierin de volgende voorwaarde: Indien een ongelovige, moslim zou worden en zich bij de Islam aan zou sluiten, dan moest men hem tegen zijn wil terugzenden. Maar indien een moslim zich bij de Mekkaners zou aansluiten, dan mocht men hem niet aan de moslims uitleveren. Deze voorwaarden waren geenszins redelijk voor de moslims, doch de Profeet gaf de voorkeur aan de vrede.

    5. Vergevingsgezindheid van de Profeet
    Als men in zijn machteloosheid zijn kwaaddoeners zou vergeven, kan men dit als onmacht beschouwen. Maar als iemand na allerlei vervolgingen te hebben ondergaan, gelegenheid krijgt om de boosdoeners met gelijke munt te betalen, maar men doet dit niet, dan kan er geen twijfel bestaan over zijn vergevensgezindheid.
    De Profeet van de Islam heeft veel geleden toen hij in Mekka was; hoewel hij geen haatgevoel tegen zijn vijanden droeg, kon men toch zeggen, dat zijn vergevensgezindheid misschien op machteloosheid berustte. Maar zijn medeburgers, hoewel hem niet goedgezind, wisten toch dat Mohammed(saws) op een hoger peil van geestelijke ontwikkeling stond. Dit is ook de reden, dat toen de bewoners van Mekka, die op allerlei wijze het leven van de Profeet moeilijk maakten, machteloos tegenover Mohammed(saws) stonden, op zijn vraag, „Wat verwacht u ?" antwoordden: „Wij rekenen op uw vergevensgezindheid als de broeders van Jozef".
    De Heilige Profeet riep uit: „Gaat heen in vrede, ik heb niets tegen u."
    Deze grootmoedigheid van de Profeet werd het bewijs voor zijn goddelijke zending. Want de vijand op dergelijke wijze zonder voorbehoud vergeven, kan alleen door hem gebeuren, die geen haat draagt voor zijn tegenpartij en voor wie alle mensen gelijk zijn.
    Velen onder de aanwezigen verklaarden spontaan hun geloof in één Allah(swt)en zeiden: Er is geen God dan Allah en Mohammed is Zijn gezant.
    Mohammed’s optreden was noch voor persoonlijke eer, noch in eigen belang om hierdoor te verrijken. Alles was om Allah`s eenheid op aarde te verkondigen. Hij bleef eenvoudig, hoewel zijn volgelingen hem als een koning wilden zien, maar hij keurde alle plannen af, die daarop doelden. Hij had geen rijkdommen verzameld, maar alles wat hij achterliet behoorde aan het volk. Hij zei:
    Wij, profeten erven niet, noch erft men van ons. Alles wat wij achterlaten behoort aan het volk.
    Zijn voorbeeld is een les voor de staatshoofden, die zich door hun positie verrijken. Een waar hoofd is hij, die tot het volk behoort, en het volk tot hem.
    Een zeer machtig stamhoofd van Arabië kwam naar Madina en wilde met de Profeet een verdrag sluiten. Hij bood aan, dat hij met zijn gehele stam de Profeet zou aanvaarden mits de Profeet hem zou beloven een testament te maken, dat hij de Profeet zou opvolgen. Een opportunist zou van dit aanbod wel gebruik hebben gemaakt in de mening dat zijn volgelingen toch over de opvolging hadden te beslissen. Een wereldse heerser zou er ook profijt van hebben getrokken.
    Maar de Heilige Profeet verwierp zonder aarzeling zijn aanbod en zei: „Indien iemand voor zijn Islam een dadelpit zou vragen zou ik dit ook niet accepteren."

    6. Het vertrouwen in de Koran als Allah`s woord
    Even voor zijn overlijden, wilde de Profeet(saws) een testament maken, teneinde de gemeenschap naar zijn inzicht, een blijvende leidraad achter te laten. Men weet niet precies wat de bedoeling van de Profeet geweest is. Maar toen hij de toestand van de Profeet zag, zei ‘Oemar:
    „Allah`s boek is genoeg voor ons".
    Toen de Profeet van Allah(swt) deze woorden hoorde, werd hij verheugd en voelde geen behoefte meer om een testament te schrijven. Misschien wou de Profeet juist dezelfde woorden laten neerschrijven, dat men voor alle moeilijkheden de Koran als wegwijzer moest beschouwen.
    Het betekende ook een grote verlichting voor de Profeet, dat zijn volgelingen hetzelfde vertrouwen hadden in het woord van Allah(swt), als hijzelf.
    Zijn tijd was nu gekomen om deze wereld te verlaten en dat deed hij terwijl de volgende woorden op zijn lippen waren:
    Allahoemma birrafieqil-ala.
    „Ik geef er de voorkeur aan om bij mijn hoogste vriend te zijn."
    Bijna 1432 jaar geleden is het, dat de Profeet van God (Moge Gods vrede en zegeningen zijn deel zijn), deze wereld verliet, maar zijn bezielende geest bleef doorwerken, waardoor zijn boodschap tot heden toe op levende wijze wordt voortgedragen.


    Insha Allah volgt de rest an mijn antwoorden nog.

    salaam,
    Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij de gehele mensheid had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…(Koran 5: 32)

  4. #44
    Prikker Mohammed Amin's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2001
    Locatie
    Amsterdam
    Berichten
    301
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    18

    Standaard

    as salaam aleikoem wa raghmatoellahi wa barakatoehoe zuster oem oewees,

    U zei :
    en zou je ons ook kunnen vertelen hoe zo`n gazwa..... (gandaq) (badr) (taboek) er uit zag en wat de regels van zo`n oorlog waren...............!
    Als voorbeelden zal ik De strijd van Badr en De slag van Oehoed geven :


    Te beginnen met de strijd van Badr. Dit was de eerste beslissende strijd tussen Quraish en de moslims. De aanleiding hiervoor was dat de profeet(saws) de karavaan in de gaten hield, die hem eerder was ontsnapt in Thil'ashirah. Hij zond twee mannen naar Alhawra' om het bericht van de karavaan over te brengen. Zij zagen daar de karavaan voorbij gaan en vertrokken onmiddellijk richting Medina.

