Rechter geeft Nederland op de sodemieter: Vrijspraak na unieke inval in moskee wegen terrorisme
  • + Plaats Nieuw Onderwerp
    Pagina 1/2 12 LaatsteLaatste
    Resultaten 1 tot 10 van de 11

    Onderwerp: Rechter geeft Nederland op de sodemieter: Vrijspraak na unieke inval in moskee wegen terrorisme

    1. #1
      Very Important Prikker Revisor's Avatar
      Ingeschreven
      Dec 2012
      Berichten
      22.456
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      4011799

      Standaard Rechter geeft Nederland op de sodemieter: Vrijspraak na unieke inval in moskee wegen terrorisme

      Hoe kon het OM de grote Limburgse terrorismezaak zo laten ontsporen?

      Al Houda-moskee
      Ruim vier jaar na de inval in de Limburgse moskee veegde de rechter alle beschuldigingen van tafel in opvallend vonnis.

      Andreas Kouwenhoven 19 juli 2021


      De Geleense Al Houda-moskee waar de politie in 2017 een inval deed. De moskee werd gezien als een IS-bolwerk. Foto Chris Keulen

      Dranghekken met zwarte zeilen omringen de Al Houda-moskee in Geleen. Speurders van de politie en de fiscale opsporingsdienst FIOD lopen 14 februari 2017 in en uit. Ze nemen computers mee, administratie, stapels contant geld. Gelovigen die ’s middags aankomen voor het gebed, worden tegengehouden door een politielint. Ze moeten het gebed buiten op de parkeerplaats verrichten.

      Een inval in een gebedshuis is een unicum in Nederland. Het ligt vanwege de vrijheid van godsdienst uiterst gevoelig. De actie in Geleen lijkt niet zonder reden: de moskee wordt door politie en justitie gezien als een bolwerk van Islamitische Staat (IS). Er zou worden geronseld en geld worden ingezameld voor de terreurbeweging. De secretaris en voorzitter worden gearresteerd. In de jaren erna blijft de moskee negatief het nieuws halen, door de voortslepende rechtszaak, en door een parlementaire onderzoekscommissie die de zaak betrekt in haar rapport over buitenlandse moskeefinanciering.

      Maar 4,5 jaar na de inval veegde de rechter vorige week alle beschuldigingen van tafel in een opvallend vonnis. Het OM krijgt in zeldzaam harde bewoordingen ervan langs. Justitie maakte in het onderzoek naar het Geleense moskeebestuur tal van fouten en liet zich leiden door ‘tunnelvisie’, aldus de rechter.

      Hoe kon de grootste en meest gevoelige Limburgse terrorismezaak zo ontsporen?

      Daarvoor moeten we terug naar 2015, wanneer de regionale krant De Limburger voor het eerst bericht over moskee Al Houda. De krant onthult dat er een veroordeelde terrorist in de moskee predikt, terwijl justitie en politie van niets weten. De burgemeester van Geleen is woedend en roept de politie op het matje. Daarna komt De Limburger met nog een onthulling, over salafisten die de moskee hebben overgenomen, en geldstromen uit de Golfstaten aantrekken. Ook NRC schrijft hier later over.

      Er wordt een strafrechtelijk onderzoek gestart naar moskeebestuurders Laarbi A. en Stefan Z.. Daarmee begeeft justitie zich op onontgonnen terrein. Buitenlandse financiering en salafisme zijn, hoewel omstreden, niet strafbaar. Toch lieten justitie en politie zich bij de start van het onderzoek leiden door hun „afkeer” hiervan, stelt de rechter.

      Voor meer informatie gaat de politie te rade bij een groepje dat de moskee net heeft verlaten, uit onvrede met de salafistische koers van het nieuwe bestuur. Van deze weggelopen bezoekers verneemt de politie de meest heftige verhalen, tot aan ronselen voor de strijd in Syrië toe. Maar hoe betrouwbaar zijn die verhalen? De getuigen hebben het vooral van horen zeggen. Bovendien zijn veel getuigen aangebracht door één specifieke getuige: een vrouw die net een eigen Geleense moskeevereniging is begonnen. Zij woont ook sommige andere getuigenverhoren bij. „We moesten wel”, zegt een bron rond het onderzoek. „Vrijwel niemand uit de islamitische gemeenschap wilde getuigen. Gelukkig wist zij er een paar over te halen, door zelf mee te gaan als vertrouwenspersoon”.

      Maar advocaat Tamara Buruma krijgt twijfel bij de getuigenverklaringen. Ze besluit de opnamen zelf te beluisteren. Dan blijkt dat de vrouw zich bij de verhoren ook heeft bemoeid met de antwoorden. Zo blijken bepaalde uitspraken die door de politie worden toegeschreven aan de getuige, in werkelijkheid van haar afkomstig. Als Buruma het OM hiermee in 2019 confronteert, wordt de ronselverdenking ingetrokken, waardoor de getuigenverklaringen niet meer relevant zijn voor het proces.

      Wat rest, zijn verdenkingen rond inzamelingen die moskee-secretaris Laarbi houdt voor Syrische oorlogsslachtoffers. Met zijn stichting Babycare komt hij de hulp zoals luiers en dekens persoonlijk afleveren in Syrië. Het OM gelooft er weinig van: het vermoeden is dat Laarbi’s hulptransporten een dekmantel zijn om geld bij IS-strijders te krijgen, of anders wel hulpgoederen. Daarom wordt hij verdacht van IS-lidmaatschap.

      Suggestief te werk


      Om bewijs hiervoor te zoeken gaat de politie suggestief te werk, blijkt uit documenten uit het strafdossier. Zo stelt de politie in een proces-verbaal dat uit onderzoek naar Facebookfoto’s is gebleken dat Babycare „aantoonbaar” de boel misleidt. Dit ‘onderzoek’ bestaat eruit dat een agent een vage foto van een lading kachels vergelijkt met een foto van de vrachtwagen waarmee de lading wordt vervoerd. De agent schat in dat de lading kachels niet helemaal in de truck past. En daarmee is volgens de politie „vastgesteld” dat de kachels zich „niet op de vrachtwagen konden bevinden”, en dat Laarbi dus een „onjuist” beeld schetst van de besteding van de donaties.

      Aan andere verklaringen, zoals dat er meerdere vrachtwagens reden, of niet alle kachels zijn meegenomen, of de lading toch in de bus paste, wordt geen aandacht besteed.

      Zo sluipen meer suggesties in het onderzoek. Laarbi zou in een afgeluisterd gesprek hebben gezegd dat hij filmpjes op Facebook plaatst omdat hij mensen wil „wijsmaken” dat de hulp terechtkomt bij Syrische kinderen. Het OM gebruikt deze uitspraak als belangrijke bouwsteen voor zijn verdenking dat er stiekem hulp wordt doorgesluisd aan jihadstrijders. Op verzoek van de verdediging wordt de opname nog een keer beluisterd door een andere vertaler. Dan blijkt dat het gesprek verkeerd is vertaald: Laarbi zei dat hij met de filmpjes mensen wil laten zien dat de hulp hard nodig is.

      Weer de nodige fouten


      De rechtbank heeft er in 2020 genoeg van. Het OM wordt gedwongen zijn ruim 11.000 pagina’s tellende dossier in te perken tot een kort overzicht van bewijzen waarop het zijn verdenkingen baseert. In dat overzicht maakt het OM wederom de nodige fouten. Zo stelt het dat een Turkse hulporganisatie waarmee Laarbi samenwerkt door de Verenigde Naties (VN) wordt gezien als dekmantel voor wapenleveranties aan jihadisten. Dit betreft echter een onbevestigde beschuldiging van Rusland. De VN zien deze hulporganisatie juist als een samenwerkingspartner.
      Een andere Turkse organisatie waarmee Laarbi samenwerkt, zou volgens het justitiedocument in een internetbericht hebben toegegeven dat het haar „primaire doel” is om Al-Qaida-groepen bij te staan. In werkelijkheid wordt in dit interview gezegd dat de hulporganisatie families van gesneuvelde strijders wil helpen – van welke groepering wordt er niet bij vermeld.
      De moskee is een plek geworden waar menig Geleense moslim zich voor „schaamt”

      Hoe kan het dat in zo’n belangrijk en gevoelig terrorismeproces zulke slordige fouten worden gemaakt? Volgens ingewijden speelt mee dat het onderzoek binnen het OM van hand tot hand ging. De ene officier ging met pensioen, de ander verliet het OM – en zo werd het onderzoek in vier jaar tijd naar vijf verschillende officieren doorgeschoven. „Met zo veel wissels is er uiteindelijk niemand meer die het hele onderzoek overziet”, zegt een bron rond het onderzoek. „In het gewone strafrecht kun je daar nog mee wegkomen, maar bij een terrorismezaak als deze niet. Daarvoor moet je echt weten waar je het over hebt: Wanneer is iets terroristisch? Welke groepering hoort waar thuis? Aan die kennis schortte het.”

      Dat concludeert de rechtbank ook, die het OM een gebrek aan „juridische kennis op dit terrein” verwijt. Ook had justitie volgens de rechtbank duidelijker leiding moeten geven aan het politieonderzoek. Advocate Buruma denkt te weten wat de rechter hiermee bedoelt: „Er is van tevoren niet nagedacht: wat is nou het strafbare feit waar wij ons op richten? In plaats daarvan hebben ze de hele moskee ondersteboven gekeerd op zoek naar zoveel mogelijk dubieuze zaken. Zo kwam er een megadossier te liggen vol met aantijgingen die niet onderbouwd waren of zelfs niet strafbaar zijn.”

      Grote armoede


      En zo kwam de rechtbank tot een vrijspraak, maar daarmee zijn de oud-moskeebestuurders nog niet uit de problemen. Ze zijn door de zaak hun bestuursfunctie kwijtgeraakt, net als de rest van hun werk. De gemeente trok Laarbi’s uitkering ook nog in vanwege het strafonderzoek, waardoor zijn gezin in grote armoede belandde. Daarnaast is de moskee getroffen door de zaak, schrijft de reclassering in een rapport uit mei. Het is een plek geworden waar menig Geleense moslim zich voor „schaamt”. Het heeft geen actief bestuur meer en geen bankrekening. „De moskee is al gedurende bijna vier jaar verdeeld en stuurloos”, aldus de reclassering. De verwachting is dat Laarbi weer leiding gaat geven aan Al Houda, nu hij van alles is vrijgesproken. De reclassering spreekt in het rapport de hoop uit dat de moskee snel zijn „oorspronkelijke bestemming” terugkrijgt: „Een plek om samen te komen om te bidden tot Allah”.

      NRC heeft het Limburgse parket van het OM een reeks vragen gesteld en dit artikel ter inzage opgestuurd. Het parket liet per e-mail weten: „Wij kiezen ervoor niet te reageren (in welke vorm dan ook).” Wel heeft het OM maandag gezegd in hoger beroep te gaan tegen het vonnis.


      Hoe kon het OM de grote Limburgse terrorismezaak zo laten ontsporen? - NRC
      'One who deceives will always find those who allow themselves to be deceived'

    2. #2
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard Rechter geeft Nederland op de sodemieter: Vrijspraak na unieke inval in moskee wegen terrorisme

      Als iets niet strafbaar is, maar wél ongewenst kan de wet zo worden aangepast dat iets wat nu ongewenst is straks ook strafbaar wordt. Dat is aan de politiek. In een democratie bepaalt de meerderheid of ongewenste zaken ook strafbaar moeten worden. Als de meerderheid beslist dat ongewenste religieuze ontwikkelingen vallen binnen de "vrijheid van godsdienst" dan moeten we dat maar accepteren.


      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 02:38.
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    3. #3
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard

      Hoe salafisten de moskee in Geleen overnamen

      Bron : volkskrant.nl - 12 februari 2020

      Opeens was er geld en kwamen er radicale, salafistische predikers in de Al Houda-moskee in Geleen. Gematigde moslims als Hajer Harzi voelden zich niet langer veilig en weken uit naar een zalencentrum elders in de stad. ‘Wij willen gewoon samenkomen, kunnen bidden.’

      In de hal van de Al Houda-moskee in Geleen hangt, tussen de advertenties voor reizen naar Mekka en een roze aankondiging van ‘lessen voor zusters’, een oproep aan donateurs. Of iedereen die sinds 2012 biljetten van 100, 200 of 500 euro aan de moskee heeft gegeven, zich bij het bestuur wil melden. ‘In verband met het strafrechtelijk onderzoek’ naar de financiën van de moskee, staat er.

      Al Houda is een van de Nederlandse moskeeën waarvan wordt vermoed dat dubieuze buitenlandse financiers er invloed hebben gekocht. Woensdag hoort de Tweede Kamer twee Limburgse moslims over de vraag wat het voor een liberale moslim betekent als je gebedshuis onder invloed van buitenaf wordt gekaapt door extremisten. Want dat is wat er in Geleen volgens betrokkenen is gebeurd.

      Jongere gelovigen springen maandagmiddag gehaast uit de auto voor een gebed tijdens hun lunchpauze, de oudere bezoekers met grijze baarden waren al eerder op hun dooie gemak aan komen schuifelen bij de moskee. Hoe dat zit met die buitenlandse gelden? Daarvoor moeten we bij de bestuurders zijn, maar helaas, die zijn niet aanwezig. ‘Die mensen hebben een baan’, verduidelijkt een man in een bruine djellaba. Gebarend naar zijn gezelschap: ‘Wij zijn allemaal werkloos.’

