Allah beveelt ons dat wij strijden tegen Zijn vijand en onze vijand, namelijk Iblies.
“Zeker, sjaitan is een vijand van jullie, behandel hem dus als een vijand. Hij nodigt slechts zijn volgelingen uit zodat zij de inwoners van het blazende vuur zullen zijn .” (Fatir:6)
De conclusie is dus dat we weten dat shaitaan ons wil vernietigen. Op alle mogelijke manieren zal hij ons proberen af te laten dwalen van de Rechte Weg. Nooit wil hij gehoorzaam zijn aan Allah. Met riyaa (show), kibr (trots), onrust stoken, enzovoorts, probeert hij dit te bewerkstelligen.
De profeet heeft gezegd: “Als Iblies ‘s morgens zijn volgelingen uit stuurt (zegt hij tegen hen): “Degene die een moeslim misleidt zal ik een kroon op z’n hoofd plaatsen”. Na terugkeer (van de volgelingen) zegt één tegen Iblies: “Ik bleef achter één (moeslim) aan gaan tot hij talaq (scheiding) uitsprak tegen zijn vrouw.” Iblies zegt :”Hij zal binnenkort weer trouwen.” Een ander zegt:”Ik bleef bij hem tot hij slecht tegen zijn ouders deed.” Iblies antwoordt:”Hij zal weer goed doen tegen hen.” Nog een ander zegt:”Ik bleef bij hem tot hij iemand vermoordde.” Iblies zegt:”Jij, jij.” Nog komt er een ander die zegt:”Ik bleef bij hem tot hij shirk (afgoderij) beging.” Iblies antwoordt:”Jij, jij” en hij gaf hem de kroon." (Sahih Ibn Maadjah)
We worden niet met rust gelaten omdat we moeslim zijn. Iblies ligt overal op de loer. Ten eerste probeert hij ons met de grote zonden weg te halen. Lukt dit niet, dan zal het met kleine daden zijn, zoals bijvoorbeeld bida’(iets toevoegen aan de islaam). Dit is nog gevaarlijker dan zonden plegen, omdat de moeslim die bida’doet, denkt dat hij iets goeds doet, terwijl diegene die een zonde pleegt weet dat hij fout bezig is.
Iblies wil niet alleen maar dat je slecht doet, hij wil ook dat je met hem naar djehennem gaat. Als je dit weet, moet je tegen hem vechten, opletten op het innerlijk en het uiterlijk, alert blijven en niet verslappen, niet lui worden. Djihaad moet je tegen hem doen als hij uitnodigt tot het slechte en het goede. De enige hulp hiertegen is te vluchten naar Allah .
Er zijn zovele wegen via welke shaitaan naar de mensen komt. Een geleerde heeft gezegd dat shaitaan via tien verschillende deuren naar de mensen komt.
 Ten eerste via hebzucht en wantrouwen. Hiertegen heb ik gevochten door tevreden te zijn met wat ik heb. Daarmee kon ik me sterker maken en via de volgende aya in de Qoraan:
“En geen levend schepsel is er op de aarde dan dat zijn voorziening van Allah komt” (Hoed:6).
 Ten tweede via de hoop op een heel lang leven, zodat je denkt nog veel tijd te hebben om te veranderen, berouw te hebben en dus stel je het werken voor al-achira uit. Hiertegen vocht ik door angst te hebben voor al-maalik almawt (de engel van de dood).
“Zeker Allah! Met Hem alleen is de kennis van het Uur, Hij zendt de regen neder en weet dat wat in de baarmoeders is. Geen persoon weet wat hij morgen zal verdienen en geen persoon weet in welk land hij zal sterven. Zeker Allah is de Al-Wetende, Al-Chebier (weet alles).” (Loeqman:34)
 Ten derde via luiheid en hebberigheid. Hiertegen wapen ik mij door bang te zijn voor het lui zijn en altijd hard te werken.
“ Laat hen eten en plezier maken en laat hen geheel in beslag worden genomen door valse hoop. Zij zullen het weten!” (Al-Hidjr:3).
 Ten vierde via trots; denken dat je trots kunt zijn. Ik vecht hiertegen door angst te hebben voor het naderende einde en nederig te zijn.
“Op de dag wanneer die komt zal geen persoon spreken behalve met Zijn toestemming. Sommige van hen zullen ongelukkig zijn en anderen gezegend” (Hoed:105).
Ik houd altijd in gedachten dat ik niet weet tot welke groep ik zal behoren. Want als je dit beseft dan zul je nooit trots zijn voor welke werken je in de doenja (aardse leven) ook doet.
 Ten vijfde via de deur van neerkijken op je broeders en zusters. Ik strijd ertegen door mezelf te leren dat zij zoveel rechten op mij hebben en dat het haraam is om slecht tegen mijn moeslimbroeders en -zusters te doen.
“En wanneer er tegen hen wordt gezegd: ‘Kom, zodat de boodschapper van Allah vergeving van Allah voor jullie zal vragen’, draaien zij hun hoofden af en je zal zien dat zij hun gezichten met trots afwenden” (al-Moenafiqoen:5).
 Ten zesde via hassad (afgunst). Ik heb gestreden door mezelf te leren dat de verdeling van de risq (voorziening) alleen in handen van Allah is. Hij geeft en neemt en alles is Zijn uiteindelijke bezit.
“Zijn zij het die de Genade van jouw Rabb uitdelen? Wij zijn het die tussen hen hun onderhoud in deze wereld verdelen en Wij verhogen sommige van hen boven anderen in rang, zodat sommigen anderen kunnen laten werken. Maar de Genade (Paradijs) van jouw Rabb is beter dan de (rijkdom van deze wereld) welke zij vergaren” (al-Zoechrof:32).
 Ten zevende via de deur van riya (show), iets doen om alleen maar aan de mensen te laten zien. Ik heb ertegen gevochten door ihlaq (goed gedrag).
“Zeg: Ik ben slechts een mens zoals jullie. Het is mij geinspreerd dat jullie god één ilah is (Allah). Wie dus hoopt op de ontmoeting met zijn Rabb laat hem rechtschapen daden doen en geen deelgenoten nemen in aanbidding van zijn Rabb” (al-Kahf:110).
 Ten achtste via gierigheid. Ik heb gestreden door altijd vast te houden aan wat de islaam leert: dat alles wat in de doenja in onze handen komt, maar tijdelijk is en alleen wat bij Allah is, is blijvend, eeuwig.
“Al wat met jullie is, zal opraken en al wat met Allah (goede daden) is zal blijven. En degenen die geduldig zijn zullen Wij zeker een beloning in verhouding naar het beste wat zij hebben gedaan betalen” (an-Nahl:96).
 Ten negende via Kibr (trots). Ik heb dit bestreden door nederig te zijn. Niemand is meer dan een ander door kleur, ras, afkomst, sexe, enzovoort.
“O mensheid; Wij hebben jullie geschapen van een man en een vrouw en jullie in volken en stammen gemaakt, zodat jullie elkaar leren kennen. De beste van jullie is degene met taqwa (vrees voor Allah) (al Hoedjoeraat:13).
 Ten tiende via hebberigheid, het niet willen delen en alles van de mensen willen hebben. Ik heb gestreden door nooit iets van anderen te verwachten.
“En Hij zal hen voorzien vanuit (bronnen) die hij zich nooit had voorgesteld. En al wie vertrouwt op Allah, zal Hij voorzien. Allah zal zijn doel volbrengen. Zeker, Allah heeft voor alles een maat bepaald” (Talaq:3).
Pas dus op dat je niet in de vele valstrikken van shaitaan v