    De profeet(saws) benoemde 313 tot 317 man voor deelname aan deze strijd. Minstens 82 waren er van almuhadjirin, 61 van al'aws en 170 van alkhazradj. Zij waren echter niet goed uitgerust voor de strijd en hadden alleen maar wat paarden en zeventig kamelen.
    De profeet(saws) heeft een witte banier vast- gebonden en gaf hem aan Mus'ab Ibn U'mayr. Ali Ibn Abu Talib droeg de banier van almuhadjirin en Sa'd Ibn Mu'ath die van al'ansar. De profeet(saws) droeg de bestuurstaken van Medina over aan Ibn Oum Maktoem en stuurde later Abu Lubabah Ibn Abd-almunthir om hem te vervangen.
    De profeet(saws) vertrok toen vanuit Medina richting Badr; een plaats die omringd is door hoge bergen op 155 kilometer afstand van Medina. Er waren maar drie wegen die naar deze plaats leiden; een aan het zuiden "al'adwah alquswah", een aan het noorden "al'adwah ad-dunyah" en een weg aan het oosten die de bewoners van Medina gebruikten. Deze oostelijke weg was ook de hoofdweg voor karvanen tussen Mekka en het Shaam-gebied. De karavanen stopten daar uren en soms dagen lang omdat er zich rustplaatsen, putten en palmbomen bevonden. Het was daarom voor de moslims gemakkelijk om het terrein af te sluiten zodra de karavaan zich daar binnen bevond en dan was de tegenpartij wel gedwongen zich over te geven. Om deze strategie te kunnen uitvoeren, mocht niemand ervan op de hoogte zijn dat er moslims richting Badr zouden vertrekken. Daarom nam de profeet(saws) een ander weg naar Badr dan de gebruikelijke en ging steeds langzamer bij het benaderen van Badr. De karavaan van Quraish bestond uit duizend kamelen en een vermogen van minstens vijftigduizend dinar en stond onder leiding van Abu Sufyan die vergezeld was van maar veertig man. Abu Sufyan was een en al waakzaamheid, hij vroeg een ieder die hij tegenkwam over de bewegingen van de moslims. Toen hij Badr naderde kreeg hij te horen dat de moslims uit Medina waren vertrokken, waarna hij de karavaan heeft omgeleid naar het westen richting de kust. Hij huurde een man in die de afgodendienaars in Mekka zou inlichten over het vertrek van de moslims uit Medina. Toen zij de waarschuwing dan ook kregen hebben zij zich onmiddelijk goed voorbereid en hebben het grootschalig aangepakt, zodat niemand van hun vooraanstaanden achterbleef behalve Abu Lahab. Ook verzamelden zij de omringende stammen, van de stammen die tot Quraish behoorden bleef alleen Banu U'day achter.
    Toen het leger van Quraish Aldjuhfah bereikte, hadden zij het bericht van Abu Sufyan al ontvangen waarin hij hen vertelde dat hij de karavaan had omgeleid en hen vroeg om terug te keren naar Mekka. De mensen van Quraish begonnen namelijk naar huis te verlangen, maar Abu Djahl weigerde dat uit arrogantie en dus gingen zij door. Een uitzondering was de stam Banu Zahrah waarvan driehonderd man aanwezig waren, zij keerden terug naar Mekka en volgden hiermee het advies van hun hoofd Alakhnas Ibn Shariq At-thaqafi. De overige duizend mannen liepen door tot "al'udwah alquswah" nabij Badr bij een terrein achter de bergen rondom Badr.
    De profeet(saws) wist van het vertrek van de mensen uit Mekka toen hij onderweg was. Hij vroeg de moslims om advies waarna Abu Bakr en Omar met elkaar spraken en zich positief opstelden ten opzichte van de confrontatie met de afgodendienaars. Daarna sprak Almiqdad: ,,O gezant van Allah, wij zullen niet hetzelfde zeggen wat de Israëliers tegen Mousa (Mozes) hebben gezegd:
    "Gaat u maar en uw Heer, en vecht met u tweeën, voorwaar, wij zullen hier blijven zitten"(Surah 5: Ayah 24).
    Integendeel, wij zullen vechten, aan uw rechter- en linkerhand, van voren en van achteren. De profeet(saws) was erg verheugd toen hij dit allemaal hoorde en vroeg de mensen nogmaals om advies waarna Sa'd Ibn Mu'ath, het hoofd van Al'ansar, het volgende zei: ,,O gezant van Allah, als u wenst met ons deze zee over te steken en u dat ook daadwerkelijk doet, dan zullen wij u volgen zonder dat een man van ons achter blijft en wij hebben het liever vandaag dan morgen dat u met ons de vijand te lijf gaat. Wij volharden tijdens de oorlog en maken ons beloftes waar tijdens het gevecht. Wij hopen dat Allah, de Verhevene, ons in de staat stelt u tevreden te maken". Sa'd zei verder ook: ,,Zelfs als u deze kamelen tot Bark Alghamad laat gaan, dan nog zullen wij u volgen". De profeet(saws) reageerde vrolijk en zei: ,,Ruk op en wees verheugd want Allah, de Verhevene, heeft mij één der partijen beloofd. Bij Allah, ik kan nu al de plekken zien waar zij te gronde zullen gaan".
    De profeet(saws) rukte daarna verder op richting Badr, dat hij op dezelfde nacht nog bereikte. Ook de afgoden- dienaars kwamen daar op diezelfde nacht aan. De profeet stopte bij Al'adwah Ad-dunyah; de zuidelijke kant van Badr. Alhabab Ibn Almunthir adviseerde echter de profeet(saws) om verder op te trekken tot bij het water, wat tevens de dichtst mogelijke positie bij de vijand was. Op deze manier zouden de moslims in staat zijn de vijand het water te ontnemen door putten te graven waar al het water zich in zou verzamelen. De profeet(saws) heeft dit ook zo gedaan.
    De moslims bouwden een hut voor de profeet(saws) waar vandaan hij de leiding gaf. Zij benoemden een aantal jongeren onder leiding van Sa'd Ibn Mu'ath om de profeet te beschermen.
    Daarna heeft de profeet(saws) het leger bij elkaar gebracht en liep hij rond over het strijdveld waarbij hij de plekken aanwees waar sommige afgodendienaars de volgende ochtend zouden omkomen. De profeet(saws) heeft de hele nacht door het gebed verricht en de moslims konden in alle rust en zelf-vertrouwen die nacht slapen.
    Allah, de Verhevene, heeft die nacht regen laten vallen zoals Hij in de Koran zegt:
    "(Gedenkt) toen Hij jullie met slaap bedekte, als middel ter beveiliging van Hem en Hij deed uit de hemel water op jullie neerdalen om jullie daarmee te reinigen en om de plaag van de Satan van jullie weg te nemen en om jullie harten te versterken en om jullie hielen te verstevigen" (Surah 8: Ayah 11).

    De volgende ochtend, vrijdag 17 Ramadan van het jaar 2 hijri, ontmoetten de partijen elkaar. De profeet(saws) riep Allah aan:
    "O Allah, de mensen van Quraish zijn aangekomen, met hun trots en hun paarderijders, dagen zij U uit en vinden dat Uw gezant onwaarheden verteld. O Allah, Uw zegen die U mij heeft belooft. O Allah, bezorg hen deze ochtend een nederlaag".
    De profeet(saws) heeft de rijen rechtgetrokken en gaf de mensen de opdracht om niet zelf met het gevecht te beginnen voordat zij van hem de opdracht daarvoor zouden krijgen. Hij zei: ,,Als zij jullie naderen, dan gooien jullie naar hen met pijlen en wees snel met het verwisselen van de pijlen en trek pas jullie zwaarden als zij jullie aanvallen. De profeet(saws) keerde daarna samen met Abu Bakr terug naar zijn plaats waar hij Allah, de Verhevene, aanriep en smeekbeden verrichtte. Hij zei onder andere: ,,O Allah, als U deze groep laat vallen zal U nooit meer aanbeden worden. O Allah, als U het wilt zal U nooit meer aanbeden worden"." De profeet ging door met het verrichten van smeekbeden totdat zijn kleed van zijn schouders viel waarna Abu Bakr het teruglegde en tegen hem zei: ,,Gezant van Allah, zo is het genoeg. U heeft genoeg aangedrongen bij uw Heer".
    Onder de afgodendienaars deed Abu Djahl de opening waarbij hij zei: ,,O Allah, hij (d.i. de profeet) heeft onze relaties met bloedverwanten verbroken en bracht ons wat wij nooit hebben gekend. Bezorgt U hem daarom een nederlaag. O Allah, geef Uw overwinning aan degene die U het meest lief heeft onder ons".
    Het gevecht
    Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij de gehele mensheid had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…(Koran 5: 32)

  5. #45
    Prikker Mohammed Amin's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2001
    Locatie
    Amsterdam
    Berichten
    301
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    18

    Standaard Vervolg "de strijd van Badr"

    Daarna kwamen de beste drie strijders onder de afgodendienaars naar voren; U'tbah en Shaybah, de zonen van Rabi'ah, en Alwalid Ibn U'tbah. Zij daagden de moslims uit waarna drie jonge mannen van Al'ansar naar voren liepen. Zij vroegen om met bloedverwanten van hen te vechten (in dit geval: moslims die oorspronkelijk uit Mekka kwamen), daarna liepen U'baidah Ibn Alharith, Hamzah en Ali naar voren waarna Hamzah Shaybah heeft vermoord en Ali Alwalid vermoorde, terwijl U'baidah en U'tbah beiden zwaar gewond raakten. Daarop hebben Ali en Hamzah U'tbah vermoord en droegen U'baidah weg nadat zijn been afgehakt was. Hij overleed vier of vijf dagen later in As-safraa' onderweg naar Medina.
    De afgodendienaars reageerden wild na deze gevechten en vielen de moslims zwaar aan en zij vochten hard. De moslims bleven in hun positie en vochten terug terwijl ze Allah gedachten.

    De profeet(saws) viel eventjes in slaap, werd daarna wakker en zei tegen Abu Bakr: ,,Wees verheugd. Allah's overwinning is nabij gekomen. Daar heb je de engel Jibriel boven zijn paard'. Allah, de Verhevene, had de moslims in deze strijd gesteund door middel van duizend engelen die ook deelnamen aan de strijd.
    De profeet(saws) liep het strijdveld op terwijl hij uit de Koran las:
    "De groep zal verslagen worden en zij zullen vluchten".
    Hij pakte een handvol aarde van de grond en gooide daarmee naar de afgodendienaars waarna een ieder onder hen daarvan wat in zijn ogen en in zijn neus kreeg. Allah, de Verhevene, verteld hierover:"…en het was niet jij (O Mohammed) die wierp toen jij wierp, maar het was Allah die wierp".
    De profeet(saws) gaf daarna de opdracht aan de moslims de afgodendienaars aan te vallen en zei: ,,Ruk op". Hij moedigde hen aan om te vechten waarna zij heel gemotiveerd de strijd verder voerden.