      Een paar kilometer verderop doet Hajer Harzi op haar zilvergrijze oriëntaalse bank uit de doeken hoe zij in 2013 tijdens het opsteken van een sigaret merkte dat het de verkeerde kant opging bij Al Houda. ‘Je mag niet roken, mama’, sprak haar dochtertje vermanend. ‘Dan zal God je straffen en in de barbecue stoppen.’ Harzi, een alleenstaande moeder die in 1979 vanuit Tunesië in Zuid-Limburg belandde, had haar dochter destijds opgegeven voor de weekendschool van de moskee om wat beter Arabisch te leren. Dat ze daarmee ook de conservatieve leefregels van het salafisme naar binnen gegoten kreeg, ontdekte Harzi pas door die sigaret. ‘Toen heb ik haar meteen van die les afgehaald.’

      Veranderende sfeer
      Het verhaal dat Harzi woensdag in het parlement zal vertellen, begint met de komst van een nieuwe voorzitter van de moskee in 2010, de bekeerling Stefan Z. – inmiddels verdachte in de eerder genoemde strafzaak. ‘Het viel op dat er ineens veel meer jongeren naar de moskee kwamen die streng in de leer waren. Bekeerlingen ook, die met veel trots werden onthaald’, zegt Harzi. De sfeer veranderde volgens haar. ‘Mijn dochter werd er bijvoorbeeld door een man op aangesproken dat ze hypocriet was omdat ze in de moskee wel een hoofddoek droeg, maar thuis niet. Met zulke zaken val je een kind toch niet lastig?’

      Al Houda heeft uitbreidingsplannen en wil op een groot terrein dat de gemeente voor 820 duizend euro te koop aanbiedt, behalve een moskee ook een islamitisch restaurant, een koraninternaat en een fitnesscentrum oprichten, blijkt uit een benefietvideo uit 2013. Het lijkt nogal hoog gegrepen voor een lokale moskee in Geleen. ‘Maar toen in 2014 de opening van het nieuwe gebouw werd gevierd, zat daar ineens een sjeik uit Saoedi-Arabië als gast’, zegt Harzi. ‘En plotseling bleek het pand al volledig te zijn afbetaald.’

      Onder leiding van Stefan Z. wordt de imam die al jaren predikt in Geleen aan de kant geschoven en worden omstreden voorgangers binnengehaald. Zo verschijnt in 2015 Abdallah Ouabour, die eerder in België tot 6 jaar cel was veroordeeld wegens lidmaatschap van de Groupe Islamique Combattant Marocain, een aan Al Qaida verbonden organisatie. Ook prediker Abou Hafs – echte naam Fouad el B. – komt langs. Hij is momenteel verdachte in een onderzoek naar financiering van Islamitische Staat.

      Fatwa
      Een groep kritische moskeebezoekers en oud-bestuursleden is het niet eens met de radicalere koers en stelt voor de stichting achter Al Houda om te vormen tot een vereniging, waarin leden inspraak en stemrecht hebben. Maar een vergadering over dat idee loopt begin 2016 uit de hand, blijkt ook uit een vonnis van de rechtbank Roermond. Een oud-bestuurslid wordt dan door een imam uit het Belgische Verviers als ongelovige aangemerkt en krijgt een fatwa over zich uitgesproken, een islamitisch vonnis. ‘Wie de gemeenschap verlaat, moet worden geëxecuteerd’, luidt vrij vertaald de banvloek die de imam die dag uitspreekt.

      Die fatwa veroorzaakte veel angst, zegt Harzi. ‘Er hoeft maar één geradicaliseerde jongere zo gek te zijn om die tekst letterlijk te nemen.’ Bestempeld worden als ongelovige is volgens Harzi voor een moslim de grootste belediging denkbaar. ‘Toen ik een keer bij de schoonheidsspecialist zat, zei die dame tegen mij: ik heb gehoord dat u Joods bent. Dat soort verhalen verspreiden die lui over mij. Nu ben ik niet iemand die zich veel aantrekt van de mening van anderen, maar dat deed echt pijn.’

      Door de regen rijdt ze maandag naar ’t Plenk Hoes in Geleen, een ouderwets zalencentrum waar dansavonden voor 50-plussers worden georganiseerd. Boven in dat gebouw is sinds 2017 Al Wasatia gevestigd: het nieuwe, gematigde gebedshuis, opgericht door kritische moskeegangers die de koers van Al Houda te conservatief vonden. Harzi is er penningmeester. Ze hebben nu zeventig betalende leden.

      De inrichting hebben ze zelf bij elkaar gescharreld – het blauwe tapijt waarop twee bezoekers nu geknield bidden kregen ze geschonken van een Afghaan, een creatieve moskeebezoeker knutselde zelf een goudkleurige wandklok. De vrijdagpreek wordt gegeven door een imam uit Weert die daarvoor alleen een reiskostenvergoeding vraagt. ‘Zo is het ook prima’, zegt Harzi. ‘Wij willen gewoon samenkomen, kunnen bidden, elkaar helpen, we hoeven geen grootse moskee.’

      Onbegrijpelijk
      Ze doet haar verhaal in de krant en in het parlement ook omdat ze wil laten zien dat er een grote groep moslims is die niets heeft met de conservatieve geloofsopvatting van een beperkte groep, vaak jonge salafisten. ‘Voor onze generatie is het onbegrijpelijk’, zegt ze, terwijl ze op haar telefoon een videoclip van Boney M. uit de jaren tachtig laat zien die een Marokkaanse vriend haar voor de grap doorstuurde. ‘Wij kwamen uit een systeem van onderdrukking en voor ons was dit de ontdekking in Nederland: feest, dansen, vrijheid. Onbegrijpelijk dat de jonge generatie dat wil inruilen voor allerlei regeltjes van veertien eeuwen geleden, die met de Koran niets te maken hebben.’

      De zorgen van Harzi werden bevestigd toen twee bestuurders van Al Houda in 2017 werden gearresteerd. Stefan Z. en Laarbi A. werden door het OM verdacht van deelname aan een terroristische organisatie, werven voor de gewapende strijd, financiering van terrorisme en witwassen. Dat heeft met de moskee allemaal niets te maken, bezweert een Marokkaanse bezoeker van Al Houda die niet met zijn naam in de krant wil maandag. ‘Er zijn vijftig mensen overgestapt naar de nieuwe moskee. Die andere vierhonderd komen hier nog steeds. Wiens verhaal geloof je dan?’

      Dat buitenlandse geld, dat is volgens hem een opgeklopt verhaal. Hij laat de gang zien waar een oranje zeil op de vloer ligt - het dak lekt. Als het geld met tonnen was binnengestroomd uit het Midden-Oosten, hadden ze dit probleem toch niet gehad, wil hij maar zeggen.

      ‘Het is hier allemaal heel duidelijk geregeld. Deze moskee is zo transparant als dat glas’, zegt de man, terwijl hij naar de gevel gebaart. Voor het raam dat hij aanwijst hangen witte lamellen. Ze zitten dicht.


      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 10:43.
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    4. #4
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard

      Stenografisch verslag van een openbaar verhoor in het kader van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) op 12 februari 2020 in de Enquêtezaal van het Logement te Den Haag.

      Deel I

      Bron : Tweede Kamer - 12 februari 2020

      Gehoord worden: de heer A. Laaouej (voorzitter Al Wasatia) en mevrouw H. Harzi (penningmeester Al Wasatia).
      Aanvang: 13.00 uur

      Voorzitter: Rog
      Griffier: Sjerp


      Aanwezige leden van de commissie: Van den Berge, Kuzu, Edgar Mulder, Van Raak, Rog, Schonis, Segers, Stoffer en De Vries.

      De voorzitter: Goedemiddag. Ik heet u beiden hartelijk welkom namens de parlementaire ondervragingscommissie. U bent beiden bestuurslid van de AlWasatia moskee in Geleen: de heer Laaouej als voorzitter en mevrouw Harzi als penningmeester. In dit verhoor stelt de commissie u vragen over ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland, zoals moskeeën, vanuit onvrije landen en hoe deze invloed kan worden doorbroken. U wordt beiden gehoord als getuigen en dit verhoor vindt plaats onder ede.

      In handen van de voorzitter leggen de heer Laaouej en mevrouw Harzi de eed af.

      De voorzitter: U staat nu onder ede. Wij bieden getuigen de gelegenheid om een korte openingsverklaring af te leggen. Ik heb begrepen dat u daar graag gebruik van wilt maken. Ik geef u daarvoor nu de mogelijkheid.

      De heer Laaouej: De discussie over invloeden van buiten Nederland, vooral vanuit onvrije landen, op de moskeeën hoor ik al een hele tijd in de media. Men praat veelal over de gevolgen hiervan en nooit over de oorzaken. Waarom leveren sommige moskeeën zich uit aan deze landen? Veel moskeeën doen dat volgens mij niet uit vrije wil maar uit nood. Neem onszelf als voorbeeld. Wij hebben ons afgescheiden van onze voormalige moskee, omdat wij ons niet kunnen verenigen met de leer die daar gehanteerd wordt: te radicaal voor deze maatschappij. Dat hebben wij gedaan met kennis van de gemeente Sittard-Geleen. De gemeente heeft ons beloofd te helpen bij het vinden van onderdak, een plek waar wij onze maatschappelijke en religieuze activiteiten zouden kunnen uitoefenen. Da hebben ze gedaan door ons een lokaal te bieden dat gevestigd is boven in een gemeenschapshuis in de wijk. In eerste instantie was dat gratis. Daarna boden ze ons aan dat wij deze ruimte mochten blijven gebruiken tegen een symbolisch bedrag aan huur. We hebben geld gespendeerd aan het geschikt maken van de ruimte voor gebruik: ruim €30.000. Na de opening worden we verrast met een huurcontract van €1.300 per maand, terwijl onze inkomsten uit de contributie van onze leden rond €800 zijn. De gemeente ontkent alle beloftes die ze ons heeft gedaan, al was dat in het bijzijn van meer mensen van de gemeenschap. Het resultaat? Binnen een jaar zijn we door onze reserves heen en we moeten nu bedelen om überhaupt de huur te kunnen betalen, laat staan aan andere verplichtingen te voldoen. Door deze gang van zaken zitten we in geldnood. Wat zou u doen, als u in geldnood zit en voelt dat u in de steek bent gelaten door uw lokale overheid? Je hebt maar twee keuzes: óf geld aannemen van een onvrij land, met alle gevolgen van dien, om jouw problemen op te lossen, óf op straat gezet worden. In zo'n situatie zitten volgens mij veel organisaties. Kijk daarom eerst naar de oorzaken en dan naar de gevolgen. In onze situatie duwt onze lokale overheid ons richting de onvrije landen. Wij zijn van mening dat Nederland de eigen verlichte moslims onvoorwaardelijk moet steunen.

      De voorzitter: Dank u wel, meneer Laaouej. Omdat ik zelf een deel van het verhoor zal doen, leg ik de orde van deze vergadering in handen van de ondervoorzitter, het lid Van Raak.

      Voorzitter: Van Raak

      De voorzitter: Dit verhoor zal worden afgenomen door de heer Schonis en de heer Rog. Ik geef eerst het woord aan de heer Schonis.

      De heer Schonis: Dank u wel. Mevrouw Harzi, we hebben net een beetje gehoord wat u overkomen is, maar ik wil beginnen bij het begin, namelijk wanneer de Al Houda-moskee, waar u oorspronkelijk bij aangesloten was, in Geleen is gekomen. Hoe is die moskee daar terechtgekomen?

      Mevrouw Harzi: Het is een beetje lang verhaal, maar ik probeer heel kort te zijn. We bestaan vanaf de jaren tachtig of de jaren zeventig: oude migranten, de DAF, Nedcar. Gastarbeiders -- Marokkanen, Tunesiërs en Turken -- hebben besloten om toch voor altijd in Nederland te blijven. Wat gaan we doen als gemeenschap? We gaan ook een moskee organiseren. Dat was goed. Een klein schooltje was genoeg voor de gemeenschap. Iedereen tevreden, alle gezinnen, iedereen blij. De Turkse gemeenschap en een klein moskeetje, de Arabischtalige gemeenschap en een klein moskeetje; niks aan de hand. Ik weet het niet precies, maar in de jaren 2012, 2013, 2014 ... Onderweg hiernaartoe bedacht ik dat we twee invasies in Sittard-Geleen hebben gehad: een invasie van drugsdealers en een heleboel problemen qua criminaliteit vanuit Utrecht en daarna de invasie van islamisering. Opeens kwamen er bekeerlingen en jongeren ...

      De heer Schonis: Mevrouw Harzi, daar kom ik zo meteen op.

      Mevrouw Harzi: Oké. In 2013, 2014 -- pin me alsjeblieft niet vast op de datum; in ieder geval op een gegeven moment na de jaren negentig -- zien ze "we moeten groter worden", maar welk jaar het precies was, kan ik me niet herinneren.

      De heer Schonis: Ik zal u niet op een jaartal vastpinnen. Maar de Al Houdamoskee is dus ontstaan uit de eigen moslimgemeenschap van gastarbeiders die in de jaren zeventig en tachtig daar gaandeweg is ontstaan? Zo is het eigenlijk gegaan?

      Mevrouw Harzi: Zo is het, ja.

