Hoogleraar: Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht
  • + Plaats Nieuw Onderwerp
    Resultaten 1 tot 2 van de 2

    Onderwerp: Hoogleraar: Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht

    1. #1
      Very Important Prikker Revisor's Avatar
      Ingeschreven
      Dec 2012
      Berichten
      22.364
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      4011799

      Standaard Hoogleraar: Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht


      Christian Lange, hoogleraar Arabische en islamitische studies.Beeld Bram Petraeus

      Interview Christian Lange

      Hoogleraar islamstudies Christian Lange: ‘Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht’

      Hoogleraar Christian Lange won een prijs voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Een gesprek over de sharia, digitale onderzoeksmethoden en geur in de Koran.

      Marije van Beek
      10 april 2021, 14:47

      Of het nu gaat over het verre verleden van de islam, of juist over het beloofde hier*namaals, er is misschien wel geen enkel *onderwerp dat raakt aan de *islamitische religie en dat niet de belangstelling heeft van Christian Lange. De hoogleraar Arabische en islamitische studies aan de Universiteit van Utrecht kreeg afgelopen maand de Ammodo Science Award for *Fundamental Research 2021. De jury looft het ‘veelkleurige beeld van de rijke islamitische beschaving’ dat hij laat zien.

      Lange (1975) begon zijn carrière met een promotieonderzoek aan Harvard naar de sharia in de islamitische middeleeuwen. De keuze voor dat thema was ingegeven door de actualiteit van destijds, de aanslagen van 11 september 2001, en de invoering van de sharia door de taliban in Afghanistan. Toch is de islamoloog, geboren in Berlijn maar nu al tien jaar verbonden aan de Universiteit Utrecht, niet het type academicus dat *continu de media opzoekt. “Ik meng me niet zo snel in discussies. Als je zegt: ‘ik ben islamoloog’, dan denken mensen tegenwoordig meteen dat je gespecialiseerde kennis hebt van islamitisch fundamentalisme of terrorisme – de thema’s die de politiek en media bezighouden. Mijn mening daarover is vrij eenvoudig: dat het verschrikkelijk is dat het bestaat. Maar het is de vraag of je daar iets aan hebt, zo origineel is die opvatting niet.”

      Later verlegde Lange zijn aandacht naar de geschiedenis van de islam in algemene zin. En dat probeert hij zo breed mogelijk in te vullen. “Onder islamologen lag altijd veel focus op de Arabische regio en op de begintijd van de religie. Er bestaat een soort fascinatie met de oorsprong van de islam, die ik tot op zekere hoogte wel deel. Maar het kan ook je blik op de religie beperken, en je kunt er zelfs een bijna fundamentalistisch idee over de islam van krijgen.”

      Hoe werkt dat, een wetenschapper die *fundamentalistisch denkt over de islam?


      “Fundamentalistische moslims gaan ervan uit dat hun religie onveranderlijk is, en zoeken antwoorden op hun vragen daarom geheel bij de begintijd van de islam. Alsof je van de Koran direct kunt overgaan naar de hedendaagse situatie. Dat berust op de denkfout dat je alles kunt verklaren vanuit de oorsprong. Als kennis zo zou werken, dan hoef je alleen maar te weten waar een *bepaald woord vandaan komt om te weten hoe dat woord vandaag de dag gebruikt wordt. Zo gaat dat natuurlijk niet. Dus weet je door te onderzoeken hoe de islam tot stand is gekomen ook nog niets over hoe moslims vandaag de dag denken. Gek *genoeg hebben westerse wetenschappers die denkfout wel vaak begaan.

      “Gaat het over de profeet Mohammed, dan ligt de focus ook meestal op wie hij nu werkelijk was, hoe en waar hij leefde. Ik denk dat de receptiegeschiedenis er veel meer toe doet: hoe is hij door de eeuwen heen verbeeld? Hierover heb ik een boek *geschreven. Vanaf de zevende eeuw werd er heilig in hem geloofd, en aan hem bijzondere waarde toegedicht. Dat is toch het belangrijke feit: wie hij was voor gelovigen. Maar met alle aandacht die islamologen hebben voor de begintijd van de islam, lijkt het alsof ze denken: ‘Wij gaan nu wel eens even uitzoeken hoe het zit’, alsof ze het *beter willen weten dan de moslims zelf.”