    De aanwezigheid van de profeet en zijn deelname aan de strijd gaf hen meer zekerheid en motivatie. Zij vochten terug en dreven zo de afgodendienaars uit elkaar. Zij werden gesteund door de engelen die de hoofden van de afgodendienaars eraf sloegen. Zo werd het hoofd of de arm van iemand eraf gehakt zonder dat men kon zien wie het deed. De afgodendienaars verloren de strijd en begonnen te vluchten waarna de moslims hen achtervolgden. Een aantal van hen werd vermoord en anderen werden gevangen genomen. Iblies (de Satan) heeft ook de strijd bijgewoond in de hoedanigheid van Suraqah Ibn Malik Ibn Dja'sham, om de afgodendienaars bij te staan in hun strijd tegen de moslims. Toen hij echter zag wat de engelen allemaal deden ter ondersteuning van de moslims raakte hij moedeloos en vluchtte hij naar de rode zee waar hij zich inwierp.

    De dood van Abu Djahl
    Abu Djahl bevond zich middenin een groep die hem afgeschermd had met zwaarden en speren. Aan de kant van de moslims bevonden zich twee jonge mannen van Al'ansar die naast Abdurrahman Ibn A'wf vochten waarbij één van de twee jonge mannen Abdurrahman vroeg om hem Abu Djahl aan te wijzen. Hij zei tegen Abdurrahman: ,,Ik hoorde dat hij de profeet(saws) beledigde. Als ik hem zie dan verlaat ik hem pas als een van ons dood is". De andere jonge man zei ook hetzelfde.
    Toen de strijd oplaaide zag Abdurrahman Abu Djahl en heeft hen hem aangewezen, waarna zij hem snel met hun zwaarden aanvielen totdat zij hem vermoordden. De een raakte hem in zijn been en de ander verwonde hem zwaar, zij lieten hem achter en zijn naar de profeet(saws) gegaan om het hem te vertellen. De profeet(saws) keek naar hun zwaarden en zei: ,,Jullie beiden hebben hem vermoord". Deze twee jonge mannen waren Mu'ath en Ma'uth, de zonen van A'frae'. Ma'uth stierf als martelaar tijdens deze veldslag maar Mu'ath leefde tot de tijd van de kalief Othman. De profeet(saws) gaf hem de nalatenschap van Abu Djahl. Na het verloop van het gevecht vertrok een aantal mensen op zoek naar Abu Djahl waarna Abdullah Ibn Mas'ud hem vond toen hij aan het sterven was.

    Abdullah legde zijn voet op zijn hals en pakte hem bij zijn baard om zijn hoofd eraf te snijden en zei tegen hem: ,,O vijand van Allah, dit is je vernedering". Abu Djahl zei: ,,Hoezo mijn vernedering? Nu dat ik sterf, ben ik een makkelijk prooi voor jullie geworden. Was het maar een ander die mij zal vermoorden". Hij vroeg Abdullah vervolgens wie de strijd had gewonnen waarna Abdullah hem vertelde dat Allah en Zijn gezant de strijd hadden gewonnen. Abdullah Ibn Mas'ud sneed zijn hoofd eraf en bracht die bij de profeet(saws). Hij zei toen: ,,Allah is groot, lof aan Allah die Zijn belofte waar heeft gemaakt, Zijn dienaar heeft gesteund en de vijand een nederlaag heeft bezorgd". De profeet(saws) omschreef Abu Djahl als 'De Farao van deze natie'.
    De dag van de onderscheiding
    Deze veldtocht was een strijd tussen het geloof en het ongeloof waarin de ene man tegen zijn oom en vader vocht en de andere tegen zijn zoon en broer. Omar Ibnulkhattab vermoordde zijn oom Al'as ibn Hisham terwijl Abu Bakr tegen zijn zoon Abdurrahman vocht. Ook namen de moslims Al'abbas, de oom van de profeet(saws) als krijgsgevangene.

    Hierdoor werd de bloedverwantschap verbroken en heeft Allah, de Verhevene, het geloof boven het ongeloof gesteld en daarmee een onderscheid gemaakt tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Vandaar dat deze dag 'de dag van de onderscheiding' is genoemd; de dag van de Badr-strijd op de zevende van de maand Ramadan.
    De doden aan beide kanten
    Aan de moslim-zijde zijn veertien mannen gedood; zes van Almuhadjirin en acht van Al'ansar. Zij werden op het terrein van Badr begraven en hun begraafplaatsen zijn bekend tot op de dag van vandaag.
    Aan de kant van de afgodendienaars vielen zeventig doden en zijn zeventig anderen als krijgsgevangenen genomen waarvan de meesten vooraanstaanden waren. Vierentwintig lijken werden in een put in de buurt van Badr gegooid, genaamd "alqalieb".
    De profeet(saws) verbleef daarna drie dagen in Badr. Bij zijn terugkeer kwam hij langs de put waarin de lijken waren gegooid en begon de vermoorde afgodendienaars bij hun namen te roepen waarbij hij zei: ,,Hadden jullie maar aan Allah en Zijn gezant gehoorzaamd. Wat onze Heer ons beloofde is waarlijk gebleken, hebben jullie dat soms ook?".
    Omar zei tegen de profeet(saws) : ,,Gezant van Allah, spreekt u lichamen zonder zielen aan" waarna de profeet(saws) zei: ,,Zij kunnen mij even goed horen als jullie, alleen kunnen zij niet antwoorden".
    Het bericht van de strijd in Mekka en Medina
    Het bericht van de nederlaag kwam aan in Mekka toen de gevluchte afgodendienaars daar aankwamen. Allah, de Verhevene, heeft hen vernederd en een nederlaag bezorgd. De afgodendienaars hebben zich verplicht niet te huilen of te jammeren over hun doden. Onder de doden aan de kant van de afgodendienaars waren drie zonen van Al'aswad Ibn Almutalib. Hij had de neiging om te jammeren en hoorde een vrouw die rouwde, waarna hij dacht dat er toestemming was om dat te doen. Hij stuurde zijn slaaf om dat na te trekken waarna deze hem berichtte dat zij jammerde om een verdwaalde kameel van haar. Hij kon zich niet inhouden en zei in een gedicht: "Zij jammert om haar vermiste kameel en doet 's nachts geen oog dicht. Zij hoort niet om Bakr te jammeren, maar om Badr waar men tekort heeft geschoten."
    De profeet(saws) stuurde naar de bewoners van Medina twee mannen om het goede bericht aan te kondigen; Abdullah Ibn Rawahah naar het noordelijke deel van Medina enZaid Ibn Harithah naar het zuidelijke deel. De Joden hadden in Medina al allerlei leugens en propaganda verspreid, maar toen het bericht van overwinning kwam verheugden de mensen zich en was hun blijdschap groot. De loftuitingen en het gedenken van Allah waren overal te horen. De moslims gingen de straat op langs de weg van Badr om de profeet(saws) te feliciteren.
    De aankomst van de Profeet(saws) in Medina
    Na de overwinning en de zegening van Allah, de Verhevene, vertrok de profeet(saws) richting Medina met de buit en de krijgsgevangenen. Toen hij de plaats Safra'e naderde, werd de verordening omtrent het delen van de buit geopenbaard waarna hij een vijfde deel ervan nam en de rest gelijkwaardig tussen de strijdkrachten verdeelde. Toen hij in Safra'e aankwam gaf hij de opdracht om An-nadr Ibn Alharith te doden waarna Ali Ibn Abu Talib hem heeft onthoofd.
    Toen de profeet(saws) in I'rq At-thibyah arriveerde gaf hij weer opdracht om U'qbah ibn Abi Mu'it te doden waarna A'sim Ibn Thabit of Ali Ibn Abu Talib hem onthoofde.
    De moslims die de profeet(saws) gingen feliciteren hebben hem buiten de stad bij Rawhae' welkom geheten en zijn meegelopen naar Medina. Hij kwam als overwinnaar binnen waardoor de vijand zelfs bang werd. Veel mensen hebben zich hierna tot de Islam bekeerd en de huichelaar Abdullah Ibn Ubay en zijn kameraden deden alsof zij moslim waren.
    De krijgsgevangenen
    Nadat de profeet(saws) de tijd en de nodige rust had genomen, won hij het advies van zijn metgezellen in, omtrent de krijgsgevangenen. Abu Bakr adviseerde hem schadeloosstelling voor hen te vragen terwijl Omar adviseerde om hen te doden. De profeet(saws) besloot het advies van Abu Bakr te volgen en uiteindelijk varieerde de schadeloosstelling van duizend tot vierduizend dirham. Wie onder de krijgsgevangenen kon schrijven en lezen leerde dit aan tien kinderen onder de moslims i.p.v. dat een schadeloosstelling voor hem betaald moest worden. De profeet(saws) liet ook sommigen vrij zonder dat zij een schadeloosstelling behoefden te betalen.
    Onder de krijgsgevangenen zat ook Abul'as, de man van Zainab, de dochter van de profeet(saws) . Om haar man vrij te kopen stuurde zij haar geld en een ketting die zij van Khadija kreeg bij haar huwelijk. Toen de profeet(saws) het zag kreeg hij mededogen met haar en vroeg zijn metgezellen om toestemming of hij Abul'as zonder het betalen van een schadeloosstelling in vrijheid zou stellen. Zij stemden hiermee in. De profeet(saws) legde hem wel op dat hij Zainab haar gang moest laten gaan zodat zij naarMedina kon immigreren. Hij hield zich ook aan deze afspraak.
    Het overlijden van de dochter van de Profeet(saws) Ruqayah en het huwelijk van Othman met zijn andere dochter Oem Kalthoem
    Ruqayah was erg ziek toen de profeet(saws) naar Badr vertrok. Zij was getrouwd met Othman Ibn A'ffan, moge Allah met hem tevreden zijn. De profeet(saws) droeg hem toen op om bij haar te blijven om haar te verzorgen zodat hij dezelfde beloning van Allah zou krijgen als degenen die deel zouden nemen aan de strijd in Badr en ook zijn deel van de buit. Ook Oussama Ibn Zaid moest haar verzorgen. Hij zei: ,,Wij kregen het bericht te horen (van de overwinning) toen wij klaar waren met het begraven van Ruqayah".
    Later heeft de profeet(saws) zijn andere dochter Oum Kalthoem aan Othman Ibn A'ffan gehuwd. Vandaar dat Othman "thun-noerayn" wordt genoemd, dat betekent 'de houder van twee lichten'. Zij overleed in de maand Sha'ban van het jaar 9 hijri en werd in de Baqi'e begraven.
    De afgodendienaars reageerden bedroefd nadat Allah, de Verhevene, Zijn profeet en de rest van de moslims de overwinning had geschonken. Zij begonnen valstrikken te verzinnen waarmee zij de moslims zouden benadelen en zo ook wraak konden nemen. Maar Allah, de Verhevene, heeft hun pogingen verijdeld en steunde de moslims door middel van Zijn gunst.
    De leden van de stam Beni Salim hebben zich, een week na de terugkeer van de moslims van de Badr-strijd, verzameld om Medina aan te vallen. Dit vond waarschijnlijk plaats in de maand Muharram van het jaar 3 hijri. De moslims hebben hen naar aanleiding hiervan aangevallen, hebben de buit meegenomen en zijn veilig teruggekeerd naar Medina. Daarna hebben U'mayr Ibn Wahb en Safwan Ibn Umayah een samenzwering beraamd om de profeet(saws) te vermoorden. U'mayr kwam met dit doel speciaal naar Medina. De profeet(saws)liet hem arresteren en vertelde hem vervolgens dat hij op de hoogte is van zijn plannen waarna U'mayr zich tot de Islam bekeerde.
    Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij de gehele mensheid had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…(Koran 5: 32)