      De heer Schonis: En de bezoekers die daar toen kwamen, waren hoofdzakelijk mensen die in Sittard-Geleen werkzaam waren en die daar gewoon hun geloof wilden belijden?

      Mevrouw Harzi: Absoluut. Dat zijn echt de eerste generatie arbeidsmigranten. Van '69 tot en met '72 kwamen eerst de mannen alleen. Daarna was er gezinshereniging en kwamen de kinderen. Dan komt er ook een moskee.

      De heer Schonis: Zo groeide de Al Houda-moskee uit?

      Mevrouw Harzi: Zo groeide het, ja.

      De heer Schonis: Zo is het gegaan?

      Mevrouw Harzi: Ja

      De heer Schonis: U zat in het bestuur van de Al-Houda moskee?

      Mevrouw Harzi: Nee. Ik heb nooit in het bestuur gezeten. Ik heb contacten met mensen. Ze noemen mij de ombudsvrouw, omdat ik raadslid ben geweest. Dus als er vragen waren, verzoeken om steun of wat dan ook via de vrouwen, kon ik meehelpen en meedenken; zodoende. Ik ben een moslima en ik ben een bezoekster. In de islam is de vrouw niet verplicht om naar de moskee te gaan, dus ik was niet een dagelijkse moskeegangster. Voor het vrijdaggebed, als er iemand is overleden of als er een feest is, dan ben ik er. Maar mijn contacten met islamitische gezinnen waren heel nauw.

      De heer Schonis: Maar u zat niet in het bestuur van de moskee?

      Mevrouw Harzi: Nee. Als vrouw is dat not done. Dat zeg ik ook nooit.

      De heer Schonis: Meneer Laaouej, u zat wel in het bestuur van de Al Houda-moskee?

      De heer Laaouej: Nee, ik was ook gewoon bezoeker. Ik werkte nog in die tijd. Ik had nog niet de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Nu ben ik met pensioen en kan ik wat vrijwilligerswerk doen.

      De heer Schonis: U maakte deel uit van de moslimgemeenschap en ging naar de Al Houda-moskee, zoals alle andere mensen daar? Dat was uw verbondenheid met die moskee?

      De heer Laaouej: Ja.

      Mevrouw Harzi: Voor alle duidelijkheid: een moskeebestuur bestaat uit mensen die samen met de gemeenschap iets besluiten. Samen met de groep die betaalt, de bezoekers, besluiten ze iets en organiseren ze iets. Het gaat niet democratisch met een profielschets, waarbij de een voorzitter wordt, de ander penningmeester en weer een ander secretaris. Nee, wij willen de verantwoordelijkheid nemen, wij willen de kar trekken; kom maar
      op. Vervolgens wordt met de gemeenschap overlegd: wat gaan we doen, hoe gaan we geld verzamelen? Over al die bijzaken wordt met de gemeenschap overlegd, want die heeft de moskee gebouwd, niet het bestuur.

      De heer Schonis: Het is gewoon teamwork, gewoon gezamenlijk ...

      De heer Laaouej: Teamwork, ja.

      De heer Schonis: Op enig moment -- u begon er net al over -- is het anders geworden. Kunt u eens toelichten wat er toen gebeurde?

      Mevrouw Harzi: Wat er toen gebeurde? Er komen jongeren. De ouderen, de eerste generatie, doen er dan niet meer toe. Ze spreken de taal niet, de imam is te soft en spreekt de taal niet. Allerlei bijzaken. Laatst had ik het er nog over met de voormalig voorzitter. Ik vroeg hem waarom hij dit had laten gebeuren. "Wat zou u dan doen?" Gewoon: "Hier is de sleutel, zorg jij er maar voor." Dat is een kans van je van het. We moeten zus doen en we moeten zo doen. De ouderen zeggen dan: "Weet je wat, jij kan dat beter; doe jij dat maar." De jongeren hebben het letterlijk en figuurlijk overgenomen. De een is secretaris geworden en de ander penningmeester. Ze haalden iemand uit een ander stadsdeel die voorzitter werd. Daarmee is de macht overgenomen; klaar, punt.

      De heer Schonis: U zegt dus eigenlijk dat er niet zo'n professioneel bestuur was; een beetje vanuit de gemeenschap zelf. Er komt een aantal jongeren. Die zeggen: wij nemen het wel over.

      Mevrouw Harzi: Wij kunnen het beter, wij kunnen zus en zo. Wij kunnen predikers laten komen en trainingen laten maken. We kunnen dingen organiseren met algemeen maatschappelijk werk, met de opbouwwerker. Via de opbouwwerker was ik erbij betrokken. We kunnen dingen organiseren, zoals de jongeren samen met de politie laten voetballen. Al die gemeenschappelijke goede dingen organiseren. De ouderen denken dan "hoe dan?" Zij zijn dat niet gewend; eerlijk is eerlijk. Jongeren die hoogopgeleid, die goed opgeleid zijn en die eigenlijk ... Het hoort ook om het goed te besturen. Op een gegeven moment loopt het zoals het gelopen is.

      De heer Schonis: Kunt u eens toelichten wat er dan gebeurde? Er was ook geen weerstand vanuit de eigen gemeenschap toen die nieuwe bestuurders kwamen. Ze werden eigenlijk met open armen ontvangen, als ik u goed beluister

      De heer Laaouej: Ja, met open armen ontvangen ... Als ik in een wanhopige situatie zit en er steeds verteld wordt "het pand is oud, het is een oude school geweest; het is te klein, we kunnen veel meer", dan wordt het toevertrouwen ... Nogmaals, het zijn gastarbeiders. De hoogopgeleide ... Misschien heeft u groep 6 van de lagere school, nu 8, wat vroeger de seizième année secondaire heette ... Het was de generatie van de jaren zeventig. Hoogopgeleid waren ze niet. Het zijn mijnwerkers. Als er eentje komt die hoogopgeleid is, een hbo'er, die het beter weet te vertellen en voor te doen ... En al helemaal als het een trofee is: een bekeerling. "Wow, hij is moslim geworden, dus hij heeft het goed voor met de islam. Wij gaan hem volgen." Dat hebben ze gedaan.

      De heer Schonis: Als ik het goed begrijp kwam er een bekeerling binnen?

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: Kunt u dat toelichten?

      Mevrouw Harzi: Ja. Degene die de sleutel heeft overgenomen, heeft een vriend van hem binnengehaald. Dat is een bekeerling. Die woont niet eens in onze gemeente. Het is nu één gemeente, maar het is nog steeds Sittard en Geleen -- dat leeft nog -- en Sittard heeft een eigen moskee. Er komt er eentje uit Sittard en die wordt voorzitter van de moskee in Geleen. Maar goed, hij is het geworden. Hij is Nederlander, hij is hoogopgeleid, hij heeft weer andere mensen meegebracht die weer kennissen en connecties in het buitenland hebben. Hij weet geld binnen te halen, hij weet het pand goedkoop te kopen. Wat is gebeurd, is gebeurd.

      De heer Schonis: Het was een bekeerling, zegt u, gewoon een Nederlandse meneer die vervolgens voorzitter werd van het bestuur.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: Wie was dat?

      Mevrouw Harzi: Stefan Zentveld.

      De heer Schonis: Dat was een Nederlander die zich had bekeerd tot de islam. U zegt dat hij hoogopgeleid was of in ieder geval hoger opgeleid. Die is voorzitter ...


      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 10:42.
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    5. #5
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard

      Stenografisch verslag van een openbaar verhoor in het kader van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) op 12 februari 2020 in de Enquêtezaal van het Logement te Den Haag.

      Deel II

      Bron : Tweede Kamer - 12 februari 2020

      Gehoord worden: de heer A. Laaouej (voorzitter Al Wasatia) en mevrouw H. Harzi (penningmeester Al Wasatia).
      Aanvang: 13.00 uur

      Mevrouw Harzi: Ik heb nooit zijn diploma's gezien, maar dat wordt zo gezegd. Ik ken hem van YouTube. Ik ken zijn verhalen.

      De heer Schonis: Maar dat is het beeld dat u van hem had?

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: En hij is voorzitter geworden van het nieuwe Al Houdabestuur?

      Mevrouw Harzi: Ja. En hij heeft onderhandeld met de gemeente en hij heeft samen met de secretaris een nieuw pand gekocht. Alle zaken worden door hem geregeld.

      De heer Schonis: Over het verdere verloop komen we zo nog te spreken. Dat zal collega Rog zo doen. Er was dus geen weerstand vanuit de gemeenschap, als ik het goed begrijp.

      Mevrouw Harzi: Nee.

      De heer Schonis: Eigenlijk werden meneer Zentveld en het nieuwe bestuur omarmd. Kwamen er daarna ook andere typen bezoekers naar de moskee? Veranderde dat?

      Mevrouw Harzi: Absoluut, ja. Er kwamen meer jongeren uit België.

      De heer Schonis: Meer jongeren uit België?

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: Kunt u dat eens toelichten?

      Mevrouw Harzi: Uit Antwerpen, Verviers of hoe heet dat in het Nederlands? Het is in ieder geval bij ons aan de grens. Dan komen er predikers. Nogmaals, ik kreeg de geluiden van de bezoekers. Er werd ruziegemaakt met de imam.

      De heer Schonis: Ruziemaken met de imam?

      Mevrouw Harzi: Met de imam die daar al werkte. Hij moest gewoon eruit, hij moest weg.

      De heer Schonis: Maar hoe moest hij weg?

      Mevrouw Harzi: Hij was te soft. Zij zeiden: hij spreekt de taal niet. Hij zei: ik ga niet prediken wat ze mij vertellen. Zo zijn de problemen ontstaan. Alsnog probeerden de mannen de dialoog aan te gaan; steeds praten, steeds onderhandelen: "Hoe kan dat? Kan het niet anders?". Nee, de imam moest weg. Er kwamen andere predikers. Op een gegeven moment, ik geloof in 2016 of 2017, waren er een imam uit België, eentje uit Egypte en weer een ander van elders. In ieder geval waren het hele andere imams en hele andere predikers. Ik moest toen ook op het matje komen: waarom had ik dat in het openbaar verteld? Waarom had ik op een avond tegen de burgemeester gezegd: "Meneer de burgemeester, weet u dat daar vier predikers komen waarvan er eentje in België heeft vastgezeten vanwege -- hoe heet het ook alweer, die groep van Bin Laden? -- Die komt nu in onze moskee hier in Geleen prediken." Toen is het in gang gekomen en zijn ze op YouTube en zo een hetze tegen me begonnen, zo van "zij is tegen de islam". Ik ben absoluut niet tegen de islam. Ik ben moslima en ik ben daar trots op. Ik zal nooit iets over de islam zeggen. De manier waarop en die predikers ... Dat heeft mij geraakt. Dat heeft de imam geraakt en dat heeft de mensen daar geraakt.

      De heer Schonis: U zegt dus dat er nieuwe bezoekers kwamen, hoofdzakelijk uit België. Er kwamen ook nieuwe predikers, zegt u. U noemde net de band met Al Qaida; ik denk dat u dat bedoelde.

      Mevrouw Harzi: Al Qaida.

      De heer Schonis: Die kwamen daar dus allemaal prediken. De oude imam moest weg?

      Mevrouw Harzi: De oude imam moest weg, ja.

      De heer Schonis: Omdat hij niet radicaal genoeg ...

      Mevrouw Harzi: Hij kon zich niet verenigen met hen. Hij was in loondienst en op een of andere manier wilden ze hem gewoon niet meer hebben. Hij is een gewone imam, echt een Marokkaanse imam die bij een Marokkaanse moskee hoort en die iedere vrijdag predikt wat hij hoort te prediken over wat er in die gemeente gebeurt. Dat wilden ze niet. Toen is een groep mannen naar mij toegekomen: "Het gaat uit de hand lopen, het kan niet meer." De heer Schonis: Wat vertelden ze u dan? Wat liep er uit de hand? Mevrouw Harzi: Dat ze zich niet konden verenigen met wat er gepredikt werd, dat ze niet wilden dat de imam wegging. Was er geen mogelijkheid dat de burgemeester zich ermee zou bemoeien? Ik heb ze toen geadviseerd om een brief te schrijven naar de burgemeester. Dat hebben ze ook gedaan.

      De heer Schonis: Het zijn mensen van de eigen gemeenschap die zeiden: "Wij vinden dit niet de goede kant opgaan." Zij hebben u vervolgens benaderd?

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: En toen bent u naar de burgemeester gegaan?

      Mevrouw Harzi: Ik niet. Maar ik heb ze geadviseerd. Ik heb de hele tijd een adviserende rol gehad.

      De heer Schonis: Over de rol van de burgemeester en de andere stappen komen we zo meteen nog te spreken.

      Mevrouw Harzi: Zo is het proces toentertijd gegaan.

      De heer Schonis: U bent zelf op enig moment ook uit de moskeegemeenschap van Al Houda gegaan.

      Mevrouw Harzi: Ik ben nooit welkom geweest. Ik las laatst een oud artikel van hen. Ook als vrouw, ook vanwege mijn uiterlijk en mijn kleding. Ik ben een goed mens, hebben ze gezegd. Maar hoe ik me kleed, hoe ik praat en hoe ik handel is niet goed. Ze hebben mij nooit geaccepteerd in hun bestuur. Ze hebben me één keer op het matje geroepen. Als ik iets verkeerds zag, moest ik niet hard naar de media roepen, maar naar hen toe komen.

