Eindelijk: het geminachte Riffijns bestaat nu echt
  • + Plaats Nieuw Onderwerp
    Resultaten 1 tot 2 van de 2

    Onderwerp: Eindelijk: het geminachte Riffijns bestaat nu echt

    1. #1
      Very Important Prikker Revisor's Avatar
      Ingeschreven
      Dec 2012
      Berichten
      22.250
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      4011799

      Standaard Eindelijk: het geminachte Riffijns bestaat nu echt

      Eindelijk: het geminachte Riffijns bestaat nu echt

      Taal Het Riffijns Berber, de moedertaal van veel Nederlandse Marokkanen, werd nooit serieus genomen. Pas nu is er een grammatica van verschenen.

      Berthold van Maris 4 december 2020

      Khalid Mourigh is medesamensteller van de grammatica van het Riffijns. Foto Dieuwertje Bravenboer

      Khalid Mourigh verzorgt soms colleges aan de Universiteit Leiden. Mourigh heeft twee grammatica’s over het Berber op zijn naam staan (waarvan een samen met Maarten Kossmann). Hij deed ook onderzoek naar straattaal en geeft regelmatig lezingen over dit onderwerp. In februari verschijnt van zijn hand een non-fictieboek, over het bijzondere leven van zijn opa, een van de eerste Marokkaanse gastarbeiders: De gast uit het Rifgebergte (uitgeverij Cossee).

      Eind jaren zestig kwamen de eerste Marokkanen naar Nederland. Daarna duurde het zestig jaar voordat er een boek verscheen waarin wordt uitgelegd hoe de taal die de meeste Marokkaanse Nederlanders van huis uit spreken, de Riffijnse variant van het Berber, grammaticaal in elkaar steekt. Dit boek, An introduction to Tarafiyt Berber, is in Duitsland uitgegeven (Ugarit-Verlag) en werd door twee Nederlanders samengesteld: Khalid Mourigh en Maarten Kossmann.

      In Marokko zelf is zo’n boek nog nooit verschenen. Daar vond men het Riffijns tot voor kort maar een onbeduidende, irrelevante taal.

      Hoeveel sprekers heeft deze taal in Nederland? „Goeie vraag”, zegt Khalid Mourigh op een terrasje in Leiden. „Dat weet niemand. Begin jaren tachtig is er ooit onderzoek naar gedaan. Toen bleek dat 70 tot 80 procent van de Marokkanen in Nederland Riffijns sprak. Dat percentage wordt sindsdien altijd aangehouden.”

      Er zijn inmiddels 400.000 Marokkaanse Nederlanders. Waarvan er dus rond de 300.000 Riffijns spreken? Nou nee, het aantal is natuurlijk lager, want voor de jongere generatie is het Nederlands vaak de belangrijkste taal geworden. Wat niet wegneemt dat zij nog altijd in hun directe omgeving te maken hebben met het Riffijns en dat dus ook, goed of minder goed, verstaan of beheersen.

      Ter vergelijking: 450.000 Nederlanders spreken Fries, waarvan 350.000 als moedertaal. De aantallen voor het Riffijns liggen wat lager, maar ook weer niet zo heel veel lager. Het Riffijns is voor Nederland dus zeker geen onbeduidende taal.

      Hoe zit dat met Mourigh zelf? Is het Riffijns zijn moedertaal? „Het is in ieder geval de eerste taal die ik als kind heb gehoord. Maar ik denk dat ik ook veel Nederlands heb gehoord als kind.”

      Dus eigenlijk heeft hij twee moedertalen. „Zo zou je het kunnen zien. We spraken allebei de talen thuis. Dat ging voortdurend heen en weer. Mijn moeder is op jonge leeftijd naar Nederland gekomen. Ze heeft hier op de middelbare school gezeten en sprak heel vaak Nederlands met ons. Mijn vader was begin twintig toen hij naar Nederland kwam. Die sprak vooral Berber. Voor zover ik me kan herinneren, sprak ik zelf meestal Nederlands, als het kon. Maar bij familie werd het vaak Berber.”

      In Marokko vindt men over het algemeen dat Arabisch en Frans de ‘echte’ talen van het land zijn. Berber, ach ja, dat wordt wel gesproken, maar niet geschreven, en tot voor kort ook helemaal niet in het onderwijs gebruikt.