  6. #46
    Prikker Mohammed Amin's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2001
    Locatie
    Amsterdam
    Berichten
    301
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    18

    Standaard De slag van Oehoed

    De slag van Oehoed

    Terwijl de mensen van Quraish druk bezig waren met het voorbereiden van een wraakactie tegen de moslims na de nederlaag in Badr, werden zij verrast door een andere tegenslag; namelijk die van Qaradah in Nadjd. Dit leidde tot een enorme opschudding bij Quraish maar ze zijn onmiddelijk verder gegaan met voorbereiding en stelden de mogelijkheid voor vrijwilligers open die tegen de moslims wilden vechten. Ook verzamelden zij de "ahabiesh" d.w.z. "de slaven afkomstig uit Alhabasha". Er werden dichters benoemd die de strijders moesten aanmoedigen en motiveren. Zo hadden zij een leger bij elkaar gekregen van drieduizend strijders, met drieduizend kamelen, tweehonderd paarden, zevenhonderd harnassen en een groep vrouwen om de strijders tot het strijden aan te zetten en de motivatie op een hoog peil te houden. Abu Sufyan werd als leider aangesteld terwijl de banier door de helden van de stam Beni Abd-dar werd gedragen. Het leger bewoog zich richting de omgeving van Medina en belegerde een open terrein aan de rand van de vallei Qanah in de omgeving van de twee bergen U'nayn en Uhud. Dit vond plaats op vrijdag 6 Shawal van het jaar 3 hijri.
    De profeet(saws) kreeg een week van tevoren het bericht te horen en had uit voorzorg groepen van militairen gevormd die de wacht zouden houden om Medina te beschermen. De profeet (saws) was van plan om in Medina te blijven en de mannen bij de ingangen van de straten de stad te laten verdedigen en de vrouwen boven de huizen. De huichelaar Abdullah Ibn Ubay was het daar wel mee eens, alsof hij een goede uitweg had gevonden om later niet de schuld te krijgen thuis te zijn gebleven tijdens de oorlog. Jongeren waren gemotiveerd en hadden echter aangedrongen om een directe confrontatie met de vijand aan te gaan op open terrein hetgeen de profeet (saws) ook accepteerde waarna hij het leger in drie groepen heeft ingedeeld. De ene groep bestond uit Almuhadjirin, een andere uit Alaws en de derde groep uit Alkhazradj waarvan de baniers respectievelijk werden gedragen door Mus'ab Ibn U'mayr, Usaid Ibn Hudhair en Alhabab Ibn Almunthir. Na het namiddaggebd "al'asr" vertrok de profeet (saws) richting de berg Uhud. Bij Ashaykhain controleerde hij het leger en stuurde de kinderen terug behalve Rafi'e Ibn Khadidj omdat hij een goede boogschutter was. Samrah Ibn Djundub wilde ook blijven en beweerde dat hij sterker was dan Rafi'e en dat hij hem op de grond kon krijgen. Zij moesten met elkaar worstelen waarna beiden toestemming kregen om deel te nemen aan de strijd.
    De profeet (saws) verrichtte de avondgebeden "almaghrib" en "al'isha" in Ashaykhain en overnachtte daar. Hij stelde vijftig mannen aan voor de bewaking van het kamp. Hij vertrok vlak voor het ochtendgebed dat hij in Ashawt verrichtte, waar ook Abdullah Ibn Ubay zich samen met driehonderd man terugtrok waarna het aantal strijders aan de kant van de moslims zevenhonderd werd. Dit leidde tot verwarring bij de leden van de stammen Beni Salamah en Beni Harithah die zich ook wilden terugtrekken maar door Allah's wil het niet deden.
    De profeet (saws) vertrok richting de berg Uhud via een korte weg, daarmee bevond de vijand zich aan de westelijke kant. De moslims legerden uiteindelijk bij de vallei met hun rug naar de duinen van Uhud. De vijand bevond zich zodoende tussen het leger van de moslims en Medina. De profeet (saws) heeft aldaar het leger gemobiliseerd en heeft vijftig boogschutters benoemd voor de berg U'nayn, die bekend staat als 'de berg van de boogschutters'.
    Zij waren onder leiding van Abdullah Ibn Djubair Al'ansari. De profeet gaf hen de opdracht om de paardrijders tegen te houden en rugdekking aan de moslims te geven en benadrukte dat zij hun plekken niet moesten verlaten, bij verlies of overwinning van de moslims, totdat hij de opdracht daarvoor had gegeven.
    De afgodendienaars hadden ook hun leger gemobiliseerd en trokken verder richting het slagveld waarbij de vrouwen de strijders motiveerden en de helden tot vechten aanzetten, terwijl zij het volgende gedicht zongen; "Als jullie aanvallen, nemen wij jullie tusen onze armen en bedekken we de grond met kussens. Maar als jullie je terugtrekken, dan nemen wij afscheid, wat geen liefdevol afscheid zal zijn." De vrouwen wezen ook de dragers van de banier op hun verantwoordelijk-heden: "Oh mensen van Beni Abd-dar De beschermers die met alles wat scherp is zullen slaan"
    Het gevecht en de dood van Hamzah
    De twee legers naderden elkaar waarna Talhah Ibn Abi Talhah Al'abdari, de banierdrager van de afgodendienaars en de dapperste van Quraish, vroeg of iemand van de moslims tegen hem wilde vechten. Az-zubair Ibn Al'awam is op zijn uitdaging ingegaan en viel Talhah aan op zijn kameel, gooide hem op de grond en slachtte hem met zijn zwaard, waarna de profeet (saws) en de rest van de moslims de "takbier" uitten, d.w.z. "Allah is groot".
    Hierna barstte het gevecht uit op elk hoek van het slagveld en heeft Khalid Ibn Alwalid (toen nog aan de kant van de afgodendienaars) tevergeefs drie keer geprobeerd om de moslims vanuit achteren aan te vallen, omdat de boogschutters hem met peilen beschoten. De moslims hadden hun aanval geconcentreerd op elf personen die de baniers van de afgodendienaars droegen, totdat zij hen allen hadden vermoord. De banier bleef op de grond waarna de moslims hun aanval op alle fronten voortzetten totdat de vijand uit elkaar was gedreven. Hierbij hebben Abu Dudjanah en Hamzah een belangrijke rol gespeeld. Tijdens deze vooruitgang en overwinning werd Hamzah Ibn Abdulmuttalib vermoord (die ook als bijnaam had 'de leeuw van Allah en Zijn gezant').
    Wahshi Ibn Harb, de slaaf van Djubair Ibn Mut'im, heeft Hamzah met een speer gedood. Zijn heer had hem de vrijheid beloofd als hij Hamzah zou vermoorden omdat hij zijn oom in Badr had vermoord. Wahshi heeft zich achter een steen verscholen en hield Hamzah in de gaten. Hij wierp zijn speer richting Hamzah en trof hem waarna Hamzah dood op de grond viel, moge Allah met hem tevreden zijn.