      De heer Schonis: Maar u zat wel in de gemeenschap.

      Mevrouw Harzi: Ik zat in de gemeenschap, ja.

      De heer Schonis: U zat niet in het bestuur

      Mevrouw Harzi: Inderdaad.

      De heer Schonis: Op enig moment bent u samen uit die gemeenschap weggegaan.

      Mevrouw Harzi: Zelf. Niemand heeft me eruit gezet. Ik heb zelf de keuze gemaakt dat ik met die mensen niet door één deur kon; het kon gewoon niet.

      De heer Schonis: Wat is er toen gebeurd? Wat was voor u de druppel om weg te gaan?

      Mevrouw Harzi: Op een vrijdagmiddag -- dat is opgenomen, maar ik kon het helaas niet meer terugvinden - stond er een meneer die zei: "Die Hajer Harzi, die Tunesische, heeft gezworen dat ze voor jullie de moskee sluit. Jullie moeten maatregelen tegen haar nemen." Toen schrok ik, want maatregelen ... Er hoeft maar één gek tussen te zitten. Ik woon in Geleen. Mijn kinderen zijn al wat ouder. Het had van alles kunnen zijn.

      De heer Schonis: Aan wat voor maatregelen moet ik dan denken?

      Mevrouw Harzi: Het kan van alles zijn. De islam is een rode draad. Als je daaroverheen gaat, ben je kwetsbaar. Dat geldt voor heel veel mensen, ook voor mezelf. Als er wordt verteld "die mevrouw wil jullie moskee sluiten" ... Ik ben niet van het OM, ik ben maar een mens. Als anderen dat anders interpreteren, kan dat een gevaar voor mij zijn.

      De heer Schonis: Dus u ervaarde dat in ieder geval als heel bedreigend?

      Mevrouw Harzi: Voor mij was het toen echt heel bedreigend. Toen ben ik mijn activiteiten op een laag pitje gaan zetten en heb ik me een stukje teruggetrokken omdat het gevaarlijk werd.

      De heer Schonis: Ik heb zelfs gelezen dat u het als een fatwa heeft ervaren.

      Mevrouw Harzi: Niet voor mij. Dat was voor een ander bestuurslid, voor meneer Salmy.

      De heer Schonis: Wat is een fatwa? Kunt u dat toelichten?

      Mevrouw Harzi: Een fatwa ... Misschien kan meneer Laaouej vertellen wat een fatwa precies is; hij is beter in Arabisch.

      De heer Schonis: Meneer Laaouej?

      De heer Laaouej: Een fatwa is zoals een vonnis, kan je zeggen. Het was een fatwa dat wij beter geslacht kunnen worden. Er hoeft maar één gek dat te horen en dan gebeuren er rare dingen. Dat hoort niet in een moskee en het hoort ook niet in de islam.

      De heer Schonis: Het was gewoon een doodsbedreiging, eigenlijk.

      De heer Laaouej: Ja.

      De heer Schonis: Zo heeft u dat in ieder geval wel ervaren?

      De heer Laaouej: Ja.

      De heer Schonis: Tegen u was een maatregel ... Geen fatwa maar een maatregel?

      Mevrouw Harzi: Het was een maatregel, het was smaad. Ik heb er zelfs aangifte van gedaan. Het leukste is ... Gisteren was ik het aan het lezen. Het is van 2017. Ik heb het bestuur van Al Houda een aangetekende brief gestuurd: "Wat jullie over mij en over GroenLinks zeggen, klopt niet." Ik heb ook een brief van GroenLinks gekregen. Die heeft het bestuur van Al Houda ook gekregen. Het bestuur van Al Houda -- er staat geen naam, alleen van het bestuur -- schrijft: "U kunt aangifte doen en dan worden we wel verhoord." Ze deden daar echt heel nonchalant over. Ze gingen mijn dochters erbij betrekken. Tussen haakjes: het zijn pleegdochters. Als er iets gebeurde met mijn pleegdochter ... Hier word ik emotioneel. Ze zeiden: "Je komt op het matje en je moet hoor en wederhoor afleggen over wat er met je dochter is gebeurd." Drie dagen later kreeg ik een brief van de officier: "Wij gaan niet vervolgen, want er is te weinig bewijs." Ik heb alles wat ze over mij hebben geschreven, afgeleverd bij de aangifte. Dan krijg ik eerst een brief van "ja" en daarna krijg ik te horen: we gaan niet vervolgen. Ik dacht: "Ik ga mijn geld niet uitgeven aan een advocaat, dat zijn ze niet waard. Laat maar zitten." Maar dan ga ik wel twijfelen. Ben ik nog veilig? Waarom schrijven zij dat? Dan krijg ik een brief van de politie, van "we gaan er niks mee doen".
      Dat brengt me in twijfel. Is dat een doodsbedreiging? Is dat macht, zo van "ik doe wat ik wil en zoek het maar uit"?

      De heer Schonis: Even los van wat het was, u heeft het als heel bedreigend ervaren?

      Mevrouw Harzi: Absoluut.

      De heer Schonis: U bent toen uit de Al Houda-moskeegemeenschap
      weggegaan. U hebt daar zelf voor gekozen, zei u net.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: Hoeveel mensen zijn er met u meegegaan?

      Mevrouw Harzi: Vóór mij zijn er een heleboel weggegaan. 50 werd er gezegd, maar het waren er meer. Maar 50 zijn er echt naar voren gekomen. Zij hebben echt het lef gehad om te zeggen: dat willen we niet. Anderen durven niet. Het blijft gevoelig.

      De heer Schonis: Maar u heeft nu een eigen gemeenschap, de Al Wasatia.

      Mevrouw Harzi: De Al Wasatia, de Middenweg.

      De heer Schonis: De Middenweg, dat is makkelijker. U bent de Middenwegmoskee begonnen met die groep mensen. Hoe loopt dat?

      Mevrouw Harzi: Het loopt hartstikke goed. We hebben steeds nieuwe mensen. Mensen die daar gaan bidden, komen ook bij ons als wij een activiteit hebben. Maar ook als het daar dicht is, komen ze naar ons. Het loopt hartstikke goed. Alleen, met andere dingen ... Maar dat heeft mijn collega al verteld. Maar het loopt goed. Met nieuwkomers loopt het goed. We proberen alles bespreekbaar te maken. Of het nou om statushouders of nieuwkomers gaat, we proberen het bespreekbaar te maken. Als mensen vragen hebben, kunnen ze naar ons toekomen en kunnen we vertellen wat er aan de hand is. Vanmorgen kreeg ik om zeven uur op Twitter een haatberichtje. Dan denk ik: "Waarom? Kom naar mijn verhaal luisteren, ga praten met de kinderen en oordeel dan pas."

      De heer Schonis: U zegt dat u in de nieuwe moskee de Middenweg prima uw geloof kunt belijden op een manier die ...

      Mevrouw Harzi: Absoluut. Ze willen heel graag dat het bestuur echt divers is. Eerst was ik zo'n beetje woordvoerder en adviseur. Ze zeiden dat ze iemand nodig hadden als penningmeester. Ik heb gezegd: "Dat is goed, dat wil ik voor jullie doen." Echt, zoals die collega's en andere collega's volwaardig ... Samen vergaderen, samen besluiten nemen, samen kijken waar we naartoe kunnen en welke richting we willen volgen. Ik ben tevreden. Ik hoef die positie niet, maar als die er is, waarom niet? Ze hopen dat nog meer vrouwen en jongeren, gematigde moslims, zich verenigen en samen optrekken.

      De heer Schonis: Dank u wel. De heer Rog zal verdergaan met het verhoor.

      De heer Rog: Mevrouw Harzi, ik wil nog even doorgaan op de financiering en de beïnvloeding vanuit het buitenland. De nieuwe voorzitter van Al Houda, Sefan Zentveld, had grote plannen met uw moskee. Kunt u iets vertellen over de plannen die hij had?


      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 10:45.
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    6. #6
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard

      Stenografisch verslag van een openbaar verhoor in het kader van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) op 12 februari 2020 in de Enquêtezaal van het Logement te Den Haag.

      Deel III

      Bron : Tweede Kamer - 12 februari 2020

      Mevrouw Harzi: Hij en zijn collega's, het bestuur, hadden inderdaad een heel groot plan: een heel groot gebouw met aanleunwoningen -- in het Limburgs noemen we dat kangoeroewoningen -- waarbij de jongeren boven en de ouderen onder wonen -- een zwembad voor zowel mannen als vrouwen, een café. Een groot paradijs waar aan alles is gedacht en waar alles wordt gedaan.

      De heer Rog: U gaf net aan dat niet alleen het bestuur beslist, maar dat er eigenlijk als gemeenschap wordt beslist. Samen werden de besluiten genomen, zei u. Was iedereen overtuigd van de plannen die deze meneer Zentveld had met de nieuwe moskee?

      Mevrouw Harzi: In het begin: ja. Zelfs ik. Toen is de buurt in opstand gekomen. Er was een bijeenkomst georganiseerd waarop meneer Zentveld en zijn secretaris een en ander mochten uitleggen aan ons en aan de raadsleden, de burgemeester en de omwonenden. Hij liet op televisie zien hoe alles eruitzag. Een mevrouwtje zei: "Zo'n wijk en dan 2.000 bezoekers per dag. Dat klopt gewoon niet, dan kan niet." Toen zei hij: "Ik moest dat doen" -- letterlijk zo, waarbij hij mij aankeek -- "want als je onze gemeenschap niet lekker maakt, dan komen ze niet over de brug met geld." Ieder gezin van ons had €1.700 betaald.

      De heer Rog: €1.700.

      Mevrouw Harzi: €1.700. Dat was nog lang niet genoeg om het pand te betalen. Ze hadden een afspraak met de gemeente, het Groningse model: per jaar wordt er gedurende tig jaren betaald.

      De heer Rog: Hoeveel mensen waren onderdeel van de gemeenschap, ongeveer?

      Mevrouw Harzi: Geen idee. Ze zeggen 400, maar dat geloof ik niet. Ik weet het niet precies. Als er 400 gezinnen zijn met gemiddeld 4 personen per gezin ... Het zou kunnen. Ik heb de cijfers niet. De heer Rog: Maar het is in ieder geval niet waarschijnlijk dat deze plannen te realiseren waren met €600.000, €700.000 of €800.000?

      Mevrouw Harzi: Absoluut niet, nee.

      De heer Rog: En dus moest er geld uit het buitenland komen.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Rog: Hoe ging dat?

      Mevrouw Harzi: Hoe ging dat? Ik sta onder ede. Wat ik nu vertel, heb ik vooral van horen zeggen door bestuursleden die vertrokken zijn en die mij om hulp hebben gevraagd of met hulp zijn gekomen. Justitie weet ervan. Er is een boek gemaakt over hoe ze om geld bedelen, zoals ik het noem. Er was een imam uit Djibouti, geloof ik, die connecties heeft in Qatar en Dubai. Hij heeft de link gelegd met meneer Zentveld en die is gaan lobbyen voor geld. En opeens was er geld.

      De heer Rog: Qatar en Dubai noemt u. Maar het geld is uiteindelijk in andere Golfstaten aangevraagd?

      Mevrouw Harzi: Ja, in Saudi-Arabië. Bij de opening was een Arabier, iemand uit Saudi-Arabië.

      De heer Rog: Ja, Saudi-Arabië, en er is ook geld in Koeweit aangevraagd.

      Mevrouw Harzi: Maar dat is niet gegeven.

      De heer Rog: Dat is niet gegeven. Waren dit zaken waar de gemiddelde moskeeganger bij betrokken was of kennis van had?

      Mevrouw Harzi: Nee, nee. Alleen het bestuur. Toen de imam weg moest, is de vuile was naar buiten gegaan, grof gezegd. Toen is een van de bestuurders opgestaan: "Dat kan niet." Ook de constructie, de piramide van Arabieren die betalen, dan een directeur, een voorzitter en het bestuur en vervolgens de gemeenschap. Toen is het echt, echt uit de hand gelopen, tot ruzie en fatwa toe, met politie, een lokaal verbod, laster, artikelen op hun website, met woorden als "riooljournalistiek" en weet ik wat naar de kranten. Toen is het echt helemaal uit de hand gelopen.

      De heer Rog: Ik wil zo nog even terugkomen op de vraag waarom de imam wegging. Nu even naar de constructie, de organisatiestructuur. U geeft aan dat de geldschieters in positie gebracht werden, boven de gemeenschap. Kunt u nog iets preciezer duiden hoe dat eruitzag?

      Mevrouw Harzi: Meneer Laaouej was erbij, die weet dat beter; de piramide.

      De heer Laaouej : Ja, alles was afgebeeld in hokjes, zal ik maar zeggen. Van beneden naar boven: de vrouwenvereniging, de mannenvereniging, de imam en de aanhang van de imam en dan komt de directeur en de onderdirecteur. Boven de directeur komt Zentveld en boven Zentveld moeten mensen komen uit onvrije landen. En wie ze zijn ...

      De heer Rog: Namelijk? Uit welk onvrije land?

      De heer Laaouej: De geldschieters.

      De heer Rog: En die kwamen uit Saudi-Arabië?

      De heer Laaouej: Die moeten daarboven komen. Wie en wat was ook niet bekend. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Dat deed de boel ontploffen.

      De heer Rog: Kunt u dat uitleggen?

