Door Kristel Letschert

Tel Aviv bestaat bij de gratie van ontkenning. Bijvoorbeeld van het feit dat de verdreven Palestijnse bevolking op een steenworp afstand gevangen wordt gehouden. Palestijnen zijn niet welkom in de ‘liberale’ hoofdstad, ook al zijn hun huizen, winkels en andere sporen nog overal te vinden.


‘De Universiteit van Tel Aviv is gebouwd op het land van het dorp Shaykh Muwannis.
De slaapzalen voor de studenten staan op de voormalige begraafplaats van het dorp.’
Vlotte jongens op skateboards, een strand vol hippe jonge mensen en een bruisend uitgaansleven waar ook plek is voor homoseksuelen: dat is het beeld dat Tel Aviv graag van zichzelf de wereld over ziet gaan.


Daartoe wordt een intensieve imago-campagne gevoerd. In Parijs werd recent het evenement ‘Tel Aviv sűr Seine’ georganiseerd, en Tel Aviv put zich uit om stedenbanden aan te gaan, waaronder met Amsterdam. Via social media wordt de stad aangeprezen als ‘Global City’, een samensmelting van Oost en West waar godsdienst en politiek ver weg zijn, en waar de conflicten in de regio aan je voorbijgaan.


Gebouwd op ontkenning


Ontkenning dus. Kop in het zand. In het zand van het strand van de Middellandse Zee. Aan datzelfde strand, verderop in de Gazastrook, werden vorig jaar zomer tijdens de Israëlische aanval 2200 Palestijnen gedood. Op nog geen 70 kilometer afstand, minder dan een uur rijden, lagen Israëli’s en toeristen in Tel Aviv aan hetzelfde strand te zonnen.


Het mechanisme waarmee de realiteit in Tel Aviv wordt ontkend, staat niet op zichzelf. De stad is letterlijk gefundeerd op ontkenning. Wat begon als een fictieve stad in de roman ‘Het Oude Nieuwe Land’ (Altneuland) van Theodor Herzl, werd in 1909 realiteit met de stichting van een joodse wijk aan de rand van de historische Palestijnse stad Jaffa. In tegenstelling tot de mythe van ‘de Hebreeuwse stad die uit de woestijn verrees’, bloeide de gemeenschap juist dankzij de drukke Palestijnse haven van Jaffa. Tot 1948.


In dat jaar werd Palestina door zionistische milities etnisch gezuiverd. Toen half mei 1948 de staat Israël werd uitgeroepen, resteerden in Jaffa nog 3.800 van de 80.000 Palestijnse inwoners – minder dan vijf procent. Het Arabische centrum van Jaffa werd verwoest, en de stad verviel tot een verarmde wijk van Tel Aviv, alvorens in de jaren zestig als toeristische trekpleister te worden herbouwd. De huizen van de verjaagde Palestijnen worden veelal bewoond of uitgebaat door joodse Israëli’s.


Zo heeft Tel Aviv nog meer geheimen. Onder het asfalt en beton liggen de resten van de verwoeste Palestijnse dorpen Salama, Shaykh Muwannis, Jammasin al-Gharbi en Summayl. De verjaagde bewoners wachten – net als al die uit Jaffa en talloze andere plaatsen – tot op de dag van vandaag op terugkeer of compensatie.


Deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Tel Aviv wordt liever vergeten. Tekenen van de aanwezigheid van Palestijnen, nog geen 70 jaar geleden, zijn zoveel mogelijk uitgewist. De bewoners zijn verdreven, hun huizen verwoest, hun grond is volgebouwd.


Er was eens …


De Israëlische mensenrechtenorganisatie Zochrot publiceerde de gids ‘Er was eens een land’, waarin achttien tochten zijn opgenomen door een aantal van de ruim 400 Palestijnse dorpen en steden die in 1948 werden verwoest. Eén daarvan is een wandeltocht door Tel Aviv. De Israëlische journalist Gideon Levy sprak erover als 'een gewetensreis door de tijd'.


De wandeling voert onder meer over de lelijke Jeruzalem Boulevard, die door de Palestijnen Jamal Pasha Boulevard werd genoemd. In de nieuwbouwwijk waar vroeger het dorp Salama lag, staat een tot ruďne vervallen moskee als één van de zeer weinige getuigen van vroegere Palestijnse bewoning. De Universiteit van Tel Aviv is gebouwd op het land van het dorp Shaykh Muwannis. De nieuwe slaapzalen voor de studenten staan op de voormalige begraafplaats van het dorp.


De wandeling komt ook door de wijk Al-Manshiyyah die in 1948, vóór de aanval op Jaffa, 12.000 inwoners telde – naast 20 koffiehuizen, 14 timmerwerkplaatsen, 12 bakkerijen, 10 wasserijen, vier scholen, drie fietsenwinkels, drie apotheken en twee moskeeën, waarvan er nu nog één overeind staat.


Voortgaande zuivering


De ontvolking van Jaffa is niet alleen iets uit de de geschiedenis. Ook vandaag de dag hebben de Palestijnen die nog wél in Jaffa wonen, te maken met een beleid dat er op gericht is hen te verdrijven en plaats te maken voor grote dure appartementen. Die worden vooral gekocht door rijke Europese joden op zoek naar een tweede huis in Israël.

Bezoekers die iets verder kijken dan het toeristische centrum van Jaffa, komen terecht in wijken die vervallen zijn, omdat de Gemeente Tel Aviv er geen bouw- en renovatievergunningen afgeeft aan de Palestijnse eigenaren. Als een Palestijn besluit om de noodzakelijke renovaties dan maar zonder vergunning uit te voeren, krijgt hij van de Gemeente een boete die hij nooit kan betalen, gevolgd door een uithuiszettingsbevel. Op die manier hebben honderden families hun huizen moeten verlaten. De één noemt het 'gentrification', de ander 'voortgaande zuivering'.

En Tel Aviv steekt haar kop in het zand en doet alsof alles normaal is.

Kristel Letschert is coördinator van de Olijfbomencampagne Houd Hoop Levend, een actie van ICCO, Cordaid, YMCA en YWCA Nederland. Zij woont in Oost-Jeruzalem.


Een ingekorte versie van dit artikel verscheen in Het Parool van 1 september jl.

In Tel Aviv wil iedereen graag geloven dat alles normaal is | Amsterdam voor Palestina