      “In het verlengde hiervan ligt het arabocentrisme, waardoor de diversiteit binnen de islam uit het zicht raakt, omdat er veel minder wordt geschreven over de Zuidoost-Aziatische, Perzische en Turkse tradities. Als je de islam terugbrengt tot de oorsprong, dan kom je uit bij een bepaald groepje Arabische moslims in de zevende en achtste eeuw. Dat zorgt ook voor misverstanden. Die etnische toespitsing zorgt ervoor dat veel dingen waarvan wij denken dat ze met de islam te maken hebben, eigenlijk terug te voeren zijn op de cultuur van de Arabieren.”

      U doet ook digitaal onderzoek naar de sharia. Welke nieuwe inzichten levert dat op?

      “We beschikken voor dit onderzoek over een corpus van 70 miljoen woorden aan Arabische juridische literatuur. Dat is meer dan de gehele Griekse klassieke literatuur bij *elkaar. Je kunt met ‘text mining’, zoals een van de digitale methoden heet, bijvoorbeeld zien welke Korancitaten het vaakst *gebruikt worden, of hoe vaak een bepaald woord of concept terugkomt bij de ene islamitische rechtsschool ten opzichte van de andere islamitische rechtsschool.

      “De verwachtingen over de nieuwe digitale onderzoeksmethoden zijn groot. Ik was zelf ook best hoopvol, maar het blijkt ontzettend ingewikkeld en tijdrovend om het voorbereidende werk hiervoor te doen. Je moet teksten opschonen, digitale bestanden opzetten – alleen dat al kostte al met al een halfjaar van een volledige baan. We wilden voor dit onderzoeksproject onder meer weten wat de belangrijkste onderwerpen waren in de door ons geselecteerde shariateksten. Het bleek vooral om contracten te gaan: erfrecht en geld waren woorden die veel voorkwamen. En ook gaat het veel over rituele wetten, hoe je het gebed moet doen bijvoorbeeld. Maar dit was niet iets nieuws. Als kenner van de sharia en de Arabische bronnen weet je al dat het islamitisch recht vooral draait om contracten en om rituelen. Dat we dit nu ook op een kwantitatieve *manier kunnen laten zien is fijn, maar dus niet vernieuwend.”

      Het gaat dus vooral over contracten, in *tegenstelling tot het afhakken van handen, en ergere lijfstraffen?


      “Inderdaad. Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht *– wat de *gemiddelde krantenlezer wellicht denkt, omdat die thema’s de laatste jaren door de Taliban, IS en dergelijke bewegingen in het nieuws kwamen. Mijn promotieonderzoek ging hier ook over. Ik heb voor de elfde, twaalfde en dertiende eeuw nagekeken hoe een bepaalde islamitische staat het strafrecht van de sharia toepaste. Er werd op *basis van de sharia nauwelijks gestraft, ontdekte ik, en de juristen deden hun best om het heel lastig te maken iemand veroordeeld te krijgen. Zo werd de bewijslast in het geval van overspel heel hoog gelegd: een stelletje moest middenin de seksdaad *betrapt worden door meerdere getuigen *tegelijk.

      “Juristen probeerden de impact zo klein mogelijk te houden. Waarom? Zij waren ook bekend met het idee van de menselijke waarde, van de integriteit van het menselijk lichaam. Maar ook werkten deze shariajuristen altijd tegen de overheid in. Dat waren de sultans, zij hadden belang bij het idee dat er een streng strafrecht was, en het volk bang was. Dat ging in Middeleeuws Europa net zo: door lijfstraffen in te zetten, liet je als machthebber zien dat je alles mocht doen met het volk. Juristen wilden dat juist beteugelen.”

      Het is dus niet zo dat je dit soort dingen met een paar klikken op de knop te weten kunt komen?

      “Nee, dat is bepaald een illusie. Je kunt de digitale onderzoeksmethoden wel gebruiken om bestaande intuïties mee te bevestigen, of om een onderzoeksterrein mee te verkennen. Maar echt nieuwe inzichten *levert het nauwelijks op, dat zie ik ook bij vergelijkbare projecten gebeuren van buitenlandse universiteiten. Afijn, dat is natuurlijk ook een resultaat. De afgelopen tien jaar zijn deze kwantitatieve methoden in een stroomversnelling gekomen, iedereen had er het hoofd vol mee, alsof het al onze problemen zou kunnen oplossen. Het past in het kader van: alles moet meetbaar zijn. Maar voor de geesteswetenschappen werkt dat niet. Met digitaal werk kun je nooit verklaren waarom Shakespeare zo’n krachtige schrijver was.”