      De heer Laaouej: De meeste mensen van ons wilden dat niet. Van tevoren hebben we gewaarschuwd: als er geld van buitenaf komt, moet dat gebeuren zonder voorwaarden. Waar iedereen bij was, heeft hij ook gezegd: "Ze stellen geen voorwaarden." Als anderen erbij moeten komen en ons commanderen, als ze doen wat ze willen ... Er waren wel voorwaarden. Wij hebben toen gezegd: "Dat gaat niet. We moeten om de tafel. Jullie moeten eruit." Het was niet zo en ze wilden niet eruit. Ze wilden ook niet de stichting veranderen in een vereniging zodat de meeste mensen iets kunnen zeggen. De jongeren gingen ... Toen hebben wij besloten om toch weg te gaan en niet verder te gaan.

      De heer Rog: Duidelijk. Een van de voorwaarden die gesteld werden, was in ieder geval dat een deel van het bestuur werd gevormd door deze geldschieters. Waren er andere voorwaarden?

      De heer Laaouej : Ja. De eerste voorwaarde was: koop eerst de grond, de fabriek of wat je ook koopt, en daarna komen we met geld. Maar toen er gekocht was, kwamen er andere voorwaarden, steeds meer. Die piramide is ook een van de voorwaarden. Er waren ook andere voorwaarden. De kleine appartementjes bijvoorbeeld waren ingepland bij de bouw van de moskee. Gaan wij een moskee bouwen, gaan wij een hotel bouwen of wat gaan wij bouwen? Dat zijn dingen die niet naar buiten zijn gekomen.

      De heer Rog: Dank u wel. Ik wil even terug naar die imam. Hij moest op enig moment ook weg. Wat was de precieze aanleiding daarvoor?

      De heer Laaouej: De imam was een gematigde imam, een hele goede. Omdat hij niet op goede pad zat ... Hij predikt normaal. Ze wilden hem weg hebben, omdat hij het niet wilde. Hij spreekt de mensen ook zachtjes aan. Ze hebben hem gewaarschuwd: "Je moet gewoon met ons meegaan en anders hoeven we jou niet." We hebben met Zentveld aan tafel gezeten over de imam. Wij, de gemeenschap, zeiden: "Wij willen die man hebben. Oké, jij bent onze bestuurder, maar je weet heel weinig af van de islam. Luister naar ons, laat die man, die is goed voor ons." "Nee, ik heb besloten" en "ik weet wat ik doe" en blablabla. Wat moet je dan nog?

      De heer Rog: Ik hoor u zeggen dat het een gematigde imam was die niet op het pad zat van de nieuwe mensen die het hadden overgenomen in de Al Houda-moskee.

      De heer Laaouej: Ja.

      De heer Rog: Waaruit bleek dat hij niet op dat pad zat maar gematigd was? Mevrouw Harzi?

      Mevrouw Harzi: De voormalige imam waarschuwde onder tafel, zoals we dan zeggen. Er komt bijvoorbeeld een 16-jarige jongen met de vraag hoe het is om af te reizen naar Syrië. Die man heeft meteen aan de bel getrokken en het tegen de vader van die jongen verteld. Die vader is toevallig een landgenoot. Hij leeft niet meer. Hij is meteen naar mij toegekomen, van "dat en dat". Ik zei: grijp hem in de nek. Hij zei: "Als mijn zoon iets gebeurt, ben jij eraan." Daar zijn ze achter gekomen. Dat was al de eerste fout, want hij waarschuwde de ouders van de kinderen die hem om raad kwamen vragen.

      De heer Rog: Dat was een fout?

      Mevrouw Harzi: Dat was een fout. Nee, dat had hij niet moeten zeggen. Het tweede. Wij organiseren bijvoorbeeld een dodenherdenking in de wijk, in de Lindenheuvel. Ik heb de imam uitgenodigd. We hebben een interreligieus platform. Daar komen moslims, christenen en joden. We herdenken de doden van de Tweede Wereldoorlog. De imam is meegekomen en dat mocht ook niet. Dat mocht niet, hij mocht niet naar de dodenherdenking.

      De heer Rog: En wat zou de reden daarvoor kunnen zijn?

      Mevrouw Harzi: Volgens meneer Zentveld -- dat heeft hij echt tegen mij gezegd -- eren wij onze doden niet. Dat is salafisme, wahabisme. De wahabisten uit Saudi-Arabië eren de dood niet. Ze hebben het liefst ook dat het graf van onze profeet niet meer bestaat. Daar ben ik van overtuigd. Dat heeft hij tegen mij gezegd. Ik vroeg: waarom kom je niet? Nee, we eerden onze doden niet. Dat moet hij zelf weten. Iedereen is vrij in zijn keuze. De oude imam praat met mij en geeft mij een hand. Hij praat met iedereen. Hij is zelfstandig gaan wonen. Hij heeft een flat gehuurd. Dat mocht allemaal niet. Ze hebben hem tegengewerkt en hebben echt alle mogelijkheden gebruikt om hem weg te krijgen. Hij heeft heel veel ellende meegemaakt. Het gaat
      hem nu heel goed. Hij heeft Limburg helemaal verlaten. Hij zegt zelfs dat het beroep van imam voor hem helemaal niet meer hoeft als het zo moet. Maar zo is het begonnen. De grootste ruzie ging over de afspraken die ze met elkaar hebben gemaakt. Er kwam steeds meer en er kwamen ook vragen. Het is een moskee. Hoezo dan flats? Hoezo een hotel? Waarvoor? Er komen geen antwoorden, alleen "zo is het is". Als je te veel vraagt, steek je een stok in het wiel. Dan ben je niet goed en kun je er beter uit. Eerlijk is eerlijk, iedereen zijn eigen belang. De een heeft een verzekering voor de wassing van de dode en de ander ... Ieder zijn eigen belang. De islam is hartstikke bijzaak.

      De heer Rog: Dank u wel. Wat is er sinds 2014 gebeurd met het terrein waarop de nieuwe grote moskee zou komen?

      Mevrouw Harzi: Het terrein is betaald. Er was een heel groot feest. De wethouder was er, net als meneer de sjeik. We mochten niet in de buurt komen. Als vrouwen konden we van bovenaf kijken. Ik weet niet wie het was; ik heb hem niet gesproken. Er was een vrouw beneden en die heb ik nog even gesproken. Het bleek dat ze in een hotel in Maastricht zaten. Opeens was de moskee betaald. Ik dacht: hoe kan dat? "Ja, het is betaald. Wat wil je nog meer? Bevalt het je niet, vertrek dan." Dan waren de ijzeren woorden. Ook een lokaal verbod. Er wordt een brief gestuurd. Ze zijn professioneler geworden. Een eigen pand. "Bevalt het je hier niet, bevalt het je niet zoals wij het willen, dan mag je hier niet binnenkomen." Dat stond officieel in een aangetekende brief. Ze zijn dus echt professioneel in hun richting gaan besturen.

      De heer Rog: Het bouwterrein is aangekocht en uiteindelijk is het islamitisch centrum ...

      Mevrouw Harzi: Ja, het hele terrein is eigendom ... Tenminste, in het kadaster van Al Houda staan meneer Zentveld en meneer Laarbi. Dat zijn de twee eigenaren, terwijl de hele gemeenschap Sittard-Geleen ... Twee ... Salmy, Achaki en nog iemand hebben overal het geld verzameld. Ik geloof dat het drie personen waren.

      De heer Laaouej: Drie personen.

      Mevrouw Harzi: Eén jonger iemand en twee ouderen. Ze zijn echt eerlijk overal geld gaan verzamelen. Met alle moskeeën hebben ze afspraken gemaakt. Ze hebben het plan overlegd, zo van "kijk, we zijn dit van plan te bouwen". De mensen geven dan en dat wordt op de bank gezet. Dat is goed. Maar wat er vanaf 2014 is gebeurd ... U hoeft maar de krant open te slaan: van terrorisme en witwassen tot drugs. Daar is niets geheims aan. Een pand waarin voor ik weet niet hoeveel tonnen aan drugs wordt gevonden dat geen eigenaar heeft; niemand. Dezelfde huurder huurt nu weer. Halleluja, hoe kan
      dat?

      De heer Rog: En hoe kan dat?



      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 16:12.
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    7. #7
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard Rechter geeft Nederland op de sodemieter: Vrijspraak na unieke inval in moskee wegen terrorisme

      Stenografisch verslag van een openbaar verhoor in het kader van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) op 12 februari 2020 in de Enquêtezaal van het Logement te Den Haag.

      Deel IV

      Bron : Tweede Kamer - 12 februari 2020

      Mevrouw Harzi: Echt, hoe kan dat? Daar heb ik slapeloze nachten over: hoe kan dat? Als ik bij een woonmaatschappij huur en als zij drugs bij mij heeft gevonden, dan gaat zij niet voor de tweede keer aan mij verhuren, van z'n leven lang niet. Ook een particulier gaat dan niet meer aan mij verhuren. Maar blijkbaar kan er van alles.

      De heer Rog: Dat is daar gebeurd.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Rog: U gaf in de uitzending van Nieuwsuur ook aan dat wie betaalt, bepaalt.

      Mevrouw Harzi: Daar ben ik nog steeds van overtuigd.

      De heer Rog: Kunt u daar ook nog andere voorbeelden van geven, even los van de structuur die we eerder aan de orde gehad hebben?

      Mevrouw Harzi: Ja, dat zien we als we naar andere kanten kijken, ook naar andere landen, zoals België, Duitsland, Italië en Spanje: als die Arabieren betalen, betalen ze niet voor niks. Kijk, dat ze zakat, een soort goededoelenbelasting betalen … Er is genoeg ellende op de wereld waar ze ook aan kunnen geven. In Nederland hebben we armoede. We hebben schuldhulpverlening. We hebben oude migranten met een AOW-gat. Help die mensen! Nee, dat gebeurt niet. Ze helpen de moskeeën. Waarvoor? De salafisten of de wahabisten hebben daar een reden voor. Waarom gaan ze niet aan goede doelen geven? Ik heb nog nooit gehoord dat ze een moskee hebben opgebouwd. Ik heb nog nooit gehoord dat ze een project hebben gestart voor schuldhulpverlening om mensen uit de schulden te halen. Ik heb nog nooit gehoord dat hier in Nederland, in België -- ik praat dus over de euregionale plekken -- of in Duitsland iemand uit de Emiraten, Qatar, SaudiArabië iets voor de oudere migranten of voor de mijnwerkers heeft gedaan. Die zitten met een AOW-gat en ook hun kinderen hebben het niet breed. Ze zouden kunnen zeggen: je hoeft niet naar het systeem en naar de sociale dienst; we helpen je met €50 of €100 per maand. Dat is ook iets goeds. De moskeeën zijn leeg. We huren een pand, maar dat is leeg. Op vrijdag is het vol en de rest van de week hebben we activiteiten. Als we alleen maar een moskee moeten openhouden, voor wie dan? Voor de ouderen? Iedereen werkt.

      De heer Rog: Wat voor invloed heeft u verder met dat geld zien plaatsvinden in die moskee? Wat is er veranderd?

      Mevrouw Harzi: Alleen het gedachtegoed is veranderd.

      De heer Rog: Kunt u daar een voorbeeld van geven?

      Mevrouw Harzi: Ja, gewoon geen hand geven. Stemmen mag niet. Praten met iemand zoals mij is haram; dat mag niet, dat kan niet. Van mensen die echt opkomen voor een gematigde islam, wordt gezegd: "Nee, die hebben hun eigen islam; zo werkt dat niet". Ik heb het gevoel -- nogmaals, dat is mijn eigen mening -- dat het erop lijkt dat ze bezig zijn om de tijd naar hun ideeën te brengen en niet hun ideeën met de tijd te verenigen. Dat is dus echt de omgedraaide wereld. In 2020 zegt er eentje tegen mij dat ik ga getuigen bij "je blanke meesters". Waar slaat dat "blanke meesters" op? Hoe moet ik dat zien? We zijn in 2020! Moeten we ook nog over kleuren praten? Snapt u wat ik bedoel? Als zo'n iemand een hoop geld betaalt, dan is daar een verborgen agenda achter. Wat? Dat zou ik heel graag willen weten. Ik weet uit mijn geboorteland wat daar op dit moment sinds 2011 gaande is en ik weet wat er nu in Libië gaande is. Maar hier in Nederland? We hebben op tijd aan de bel getrokken, met dank aan de krant, onze
      Limburger. Die heeft het goed in beeld gebracht. Alles is stil, alles is rustig. Ik hoop dat dat zo blijft. Ik hoop dat jullie met iets heel goeds komen voor het landelijke niveau, maar tot nu toe is het rustig. Ze nemen het ons kwalijk, want door ons is het project niet verder uitgewerkt. Dat is het. Toen is het gestopt. Toen is er drugs bij gekomen. Het jaar 2019 is heel rustig geweest. Ik las vandaag in de krant dat er binnenkort nog een rechtszaak komt. God weet wat de tijd gaat brengen. De moskee is er nog steeds en die mensen zijn nog steeds daar.

      De heer Rog: Nog één vraag op dit punt, over de financiering. Die financiering kwam uit Saudi-Arabië. Bij Koeweit is een aanvraag gedaan, maar er is niet betaald. Is precies bekend wie die gelden heeft overgemaakt? Het kwam uit Saudi-Arabië. Is het een bepaalde stichting?

      Mevrouw Harzi: Ik weet dat niet. Nee, ik kan geen namen noemen.