    De afgodendienaars werden door nog een nederlaag getroffen en begonnen te vluchten, waarna de moslims hen achtervolgden, vermoordden en de buit meenamen. De boogschutters op de berg hadden op dat moment een fout begaan doordat veertig van hen hun plekken toch hadden verlaten om wat van de buit te kunnen vergaren. Dit in weerwil van de nadrukkelijke opdracht van de profeet (saws) dat niet te doen. Khalid Ibn Alwalid greep toen de kans en viel de tien boogschutters aan die op de berg waren achtergebleven en vermoordde hen. Daarna viel hij vanuit de berg de moslims aan van de achterkant en heeft hen omsingeld waarbij hij de rest van de afgodendienaars bij elkaar riep. Hun banier werd toen omhoog gedragen door een van de vrouwen waarna zij zich eromheen verzamelden. Hierdoor bevonden de molims zich temidden van de vijandige strijders.
    De aanval van de afgodendienaars op de Profeet (saws) en het gerucht dat hij vermoord zou zijn
    De profeet (saws) bevond zich achterin bij de moslims samen met zeven mensen van Al'ansar en twee van Almuhadjirin.
    Toen hij de paardrijders van Khalid zag aankomen riep hij zijn metgezellen: "Hiernaartoe, dienaren van Allah". De afgodendienaars hadden hem ook gehoord en waren in zijn buurt, waarop een groep onder hen in de richting van hem was gegaan en de profeet zwaar aanvielen en probeerden hem te vermoorden voordat de rest van de moslims zich daar zou verzamelen.
    De profeet (saws) heeft toen gezegd: "Wie hen tegenhoudt heeft het paradijs". Een man onder Al'ansar probeerde hen tegen te houden en heeft gevochten totdat hij zelf stierf. Een andere man verdedigde toen de profeet en werd ook vermoord. Zo ging het verder totdat ze alle zeven waren gestorven. Toen de zevende persoon viel waren er maar nog twee Quraishieten onder de moslims bij de profeet (saws) ; Talhah Ibn U'baidillah en Sa'd Ibn Abi Waqas. De afgodendienaars concentreerden hun aanval op de profeet (saws) totdat een steen hem trof op zijn wang, zodat hij op de grond viel. Zijn rechterkaak was gebroken, zijn onderste lip en voorhoofd raakten verwond.
    Ook is de profeet (saws) met een zwaard op zijn wang geslagen waarbij twee ringetjes van het harnas in zijn wang terecht kwamen. De profeet (saws) is ook met een zwaard geraakt in zijn achterhoofd waarna hij hier een maand lang last van had. Dit alles gebeurde ondanks de enorme verdediging van de twee Quraishieten. Sa'd Ibn Abi Waqas heeft met pijlen geschoten waarbij de profeet (saws) hem de pijlen aangaf. Ook heeft Talhah Ibn U'baidillah evenveel gevochten als al de eerder genoemden en liep vijfen-dertig verwondingen op. Hij beschermde de profeet (saws) waarbij zijn vingers werden geraakt en hij vloekte. De profeet zei tegen hem: ,,Als je "Bismillah" d.w.z. "In de naam van Allah" had gezegd, dan hadden de engelen jou verheven terwijl de mensen zouden kijken".
    Tijdens deze kritische situatie zijn de engelen Jibriel en Mikaïl neergedaald en hebben zwaar gevochten en hebben zij zo de profeet (saws) verdedigd. Daarnaast heeft een groep moslims hem hard verdedigd waaronder Abu Bakr en Abu U'baidah Ibn Aldjarrah, moge Allah met hen tevreden zijn. Abu Bakr liep richting de profeet om de ijzeren ringetjes uit de wang van de profeet te verwijderen, maar Abu U'baidah heeft aangedrongen of hij dat mocht doen. Na het verwijderen ervan vielen twee kiezen uit zijn mond. Abu Bakr en U'baidah hebben daarna Talhah behandeld die in de strijd gewond was geraakt.
    Daarna arriveerden bij de profeet, Allah's zegen en vrede zij met hen, Abu Dudjanah, Mus'ab Ibn U'mair, Omar Ibnulkhattab, Ali Ibn Abu Talib en anderen. Tegelijkertijd was ook een groep afgodendienaars aangekomen die hun aanval hadden versterkt waarbij de moslims hevig hebben moeten terugvechten, sommigen hebben zelfs pijlen met hun lichaam tegengehouden.
    De banier werd gedragen door Mus'ab Ibn U'mair, toen zijn rechterhand werd afgehakt heeft hij de banier met zijn linkerhand verder gedragen, daarna werd ook die afgehakt en heeft hij de banier tussen zijn schouders en zijn nek gedragen totdat hij stierf. Zijn moordenaar Abudullah Ibn Qum'ah dacht toen dat hij de profeet (saws) had vermoord omdat Mus'ab nogal op de profeet leek. Ibn Qum'ah begon te roepen dat hij Mohammed had vermoord, waarna het bericht al snel rondging. Als gevolg hiervan nam de hevigheid van de aanval af omdat de afgodendienaars immers dachten dat zij reeds hun doel hadden bereikt.
    De reactie van de moslims na de omsingeling
    Toen de moslims geconfronteerd werden met de omsingeling raakten zij in paniek en konden geen eenduidig standpunt innemen. Sommigen onder hen vluchtten richting Medina, anderen richting Uhud, naar het kamp, en weer anderen waren naar de profeet (saws) gegaan om hem te verdedigen zoals al eerder genoemd is. Het merendeel van de moslims was omsingeld en heeft vanuit diverse posities teruggevochten. Door gebrek aan leiding zijn ze echter in paniek geraakt en is zelfs Alyaman, vader van Huthaifah, per ongeluk door moslims zelf vermoord. Toen zij het bericht van het overlijden van de profeet (saws) hoorden kon een groep zijn verstand niet langer bij de strijd houden en zijn wanhopig geraakt en gaven het gevecht op. Anderen zijn juist heviger gaan vechten en riepen: ,,Laat ons sterven voor het doel waarvoor de profeet (saws) ook is gestorven".
    Tijdens deze situatie zag Ka'b Ibn Malik de profeet (saws) in hun richting aankomen en herkende hem omdat zijn hoofd bedekt was met een helm. Ka'b riep met een luide stem: 'O moslims, wees verheugd. Daar komt de profeet (saws) aan", waarna de moslims zich bij hem terugtrokken totdat ongeveer dertig mannen bij hem waren verzameld. Daarna wist hij met deze groep door de afgoden-dienaars heen, zijn omsingelde leger te redden en hebben ze zich later teruggetrokken in de bergen. De afgodendienaars probeerden het terug-trekken tegen te houden maar ze mislukten in hun poging, waarbij twee van hen zelfs de dood vonden. Door dit wijze plan waren de moslims gered, nadat zij een hoge prijs hadden betaald mede voor de bovenvermelde fout die de boogschutters hadden begaan, door de orders van de profeet (saws) niet te volgen.
    Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij de gehele mensheid had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…(Koran 5: 32)