      Keihard en onverbiddelijk


      Als Mourigh andere Marokkanen in Nederland vertelde dat hij werkte aan een grammatica van het Riffijns Berber, was de reactie soms: het Berber heeft geen grammatica. „Mijn tante, die meestal Nederlands spreekt, maar daarnaast ook vloeiend Berber, zei zelfs: het Berber bestaat niet echt. Ik denk dat ze daarmee bedoelde dat het niet geschreven wordt.”

      De gedachte dat een taal die niet geschreven wordt, geen grammatica heeft, is natuurlijk onzin. Iedere taal heeft, geschreven of niet, een keiharde, onverbiddelijke grammatica.

      Een van de problemen bij het schrijven van deze grammatica was dat Mourigh en Kossmann moesten kiezen voor één van de dialecten van het Riffijns. Er is geen standaardtaal, geen Algemeen Beschaafd Riffijns, er zijn alleen dialecten. De keuze viel, niet heel verrassend, op het meest invloedrijke dialect: dat van de stad Nador – toevallig ook de variant waarmee Mourigh zelf opgroeide.

      Gecheckt bij familieleden


      „Daarmee kun je je overal in de Rif verstaanbaar maken. Er zijn allerlei andere dialecten, maar die zijn allemaal onderling verstaanbaar. Zeker als je vertrouwd bent met andere dialecten, als je die al vaker gehoord hebt. Zo werkt dat. In Nederland bestaan die dialectverschillen natuurlijk ook nog. Na een of twee zinnen weet je al waar iemand vandaan komt, uit welke regio. Bepaalde woorden, een bepaalde intonatie.”

      Mourigh heeft sommige voorbeeldzinnen die hij in de grammatica geeft gecheckt bij familieleden. Niet in Marokko, maar gewoon hier, in Nederland. „Ik viel ze er af en toe over lastig. Kan dit? Kun je dit zeggen? Dat vonden ze wel leuk. Al moest het ook niet te lang duren natuurlijk.”

      Als je als taalkundige naar je moedertaal kijkt, welke dingen ontdek je dan? „Heel veel natuurlijk. Bepaalde structuren die in zo’n taal zitten, waar je als spreker niet bij stilstaat. Bijvoorbeeld de meervouden van zelfstandige naamwoorden. Daar zitten zo ontzettend veel verschillende patronen in.”

      Terwijl het Nederlands twee grote meervoudspatronen heeft (meervouden op -en en op -s) en een paar kleine patronen (zoals -eren en -ae), heeft het Riffijns tientallen patronen. Het maakt daarbij gebruik van uitgangen, maar ook van voorvoegsels en klinkerveranderingen.

      Elegante klinkerverandering


      Het meervoud van dad (vinger) is idudan: dat heeft de uitgang -an, en daarnaast een voorvoegsel (i-) en ook nog eens een elegante klinkerverandering: de a van dad wordt u in idudan.

      Andere zelfstandige naamwoorden doen dit weer helemaal anders. Steen is azru, stenen izra. Ezel is agyur, ezels igyar. Ur is hart, urawen harten.

      „Interessant hè. En ja, dan begrijp je ook opeens waarom veel mensen in Nederland daar moeite mee hebben. Je moet van ieder woord het meervoud kennen, je kunt het niet zomaar zelf verzinnen.”

      Uit een onderzoek dat twintig jaar geleden in Nederland gedaan werd bleek dat toen al veel Marokkaans-Nederlandse kinderen die meervoudsvormen niet goed beheersten. Ze gebruikten vaak het enkelvoud als meervoud. Of ze gebruikten de meest voorkomende meervoudsuitgang voor álle woorden. „Het normale meervoud van aghyur (ezel) is ighyar. Maar in Nederland hoor je ook wel: ighyaren.”

      Veel gesmokkeld


      Ook heel apart is dat zelfstandige naamwoorden twee vormen kunnen aannemen, afhankelijk van hoe ze gebruikt worden in de zin. Het woord voor ‘man’ heeft deze twee vormen: aayaz en waayaz. Als het als onderwerp vóór het werkwoord staat is het aayaz, ná het werkwoord waayaz. Maar als lijdend voorwerp is het altijd aayaz. En na voorzetsels bijna altijd waayaz. Ga er maar aan staan. Ook hier wordt door Marokkaanse Nederlanders veel gesmokkeld. Er zijn jonge Marokkanen die alleen nog de vorm aayaz gebruiken.