      De heer Laaouej: Niet precies, maar we hebben wel gehoord dat het een stichting is die op een zwarte lijst stond. Daarom hadden ze geen naam gegeven.

      De heer Rog: Een zwarte lijst.

      De heer Laaouej: Dus iets wat verdacht was.

      De heer Rog: Dank u wel.

      De heer Schonis: Mevrouw Harzi, u gaf eerder al aan dat er natuurlijk een tijd is geweest dat er nog één moskeegemeenschap was terwijl dat nieuwe bestuur al wel aan de slag was. Waren er spanningen onderling toen het
      nieuwe bestuur aangetreden was?

      Mevrouw Harzi: Het voormalige bestuur is heel gematigd. Die werken allemaal. Twee daarvan zijn ook echt geestelijke leiders. Die werken in de gevangenis en begeleiden mensen. Die weten dus … Ze zijn gewoon heel
      Nederlands.

      De heer Schonis: Ja, maar in de moskeegemeenschap?

      Mevrouw Harzi: Er was toen geen conflict. Nee. Toen de jongeren heel erg radicaal hun ideeën begonnen over te brengen, toen hebben ze alleen gezegd: "Weet je wat? Hier, doe zelf het bestuur." Dat is wat mijn collega daarnet zei: ze zijn gewend om te praten. Ze gaan rond de tafel, ze beleggen een vergadering en ze gaan praten over de ideeën. Ze dachten dus: zoals we met het vorige bestuur konden praten, kunnen we dat nu ook met het nieuwe bestuur. Toen ging dat niet. "Nee, dat is wat wij hebben besloten en wij gaan ervoor zorgen dat het hier groots en heel mooi wordt, en dat gaat gebeuren". Er waren foto's, een hele schets.

      De heer Schonis: Gaf dat spanningen onderling, niet in het bestuur maar gewoon met de gemeenschap daaronder?

      Mevrouw Harzi: Absoluut, absoluut. Ja, ja, ja.

      De heer Schonis: Wat gebeurde er precies? Kunt u daar een voorbeeld van geven?

      Mevrouw Harzi: Ja, bijvoorbeeld tegen meneer Laaouej: "Je bent tegen. Je wil niet dat we vooruitgaan." Hij zegt: "Nee, jullie willen het salafisme en het wahabisme hier binnenhalen en dat laat ik niet toe; het is ook mijn geld en ik heb ook gewerkt voor zo'n moskee." Zo ging het tegen elkaar in. Er was zeker spanning, wel degelijk, ja. De ene beschuldigt de ander. Nee, niet "beschuldigt". De ene geeft zijn mening, waar de andere het niet mee eens is. Mij maken ze dan uit voor "leugenaar" en ik weet niet wat allemaal. Tegen hem zeggen ze: "Je bent geen echte moslim." Ze gaan ook echt graven in zijn verleden. Ik weet niet wat ze dan allemaal doen. Er is spanning en van allerlei kanten wordt geprobeerd duidelijk te maken: "Het is niet zo." Ik werd toen bijvoorbeeld op het matje geroepen door de secretaris en de penningmeester. De voorzitter had mij gevraagd om te komen. Daarna kwam hij niet; er kwam iemand anders. Die zei tegen mij: "Je weet dat ze ons haten. Je weet dat ze tegen de islam zijn. Doe dat dus niet. Als er wat is, zeg dat dan tegen mij." Als ik vroeg wie die geldschieter is, dan was het antwoord: "Dat kan ik je niet zeggen, want ze hebben hem op de zwarte lijst gezet. Dat kan dus niet; laat maar." Het was bijna aan de grens, het worstelen daarmee. Ik ben daar absoluut op tegen; dat weet hij heel goed. Ik ben tegen buitenlandse financiering of geld waarvan ik niet weet waar het vandaan komt en wat de voorwaarden daarvoor zijn. Mijn collega zegt: "Zonder voorwaarden zou ik het wel aannemen." Dat bestaat niet; dat bestaat niet.

      De heer Schonis: Meneer Laaouej, u heeft nog wat aan te vullen.

      De heer Laaouej: Ik zou het aannemen zonder voorwaarden, maar er is niemand die geld geeft zonder voorwaarden.

      De heer Schonis: Er wordt altijd een voorwaarde gesteld.

      De heer Laaouej: Ja. We zitten in geldnood, we zijn klein en we staan alleen. Ik zou het dus wel aannemen, maar er is niemand die geld geeft zonder voorwaarden.

      De heer Schonis: Er was onderling dus discussie, zoals u net beschreef, mevrouw Harzi. Waren er ook bedreigingen? Escaleerde dat op een gegeven moment?

      Mevrouw Harzi: Op de laatste vergadering was er redelijk sprake van bedreiging. Die liep echt, echt, echt uit de hand.

      De heer Schonis: Wanneer was dat, die laatste vergadering?

      Mevrouw Harzi: 2017? Met Majid Salmy, toen jullie allemaal zijn opgestaan? Was dat in 2017 of 2016?

      De heer Laaouej: Nee, ik denk dat dat 2015 was.

      Mevrouw Harzi: Nee, nee.

      De heer Laaouej: Ja, eind 2015. Ik denk in december 2015. Ja, begin december 2015, toen ze de politie hebben gehaald voor Majid.

      De heer Schonis: Kunt u beschrijven wat er toen gebeurde, meneer Laaouej?

      De heer Laaouej: Er was een beetje heibel, want ze lieten ons niet spreken.

      Mevrouw Harzi: Niet aan het woord.

      De heer Laaouej: Ja. Verschillende personen van hun kant hadden wel microfoons en spraken de mensen toe, maar wij mochten geen microfoon. Eentje van ons is naar de voorzitter gegaan om de microfoon bij hem te halen. Toen werd hij direct op de grond geduwd. Toen waren er een beetje scheldpartijen en van alles. Toen hebben wij geprobeerd om naar buiten te komen. Toen werd nog een keertje gevraagd: "Nee, blijf maar binnen, want we zijn nog niet klaar", en blablabla. Op dat moment hebben ze ons voor van alles en nog wat uitgemaakt: wij zijn geen goede moslims en we moeten ons schamen, want we zijn mensen aan het stoppen die voor een heel goed doel aan het werk zijn, en dat is niet goed. Om niet kinderachtig te doen, hebben wij gewoon geluisterd. Daarna zijn we weggegaan. Toen hebben we besloten om niet meer terug te gaan.

      De heer Schonis: Dus u bent gewoon weggegaan en daarna nooit meer teruggekomen.

      De heer Laaouej: Dat klopt.

      De heer Schonis: Mevrouw Harzi, u had het net over uw kinderen, uw dochters. Er werd ook onderwijs gegeven bij de moskee.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: Islamonderwijs of Koranonderwijs?

      Mevrouw Harzi: In het begin, dus toen de imam het onderwijs gaf, waren het gewoon de Koran, de Arabische letters. Heel mooi. Op een gegeven moment kwam er een andere leraar. Dat was de secretaris. Voor mij is hij echt het
      meest radicaal.

      De heer Schonis: Het nieuwe bestuur in ieder geval.

      Mevrouw Harzi: Het nieuwe bestuur, ja, ja, ja. Het oude bestuur heeft zich teruggetrokken. Toen ging mijn dochter daarheen. Ze was heel klein en ze had een hoofddoekje om. Dat moet als je daar bent. Toen ik haar ging ophalen, zei een oude meneer tegen haar, echt een kind, terwijl ik haar hand vasthield: "Nou heb je een hoofddoek om en op straat heb je geen hoofddoek om". Toen keek ik hem aan: het is een kind van 3 of 4 jaar. Het meisje vroeg: "Mam, wat is er?" Ik zei: "Laat hem; hij maakt een grapje." Zo is het gegaan. Daarna kwam ze thuis. Ik rookte toen. Toen zei ze: "Mam, u gaat naar de barbecue; god gaat u in de barbecue zetten." Ik vroeg waarom. "U rookt." Dan is het goed zo; dan is het prima en dan hoeft het niet meer. Toen heb ik haar thuisgelaten. Ik heb ook niet gevraagd: "Wat geven jullie voor onderwijs?" Daarna hoorde ik bij vriendinnen dat hun kind niet met een Nederlands kind mocht, want Nederlanders zijn ongelovigen. Een ander kind zegt tegen een islamitisch kind dat een halfbloedje is en van wie de vader Spanjaard is en de moeder Marokkaans: "Goh, jullie zijn ongelovigen; jullie hebben een kerstboom in huis." Dan denk je: moet ik mijn kind daarmee laten omgaan?

      De heer Schonis: Dat had ze dus gehoord op school.



      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 16:42.

    8. #8
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard Rechter geeft Nederland op de sodemieter: Vrijspraak na unieke inval in moskee wegen terrorisme

      Stenografisch verslag van een openbaar verhoor in het kader van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) op 12 februari 2020 in de Enquêtezaal van het Logement te Den Haag.

      Deel V

      Bron : Tweede Kamer - 12 februari 2020

      Mevrouw Harzi: Op school, absoluut. Wat er nog meer onderwezen wordt, weet ik niet, maar mijn kind kreeg toentertijd echt allemaal gedachten … Ja, inderdaad, what the hell, waarom vertel je een kind van 4 jaar zoiets? Waar slaat dat op? En dan ga je mijn dochter tegen mij opzetten? Dat kan toch niet?

      De heer Schonis: Heeft u ook van andere ouders meer van dit soort klachten gehoord?

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: Zijn er meer ouders die hun kinderen toen van dat moslimonderwijs af hebben gehaald?

      Mevrouw Harzi: Ja, heel veel. Sommigen hebben hun kinderen daar weggehaald en geven thuis onderwijs. Op het islamitisch onderwijs wordt bijvoorbeeld getrakteerd en dat mag niet. Dat is duidelijk salafisme. En sommigen zeggen: nee, die radicale dingen hoef ik niet en ik laat mijn kind niet meer naar die zondagschool gaan. Ik moet daarbij zeggen dat mijn dochter tot groep 8 op een islamitische school heeft gezeten. Ze doet nu het vijfde jaar vwo en het gaat hartstikke goed. Ze heeft gewoon goed onderwijs gehad. Maar die bijschool bij Al Houda was fout. Daar heb ik haar toen uit gehaald. Bijles hoeft dus niet. Er is ook niks mis mee gegaan en ze heeft het gehaald, met een goede Cito-toets. Alles is prima. Ze doet het nu nog steeds heel goed, maar de bijlessen waren fout. Het gaat dus niet om het islamitisch onderwijs op de reguliere school, maar sec om wat op moskeeën gebeurt. Ik noem dat: de illegale wijze van onderwijs geven. Daar gaat het weleens anders.

      De heer Schonis: Dus niet-regulier onderwijs. Dat is eigenlijk wat u probeert te zeggen: dit deed de Al Houda-moskee erbij.
      Mevrouw Harzi: Zeg maar: de zondagschool.

      De heer Schonis: De zondagschool; ja, precies.

      Mevrouw Harzi: Ja, dat wil ik duidelijk maken.

      De heer Schonis: Wilt u nog iets aanvullen, meneer Laaouej?

      De heer Laaouej: Ik wil aangeven dat ook ik mijn kinderen in die tijd thuis heb gehouden en thuis lessen heb gegeven.

      De heer Schonis: U hebt zelf thuis Koranonderwijs gegeven.

      De heer Laaouej: Ja.

      Mevrouw Harzi: Bijles; even voor de duidelijkheid: de bijles.

      De heer Schonis: Ja, Koranonderwijs.

      Mevrouw Harzi: Voor het gewone onderwijs zijn ze naar school gegaan, maar de bijles was gewoon thuis. Die hoefde niet meer, die huiswerkbegeleiding en zo. Want dat was geen huiswerkbegeleiding. Het was echt de islamitische leer, zeg maar.

      De heer Schonis: Is door dat nieuwe bestuur dan ook een nieuwe onderwijsmethode ingevoerd bij die Koranlessen, dus bij die bijlessen?

      Mevrouw Harzi: Ja, ja. Het nieuwe bestuur en hun aanhang waren allemaal hetzelfde. Ze hebben allemaal dezelfde ideologie en manier van omgaan, zowel mannen als vrouwen. Er wordt in de moskee getrouwd, er wordt in de moskee gescheiden en ook bekeerd. Het is een heel instituut. Alles wordt daar gedaan. Dat wordt gedaan door de jongeren, door het nieuwe bestuur.

      De heer Schonis: Waren er ook nieuw lesmateriaal en nieuwe boekjes? Wat moet ik me daarbij voorstellen? Of bleef het lesmateriaal gewoon hetzelfde, maar werd het op een andere manier verteld?

      Mevrouw Harzi: Normaal zou de imam na de vrijdagpreek … Toen ik klein was, in Tunesië, was het normaal dat we op zondag les kregen van een Koranleraar. Die leert ons de normen en waarden en het memoriseren van de Koran. Dat kreeg ik toen ik klein was. Ik dacht dat hier hetzelfde zou gebeuren. Dat was ook zo met de imam. Maar opeens mocht onze imam dat niet meer doen. Er kwamen anderen, jongeren, lesgeven in normen en waarden. Zeg maar: burgerschap. Zo moet ik het zeggen. Dat werd dus niet meer gegeven door een imam, maar door een leraar, of dat nou een leraar pedagogisch onderwijs is of niet; de leraar is een man met een lange baard en een djellaba aan.