  7. #47
    Prikker Mohammed Amin's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2001
    Locatie
    Amsterdam
    Berichten
    301
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    18

    Standaard Vervolg "de slag van Oehoed"

    Na het terugtrekken naar de berg
    Nadat de moslims uit de omsingeling wisten te ontsnappen vonden een paar individuele schermutselingen plaats tussen sommigen van hen en van de afgodendienaars die een totale confrontatie niet durfden aan te gaan; dit vanwege het feit dat de moslims zich goed in de bergen hadden verborgen. De afgodendienaars zijn een poosje op het slagveld rond blijven hangen waarbij zij de lijken verminkten, door middel van de oren, neuzen en geslachtsdelen eraf te snijden en de buiken open te snijden. Hind Bint U'tbah heeft daarbij de buik van Hamzah opengesneden en zijn lever eruit gehaald, zij probeerde een stuk daarvan te slikken maar spoog het weer uit en maakte van de oren en neuzen een ketting. Ubay Ibn Khalaf kwam richting de moslims bij de berg en beweerde dat hij de profeet (saws) zou vermoorden waarna de profeet een speer in zijn richting gooide en hem trof. Hij viel van zijn paard, keerde met spoed terug maar overleed ten gevolge van deze verwonding toen hij in Sirf was in de buurt van Mekka.

    Daarna kwam er een groep afgodendienaars onder leiding van Abu Sufyan en Khalid Ibn Alwalid en besteeg de berg, waarna Omar Ibnulkhattab samen met een groep van Almuhadjirin hen van verder beklimmen van de berg hebben tegengehouden. Volgens sommige overleveringen heeft Sa'd Ibn Abi Waqas, moge Allah met hem tevreden zijn, drie van hen gedood.
    In deze strijd vielen onder de afgodendienaars 22 doden en onder de moslims 70; 41 van Alkhazradj, 24 van Al'aws, 4 van Almuhadjirin en een jood. Ook wordt er overgeleverd dat er onder de afgodendienaars 37 doden waren.
    Na de mislukte poging van Abu Sufyan en Khalid Ibn Alwalid, begonnen de afgodendienaars zich voor te bereiden om terug te keren naar Mekka. De profeet (saws) had intussen zijn rust kunnen vinden in de bergen. Ali Ibn Abu Talib had hem wat water gebracht dat hij niet wilde drinken maar wel zijn gezicht mee wilde wassen en de rest over zijn hoofd wilde schenken. Toen begon de wond te bloeden totdat Fatima, moge Allah met haar tevreden zijn, een stuk kleed brandde en op de wond plaatste. Daarna bracht Mohammed Ibn Maslamah water naar de profeet (saws)waarvan deze wel dronk en een smeekbede voor Ibn Maslamah verrichtte. De profeet (saws) verrichtte zittend het middaggebed en ook de moslims achter hem.
    Een aantal vrouwen waaronder Aïcha, Oum Ayman, Oum Salim en Oum Sulait vulden de kannen met water en gaven de gewonden te drinken, moge Allah met hen allen tevreden zijn.
    De beslissing na het voeren van een dialoog
    Toen de afgodendienaars zich gereed maakten om terug te keren, besteeg Abu Sufyan de berg en riep: ,,Bevindt Mohammed zich bij jullie?" Zij antwoordden echter niet. Daarna riep hij: ,,Bevindt zich bij jullie Ibn Abu Quhafa of Omar Ibnulkhattab?" Maar zij gaven hem geen antwoord omdat de profeet (saws) hen dat had afgeraden. Abu Sufyan zei toen: ,,Van deze zijn we dan tenminste af". Omar kon zich niet langer inhouden en zei: ,,O vijand van Allah, degenen die jij noemde leven nog allemaal. Allah zorgt dat hetgeen wat jou benadeelt blijft bestaan".
    Abu Sufyan reageerde toen lakoniek en vertelde dat het hem niet kon benadelen. Hij voegde eraan toe: ,,Verheven is Hubal". De profeet (saws) heeft zijn metgezellen geleerd om hierop te zeggen: ,,Allah is verhevener". Abu Sufyan zei daarna: ,,Wij hebben Al'uzza en jullie niet". De profeet (saws) leerde zijn metgezellen weer het antwoord hierop, dat luidt: ,,Allah is onze beschermer en jullie hebben geen beschermer". Abu Sufyan zei toen: ,,Goed gedaan, deze dag was een vergelding voor Badr, de oorlog is afwisselend".
    Omar antwoordde hem: ,,Dat is geen goede vergelijking, onze doden komen in het paradijs terecht maar die van jullie komen in de hel". Abu Sufyan zei: ,,Als het waar is wat jullie beweren, dan is het afgelopen met ons". Hij vroeg Omar om te vertellen of zij de profeet (saws) hadden vermoord, waarna Omar zei: ,,Nee, hij zit nu naar jou te luisteren". Abu Sufyan zei tegen Omar: ,,Jij bent wat mij betreft betrouwbaarder dan Ibn Qum'ah", en voegde eraan toe: ,,Wij hebben volgend jaar nog in Badr een afspraak", waarna de profeet (saws) iemand van zijn metgezellen opdroeg dat te bevestigen.
    De terugtocht van de afgodendienaars, het bijstaan van de gewonden en het opbergen van de martelaars
    Abu Sufyan keerde daarna terug naar zijn leger en zij begonnen zich klaar te maken voor hun vertrek. Zij stapten op hun kamelen en voerden de paarden mee. Dit was een teken van het definitieve vertrek richting Mekka. Niets kon de afgodendienaars tegenhouden Medina binnen te dringen, maar Allah liet hen afzien van hun plannen. Hij, de Verhevene, die iemand afstand kan laten doen van zijn eigen hart.
    De moslims zijn daarna het slachtveld opgegaan op zoek naar over levenden en martelaars. Sommigen hadden een aantal martelaars naar Medina vervoerd. Maar de profeet (saws) droeg hen op de lichamen naar de strijdplaats terug te brengen en hen aldaar te begraven met hun kleding zonder rituele wassing en zonder het gebed voor de doden. Zij hebben soms twee of drie lichamen in één graf geplaatst en ook zijn er twee lichamen in een kleed gerold met "al'ithkhar" (een plantensoort) ertussen. Ook is degene die het meest van de Koran kende, aan de openingskant van het graf gelegd. De profeet (saws) heeft toen gezegd:,,Ik ben in het hiernamaals een getuige voor hen".
    Zij vonden de kist waar het lichaam van Hanthalah Ibn Abi A'amir zich bevonden waar druppels water uitkwamen. De profeet (saws) zei toen: ,,De engelen zijn hem nu aan het wassen". Zijn verhaal is als volgt: toen deze oorlog uitbrak was hij bij zijn vrouw waarmee hij pas getrouwd was. Hij hoorde de roepende man die het aanbreken van de strijd verklaarde en is onmiddelijk naar het slagveld vertrokken; dit zonder de rituele wassing te verrichten. Hij vocht net zolang totdat hij werd vermoord. Daarom hadden de engelen hem op dat moment gewassen.