      Mourigh schreef al eerder een grammatica. Maar toen van een Berbertaal die hij zelf niet sprak: het Ghomara Berber. Hij deed daarvoor veldwerk in een heel afgeleden gebied in Marokko: een stuk of tien dorpen, ver van de handelswegen, ingesloten in de bergen. Een taaleilandje, dat steeds verder krimpt. Er was maar één artikel ooit over gepubliceerd, in 1929.

      „Ze zijn daar vrij achterdochtig. De meeste mensen hebben issues met de overheid, omdat het kleine wietboeren zijn. Dus als je daar aankomt als buitenstaander moeten ze wel even de kat uit de boom kijken.”

      Hun eerste reactie was: wij haten deze taal, wat moet jij ermee?
      Khalid Mourigh

      „Ik moest me eerst melden bij de kaïd, de locale gouverneur, de baas van dat gebied zeg maar, om toestemming te vragen. Ieder dorp heeft een dorpshoofd. De dorpshoofden gaan iedere week naar de markt, en dan gaan ze ook altijd naar de kaïd, om te vertellen hoe het gaat in het dorp. Nou, hij wees gewoon iemand aan, die mij maar mee moest nemen. Ik mocht nog wel kiezen: de bergen in, of naar het strand. Toen was de keuze snel gemaakt natuurlijk.”

      „Als ik dan, in de eerste week toen ik in dat dorp was, zei: ik kom het Berber bestuderen, dan zag ik hoe de mensen me aankeken, met een blik van: nee hoor, de overheid heeft je gestuurd, om ons te bespioneren.”

      Gewonnen vertrouwen


      Ook in dit gebied hadden de mensen geen hoge pet op van de taal die ze onder elkaar spraken. „Hun eerste reactie was: wij haten deze taal, wat moet jij ermee?”

      Háten?! „Ja, dat zeiden ze. Of ze zeiden: dit is alleen maar iets dat wij onder elkaar gebruiken, het is verder niet interessant.” Maar gaandeweg wist Mourigh het vertrouwen te winnen. „Ik begon met woorden te vragen. Na een week of drie kwamen we bij het woord ‘vertrouwen’. Toen zeiden ze tegen me: ja, nu vertrouwen we je. Toen wisten ze zeker dat ik geen andere intenties had.”

      „Ik was vorig jaar nog in dat dorp. Dan kwam ik wel eens mensen tegen die ik niet kende. Als ik dan Ghomara Berber sprak, keken ze me een halve minuut aan. Je zag ze denken: wie is dat, dat moet iemand uit het dorp zijn, maar ik ken hem niet, hoe kan dat? Ze kunnen zich niet voorstellen dat een buitenstaander hun taal spreekt.”

      Terug naar de grammatica van het Riffijns. Hoe komt het dat die door twee Nederlanders is geschreven? Waarom doen ze dit in Marokko niet zelf? „Er is in de jaren zeventig in Marokko iemand gepromoveerd op de grammatica van het Riffijns, maar het proefschrift is nooit gepubliceerd. En Maarten Kossmann heeft al eerder een boek over het Oostelijke Riffijns geschreven, in het Frans. Dat is een variant die in Nederland maar door een kleine minderheid gesproken wordt, waarvan er toevallig vrij veel in Leiden wonen.”

      In Marokko is het Riffijns de moedertaal van anderhalf tot twee miljoen mensen. Net als in Nederland is ook daar niet helemaal duidelijk hoeveel sprekers er precies zijn. De laatste twintig jaar is er in Marokko wat meer aandacht voor het Berber. „Er is nu een Institut Royal de la Culture Amazighe: een Koninklijk Instituut voor de Berbercultuur. Dat zorgt voor didactisch materiaal dat op de scholen gebruikt kan worden. Ze hebben daarvoor een soort standaard-Berber gecreëerd.”

      Dat standaard-Berber is een niet bestaande taal. In Marokko worden naast het Riffijns nog twee andere Berbertalen gesproken: het Berber van de Midden-Atlas, en het Berber van het Zuiden van Marokko. Die talen zijn onderling niet verstaanbaar. Een Berber uit de Rif en een Berber uit het Zuiden kunnen elkaar niet verstaan.