      De heer Schonis: Het was een leraar, maar het was niet iemand met een lesbevoegdheid.

      Mevrouw Harzi: Nee, absoluut niet. Nee, nee.

      De heer Schonis: Het was gewoon een vrijwilliger.

      Mevrouw Harzi: Een vrijwilliger, ja.

      De heer Schonis: Er was geen nieuw lesmateriaal, maar er kwam in feite gewoon een nieuwe manier van lesgeven. Dat is het eigenlijk.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: U zegt dat kinderen daar vatbaar voor waren. Tenminste, uw kinderen hebben daar dus wel iets van meegekregen.

      Mevrouw Harzi: Alle kinderen, alle kinderen. Als u een klein kind van 6 of 7 spreekt, dan gaat u echt schrikken: "Nee, dat is niet waar. God is niet zo. Dat is niet waar." De Nederlanders, de katholieken, de christenen en de joden zijn medemensen. "Dat is niet zo." Ze kunnen echt hele lelijke dingen vertellen, echt. Zoals er aan de andere kant ook hele lelijke dingen worden verteld over de islam. Dat is zonde. Kinderen worden gevoed door gif. Of dat nou bij Al Houda gebeurt of ergens anders, dat maakt niks uit. Dat gebeurt ook in andere landen. Het is heel akelig.

      De heer Schonis: In Geleen is uw moskeegemeenschap natuurlijk naast de bestaande Al Houda-moskeegemeenschap …

      Mevrouw Harzi: Niet daarnaast; in een andere wijk.

      De heer Schonis: Ja, maar in de gemeenschap.

      Mevrouw Harzi: In één gemeente.

      De heer Schonis: Je hebt nu in één gemeente twee moskeeën.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Schonis: Hoe gaat dat nu? Zijn dat gewoon twee losse gemeenschappen? Is er uitwisseling?

      Mevrouw Harzi: Nee, er is geen uitwisseling, maar er zijn wel mensen die bij ons komen en daarnaartoe gaan. Iedereen is welkom bij ons. Toen jullie de persconferentie hadden gegeven, kwam er bijvoorbeeld meteen een man naar de moskee: "Hé, ik heb gehoord over Al Houda en dat Hajer Harzi en Abdullah Laaouej gaan getuigen." "Ja, dat klopt; dat weten wij ook." Dat is verhalen halen en nemen. Dat maakt niks uit. Dat is geen uitwisseling. Nee, er is geen contact. We hebben een benefiet georganiseerd. Ik heb toegestaan dat de wethoudster filmt waar we mee bezig zijn. Dan staat er een mevrouw die zegt: "O god, waarom heeft de wethoudster ons gefilmd?" En dan gaat er eentje -- dat was dan meneer Laarbi -- weer een artikel schrijven: kijk hoe Hajer Harzi is; die filmt vrouwen die dansen. Een vrouwenfeest; wat maakt dat uit? Waarom ga je daar dan zo op reageren? Maar gelukkig hebben we een hele goede wethoudster, die goede antwoorden heeft gegeven. Zij volgen ons dus; wij volgen hen niet. We proberen de mensen wel wijs te maken. Daarbij leggen we de nadruk echt op de nieuwkomers, zodat zij niet de fout ingaan. We proberen puberende kinderen te begeleiden en uit te leggen hoe het zit, hoe het in Syrië is en hoe het hier is, al helemaal in het Limburgse en in Sittard-Geleen, zodat ze goed onderwijs krijgen, even goed bevriend zijn met iedereen en religie een goede plaats geven in de burgerschap en aan de andere kant in integratie. Dat kan heel goed samen; dat kan echt heel goed samen. Islam en integratie kunnen heel goed samen.

      De heer Schonis: Maar ook de twee moskeeën gaan op zich dus heel goed samen.

      Mevrouw Harzi: Nee.

      De heer Schonis: Niet?

      Mevrouw Harzi: Nee, niet van onze kant.

      De heer Schonis: Nee, maar ik bedoel dat er over en weer ook geen contact is.

      Mevrouw Harzi: Absoluut niet, nee.

      De heer Schonis: Zijn er ook geen spanningen over en weer?

      Mevrouw Harzi: Nee.

      De heer Laaouej: Ja.

      Mevrouw Harzi: Tenminste, van mijn kant niet, maar ik weet niet hoe dat bij de mannen is.

      De heer Laaouej: Af en toe is er wel spanning. Je komt oude collega's tegen, want Sittard-Geleen is een kleine stad. We zijn daar al een tijdje, ruim 50 jaar. Men kent elkaar, maar als je elkaar op de markt treft, dan kijkt de ander naar de andere kant en dan kijk je ook zelf de andere kant op.

      De heer Schonis: U negeert elkaar.

      De heer Laaouej: Ja, je negeert elkaar. En af en toe zegt je zoon of je dochter: "Papa, de zoon van die en die heeft tegen mij gezegd dat ik geen moslim meer ben." Zulke dingen zijn er nog, vanaf die tijd tot nu toe. Nu wij hier zijn, gaat dat nog oplopen. Als wij teruggaan, krijgen wij nog van alles en nog wat over ons hoofd heen.

      De heer Schonis: U zegt dus eigenlijk dat er echt wel een tweedeling is ontstaan.

      De heer Laaouej: Wablief?

      De heer Schonis: Een tweedeling. Er zijn echt twee gescheiden werelden ontstaan.

      De heer Laaouej: Ja, ja, ja. We zijn daartoe bereid. We hebben de waarheid gezegd. We hebben kleur bekend en we zijn daar trots op, maar dat is moeilijk. Dat blijft moeilijk. Je wordt genegeerd door iedereen en je wordt alleen gelaten door iedereen. Dat is niet leuk. Dat is echt pijnlijk. Als je de waarheid zegt, dan moet je eigenlijk steun krijgen, maar die hebben we niet gekregen.

      De heer Schonis: Als u terugkijkt, wat denkt u dan dat al die gebeurtenissen betekend hebben voor de moslimgemeenschap in Sittard-Geleen? Hoe kijkt u daar nu op terug? Had u wat anders kunnen doen? Wat had u anders kunnen doen?

      Mevrouw Harzi: Dat was afgelopen week inderdaad onze discussie: als ik het was geweest, had ik de sleutel niet gegeven. Dan had ik de sleutel niet gegeven. Dan had ik gezegd: "Weet je wat? We halen de gemeenschap bij elkaar, wij gaan nieuwe verkiezingen uitzetten en dan gaan we kijken wie het dan gaat doen."

      De heer Schonis: Toen die jonge mensen kwamen en de sleutel van de moskee eigenlijk confisqueerden.

      Mevrouw Harzi: Ja. Dan zeggen ze: "Jij bent sterk genoeg, maar wij niet en je weet niet hoe dat was." In de gemeenschap zelf snakt de ene naar iets beters. Iedereen wil beter. Je bent kwetsbaar en er wordt tegen je gezegd: "Ik ga hier een paleis bouwen." Nogmaals, tegen kwetsbare mensen, een beetje laagopgeleide werkende mensen, oud-mijnwerkers, wordt gezegd: "Kijk, voor je oudedagsvoorziening ga ik dat allemaal voor je doen; dat gaan we regelen." Daar gaan ze dus in mee. Aan de andere kant zijn er mensen die zijn gaan nadenken: hoe kan dat? Vooral toen het geluid kwam over buitenlands geld, zijn zij zich gaan afvragen: hoe kan dat? En dan de imam. Die inmiddels overleden meneer kwam bijna iedere dag naar mij toe, vertelde mij verhalen, liet me foto's zien en al die dingen. Dan dacht ik: waarom zijn jullie nu pas wakker geschud? Waarom niet toen? "Het is bijna te laat, maar we gaan het nou proberen." Te laat. Wat hadden ze dus kunnen doen? Dat zeg ik tegen andere mensen die misschien zoiets meemaken of in de toekomst gaan meemaken: ga er eens goed over nadenken. Niks komt voor niks. Die jongeren zijn welkom. Dat is inderdaad prima. Er moet Nederlands gesproken worden, want de eerste generatie is hier 50 jaar. De gemiddelde leeftijd is 70 à 75 jaar. Ik hoop dat ze 100 worden. Maar de tweede generatie spreekt de taal inderdaad niet; dat zijn er maar heel weinig. Het is dus fijn dat ze in het Nederlands spreken, maar maak het dan echt ook met de normen en waarden van Nederland. Maak het volgens de wet van Nederland. Maak het volgens "hier" en niet zoals een wahabist, salafist of wat dan ook het wil. Ga niet "ze haten ons" in je hoofd zetten. Als ik van mezelf hou, dan weet ik zeker dat niemand me haat. Dus ga eerst naar jezelf kijken. Zo hadden ze toentertijd moeten kijken. Dan hadden ze een heleboel kunnen voorkomen. Er is ook een punt over de overheid. Toen zij met de brief naar de overheid zijn gegaan, had het bestuur kunnen zeggen: kom, we gaan met beide partijen aan tafel zitten en kijken wat er aan de hand is. Mosterd na de maaltijd; dat is veel later. Alles is gebeurd.

      De heer Schonis: Over de rol van de burgemeester gaat mijn collega zo nog even verder doorvragen, maar ik hoor u zeggen: achteraf gezien hadden we in ieder geval een professioneler bestuur moeten hebben.

      Mevrouw Harzi: Juist.

      De heer Schonis: En we hadden meer aan de voorkant afspraken moeten maken, zodat je als een willekeurig nieuw iemand komt, in ieder geval een procedure hebt om te kijken wie het nieuwe bestuur mag vormen.



      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 17:15.
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    9. #9
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard Rechter geeft Nederland op de sodemieter: Vrijspraak na unieke inval in moskee wegen terrorisme

      Stenografisch verslag van een openbaar verhoor in het kader van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) op 12 februari 2020 in de Enquêtezaal van het Logement te Den Haag.

      Deel VI

      Bron : Tweede Kamer - 12 februari 2020

      Mevrouw Harzi: Ja. Welke prediker gaan we uitnodigen? Wat gaat hij prediken? Wat is er mis met deze imam? Gaan we met die imam praten? Gaan we hem onze koers laten zien? Die problemen hebben wij opgelost. Wij hebben een imam die Arabisch praat. Nou, prima. Hij doet zijn preek en geeft die aan meneer Laaouej. Op donderdag gaat hij die preek vertalen in het Nederlands. Dan geeft hij die aan een … Is het een Jemeniet, die meneer? Komt hij uit Jemen?

      De heer Laaouej: Uit Jemen, ja.

      Mevrouw Harzi: Die leest de preek dan voor, zodat iedereen erbij betrokken is.

      De heer Schonis: Zo is uw nieuwe moskee georganiseerd?

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Laaouej: Ja.

      Mevrouw Harzi: Als zij de dialoog met elkaar waren aangegaan, was dat ook gebeurd. Maar nu, achteraf, zie je dat het inderdaad een machtsstrijd is: "Ik heb het geregeld, ik zie dat het zo moet, ik heb connecties in Dubai, Qatar en Saudi-Arabië en het gebeurt zoals ik het wil." Dat is uit de hand gelopen.

      De heer Schonis: De laatste vraag: denkt u dat de Nederlandse samenleving voldoende weerbaar is tegen dit soort ontwikkelingen, tegen het soort overname dat u overkomen is? Kan dit ook ergens anders in Nederland gebeuren?

      Mevrouw Harzi: Ja, absoluut. Maar als Nederland, de Nederlanders en de gemeenschap hiervoor waken, echt met elkaar de dialoog aangaan en vragen achter de vraag stellen -- vragen blijven stellen -- dan zijn ze weerbaar. Er is niks onmogelijk. Als zij hiernaartoe kunnen komen en voet op de grond kunnen zetten, kunnen we het ook terugduwen. Ze zijn er vatbaar voor. Dat zijn wij ook, maar als wij door gaan vragen -- wat is het doel, waarom en waarvoor? -- dan gaat dat niet gebeuren. We moeten dus ook preventief gaan werken en niet naderhand zeggen: hoe kan dat nou? Het kan dus voorkomen worden.

      De heer Schonis: De heer Rog zal verdergaan.

      De heer Rog: Dank u wel. Ik ben onder de indruk van uw verhaal, want u heeft aangegeven dat er een fatwa is uitgesproken. U zou moeten worden "afgeslacht". Dat zijn nogal uitspraken. Ik schrik daarvan. Dat is heel heftig en aangrijpend om te horen. Ik zou ook graag ingaan op de gevolgen bij de jongeren in de Al Houda-moskee. U heeft aangegeven dat de oude imam is weggestuurd, ook nadat hij iemand juist had afgeraden om af te reizen. Hoe ontwikkelde die jongerenafdeling in de Al Houda-moskee zich na die invloed van het salafisme? Welke netwerken ontstonden daar?

      Mevrouw Harzi: Op dit moment is het heel stil. Ik las ergens een leuk artikel over een zolderimam. Ik ben dus echt bang en ik maak me oprecht zorgen. Wij zijn niet de enigen die gepraat hebben of zorgen hebben geuit. Ook de pers en andere mensen hebben dat gedaan. Ik ben bang dat er nu garagevergaderingen of zoldervergaderingen plaatsvinden of dat er misschien in België wordt vergaderd. In Geleen is het hartstikke rustig. Die jongeren zijn een beetje uit elkaar. Het is echt rustig, maar toen was het ernstig. Misschien kan meneer Laaouej meer uitleg geven; ik zie hem naar de microfoon buigen. Ik praat over mijn landgenoot en over wat hij mij toen
      heeft verteld.