    Voor Hamzah moest als doodskleed een kledingstuk worden gebruikt dat te kort voor zijn gehele lichaam was, waarna zijn benen met "Al'ithkhar" (een plantensoort) werden bedekt, hetgeen ook met Mus'ab Ibn U'mair werd gedaan.
    De terugkeer naar Medina
    Nadat de profeet (saws) en de moslims klaar waren met het opbergen van de lichamen van de martelaars en het verrichten van de smeekbeden voor hen, keerden zij terug naar Medina. Enkele vrouwen, waarvan de familieleden vermoord waren, gingen de straat op om de profeet te ontvangen. Hij sprak met ze en heeft hen gecondoleerd. Een andere vrouw uit Beni Dinar verloor in deze strijd haar man, broer en vader. Toen de mensen haar condoleerden vroeg zij naar de profeet (saws) waarna zij te horen kreeg dat het goed met hem ging. Zij hebben hem aangewezen aan haar, toen zij hem zag heeft zij gezegd: ,,Elke beproeving is, na U te hebben gezien, beperkt".
    De moslims overnachtten in een noodtoestand, zij bewaakten Medina en de profeet (saws) terwijl zij vermoeid waren, gewond en droevig. De profeet (saws) vond het noodzakelijk om de bewegingen van de vijand te volgen en als het nodig was hen te lijf gaan op het strijdveld, in het geval de vijand naar Medina probeerde terug te keren.
    Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij de gehele mensheid had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…(Koran 5: 32)

  8. #48
    Moderator
    Ingeschreven
    Nov 2004
    Locatie
    Jupiter
    Berichten
    9.003
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    4023601

    Standaard

    Salaammoe 3alaykoem istiqama,

    Aangezien ik tijdelijk werd verbannen wegens zogenaamde anti-semitsme, wat natuurlijk een grote onzin is, kon ik niet op jouw bericht reageren. Ik hoop bij deze dat alles goed met u gaat en natuurlijk met uw familie, vrienden en.... etc.

    Istaghfurlah ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen deze Shoebha.
    Pardoes? Shoebha? Broederschap? Of achterdochtigheid? Of...?


    Agie fie dien..jij stelt dat er geen islamitische landen zijn...Sjeikh Al islam ibn taymiyyah heeft het over bilaad al muslimeen...de landen waar de meerderheid van de bevolking moslims is..
    Ja, mee eens. Wat heeft het mee te maken met de westerse landen?

    Als een land wordt aangevallen van de moslims is het inderdaad in de eerste instantie verplicht voor de inwoners van het land en dan die daaromheen en zolang de vijand niet verdreven kan worden blijft de cirkel groeien tot het de hele aardbol omvat.Immers deze grenzen zijn door de kolonisten gecreeerd en onze aqeeda reikt ver verder dan deze kunstmatige grenzen..de moslims zijn als 1 lichaam..(zie hadith)..
    Wat heeft het mee te maken met de westerse landen? Geldt daar ook de plicht voor de moslims? Alhoewel zijn in minderheid zijn en dat in die landen de niet-moslims in meerderheid zijn, om het beter uit te drukken?


    De toereikendheid van middelen waar jij het over hebt is nooit een voorwaarde geweest voor de fard ayn verplichting( en) . Immers van Badr tot de kolonisatieoorlogen is de vijand van de Islam altijd groter geweest in bewapening en sterkte...het is echter de imaan bi lah ontsproten uit : "In Tansoeroe lah yansoerk oem" die de doorslag gaf van de mujahideen....Met wat 'tansoer lah ? " Antwoord : Door middel van Het verkrijgen van de imaan...en dat is de enige voorwaarde wanneer de landen van de moslims wordt aangevallen...zoals uitgelegt door sjeikh al islam ibn taymiyyah in zijn fatawa. De Profeet ( vzmh ) wist dat de troepen van de mushrikeen bij Badr in overweldigende meerderheid en materiele kracht ...hij sprak zijn bekende dua waar hij op dit aspect wees...maar de tawakkoel ( vertrouwen ) in Allah deed hem vechten.
    Beste broeder, ik wil je niet beledigen, maar het lijkt me ijzer sterk dat jij de boeken van ibn Taymiyah, rahimoeAllah, hebt gelezen.
    Ten eerste zijn boeken over jihaad zijn tegenwoordig op een zodanig gemanipuleerd, herschreven en bijgeschreven en veel citaten zijn weggelaten om de moslims, vooral de ahloe takfeer, ichwaan al moeslimien, en andere hizbies die in de buurt van de sekte khawaardj zitten, te laten dwalen. De 'ulamaah zijn al op de hoogte van deze daad.

    Ten tweede: er is geen 'alim, behalve de takfeer 'moslims' zoals Abu Hamza, de man met de haak, die tevens geen geleerde, stelt deze plicht naar de moslims toe, met name de moslims in de westerse landen.


    Ten derde: jouw verhaal, met alle respect, blijkt weer dat je geen inzicht hebt in de islam en dat je met verhalen komt die absoluut niet in deze context past. Nee, zeker niet!
    Om het beter uit te drukken, beste broeder, sheigh Al-Albaani, bin Baaz, Uthamien, Fawzaan, Jibreen, Mohammed Hassan, Huissain Ja'coebi en andere bekende geleerden zijn tegen jouw khawaardji-achtige uitspraak.

    Dit aspect van de aqeeda, "tawakkoel alla Allah" wordt door vele moslims tegenwoordig vergeten.
    Bij wie heb je de 'aqeeda gestudeerd? Welke boeken van 'aqeedah lees jij?


    En het Fard kifaya is niet van toepassing in deze materie. De fard kifaya is alleen van toepassing als er voldoende troepen zijn om de vijand te verslaan, en bij jihad a talab ( aanvallende jihad).
    Wie ben jij om te vertellen wat jihaad kifayah is en wat niet? Sinds wanneer doe je aan taqleed?

    Ik hoop dat je hiermee voldoende info hebt, anders wil ik je wijzen op een mooie boek van 1 van de mujaddideen op het gebied van Fiqh al jihad , Dr sjeikh Abdullah Azzam ( rahimahulah)..het boek heet : "ter verdediging van de moslimlanden" ..in engels " In defence of the muslimlands " ...
    Itaqillah, yaa agie fie 'dien' , inshaAllah. Dat boek heb ik al gelezen en ik weet ook wie dat boek heeft vertaald.
    Wat jij doet is duidelijk taqleed (imitatie). Weet je niet dat het haram is om een fatwa in een andere context te plaatsen? Weet je niet wat ibn Qayyim, rahimoeAllah heeft gezegd?

    Ibn al-Qayyim said:

    The first view is that it is not permissible to give a fatwa based on taqleed [Translator’s note: Taqleed [lit. imitation] means repeating the views of scholars to others without knowing the details or basis of their fatwas] , because that is not knowledge, and giving a fatwa without knowledge is haraam. There is no dispute among people that taqleed is not the same as knowledge and that the muqallid (the one who imitates or repeats the views of others) cannot be given the name of ‘aalim (scholar). This is the view of most of our companions and the view of the majority of Shaafa’is.

    The second view is that it is permissible with regard to himself; he may follow the view of one of the scholars if the fatwa is with regard to himself only. But it is not permissible for him to repeat the views of a scholar in giving a fatwa to someone else. This is the view of Ibn Battah and others among our companions. Al-Qaadi said: Ibn Battah mentioned in his letters to al-Barmaki: it is not permitted for a person to issue a fatwa based on what he had heard from a scholar who issued a fatwa. Rather it is permissible for him to follow that scholar’s view with regard to himself, but repeating his views and issuing a fatwa to someone else, this is not permitted.

    The third view is that this is permitted when necessary and when there is no scholar who is qualified to make ijtihaad. This is the most correct view and this is our guideline. Al-Qaadi said: Abu Hafs said in his comments: I heard Abu ‘Ali al-Hasan ibn ‘Abd-Allaah al-Najjaad say: I heard Abu’l-Husayn ibn Bashraan say: what I may criticize a man for is learning five issues of fiqh from Ahmad then sitting by a pillar in the mosque [i.e., setting himself up as a scholar] and issuing fatwas based on that.

    wa 3alaykoem asalaam

  9. #49
    Very Important Prikker ibnu's Avatar
    Ingeschreven
    Jun 2004
    Locatie
    Aan het eind links af
    Berichten
    4.641
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    24

    Standaard

    Geplaatst door istiqama
    Bismillahi rahmani raheem ,


    Wat ik heb gelezen van Mohamed Amin en broeder Ibn Rushd zijn veel tekst maar een weinig inhoudelijke reaktie op de topic zelf.

    Teksten uit de seera al nabbawiya zijn mooi Mohamed Amin, maar dit gaat over het aspect van de 'grote'en 'kleine 'jihad.