      Toch is nu uit die drie talen één standaardtaal in elkaar geknutseld. Een soort Algemeen Marokkaans Berber, dat door niemand gesproken wordt. Mourigh: „Daar zit als ideologie achter: een eenheid creëren. Misschien is het idee goed. Maar de uitvoering ervan is niet professioneel. Het onderwijs op school beperkt zich op veel plaatsen tot een half uurtje in de week liedjes zingen of zo. Het onderwijsmateriaal is niet afdoende. En het wordt vaak onderwezen door Arabischtalige docenten. Dus het is een chaos.”
      'One who deceives will always find those who allow themselves to be deceived'

    2. #2
      Very Important Prikker Revisor's Avatar
      Ingeschreven
      Dec 2012
      Berichten
      22.250
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      4011799

      Standaard Re: Eindelijk: het geminachte Riffijns bestaat nu echt

      Verzonnen woorden

      Sinds enige tijd is het Berber in Marokko ook aanwezig in het straatbeeld, in de vorm van een eigen schrift, dat Tifinagh wordt genoemd. „Als je in Marokko rondloopt zie je op alle overheidsgebouwen ook dat Berberschrift. Bijvoorbeeld: het Instituut voor de Volksgezondheid. Dat staat er dan drietalig op. In het Arabisch, het Frans, en in het Berber.

      En vaak, als je al die drie talen kunt lezen, begrijp je het Arabisch, en je begrijpt het Frans, maar het Berber begrijp je dan niet omdat het verzonnen woorden zijn. En soms is dat Berber gewoon het Arabisch, maar dan geschreven in het Berberschrift.”

      Dankzij de sociale media wordt er nu ook informeel wat meer in het Riffijns geschreven. „Meestal in een zelf verzonnen spelling, die per land verschilt: een Marokkaanse Spanjaard spelt anders dan een Marokkaanse Nederlander. Maar toch kunnen mensen elkaar begrijpen.”

      Er is zelfs een kleine literaire productie in het Riffijns. Mourigh heeft een online winkeltje opgezet waar meestal in eigen beheer uitgegeven literatuur kan worden aangeschaft: poëzie, korte verhalen, memoires, en zelfs een enkele roman. Al die boekjes en boeken samen vullen nu driekwart boekenplank.

      Als Mourigh een lezing geeft over het Riffijns zegt hij wel eens, over die literatuur: „Er zijn nu meer mensen die Riffijns schrijven dan mensen die Riffijns lezen.”

      Riffijns Een taal met zeven namen



      Berber – Berbers – Tamazight – Riffijns – Tarifit – Tarifest – Marokkaans

      Het Berber wordt in wat minder formeel Nederlands ook vaak Berbers (met een s dus) genoemd. In Marokko zelf worden alle Berbervarianten Tamazight genoemd. De Riffijnse variant heet daar Tarifit: daar zit het woordje Rif in. In het dialect van Nador wordt dat: Tarifesjt. Je kunt dat letterlijk vertalen als: Riffijns.

      Marokkaanse Nederlanders noemen de taal die ze spreken ook wel Marokkaans, maar die term wordt zowel voor het Berber gebruikt als voor het Marokkaans-Arabisch.

      Het Berber is strikt genomen geen taal, maar een taalfamilie.
      Berbertalen vind je in Marokko en Algerije. En ook in de Sahara en de Sahel (het Toeareg). Verder zijn er nog wat kleine Berbertaaleilandjes in Libië en Egypte.

      De Berbertaalfamilie behoort tot de grote familie van de Afro-Aziatische talen, waartoe ook de Semitische talen (Arabisch en Hebreeuws) behoren. Maar de Berbertalen zijn maar heel in de verte verwant aan het Arabisch. Het verschil tussen Berber en Arabisch is nog groter dan het verschil tussen Nederlands en Russisch.

      Ooit werd in het grootste deel van Noord-Afrika Berber gesproken.
      Toen het Arabisch zich daar verbreidde, hield het Berber alleen nog stand in afgelegen gebieden: in de bergen, in de woestijn.

      Correctie (7-12-2020): In de landkaart waren de landen Tsjaad en Niger per abuis omgewisseld. Dat is aangepast.


      https://www.nrc.nl/nieuws/2020/12/04...-echt-a4022586
      'One who deceives will always find those who allow themselves to be deceived'

    + Plaats Nieuw Onderwerp

    Bladwijzers

    Bladwijzers

    Forum Rechten

    • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
    • Je mag geen reacties plaatsen
    • Je mag geen bijlagen toevoegen
    • Je mag jouw berichten niet wijzigen
    •