      U doet nu onderzoek naar geur en de islam. Hoe kwam u daar zo bij?

      “Het gevaar is dat islamstudies steeds meer gepolitiseerd worden: het wel heel veel over veiligheidsvraagstukken, over fundamentalisme en islamisme. In plaats daarvan wilde ik de islam bestuderen vanuit een invalshoek die totaal niet voor de hand ligt. En die meer uit de islamitische beschaving zelf voortvloeit, in plaats van uit te gaan van een westerse blik.

      “Het onderzoek naar geur maakt deel uit van een groter project over de geschiedenis van de zintuigen in de islamitische wereld. Een cultuur of een traditie bepaalt hoe mensen zien, luisteren, voelen, proeven en ruiken. Je vindt niet zomaar iets goed of slecht ruiken: dat is ingegeven door opvoeding en cultuur. Ik ontdekte zo dat het in de Koran niet of nauwelijks over geur gaat. De Koran is heel ascetisch wat dit betreft, en zet het apart als iets wat in het paradijs een rol gaat spelen. Het is opvallend, want in de begintijd van de islam werd in christelijke kerken juist volop wierook gebruikt. De Koran wil dus de samenleving zuiveren van geur, zou je kunnen zeggen. In latere eeuwen wordt dit vervolgens weer helemaal op z’n kop gezet. Dan ontstaan er hadith, uitspraken waarvan moslims geloven dat ze van *Mohammed zijn, en waarin hij allerlei positieve dingen zegt over geur. Hij noemt dan bijvoorbeeld drie dingen die belangrijk voor hem zijn: vrouwen, parfum en het gebed.”

      Dus toch weer een teken dat ook de islam door de eeuwen heen verandert?


      “Zeker. Ik heb trouwens goede hoop dat de islam steeds meer in al zijn diversiteit en complexiteit bestudeerd zal worden. Het helpt dat veel meer moslimwetenschappers een rol zijn gaan spelen, die vanuit de alledaagse praktijk vertrouwd zijn met de verschillende manieren waarop je de islam kunt beleven. Dat zie je vooral in de Verenigde Staten, maar ook in Europa, met *name in Duitsland.

      “Je ziet dat het hier dus toch weer om mensen gaat. Hier komt mijn belangstelling voor de zintuigen ook vandaan. Als mens zetten we ons lichaam in om onze identiteit te codificeren. De gevoelde, belichaamde verschillen, dat is waar mensen onderling moeite mee hebben. Het gaat bijvoorbeeld vaak over moslims in de zin dat ze zich *‘anders’ kleden, maar in feite gebruiken we kleding allemaal om dingen wel of niet te *laten zien. Of doen we gekke dingen met ons lichaam, bijvoorbeeld door een tatoeage te laten zetten. Enerzijds komen verschillen hier heel duidelijk naar voren, anderzijds is het disciplineren van onze zintuiglijke waarneming juist iets heel menselijks wat we met zijn allen delen. Religie vraagt geen wiskundige benadering, want uiteindelijk gaat het over de mens. Dat moeten we als wetenschappers dus ook op ons vaandel schrijven. Anders maken we onszelf overbodig.”


      https://www.trouw.nl/religie-filosof...echt~bf4b8d49/
      'One who deceives will always find those who allow themselves to be deceived'

    2. #2
      Very Important Prikker SportFreak's Avatar
      Ingeschreven
      Apr 2002
      Leeftijd
      91
      Berichten
      98.440
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      2757435

      Standaard Re: Hoogleraar: Het gaat in de sharia nauwelijks over de jihad of het strafrecht

      Hij heeft goed gesproken

    + Plaats Nieuw Onderwerp

    Bladwijzers

    Bladwijzers

    Forum Rechten

    • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
    • Je mag geen reacties plaatsen
    • Je mag geen bijlagen toevoegen
    • Je mag jouw berichten niet wijzigen
    •