    In de koran staan er meer dan 450 verzen die over Jihad gaan.

    Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven, die vervolgens niet twijfelen en die met hun bezittingen en hun levens strijden op de Weg van Allah. Zij zijn de waarachtigen ....( Qur'an hfdtk 49 vers 15 )

    Helaas zijn er in deze tijd een hoop verslagen zielen die de jihad een verkeerde betekenis geven om aan hun lusten te voldoen of aan die van hun westerse 'meesters'.

    Maar als wij naar de oorzaak van de openbaring van deze verzen gaan kijken zien we dat deze verzen veelal naar aanleiding van veldslagen werden geopenbaard.

    Het woord jihad zelf betekent in de Shar'iah termen en volgens alle islamitische jurisprudenten van de verschillende madhahibs de gewapende strijd oftewel 'al qitaal '.

    Ibn Taymiyyah heeft gezegt :"Wat betreft de hadith die door sommigen is overlevert waarin wordt gezegd dat de Profeet ( vzmh) bij zijn terugkeer van de slag van Tabuk heeft gezegt:"Wij zijn teruggekomen van de kleine jihad naar de grote jihad."Dit is een zwakke hadith die geen oorsprong heeft, en geen van degenen die kennis mezitten van de wooorden en handelingen van de Profeet ( vzmh ) hebben dit overlevert. Vechten tegen de ongelovigen is een van de grootste werken. In feite , is dit het beste wat iemand kan doen."( Ibn Taymiyya ; AlForqaan bayna awliyaa Arrahmaan wa awliyaa a shaytaan. hfdstk 9 )



    De Profeet vzmh zei daarbij in een authentieke overlevering : "Wie ook maar sterft zonder te hebben deelgenomen aan een veldslag , of zonder te hebben geleefd met de hoop eraan deel te nemen sterft met een takje van hypocrisie." ( Muslim)

    Verder is er een consensus tussen alle ulama en Fuqaha van deze ummah wanneer er maar een handvol land grond bezet worden van de landen van de moslims door de ongelovigen dat jihad een verplichting wordt voor iedereen in dat land en als de bewoners van het land het niet aankunnen of hun plicht verzaken dan degenen eromheen en dit breidt zich zo voort tot de verplichting de gehele aardbol omvat. En deze verplichting is net als de verplichting van het gebed en vasten...en heeft zelfs nog een hogere status omdatde Profeet zijn metgezellen heeft opgedragen het vasten te verbreken om te vechten en men het gebed kan inperken tijdens de strijd.

    En dit is als er een handvol land ( sjibr ) bezet wordt...dus wat dan als de islamitische heiligdommen bezet zijn?...En de moslimvrouwen verkracht worden...




    Allah zegt : "Indien zij hadden willen vertrekken ( voor de jihad ) dan zouden zij er zeker enige voorbereiding voor hebben gemaakt ." ( Quran hfdstk 9 vers 46 ).
    Wat vind jij istiqama dat Jijad is?

    En, wanneer is geweld toegestaan en onder welke voorwaardes dus.

    En, waar staat dat dan?

    Al vast bedankt !
    Wassalam aleikum wr.wb,
    Ibnu.

  10. #50
    Moderator
    Ingeschreven
    Nov 2004
    Locatie
    Jupiter
    Berichten
    9.003
    Post Thanks / Like
    Reputatie Macht
    4023601

    Standaard

    Geplaatst door istiqama
    Bismillahi rahmani raheem ,


    Wat ik heb gelezen van Mohamed Amin en broeder Ibn Rushd zijn veel tekst maar een weinig inhoudelijke reaktie op de topic zelf.

    Teksten uit de seera al nabbawiya zijn mooi Mohamed Amin, maar dit gaat over het aspect van de 'grote'en 'kleine 'jihad.

    In de koran staan er meer dan 450 verzen die over Jihad gaan.

    Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven, die vervolgens niet twijfelen en die met hun bezittingen en hun levens strijden op de Weg van Allah. Zij zijn de waarachtigen ....( Qur'an hfdtk 49 vers 15 )

    Helaas zijn er in deze tijd een hoop verslagen zielen die de jihad een verkeerde betekenis geven om aan hun lusten te voldoen of aan die van hun westerse 'meesters'.

    Maar als wij naar de oorzaak van de openbaring van deze verzen gaan kijken zien we dat deze verzen veelal naar aanleiding van veldslagen werden geopenbaard.

    Het woord jihad zelf betekent in de Shar'iah termen en volgens alle islamitische jurisprudenten van de verschillende madhahibs de gewapende strijd oftewel 'al qitaal '.

    Ibn Taymiyyah heeft gezegt :"Wat betreft de hadith die door sommigen is overlevert waarin wordt gezegd dat de Profeet ( vzmh) bij zijn terugkeer van de slag van Tabuk heeft gezegt:"Wij zijn teruggekomen van de kleine jihad naar de grote jihad."Dit is een zwakke hadith die geen oorsprong heeft, en geen van degenen die kennis mezitten van de wooorden en handelingen van de Profeet ( vzmh ) hebben dit overlevert. Vechten tegen de ongelovigen is een van de grootste werken. In feite , is dit het beste wat iemand kan doen."( Ibn Taymiyya ; AlForqaan bayna awliyaa Arrahmaan wa awliyaa a shaytaan. hfdstk 9 )



    De Profeet vzmh zei daarbij in een authentieke overlevering : "Wie ook maar sterft zonder te hebben deelgenomen aan een veldslag , of zonder te hebben geleefd met de hoop eraan deel te nemen sterft met een takje van hypocrisie." ( Muslim)

    Verder is er een consensus tussen alle ulama en Fuqaha van deze ummah wanneer er maar een handvol land grond bezet worden van de landen van de moslims door de ongelovigen dat jihad een verplichting wordt voor iedereen in dat land en als de bewoners van het land het niet aankunnen of hun plicht verzaken dan degenen eromheen en dit breidt zich zo voort tot de verplichting de gehele aardbol omvat. En deze verplichting is net als de verplichting van het gebed en vasten...en heeft zelfs nog een hogere status omdatde Profeet zijn metgezellen heeft opgedragen het vasten te verbreken om te vechten en men het gebed kan inperken tijdens de strijd.

    En dit is als er een handvol land ( sjibr ) bezet wordt...dus wat dan als de islamitische heiligdommen bezet zijn?...En de moslimvrouwen verkracht worden...




    Allah zegt : "Indien zij hadden willen vertrekken ( voor de jihad ) dan zouden zij er zeker enige voorbereiding voor hebben gemaakt ." ( Quran hfdstk 9 vers 46 ).
    salaammu 3alaykum

    Ik ben met u eens dat jihaad in het land waar oorlog wordt gevoerd (defensief) verplicht is voor elke individu, debiteur, crediteur, vrouw, man etc. Echter is mijn vraag, zoals de geleerden het hebben gesproken, dat moslims in de westerse landen deze plicht niet hebben.

    Onlangs, enkele maanden terug, werd door de ulama een gezamelijke fatwa uitgesproken: ulama uit SA.

    Deze fatwa, als ik me goed kon herinneren ging niet over de moslims in de westerse landen. Is het niet of klinkt het niet logische dat wij de juiste training, wapens en andere materialen niet hebben?

    wa 3alaykum asalaam

Gelijkaardige Onderwerpen

  1. Grote of kleine?
    Door daddy in forum Wie schrijft die blijft
    Reacties: 0
    Laatste Bericht: 01-02-08, 21:37
  2. Kleine en Grote tekenen!
    Door Nido in forum Wie schrijft die blijft
    Reacties: 2
    Laatste Bericht: 14-08-06, 06:11
  3. Grote en "kleine" Jihad?
    Door Hudhaifa in forum Islam en meer
    Reacties: 7
    Laatste Bericht: 30-12-03, 01:34
  4. De Grote en Kleine Jihad
    Door Mujaahid in forum Hadieth
    Reacties: 2
    Laatste Bericht: 01-12-02, 00:21
  5. De Grote en Kleine Jihad
    Door Mujaahid in forum Islam en meer
    Reacties: 0
    Laatste Bericht: 18-08-02, 13:53

Bladwijzers

Bladwijzers

Forum Rechten

  • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
  • Je mag geen reacties plaatsen
  • Je mag geen bijlagen toevoegen
  • Je mag jouw berichten niet wijzigen
  •