      De heer Laaouej: Ik kan daar wel bij zeggen dat die mensen goed zijn in taal en ook met de media. Zij houden de jongeren daarmee aan de lijn. Wij ouderen kennen dat niet. Dat is het verschil.

      De heer Rog: Wij hebben op basis van ons vooronderzoek aanleiding om ook te vermoeden dat er netwerken waren tussen de jongerenafdeling in Geleen en jongeren, bijvoorbeeld ook terroristische groepen, in andere steden in Nederland. Heeft u daar kennis van?

      De heer Laaouej: Nee, dat weet ik niet.

      De heer Rog: Dat is u niet bekend.

      Mevrouw Harzi: We weten dat er predikers uit Den Haag en uit het land kwamen. Ik was bijvoorbeeld een keertje in Roermond. Daar was een prediker helemaal uit Amerika, ook een bekeerling. Die jongen was je van het, echt een trofee van iemand uit Rotterdam: iemand die bekeerd, is komt prediken. Ik schrok daarvan. Het was maar één keertje, in de Oranjerie. Het was ook heel druk bezocht. Er wordt dus misbruik gemaakt van de gevoeligheid en zwakheid van jongeren. Meneer Zentveld had een uitzendbureau. Jongeren zochten naar werk, naar iets. En opeens is er geen uitzendbureau, geen afgebouwde moskee, niks meer. De jongen waarover zijn vader zich toen zorgen maakte, heeft gelukkig zijn school afgemaakt en werkt. Ik denk dat het wat zachter is doordat het in het licht is gekomen, maar god weet hoe of wat. Ze kunnen nu weer reilen en zeilen in de moskee. Als ze dalijk worden vrijgesproken, dan … Het pand is er en er is van alles gevonden en niet gevonden. Ik weet niet hoe het verdergaat en of ze nog anderen … Ik weet dat er met België wel degelijk contacten waren. Er komen daar ook mensen uit België, maar wat de plannen zijn en hoe of wat, dat is verrassend.

      De heer Rog: En er is uit België ook een andere prediker in de Al Houdamoskee geweest.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Rog: Daar heeft u ...

      Mevrouw Harzi: Nou, daar was ik toen echt boos over. Toen ik dat hoorde, zei ik: wat moet hij in Geleen? Toen werd ik geroepen. Toen werd vanuit Al Houda -- dat was meneer Laarbi Ahrazem -- tegen mij gezegd: "Nee, nee, nee, dat verhaal klopt niet. Hij heeft niet vastgezeten omdat hij banden met Al Qaida heeft. Hij heeft vastgezeten omdat hij tegen de koning van Marokko …." Er was in ieder geval een heel verhaal omheen. Ik moest maar niet geloven wat er gezegd werd. Als ik iets hoorde of zag, dan kon ik beter bij hem, bij hen, aankloppen; we konden beter verder gaan samenwerken, ook naar de gemeente toe. Het moest dus allemaal rustig blijven. Daarna is de bom gebarsten met BabyCare en ik weet niet wat allemaal.

      De heer Rog: Maar toen die terroristische prediker uit België, die veroordeeld was, heeft gepredikt, heeft u aan de bel getrokken.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Rog: Dat was bij een bijeenkomst van de gemeente.

      Mevrouw Harzi: Dat was volgens mij een bijeenkomst van de krant, bij de media.

      De heer Rog: Van de krant. Daarbij was in ieder geval ook de gemeente aanwezig. Welke mensen van de gemeente waren daarbij aanwezig?

      Mevrouw Harzi: De burgemeester.

      De heer Rog: De burgemeester.

      Mevrouw Harzi: Ja. Hij zei: "Dat weet ik niet."

      De heer Rog: U gaf aan dat er een terroristische prediker was. Dat lijkt me een soort noodsignaal.

      Mevrouw Harzi: Ja, ja. En vier imams! Een moskee in zo'n kleine gemeenschap! Daar komen echt alleen maar de Arabischtaligen. Er waren in die tijd ook niet zo veel asielzoekers; we hebben ook het azc vlakbij. We waren dus alleen met ons: een beetje Marokkanen en Tunesiërs en een
      beetje Somaliërs. Dus waarom vier imams, en waarom eentje uit Egypte, van de Broeders, en eentje uit België? Dat is degene die vast heeft gezeten. Dan denk je: wat moet hij daar? En onze eigen imam wordt weggewerkt en weggepest!

      De heer Rog: U heeft toen de noodklok geluid. Wat was de naam van die prediker?

      Mevrouw Harzi: Ik weet het niet meer. Het is echt lang geleden. Mijn geheugen laat me weleens in de steek.

      De heer Rog: Geen probleem. Hoelang heeft het geduurd voordat de gemeente wel actie ondernam?

      Mevrouw Harzi: Nou, best wel lang. Zeker een jaar. Ik denk toen het afreizen en de sultan kwamen, toen het geld opeens is afbetaald en zo. Toen hoorde ik dat de gemeente die mensen had uitgenodigd omdat zij niet transparant waren. Ook naar het bestuur, naar de overheid, zijn ze niet transparant; dus niet alleen naar ons, maar ook naar de overheid. Toen zij dat eerste gesprek met de burgemeester hadden gehad, zei hij: "Ik ga niet meer met die mensen aan tafel, want die zijn niet transparant. Zij vertellen ook niet waar het geld vandaan is gekomen." Maar het was te laat. Het was betaald. Iedereen heeft steken laten vallen: wij als gemeenschap, maar de overheid ook; de lokale overheid heeft ook steken laten vallen. Als wij een afspraak hebben dat je
      over tien jaar betaalt en als je dan opeens met het geld komt … Eén en één is twee. "Hoe kom je aan dat geld?" Dat is niet gebeurd.

      De heer Rog: Welke maatregelen zijn er uiteindelijk genomen?

      Mevrouw Harzi: Niks.

      De heer Rog: Niks.

      Mevrouw Harzi: Totaal niks.

      De heer Rog: De gemeente heeft niet gereageerd toen u vertelde dat er een terrorist predikte.

      Mevrouw Harzi: Ze hebben wel gereageerd, want dat is een bestuurlijk akkefietje, tussen besturen onderling: "Het is fijn dat u mij hebt laten weten …"

      De heer Rog: Dat er een terrorist predikte.

      Mevrouw Harzi: Ja, ja. We hebben dat op brief.

      De heer Rog: Kijk. Wat zou de gemeente volgens u moeten doen als er uit de gemeenschap melding van gemaakt wordt dat dit soort lieden prediken?

      Mevrouw Harzi: De melding serieus nemen, het verantwoordelijke bestuur verhoren en ook echt aangifte doen: ik heb een zak met geld gekregen en ik weet niet waarvan. Dat is niet gebeurd. Ik zou ook Saudi-Arabië, de ambassadeur, uitnodigen en vragen: "Om welke reden helpt u die mensen?" Dat is zwaar, maar dat kan.

      De heer Rog: U zegt dat we als gemeenschap ook naar onszelf moeten kijken. Wat raadt u aan qua maatregelen die genomen moeten worden? U heeft net wat gezegd over de gemeente. Wat zou daarin van moskeeën verwacht mogen worden?

      Mevrouw Harzi: Dat ze open en transparant zijn; dat ze openheid van zaken hebben. Dingen die niet bij de moskee horen, moeten ze ook niet doen, bijvoorbeeld onderwijs: geen onderwijs geven door een onbevoegde. Een imam die komt, moet ook een vog afgeven. Een Nederlands sprekende imam, die ook kan vertellen over de normen en waarden van Nederland, de plek waar men leeft. Ze hoeven daar niet als controleur te zitten, maar ze kunnen met elkaar een afspraak maken: die taken doe je; ben je daar bevoegd voor? Want je hebt met kinderen te maken. Wie komen er bij jou over de vloer? Wie geven de lessen? Wie is de imam? Wat vertelt hij? Dat kan. De samenwerking met elkaar aangaan. De moskeebesturen, de moskeebezoeken en de moskee moeten open zijn. En de overheid of de lokale overheid moet er ook een beetje open voor staan.

      De heer Rog: Ik hoorde u iets zeggen over bevoegdheid. In het reguliere onderwijs moeten docenten een bevoegdheid hebben. U zegt: ook in dat informele onderwijs zou een vorm van bevoegdheid moeten bestaan.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De heer Rog: Zijn er nog andere maatregelen die de overheid, de landelijke overheid, zou kunnen nemen om dit soort beïnvloeding vanuit het buitenland tegen te gaan?

      Mevrouw Harzi: Ja, andere maatregelen, bijvoorbeeld als we kijken naar Duitsland of naar Italië. Qatar ondersteunt heel veel moskeeën en restaureert heel veel kerken, met kennis van de regering. Dus waarom zou Nederland dat niet doen? Want wij zijn ook Europeanen. Waarom zouden we niet hetzelfde doen als Duitsland, via het landelijke niveau: "Als je wil helpen, Qatar, Saudi-Arabië" -- ik weet niet wat -- "dan ben je welkom, maar dan via die richting. Dan kunnen mensen die in nood zijn, zich bij ons melden"? Zo kan dat. Ik heb een fonds aangevraagd bij DSM. Er zijn ook verschillende andere bedrijven die een fonds hebben. Ik had geld nodig. Ik heb dat fonds dus aangeschreven. DSM, SABIC, al die bedrijven die we in Sittard-Geleen hebben, gooien iets in dat fonds. Die mensen praten bij de aanvrager, die vraagt waarvoor zij het geld nodig hebben. Dan gaan ze kijken en dan geven ze het. Waarom zou Nederland dat niet doen? Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden. Italië doet het, Spanje doet het, Duitsland doet het. Ook Nederland zou dat kunnen doen.

      De heer Rog: Dus u zegt: afspraken maken met landen onder welkevoorwaarden geld wel …



      .
      Laatst gewijzigd door Rob Gosseling; 27-07-21 om 17:56.
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    10. #10
      Eric de Blois
      Ingeschreven
      Jul 2016
      Berichten
      3.729
      Post Thanks / Like
      Reputatie Macht
      14

      Standaard

      Stenografisch verslag van een openbaar verhoor in het kader van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) op 12 februari 2020 in de Enquêtezaal van het Logement te Den Haag.

      Deel VII

      Bron : Tweede Kamer - 12 februari 2020

      Mevrouw Harzi: Ja, en transparant. "Er is bij jullie een aanvraag gekomen. Waarvoor?" Want er wordt echt ook misbruik van gemaakt. Er zijn mensen die een stichting hebben. Die maken een aanvraag namens Al Wasatia. Dan maken die andere landen geld over, terwijl het helemaal niet daarvoor bedoeld is. Het is niet alleen zo dat die geldschieters ook eisen hebben. Er wordt ook naar hen toe misbruik van gemaakt. Daar moet dus ook voor gewaakt worden, van beide kanten. Dat kan goed geregeld worden. Als Nederland provinciaal, lokaal en landelijk een hele hoop geld reserveert voor deradicalisering, dan kan het ook geld reserveren en goede afspraken maken om niet te laten radicaliseren vóór de deur. Dus preventief dingen regelen; dat kan. Dat is mogelijk.

      De heer Rog: Dank u wel.

      Mevrouw Harzi: Alstublieft.

      De voorzitter: U hebt ons allebei heel veel verteld. Over twee dingen wil ik nog heel even iets meer opheldering proberen te krijgen. Mevrouw Harzi, u had het over de secretaris van de Al Houda-moskee, die volgens uw woorden de meest extreme is of was.

      Mevrouw Harzi: Ja.

      De voorzitter: Hebt u ook een naam?

      Mevrouw Harzi: Laarbi Ahrazem, de secretaris of voorzitter van BabyCare. Het ging echt persoonlijk tussen mij en hem, zijn vrouw en zijn schoonmoeder. Ik ken zijn schoonmoeder van 79. Dus ik ken ze; ik ken ze door en door, zijn overleden vader, alles. Die is de meest … En hij heeft
      meneer Zentveld binnengehaald. Hij is heel slim, heel goed met media, en kan heel mooi schrijven. Hij weet wat hij doet.

      De voorzitter: Dank u wel. Meneer Laaouej, ten slotte. Het geld dat vanuit
      Saudi-Arabië kwam om de moskee te betalen, ging via een organisatie. De
      naam van de organisatie was bij u niet bekend.

      De heer Laaouej: Nee.

      De voorzitter: U zei dat dat te maken had met het feit dat de organisatie op een zwarte lijst staat. Welke lijst bedoelt u daarmee? Bedoelt u daarmee een lijst waarop organisaties staan die gelinkt worden met terroristische activiteiten?

      De heer Laaouej: Ja, juist. Met Al Qaida.

      De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit verhoor. Ik wil u beiden hartelijk danken voor uw komst en ik sluit hiermee de vergadering.

      Mevrouw Harzi: Dank jullie wel.

      Sluiting 14.22 uur.



      .
      Het individu moet vrij zijn zolang hij de vrijheid van een ander daar niet mee beperkt.

      John Stuart Mill

    + Plaats Nieuw Onderwerp

    Bladwijzers

    Bladwijzers

    Forum Rechten

    • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
    • Je mag geen reacties plaatsen
    • Je mag geen bijlagen toevoegen
    • Je mag jouw berichten niet wijzigen
    •