Volgens Ibn Taymiyyah is iedere kind geboren met een fitrah; een aanleg van natuurlijke goedheid, en het is de sociale omgeving die ervoor zorgt dat de individu afwijkt van deze staat van goedheid. Er bestaat een natuurlijke communicatie tussen de mens en Islam; de mens neigt naar Din al-Islam en reageert spontaan op de leringen. Din al-Islam zorgt voor ideale omstandigheden bij de volharding in de goede kwaliteiten van de mens.

De natuur van de mens heeft van zichzelf meer dan alleen de kennis van het bestaan van Allah, ook de liefde voor Hem en de wil om de religie (din) oprecht te praktiseren als een ware gelovige. Dit toond het element van de individuele wil, een natuurlijke drijfveer dat doelbewust zoekt naar de realisering van het Islamitisch geloof en de praktisering daarvan. Ibn Taymiyyah beargumenteerde een punt van Ibn ‘Abd al-Barr over fitrah, en zei dat het geen passieve potentie is dat gewekt dient te worden, maar dat deze eigenschap zichzelf doet ontwaken, vanuit de individu zelf. De ware gelovige is niet degene die reageert op de vermaningen ter begeleiding, maar degene die al geleid wordt en neigt naar het bewust tot stand brengen hiervan in het dagelijkse leven.

De ahadith verwijzen naar een verandering dat beinvloed kan worden door de sociale omgeving; Ibn Taymiyyah zei dat deze verandering komt van een bepaalde stadium zoals Islam, Jodendom, Christendom, Magie enz. De sociale omgeving van de individu kan ook van invloed zijn op het imaan en goed gedrag waardoor de motivatie om goed te doen gestimuleerd kan worden, als toevoeging door externe invloeden van leiding. Ibn Taymiyyah was van mening dat de menselijke ziel een geaarde goedheid bezit en een drang naar Islamitische leiding, terwijl Din al-Islam een adequate stimulance is voor deze potentie en een bevredigend voorziening in deze behoeften.

Echter wanneer invloeden van externe misleidingen afwezig zijn, zal de fitrah van de individu onwillekeurig geactualiseerd worden waardoor dat de goedheid doet zegevieren. Hieraan voegt Ibn Taymiyyah toe dat Hurairah’s verwijzing naar een ayah uit de Koran (30:30)
en de ahadith. Met andere woorden, wanneer Abû Hurairah, Allah's welbehagen zij met hem, deze hadith citeerde las hij daarop volgend de volgende aya op:

En richt je aangezicht naar de godsdienst als een aanhanger van het zuivere geloof, de van God afkomstige aanleg die Hij de mensen ingeschapen heeft. Gods schepping is niet te veranderen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet. (fitra't'Allah)

Abû Hurairah’s citatie van deze ayah vlak na de ahadith betekent dat de fitrah in de ahadith verwijzen naar de fitrah in de ayah, wat dus een
goede fitrah is want de juiste din wordt beschreven als de fitrah van Allah. De logica van dit argument is dat Abû Hurairah, Allah's welbehagen zij met hem, betekent dat fitrah geassocieerd word met Islam (al-Qurtubi, 1967). Volgens Ibn Taymiyyah zijn het de sociale omstandigheden, zoals door de ouders aangeleerd wordt, ervoor zorgt dat het kind Joods, Christelijk of een Magier is.

Omdat de profeet, vrede zij met hem, het niet genoemd heeft dat de ouders de fitrah van de kinderen doet veranderen in de Islamitische, nemen
we aan dat de fitrah bij de geboorte in harmonie is met Islam, in zijn breedste context van aanbidding tot Allah (Ibn Taymiyyah, 1981). Een andere uitleg van deze visie op fitrah is dat, terwijl de natuurlijke aanleg van goedheid in een persoon gevormd is, is het kwade iets dat ontstaat pas nadat de persoon geboren is. Daarom zeggen we, afwijking na de geboorte komt door slechte invloeden uit de sociale omgeving.

Ibn Qayyim (d. 751 A.H.), een leerling van Ibn Taymiyyah, had een overeenkomstige kijk op de positieve interpretatie. Hij zag fitrah niet als
het bewustzijn van goed en fout vanaf de geboorte maar als een actieve, aangeboren liefde van erkenning van Allah wat Zijn Godheid bevestigt.
Ook legt hij uit dat de Koran 16:78 (En Allah heeft jullie terwijl jullie niets wisten uit de buiken van jullie moeders voortgebracht...) niet verwijst naar het aangeboren bewustzijn van Allah of Islam, maar naar de kennis van de bijzonderheden van religie in het algemeen waardoor het laatstgenoemde soort kennis afwezig is bij de geboorte. Verder is fitrah niet het vermogen om Islam te ontvangen, waardoor een dergelijke situatie het ontvangen van Islam onvervuld wanneer de opvoeders kiezen voor Jodendom of Christendom als religie voor het kind;
Ibn Qayyim zei dat fitrah een ware ingeborene aanleg is van erkenning van Allah, tawheed en din Al-Islam.

Imâm an-Nawawî (d. 676 A.H. / 1277 C.E.), een Shâfi‘î faqîh die belangrijke kantlijnen zette bij werk van Sahih Muslim, definieerde fitrah als de onbevestigde staat van imaan voordat het individuele bewustzijn het geloof bevestigt. We hebben het al gehad over de positieve kant van fitrah en de gevolgen op kinderen van polytheistische ouders.

Al-Qurtubî (d. 671 A.H.) onderbouwde deze kijk op fitrah middels een vergelijking met psychisch onaangetaste dieren in de ahadith om te laten
zien, dat net zoals dieren gezond geboren worden, de mensen gezond geboren worden met de krachtige potentie tot het accepteren van de waarheid; en net zoals dat de dieren gewond of bang kunnen worden, zo kan de fitrah vervuilt worden of aangetast door externe invloeden van misleiding.
Vertaald uit:
http://www.angelfire.com/al/islamicp...on_fitrah.html

Ps. Let niet op de taalfouten, alleen de inhoudelijke vertalings fouten...